Totaal aantal pageviews

woensdag 10 mei 2017

Postuum huwelijksjubileum

Op 11 mei 2017 is het precies vijftig jaar geleden dat mijn ouders in het huwelijk traden. Natuurlijk zal het op die dag geen groot feest zijn, want mijn ouders leven beiden niet meer. Het had gekund: in dat geval zou mijn moeder 91 zijn geweest en mijn vader de eerbiedwaardige leeftijd van 98 bereikt hebben. En toch is het goed om nog eens op die dag terug te blikken; ik heb nu eenmaal archivarissenbloed.
 

Er zijn fotoalbums. Een eenvoudig wit albummetje met zwart-wit foto’s en nog een fotoboek met overige foto’s – sommigen in kleur – en allerlei andere documenten, zoals felicitatiekaarten en heuse gelukstelegrammen.
’s Morgens op die bewuste 11e mei in 1967 vertrok mijn vader per auto met chauffeur van ’t Haantje naar Bejaardenhuis Sionshof. Daar werkte mijn moeder als hoofd van de keuken. Een haag van ouderen verwelkomden het bruidspaar.
Daarna naar het Delftse stadhuis waar mijn ouders om twee uur ’s middags elkaar het jawoord gaven.
 

Het is grappig om al die beelden weer te zien. Poseren bij het Stadhuis en in de tuin bij het Prinsenhof. Nichtjes Marjan en Irene waren bruidsmeisjes en hadden mandjes met bloemen.
Dominee Kreuzen zegende het huwelijk later die middag in. Dat gebeurde in Het Open Hof, die kerk bestaat allang niet meer. Evenals de Westerkerk trouwens, waar ze elkaar voor het eerst zagen.
Zelfs de liturgie is er nog. De dienst begon met Psalm 105:1 Looft, looft verheugd den Heer den heren, aanbidt zijn naam en wilt Hem eren.
 
’s Avonds was restaurant Wilhelmina de plek waar je moest zijn. Het gezelschap zat aan romantisch gedekte tafels met bloemstukken en kaarsen. Dit aten ze:
 
*Kleine hors d’oeuvre
*Heldere kippensoep
*Gevulde kalfsborst
*Mocca ijs met slagroom
- fruit
- mocca
 
Tijdens het feest daarna, in een zaaltje van Het Open Hof, waren er liedjes en gedichtjes. Het lettergedicht van tante Sjaan werd alom geroemd. Ik kan het moeilijk allemaal laten zien, maar pak er twee letters uit:
D is Delft, een oude stad.
In de Westerkerk vond Theo zijn jonge schat
O is het Ommetje dat Theo moet maken
Als Jopie soms in een driftbui mag geraken.
 
Op de volgende bladzijden van het album zijn vele kaartjes geplakt, soms met uitbundige bossen bloemen, anderen eenvoudig. Veel namen zeggen mij niets meer, maar ze deelden in de vreugde.
Vijftig jaar geleden.
 

woensdag 3 mei 2017

Zwarte humor in zwarte tijden



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt.

Mijn ouders waren jong toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Mijn moeder maakte het bombardement op Rotterdam mee, mijn vader moest zich verbergen voor de razzia’s.

Mijn beide ouders leven niet meer.

Wat bijvoorbeeld vergeten dreigt te worden zijn de vele spotliedjes en cynische uitdrukkingen die toen – dikwijls mondeling - de ronde deden. Het internet heeft wat dat betreft geen best geheugen. Hier en daar vind je wat. Op de site van het Verzetsmuseum kwam ik iets tegen en ik moest gelijk weer aan mijn moeder denken.




Hitler op z’n Japans is Foetsimoeti, op z’n Russisch: Slarottimof.

Rijkscommissaris Seyss-Inquart werd steevast Zes en een Kwart genoemd.



Uit mijn geheugen diep ik rijmpjes en grappen op die mijn moeder feilloos kon declameren.



Over de bombardementen:



Rustig kom ik aangevlogen en laat mijn bommen los.

En roep ‘Laat-ie fijn zijn!’ En morgen kom ik weer!



Mop over de verplichte verduistering van steden om geallieerde vliegtuigen te verwarren:



Waarom dragen alle Duitse jongetjes zwarte broekjes?

Alle reetjes moeten verduisterd zijn.



Over Hitler:



Sich Heil!!

Hitler in de teil

Zeven minuten kopje onder

En ’t is uit met dat gedonder.



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt en daarom moet het opgeschreven worden.

woensdag 12 april 2017

Politieke matroesjka's

Rusland, het geheimzinnige rijk achter het IJzeren Gordijn. Door een aardrijkskundeleraar – ten tijde van de Sovjet Unie – het Gemenebest der Gelukzaligen genoemd. Als de klas te onrustig werd, dreigde hij:
‘Als iemand nu nog een keer zijn mond open doet, ga ik concentratiekampje spelen. Mijn bureau is Moskou, de drempel is de Oeral en de rector is Siberië!’  
Inmiddels is het Rijk opengesteld, maar nog altijd onberekenbaar. Toch zwierf ik enkele jaren geleden gewoon door de straten van Moskou en besefte ik dat Europa zoveel meer is dan de EU. Europa, dat is dat continent dat zich uitstrekt van de Oeral tot aan de Azoren.  
 
 

In een souvenirshop aan de Arbat kochten we voor 3300 roebel  Matroesjkapoppetjes die de leiders van de Sovjet Unie en Rusland uitbeeldden. Van de aardrijkskunde naar de geschiedenisles. Lenin is de grootste, daarna volgen Stalin, Chroesjtsjov, Brezjnev en Gorbatsjov. Na het uiteenvallen van het ‘Gemenebest der Gelukzaligen’ volgen nog twee kleine poppetjes: Jeltsin en Medvedev.
Twee dingen vallen op: Andropov en Tsjernenko, twee communistische tussenpausjes uit de jaren tachtig, tussen Brezjnev en Gorbatsjov in, ontbreken. Ach, wie kent ze nog? Ze waren er maar kort.
Het tweede dat opvalt: Poetin ontbreekt. Toen we de poppetjes kochten was Medvedev president, na acht jaar Poetin. Maar hij kwam terug vanaf 2012. Misschien dat hij dacht: alles wel, maar dan word ik wel heel erg klein. Overigens waren er wel matroesjka’s met Poetin: meteen enige duizenden roebels duurder.
De politieke matroesjka’s kijken onze woonkamer in. Beetje controversieel is het wel; die tronie van Stalin bijvoorbeeld, de moordenaar van miljoenen. Niemand zal het in zijn hoofd halen de kop van Adolf Hitler in zijn huiskamer te plaatsen.
Enfin…
 

woensdag 5 april 2017

Bed, bad, brood...en barmhartigheid


Bed, bad en brood. Eind 2015 viel het toenmalige kabinet nog bijna over deze drie B-woorden in relatie tot het asielvraagstuk. En ook nu zijn ze weer actueel. Christenen zullen nog een vierde B willen toevoegen: Bed, bad, brood…en barmhartigheid. Dit was het thema van het afgelopen vriendenweekend in de bossen bij Beekbergen.

Als je één organisatie op zou moeten noemen die zich dagelijks met deze vier B’s bezighoudt, is het wel het Leger des Heils.


Zaterdagochtend ontvingen we daarom commissioner Hans van Vliet met zijn vrouw Marja. Hans is sinds 2010 commandant, maar hij en zijn vrouw staan al 42 jaar in dienst van het Leger des Heils. Dus wisten ze veel te vertellen. Toch is ‘barmhartigheid’ een woord dat je in het dagelijkse taalgebruik niet snel hoort. De Samaritaan was barmhartig, hij maakte het verschil door een mens weer op de been, op weg te helpen. En dat is wat het Leger des Heils wereldwijd doet. Ik moet dan denken aan de neonletters op de gevel in de Amsterdamse Wallen: “Wij geloven, maar niet in: zoek het zelf maar uit!”

Zondag kwam Paulien Zeeman bij ons langs. Namens Compassion, de organisatie waarbij je kinderen uit ontwikkelingslanden kunt sponsoren, diepte zij het thema verder uit.


Als je alle passages die in de Bijbel gaan over sociale gerechtigheid en barmhartigheid rood zou moeten onderstrepen, dan was je nog wel even bezig. Als de Schriftgeleerde aan Jezus vraagt: Meester hoe kan ik het eeuwige leven beërven?, komt Jezus met het verhaal van de Barmhartige Samaritaan.

Maar, goed doen heeft zo zijn valkuilen.

Je kunt zo gedreven zijn (je wilt de hele wereld redden) dat alles om je heen er niet meer toe doet en je God en je medemens (!) vergeet.
Je kunt je voortdurend schuldig voelen: jij bent rijk en zij zijn arm.

Als je barmhartigheid toont vanuit Christus’ bron, zijn je daden duurzaam. En het kan klein zijn. Jouw bestemming hoeft niet per se in Uganda te liggen. Toch maar eens die straatkrant kopen, of geld geven aan de Voedselbank…




donderdag 23 maart 2017

De granaatappel van Galaten


Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest?

Zo begint Lied 252 van het Liedboek der Kerken; we zongen het vaak. Die ‘vruchten’ komen uit de Brief van Paulus aan de Galaten ( Galaten 5 vanaf vers 22). Het zijn een negental goede dingen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Als je het stukje goed leest, kom je er achter dat het helemaal niet om ‘vruchten’ gaat, maar om één vrucht. Want het een kan niet zonder het ander: vrede en vreugde wel, maar als geduld bij je ontbreekt en je ook geen zelfbeheersing kunt opbrengen, schiet het niet erg op.

Misschien kun je de vrucht nog het best vergelijken met een granaatappel: de vrucht die uit verschillende partjes en eetbare zaadjes bestaat. De legende wil dat het een granaatappel was waar Eva in het paradijs van snoepte.

 

Die negen goede dingen vind je misschien te hoog gegrepen en soms leggen predikanten de lat erg hoog, want er bestaat ook nog een boom met een verderfelijke vrucht. Die bestaat uit: ontucht, zedeloosheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, geruzie, rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen. Dat zijn maarliefst veertien ‘kwade zaken’ en misschien wel vijftien als je het verschil weet tussen slempen en brassen.
Niet je eigen wil, maar de vrucht van de Geest. Mocht dat fruit erg hoog hangen, weet dan dat het een vrucht is dat nog moeten groeien. Misschien is de vriendelijkheid al rijp, maar moet het geduld nog wat verder gedijen.

donderdag 16 maart 2017

Zij wilden een koning en zij kregen een koning


In deze politieke tijden was afgelopen week een Bijbelkring over God en de overheid wel op zijn plaats.



Eeuwenlang werd het volk Israël bestuurd door Richters die door God werden aangesteld, maar op een bepaald moment wil het volk verandering. Het wil een koning zoals de omringende volkeren die ook hadden. We kunnen het verhaal lezen in 1 Samuël 8. Hoewel Samuël namens God de nadelen van zo’n koning opnoemt: je zonen moeten in militaire dienst, de vorst zal land en goederen vorderen, zal veel te veel macht willen hebben. Het volk blijft erbij: ze willen een koning en ze krijgen een koning.

Als je eindeloos blijft zeuren tegen God zal Hij je je zin geven, maar je krijgt dan ook de volle verantwoordelijkheid in handen.

We kennen het vervolg: vorsten komen en gaan. Er zaten goeden tussen, maar de meesten maakten misbruik van hun macht, voerden oorlogen, aanbaden afgodsbeelden.



In Romeinen 13 lezen we dat de overheid een instelling van God is. We moeten de overheid respecteren en dienen. De instelling is van Hem, de praktische invulling is aan de mens. Corruptie en dictatuur kunnen nooit van God zijn, het is wat de mens er van maakt.

Vergelijk het met een huwelijk. Een prachtige instelling, maar een slechte relatie wil niet zeggen dat het huwelijk als zodanig verkeerd is. Precies zo is het met de overheid.

Ik wens onze overheid veel wijsheid toe.




vrijdag 3 maart 2017

Op een dag ontdekten ze ons...


Op een dag ontdekten ze ons. Tijdelijk werden alle oorlogen gestaakt, dit had de mensheid nog nooit eerder meegemaakt. In feite wilden de Tumeralds een soort zending op de aarde bedrijven. Onze achterlijke consumptiecultuur en gewelddadige religies laten vervangen door de Spiritualiteit van het Licht.

Het lukte slechts ten dele, maar veel aardbewoners werden nieuwsgierig naar die andere wereld waar het allemaal veel vredelievender zou zijn. Sommigen vertrokken naar daar…





Rick bijvoorbeeld. Zit in een midlifecrisis, baan verloren, vriendin weg. Op zoek naar geluk op Tumerald. Oynte wordt zijn verplichte gids, hij raakt bevriend met planeet- en landgenote Femke. Als Oynte vertelt over helse zonsverduisteringen en de zoektocht naar de verloren geraakte Zonnesteen, een meteoriet die licht en liefde bevat, wil hij meedoen met haar queeste.



Femke is een pas afgestudeerde antropologe. Een vrolijke meid die daardoor verhult dat ze een stil verdriet met zich meedraagt. Lekker direct en soms wat brutaal, maar met een sterk rechtvaardigheidsgevoel.





Oynte is gids en leidsvrouw. Bezit een raadselachtige wijsheid, maar is ook weer niet onfeilbaar. Ze is diepgelovig en voelt zich geleid door de Godin die ooit de Zonnesteen zond. Ze laat zich leiden door de U’lara, het heilige boek dat verhaalt over de Schepster van licht en liefde en de Zendster van de meteoriet.

Zonder Oynte kunnen Rick en Femke zich maar lastig handhaven in die vreemde wereld met een totaal andere cultuur. Vooral voor een man alleen als Rick. Je kunt er dredds tegenkomen. Heldhaftige amazones die af en toe mannen ontvoeren om zich voort te kunnen planten.





Nieuwlichters

Maar er zijn veel grotere gevaren. Subtiele en geniepige tegenkrachten die er baat bij hebben dat die Zonnesteen nooit gevonden wordt.

De Nieuwlichters hechten geen geloof aan een Godin. Zij bouwen hun eigen wetenschappelijk verantwoorde minizon om de eclipsen te verlichten.



Heerseres van het heelal

En wat doet de Keizerin? De vrouw die zo beetje de macht heeft over heel Tumerald. Ze is een moederlijk type, maar wordt oud. Kroonprinses Tiannta staat te trappelen om de macht over te nemen en zij ‘gaat het heel anders doen.’

Ze is populair bij het volk. Zij zal die gelukzoekende Aardlingen, vooral de mannen, streng in de gaten houden. Bovenal wil zij de machtigste van het heelal worden. De Tumeralds zijn immers het Verheven Ras van het Universum.



Fantasy schrijven is verslavend…