Totaal aantal pageviews

dinsdag 13 augustus 2013

Schitterende wreedheid


Een fruitvliegjesplaag in onze keuken. Het warme weer van de afgelopen weken heeft de kleine 'onweersvliegjes', zoals mijn moeder ze vroeger noemde, razendsnel doen vermeerderen.
Op een ochtend had zich in een hoekje van de keuken een spin gevestigd. Een enorm web in één nacht geweven. De slimme achtpotige wilde kennelijk wat verdienen aan de 'situatie' in de keuken en voor even was hij (of zij) mijn vriend(in). Want de spin kon voor mij de vliegjes vangen.
Helaas, na een halve dag was er nog geen resultaat, dus joeg ik het beest de keuken uit. Een lokdoosje dat een beetje werkt als een vleesetende plant bestrijdt nu de drosophila, zoals het fruitvliegje officieel heet.

 

De natuur is schitterend, maar ook wreed. Soms wil een predikant tijdens een zomerse zondagmorgen een ietwat luchtige preek houden over Gods Schepping, over hoe mooi Hij het allemaal heeft geconstrueerd. Maar, laten we eerlijk zijn: in de natuur heerst het principe survival of the fittest. Op de savanne kiest het roofdier het zwakste dier uit de kudde als prooi. Of een dier wordt net zolang opgejaagd en getreiterd dat het uitgeput raakt en dan komen de rovers...
Slangen vergiftigen of wurgen hun slachtoffers. Pasgelegde eieren met jong leven worden weer geplunderd. Sprinkhanen ontdoen het land van al het groen. Spinnen vangen, verlammen en zuigen uit. Het mooie vlindertje wordt uit het leven weggerukt door de lange kleverige tong van een kameleon. Vleesetende planten sturen insecten een wisse verteringsdood te gemoed.

"Ook bergen zijn helemaal niet mooi," hoorde ik eens iemand vertellen. "Bergen zijn het resultaat van de botsing tussen twee continenten. Zwitserland is één grote kreukelzone!"
 
Zo'n pessimistische kijk hoeft nou ook weer niet, maar duidelijk is wel dat de natuur onderworpen is aan de zondeval en de gebrokenheid. Heel de schepping zucht. Ooit zal het anders zijn: dan ligt de leeuw vredig te luieren naast het lammetje. Zijn leeuwen dan planteneters geworden? Worden spinnen werkeloos? Het zal onvoorstelbaar anders zijn. Misschien plukken we dan weer talloze soorten fruit van de bomen. Misschien is er zoveel fruit, dat we blij mogen zijn dat er tenminste fruitvliegjes in de lucht ronddansen.

 

dinsdag 6 augustus 2013

Geboortestad


Als kind droomde ik regelmatig dat de plaats waar ik woonde was veranderd en dat ik moeite had om de weg naar huis te vinden. Er waren nieuwe gebouwen verrezen, anderen afgebroken, wegen verlegd. Uiteindelijk bereikte ik toch mijn huis, maar nu zag het er anders uit en woonden er vreemde mensen.

Ik moest denken aan zo'n droom toen ik afgelopen zaterdag van de Delftse binnenstad naar het huis fietste waar ik ooit ben opgegroeid.

Aan historisch Delft ligt het niet, de toren van de Oude Kerk staat nog even scheef als eeuwen geleden en de grachten weerspiegelen de tijdloosheid. Aan de Beestenmarkt is café Kobus Kuch gelukkig niet verdwenen.
 
 

Maar eenmaal buiten de Gouden Eeuw begint het: rondom het station is een grote bouwput omdat het spoor ondergronds gaat. De vertrouwde geur van de Gistfabriek is nog wel te ruiken, maar ze zijn het terrein aan het herstructureren. Enkele gebouwen zijn verdwenen. Nu vind je er -tijdelijk - zanderige puinvlakten met berkenboompjes. Fietsend door de Ruys de Beerenbrouckstraat zal ik Het Open Hof niet meer vinden. De kerk waar mijn ouders trouwden, ik werd gedoopt en belijdenis deed, is al meer dan tien jaar geleden gesloopt. Nu staat er een bakstenen kolos dat de nieuwe Albert Heijn blijkt te zijn. Op de plaats waar de oude supermarkt stond, groeit het onkruid boomhoog.

Rechtsaf de Prinses Beatrixlaan op. Dat 'Prinses' is sinds 30 april weer helemaal actueel. Als ik Rijswijk nader, zie ik links een wijk in aanbouw. Het oude vertrouwde Sion een nieuwbouwwijk? De kassen, de slootjes, urenlang kon je er spelen en verdwalen. Met dit nachtmerriescenario hield ik destijds, zelfs in mijn dromen, geen rekening.
 
Het Haantje kruist de drukste spoorlijn van Nederland
 

Het bruggetje over en dan rechtsaf het Haantje in. Links vrijstaande huizen of twee onder een kap, rechts de vaart. De straat van mijn jeugd. Het riet wuift er als vanouds, er varen bootjes voorbij. Even lijkt het of  ik terug ben in de tijd. Ik kom terug uit school, fiets de stoep op, neem het  betegelde tuinpad. Mijn moeder zwaait vanachter het voorkamerraam. Ik zet mijn fiets tegen de heg. Ik ben thuis.

 
Mijn geboortehuis heeft een uitbouw die er vroeger niet was. In de tuin spelen kinderen. Opnieuw wordt er opgegroeid. Geboortehuizen, geboortesteden, ze zullen er altijd zijn.

dinsdag 30 juli 2013

Gedoogkerk


De Amsterdamse Kalverstraat is vooral op zaterdagmiddag erg druk. Je kunt er gewoon maar een beetje slenteren, winkelen of iets drinken, of je 'brengt er wat weg' in 2theloo, een glimmend en hip toiletgebouw.

En - tamelijk onopvallend - ontdek je ineens een kerk. Het betreft de Rooms Katholieke Petrus en Pauluskerk, beter bekend als de "Papegaai". Dat dit Godshuis er een beetje verborgen bij staat, komt omdat het ooit als schuilkerk is gebouwd. Want zo tolerant was Nederland niet in de Gouden Eeuw. Christelijke geloofsrichtingen die afweken van de calvinistische leer mochten geen openbare kerkdiensten houden. Maar, Nederland zou Nederland niet zijn als daar toch wat mee gemarchandeerd mocht worden. Kerken werden gedoogd zolang ze maar niet zichtbaar waren in het straatbeeld.
 
 

Een prachtig voorbeeld daarvan vonden we aan de Oudezijds Voorburgwal. Rode neonlampen lokken talloze toeristen en ineens verraadt een vlag aan een grachtenpand dat daar een kerk is. Eenmaal binnen merk je daar nog niets van, maar een eeuwenoude trap leidt je naar de zolder en dan kom je terecht in een knusse kerkruimte met nog twee galerijen boven je.
 

Ons' Lieve Heer op Solder ontstond in 1661. De welgestelde en katholieke koopman Jan Hartman kocht het huis en besloot het pand om te bouwen tot kerk.
De zolderkerk is onlangs gerestaureerd. De oudroze balken geven een frisse aanblik, de krakende vloeren bezorgen je een echt zoldergevoel.
Kijk je door de ramen, dan zie je de koepels van de Nicolaaskerk boven de daken verrijzen. Toen er in Nederland weer vrijheid van godsdienst heerste, kon die kerk worden gebouwd en was de zolder niet meer nodig.

Gelukkig kun je dit unieke bedehuis nog altijd bezoeken, ook al is het nu een museum. Het herinnert je er aan dat gedogen niet iets van deze tijd is.

dinsdag 16 juli 2013

Legendarische zomer


De zomer van 2011: we zullen het er maar niet meer over hebben.
De zomer van 2012: er waren warme en zonnige momenten.
En de zomer van 2013? Ondertussen moet zelfs de grootste weerpessimist toch toegeven dat die zomer bepaald niet verkeerd is.

Maar er is een zomer die voor mij wel altijd legendarisch zal blijven. De zomer van 1976. Doe je ogen even dicht en luister naar ABBA: Fernando, of naar het gezang van Julien Clerc: This melody, of de Sutherland Brothers: Arms of Mary. Ongetwijfeld moet dit uit de radio geklonken hebben op die zonovergoten terrassen en stranden van dat roemruchte jaar.
 


Ik ben even in de archieven gedoken. De lente van 1976 was ronduit koud. Juni startte kil en somber, dus ik zal mijn achtste verjaardag wel binnen hebben gevierd. Ineens begon de temperatuur te stijgen en op 9 juni werd het 30 graden. Na een regenachtige en frisse dip rond de 21ste, ging de zomer pas goed los. Een reusachtig hogedrukgebied zou wekenlang elke depressie vakkundig tegenhouden en een ongekende hitte naar ons land transporteren. Er waren plaatsen in Nederland waar het op vijftien dagen meer dan 30 graden was.

Begin juli gingen we met vakantie naar Drenthe. Het was heet in de trein (airco?, welnee, raampjes open!). Een man tegenover me bladerde puffend en hoofdschuddend in de krant.
"Morgen 37 graden. Het lijkt hier wel Spanje."
We stapten in een blakend Hoogeveen uit de trein en ik waande me in Malaga.
Twee weken verbleven we in een vakantiepark bij Ruinen. Twee weken warmte, zonneschijn en zwembad. Bovendien logeerde een klasgenoot van mij - heel toevallig - ook op diezelfde camping.
De heidevelden zinderden als hete steppes, maar de hitte begon zijn tol te eisen: bossen verkleurden langzaam in herfstachtige tinten omdat er geen druppel regen viel.
 


Ik geloof dat het mooie weer tot diep in juli aanhield met daarna een beetje regenachtig weer. Maar, bladerend in het fotoalbum zie ik plaatjes van een rondvaart door de Rotterdamse haven eind augustus met alweer een strakblauwe lucht boven de kranen. Sla je de bladzij om, zie je ons op het Scheveningse strand. "September was mooi en warm," staat er bij. Het handschrift van mijn moeder.

Je maakt het een paar keer in je leven mee: zomers die niet van ophouden weten. Zomers om nooit meer te vergeten.

dinsdag 9 juli 2013

Buitenaardse schepping


Aan boord van de Voyager, het onbemande ruimtevaartuig dat inmiddels bezig is ons zonnestelsel te verlaten, bevindt zich materiaal over de mens en de aarde waarop wij wonen.  Mocht een intelligente beschaving, diep in het heelal, deze 'flessepost' ooit vinden, dan weten 'zij'  dat wij bestaan, of ooit bestaan hebben.

Radiotelescopen luisteren systematisch de ruimte af in de hoop ooit een signaal te ontvangen van verre werelden.

IJverige robotkarretjes rijden over het desolate Marsoppervlak en zoeken fanatiek naar sporen van leven. Een eencellige zou al breaking news zijn, maar helaas, tot nu toe is er nog geen teken van leven gevonden.
 

 

Toevallige evolutie

Ik las laatst een artikeltje waarin uitgelegd werd dat volgens de evolutietheorie het bestaan van buitenaardse intelligentie vrijwel onmogelijk is. Het leven is immers bij toeval ontstaan, een samenklontering van moleculen waarbij op goed geluk DNA ontstond. Uiteindelijk heeft zich daaruit een waaiert van levensvormen ontwikkeld waaronder, via de aapachtigen, wijzelf, de mens. Dit toeval kan zich onmogelijk elders in het heelal herhaald hebben. Nu zijn er in het Universum werkelijk ontelbare sterren met mogelijk miljarden planeten waar de omstandigheden dusdanig zijn, dat er leven zou kunnen ontstaan, dus de kans dat er toch elders wat bacteriën of algen rondzwerven is, zelfs in evolutionair opzicht, niet uitgesloten. Maar intelligente buitenaardse wezens?

 

E.T.

Maar als je gelooft dat het leven niet toevallig is... Zou de Schepper die ons heeft gewild en ontworpen ook elders in de ruimte Zijn scheppingswerk gedaan hebben? Hoe waarschijnlijk is het dat dat duizelingwekkende heelal, op de Aarde na, volledig levenloos zou zijn?

Stel dat E.T. op een dag toch via de radiotelescoop tot ons spreekt en vertelt dat het heelal wemelt van de volkeren....  De complete evolutietheorie kan op de helling, want leven blijkt ineens niet meer zo toevallig te zijn.

De vraag is of die beschaving rond de ster Tau Ceti, of dat indrukwekkende volk uit de Orionnevel  ook een religie heeft waarin een Verlosser voor zonden zou zijn gestorven. Of zou het elders heel anders zijn gegaan?

 
Als 'zij' zouden bestaan, zijn ze onbereikbaar ver en is contact menselijkerwijs onmogelijk. Voorlopig zullen we nog wel in ons uppie blijven, hier in dit hoekje van de Melkweg. En blijven we, als een door hormonen geplaagde puber, dromen over die 'ander'.

dinsdag 2 juli 2013

Feeksen en heldinnen


Een blog van Nicolien
 

Arend een blog over DE MAN, dan schrijf ik er een over de ultieme vrouw. En dat is al even lastig en onvermijdelijk stereotiep. Zover ik weet zijn er geen karakterweekenden voor vrouwen, georganiseerd door een stoere organisatie als De 4e Amazone: paardrijden, boogschieten en trapezezwaaien in Griekenland bijvoorbeeld.

Ach, wat is typisch vrouwelijk? Cupcakes bakken? Een beetje tuttebellen over of je kapsel een beetje zit en of de kleur van je nagellak overeenkomt met die van je hakjes? Eindeloos keuvelen over je gevoelens? Zijn we pas te porren voor een barbecue als er marshmallows te poffen zijn?

Misschien dat mannen denken: ach, die lieve onschuldige meisjes. De Bijbel helpt je uit de droom. Er zijn wel een aantal feeksen op te noemen: wat dacht je van koningin Izebel, de vrouw van koning Achab, die haar man fijntjes om haar vinger wond. Als Achab Nabot er niet toe kan krijgen om zijn wijngaard te verkopen, zorgt Izebel er voor dat hij van zijn land wordt gejaagd. Ze laat hem valselijk beschuldigen zodat ze hem stenigen.

Salomé, de dochter van koning Herodus. Ook geen katje dat je zonder handschoenen kon beetpakken. Na een wulpse dans (ik weet niet of ze in die tijd al aan paaldansen deden) krijgt ze een beloning van haar vader: "al is het de helft van mijn koninkrijk!" Madam wenste - daarbij aangezet door haar moeder - het hoofd van de gevangengezette Johannes de Doper. Netjes op een schaal, dat wel. Mevrouw hield van stijl.
 

 
Gelukkig zijn er genoeg Bijbelse heldinnen. Ester natuurlijk: van haremmeisje tot moedige Joodse koningin in het machtige Perzische Rijk. "Kom ik om, dan kom ik om." 

Ik heb vooral een zwak voor Ruth. Na de dood van haar man kiest ze er voor om haar schoonmoeder te volgen naar Bethlehem, in een voor haar onbekend land. Maar ze vertrouwt op de God van Naomi: "Uw God is mijn God."

En dan Maria. Ongehuwd zwanger van de Allerhoogste. Wie geloofde haar? Ook zij trok naar Bethlehem en werd de moeder van de man waar het in het Christendom om draait: Jezus.
Je hoeft Maria niet te aanbidden, maar de Protestantse Kerk negeert deze heldin mij wat te veel. Vandaar een beeld van haar bij dit blog. Met in haar zorgzame armen onze Heiland die de Heilige Geest (de duif) al in zijn handjes houdt.

 
Nicolien
 

woensdag 26 juni 2013

De ultieme man


Met boomstammen sjouwen, door rivieren waden, het ideale vuur stoken om te kunnen barbecueën bij min tien. Ook binnen de christelijke wereld roert de man zich. Organisaties als 4e Musketier nodigt mannen uit voor karakterweekenden in de Ardennen of survivals in Schotland. Maar wat is nu precies mannelijk? Ook het juninummer van het vrouwenmagazine Eva besteedde aandacht aan Adam, maar ook daar bleek: de man is veelzijdig. Een vleesetende, bierzuipende macho die rondscheurt in snelle auto's? Het is stereotiep. Zelf voldoe ik daar al helemaal niet aan, wat niet wil zeggen dat ik vuur stoken niet leuk zou vinden. En luie vakanties zijn niet aan mij besteed. Maar ja, is dat dan typisch mannelijk?
 

 

Ook de Bijbel wordt bevolkt door talrijke mannen en de verschillen zijn groot. Simson is duidelijk: deze Oud-testamentische Rambo staat stijf van de testosteron. De krachtpatser verslaat de Filistijnen bij bosjes, maar er is een zwakke plek: hij is nogal gecharmeerd van mooie vrouwen. De bekoorlijke Delila weet daar handig misbruik van te maken.

David lijkt bepaald geen macho, tokkelt op zijn harp en dicht liederen. Toch velt hij de reus Goliath en is als koning aanvoerder van het leger. Maar ook hier weer die zwakke plek: een mooie vrouw. Dit keer is ze van een ander en dat maakt zijn handelen nou niet bepaald fraai.

Jacob is een zachte jongen, houdt niet van de jacht. Maar hij is uitgekookt en sluw. Zijn tweelingbroer Esau is een ruige kerel, dikwijls agressief. Het is water en vuur tussen die twee, maar uiteindelijk komt het tot een verzoening en vallen ze elkaar in de armen.

En dan de man waar het in het christendom om draait: Jezus. Vaak geassocieerd met een op sandalen lopende langharige vredelievende hippie.

"Hij verjoeg de geldwisselaars van het Tempelplein, dus hij liet ook zijn spierballen zien," hoor je weleens zeggen. Maar dat is maar één scène uit het leven van Jezus van Nazareth. Misschien is doortastendheid en volharding wel zijn belangrijkste mannelijke eigenschap. Met als uiterste consequentie: het kruis. De ultieme opoffering voor de redding van ons allemaal.

Het voorbeeld voor ons mannen?