Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Schepping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schepping. Alle posts tonen

donderdag 7 januari 2016

Wie zette de tijd in beweging?

En weer zijn we een jaar verder. We gaan nooit eens een jaar achteruit. Altijd onvermijdelijk voorwaarts. Is er ooit een begin van de tijd geweest? Vroeger waren wetenschappers ervan overtuigd dat er nooit een begin was. Ruimte en tijd waren er altijd al.
Sinds de formulering van de big bang-theorie, de oerknal, loopt de redenering van wetenschappers opvallend gelijk aan die van de Bijbel. Er was wèl een begin. Het was ook een priester uit Leuven, Georges Lemaître, die als grondlegger van de oerknaltheorie wordt beschouwd.
 

 

Veel christenen worden een beetje zenuwachtig als je over de oerknal begint, maar ik heb dat niet zo. Wie veroorzaakte die alomvattende kosmische start? Misschien kun je Genesis 1 vers 1 wel als een oerknal-vers beschouwen: In het begin schiep God de hemel en de aarde.
Er zullen vast ook wetenschappers zijn die zenuwachtig worden van het gegeven dat Iemand de big bang zou moeten hebben veroorzaakt, want voor die Knal was er niets, dus ook geen Veroorzaker.
Ik denk dat God boven tijd en ruimte staat en er dus altijd al was, zelfs voor de tijd.
 
Op de vierde scheppingsdag schiep God de tijdmeters. Zon en maan interpreteren we, maar gek genoeg staat dat er niet. Toch zou je moeten concluderen dat God zon en maan heeft gecreëerd om ons een tijdsbesef te geven. Dag en nacht, de seizoenen, de jaren.
En daarom was het weer Oud en Nieuw. Dat tijdstip hebben we zelf bedacht, maar het was omdat de aarde er weer een rondje om onze zon op had zitten.
 
Alle lezers van mijn blog wens ik een voorspoedig 2016!
 

woensdag 29 juli 2015

Veertienhonderd lichtjaar van de Aarde


Mysterieuze roodrossige bergen verrijzen in een diepblauwe hemel. In de dalen zorgen duizenden planten- en bomensoorten voor een groene waas. Er zijn oceanen waarvan de lauwwarme golven de witte stuifstranden bespoelen.

Neuriënde bomen

Hij komt er graag. Hij geniet van de vlinders die zo groot zijn als adelaars. De reuzenvlinders klapwieken naar mammoetbomen die vol bedwelmende bloesems hangen. Andere bomen hebben een soort snaarachtige vruchten. Wanneer de wind erdoorheen waait, geeft dat een neuriënd geluid. Er zijn planten die bellen blazen waarin sporen zitten. De bellen zweven weg op de bries. Er wordt weer nieuw leven verwekt. En dan heb je nog de kwetterende bloemen en groene wolken van zwevend luchtwier.

Hij heeft dit alles geschapen. Ook de gigantische rupsen van de ‘adelaarvlinders’ die zich tegoed doen aan de miljarden mosplanten op de open plekken in het bos. Hij houdt de volmaakte ecologie in Zijn hand.
 

 

Het vakantieadres van de Eeuwige?

Hij komt er tot rust.
Natuurlijk, Hij rust in feite nooit. Hij houdt onze Aarde altijd in Zijn hand en kent alle zeven miljard mensenkinderen. Soms zondert Hij zich af op deze planeet zoals Hij zich destijds, in de gestalte van Zijn Zoon, af en toe terugtrok. Zoals een moeder die even een momentje voor zichzelf heeft, maar tegelijkertijd nog even veel van haar kinderen houdt en zorgt.

De planeet ligt 1400 lichtjaar van de Aarde. Onbereikbaar voor mensen. Hij heeft een grens gesteld aan wat mensen kunnen realiseren. En toch heeft Hij de mens een onvoorstelbaar knap brein gegeven. Onlangs hebben Aardbewoners aan de schommeling van een verre ster kunnen opmaken dat er een planeet omheen moet cirkelen die qua temperatuur en grootte weleens iets weg zou kunnen hebben van hun eigen wereld. Ze noemden het object Kepler 452b.


Koning van het heelal

Hij wandelt door de muzikale wouden van de verre planeet en neemt een duik in de lauwwarme oceaan. In minder dan een gedachte is Hij weer op Aarde en was eigenlijk nooit weg. Hij is overal en Hij is er altijd. Dat was altijd al zo en dat zal altijd zo blijven.

Hij houdt de Aarde en Kepler 452b in Zijn hand.

 

    

woensdag 8 juli 2015

De bomen doen hun beklag tegenover de Schepper


In het Grote Bos klaagde de hulst tegen zijn Schepper.

“Waarom heeft U me van die akelige stekelbladeren gegeven? Waarom geen blaadjes met een normale gladde rand, zoals alle andere bomen?”

En ook de rode beuk deed zijn beklag tegenover Hem die alles maakte.
“Alle andere bomen hebben groene bladeren, bij mij zijn ze rood. Waarom toch die afwijking?”

De acacia begon te mopperen:
“Waarom moet ik zo laat tot bloei komen? Het is vaak al bijna zomer als ik een keertje kom met m’n bloemen.”
 

De eik, de beuk en de kastanje begonnen eveneens bezwaren in te dienen.
“Wij zijn veel te groot en vangen daardoor veel te veel wind. En als het winter wordt, moeten we ons prachtige bladerdek weer laten vallen.”

Toen daalde de Schepper af naar het Grote Bos en wandelde door het groen. En Hij sprak tot de bomen:
“Prachtige hulst. In de winter blijf jij groen. Jij bent daarom het symbool van kerst geworden. Bovendien kunnen de vogels zich tussen jouw bladeren verstoppen. Niemand zal ze daar bedreigen omdat jij stekelbladen hebt.

En rode beuk. Jij bent al van verre te zien, iedereen zal jouw naam weten. Jij past prima in het veelzijdige kleurenpalet van de natuur.
 
 

Acacia. Als alle andere bomen zijn uitgebloeid, breng je een ieder tot verbazing als je je prachtige witte bloemen laat zien. De zomer is dan echt begonnen.

En luister goed kastanje, beuk en eik. Jullie reiken met jullie takken naar Mijn hemel. Jullie brengen schaduw als de zon warm en zinderend is. Wanneer de winter komt, moet je je bladeren loslaten en krijg je alle rust om in het voorjaar opnieuw heel veel bladeren te geven.”
 

Afgelopen weekend beleefden we een retraite in de natuur. We waren te gast bij De Spil in Maarssen. De regelmatige vieringen brachten rust. De natuur was inspiratiebron voor het geloofsleven. De vraag was: kun je troost putten uit de natuur?

Ik schreef het bovenstaande verhaal. Hoe verschillend iedereen ook is, onze eigenschappen en talenten passen prima in het onbegrensde kleurenpalet van Gods Koninkrijk.

 

woensdag 7 mei 2014

Geloven: werken en uitrusten


"Dames en heren, allemaal even uw aandacht. U kent Mij natuurlijk niet en daarom zal ik Mij even aan u voorstellen: Ik ben God. De Schepper van hemel en aarde en dus ook van u!"

Zo had de Bijbel kunnen beginnen. Ik denk dat de toehoorders al snel iets zouden hebben van: "Het zal wel..."

"In het begin schiep God de hemel en de aarde..." Zo begint de Bijbel wel. God gaat direct aan de slag. Eerst steekt Hij licht aan, want in de duisternis werken is onhandig. Hij spant de hemel over de aarde. Pakt een schep en gaat scheppen: zorgen dat al het water één kant op vloeit zodat er droge stukken ontstaan. Hij gaat zaaien en planten ontwikkelen, nog meer lampen aan de Zoldering bevestigen. Hij creëert dieren in het water, dieren op het land, zelfs in de lucht. En tenslotte de mens: wezens die op Hem lijken.

God ontwikkelt, bouwt op. God doet.
 


Jezus doet ook.

Na een carrière als timmerman, roept Hij volgelingen om zich heen en gaat op pad. Zijn eerste wonder is erg praktisch. Er is te weinig wijn tijdens een bruiloft in Kana. Dus, zorgt Hij er voor dat een stel vaten met water allemaal boordevol met wijn worden gevuld.
Dan gaat Hij verder. Geneest zieken en vertelt verhalen.

Misschien moeten wij ook wat minder theoretiseren en navelstaren. Gewoon gaan doen.
Geloven is doen.

Overigens: God rustte uit op de zevende dag en ook Jezus zocht regelmatig de rust op. Dus er is niks op tegen om dat voorbeeld op te volgen.
Geloven is ook rusten.

 

dinsdag 13 augustus 2013

Schitterende wreedheid


Een fruitvliegjesplaag in onze keuken. Het warme weer van de afgelopen weken heeft de kleine 'onweersvliegjes', zoals mijn moeder ze vroeger noemde, razendsnel doen vermeerderen.
Op een ochtend had zich in een hoekje van de keuken een spin gevestigd. Een enorm web in één nacht geweven. De slimme achtpotige wilde kennelijk wat verdienen aan de 'situatie' in de keuken en voor even was hij (of zij) mijn vriend(in). Want de spin kon voor mij de vliegjes vangen.
Helaas, na een halve dag was er nog geen resultaat, dus joeg ik het beest de keuken uit. Een lokdoosje dat een beetje werkt als een vleesetende plant bestrijdt nu de drosophila, zoals het fruitvliegje officieel heet.

 

De natuur is schitterend, maar ook wreed. Soms wil een predikant tijdens een zomerse zondagmorgen een ietwat luchtige preek houden over Gods Schepping, over hoe mooi Hij het allemaal heeft geconstrueerd. Maar, laten we eerlijk zijn: in de natuur heerst het principe survival of the fittest. Op de savanne kiest het roofdier het zwakste dier uit de kudde als prooi. Of een dier wordt net zolang opgejaagd en getreiterd dat het uitgeput raakt en dan komen de rovers...
Slangen vergiftigen of wurgen hun slachtoffers. Pasgelegde eieren met jong leven worden weer geplunderd. Sprinkhanen ontdoen het land van al het groen. Spinnen vangen, verlammen en zuigen uit. Het mooie vlindertje wordt uit het leven weggerukt door de lange kleverige tong van een kameleon. Vleesetende planten sturen insecten een wisse verteringsdood te gemoed.

"Ook bergen zijn helemaal niet mooi," hoorde ik eens iemand vertellen. "Bergen zijn het resultaat van de botsing tussen twee continenten. Zwitserland is één grote kreukelzone!"
 
Zo'n pessimistische kijk hoeft nou ook weer niet, maar duidelijk is wel dat de natuur onderworpen is aan de zondeval en de gebrokenheid. Heel de schepping zucht. Ooit zal het anders zijn: dan ligt de leeuw vredig te luieren naast het lammetje. Zijn leeuwen dan planteneters geworden? Worden spinnen werkeloos? Het zal onvoorstelbaar anders zijn. Misschien plukken we dan weer talloze soorten fruit van de bomen. Misschien is er zoveel fruit, dat we blij mogen zijn dat er tenminste fruitvliegjes in de lucht ronddansen.