Totaal aantal pageviews

vrijdag 28 maart 2014

Met je koffer dwars door Rome


Sciopero!

Rome heeft twee metrolijnen, uitstekend bus- en tramverkeer, maar als dat allemaal niet rijdt vanwege een algemene staking, heb je toch een probleem.

We waren er al voor gewaarschuwd door de verhuurster van ons appartement, ruim een kilometer ten noorden van Vaticaanstad. "Take a taxi from Ciampino Airport," was het advies. Ik zag het al voor me. Verstopte wegen, Italiaanse chaos en een snel stijgende taximeter.

Piazza del Popolo
 

Tijdens de vliegreis kon je echter kaartjes kopen voor particulier busvervoer naar Termini, het gigantische centraalstation van Rome. Dat ging uitstekend, de bus vertrok op tijd en binnen drie kwartier had Rome ons omsloten. Drukke straten, kolossale kerken, drommen mensen bij bushaltes. Zou het dan toch rijden? De enkele stadsbus die we zagen oogde opvallend leeg. Dat klopte niet. Dit wees op sciopero.

Inderdaad. Bij Termini waren de toegangspoortjes tot de ondergrondse met traliewerk afgesloten. Er zat niets anders op dan te lopen. De koffers wogen zo'n elf kilo, maar er zaten wieltjes onder en de zon scheen. De fonteinen lachten ons toe.

Ik had van tevoren de route al uitgestippeld. Vijf á zes kilometer, het moest te doen zijn.
Onze koffers ratelden als antieke Romeinse karren over de klinkers, losse tegels, tramrails. We omzeilden talloze geparkeerde scootertjes, snelle voetgangers en daar waar geen stoplichten waren staken we de straat maar pardoes over, in de hoop dat de auto's voor ons stopten. Zebrapaden bleken geliefde parkeerplekken te zijn van stijf tegen de stoep geplaatste automobielen. Smalle trottoirs, hellende trottoirs. Hoe doen rolstoelers dat hier? En mensen met kinderwagens?

 

Onderweg beeldengroepen en waterpartijen, abrikooskleurige gevels, kerken met heiligen en apostelen tegen de façades. Piazza di Spagna, Piazza del Popolo, een brug over de Tiber, lange boulevards door negentiende-eeuwse woonwijken en eindelijk de flat waar ons appartementje al op ons wachtte.   

De verhuurster was er niet meer, maar een oom die louter Italiaans sprak. En toch konden we hem wel min of meer begrijpen, of hoopten we maar dat we hem begrepen.

We hadden Rome al een beetje veroverd.

maandag 17 maart 2014

Christelijk cliche


"Hoe gaat het met je?"
"Goed. Zijn gangetje hè."

"Ga je nog wat leuks doen in het weekend?"

"Wat een regen. Ben je nog een beetje droog over gekomen?"

Zo maar enkele voorbeelden van uitgesleten opmerkingen die je bijvoorbeeld op je werk dikwijls kunt horen. Clichés. Je kunt er ook bijna niet onderuit. Met Oud en Nieuw ontkom je niet aan de 'beste wensen, beste wensen, beste wensen' en als je de Top 2000 op de radio hoort, verzucht je net als iedereen: "Ah, dat nummer van ABBA. Dat waren nog eens tijden!"


Ook in het bedrijfsleven kunnen ze er wat van:
"Er is door onze divisie ontzettend veel werk verzet afgelopen jaar. De focus lag vooral op onze kernkwaliteit dat we echt tot ons speerpunt hebben gemaakt. Het komende jaar zal een grote uitdaging worden. Het veranderproces van de mid-office biedt echter veel kansen om bruggen te kunnen slaan richting front-office."

Bla bla bla...

 

Ook binnen de kerk sluipt regelmatig het cliché binnen.

De voorganger roept: "Vanochtend gaan we God groot maken!" (Alsof wij mensen dat kunnen)
"We moeten er keihard voor bidden," zegt de een, de ander is nuchterder en zegt: "Ja maar het is bid en werk, hoor!"

Vroeger bij de jeugdvereniging gingen grapjes in het rond die zo langzamerhand platgetreden raakten: Als iedereen naar huis fietste, was er altijd wel iemand die zei: "Gods volk wordt uitgeleid."
Was het donker en iemand deed het licht aan, hoorde je: "Licht, en er was licht!"
Zadelpijn werd omschreven als 'zitvleesgeworden woord.'

Niet-gelovigen begrepen er geen snars van, maar sommige predikanten spreken ook vandaag de dag clichétaal.
"Wij zijn gereinigd door het bloed van het Lam. Christus die zijn kostbaar bloed voor ons heeft uitgegoten..." (Een bloederig verhaal allemaal, niet geschikt als je 'missionair' wilt zijn)

Of de enthousiaste zendeling:

"De Heer pakte me bij m'n kraag en zei tegen mij: Jan, jij moet naar Afrika. Nou ja, als de Heer dat tegen je zegt, dan gehoorzaam je hè."  (Hoe dan Jan? Heeft de Heer je hoogstpersoonlijk vastgepakt en toegesproken?)

Het cliché. Soms herkenbaar en gemakkelijk. Vaak ook een beetje hilarisch. Maar wil je als kerk goed communiceren met de ander, wees er dan een beetje zuinig mee.

 

 

 

woensdag 12 maart 2014

Stof en as zijt gij!


Hier is mijn voorhoofd, maak het grauw!

Gij zijt nabij, o dood, o kou:

gij die mij kent, en kennen zal

in 't allerlaatste carnaval.

 

 
Dit gedeelte van een gedicht van Jan Engelman stond op de liturgie van de avonddienst die wij vorige week bezochten in de Lutherse Kerk. Het was die avond Aswoensdag.

Niet alleen Rooms Katholieken, ook steeds meer protestanten halen tegenwoordig een askruisje. De oude verdroogde buxustakken die tijdens Palmpasen 2013 werden gebruikt, worden nu in een vuurkorf midden in de oude monumentale kerk gezet en in brand gestoken. Het vuur laait op en de rook stijgt naar het eeuwenoude gewelf. Met de as die zo ontstaat tekent de priester / voorganger een kruis op je voorhoofd en zegt: "Gedenk mens dat je stof bent en tot stof zult wederkeren."
Het zijn de woorden uit Genesis die God na de zondeval uitsprak.

Met Aswoensdag begint officieel de Veertigdagentijd, de tijd van vasten en bezinning.

Maar, met het kruisteken op je hoofd, draag je ook het symbool van Christus' overwinning op de dood met je mee. Hoewel de Veertigdagentijd nog maar net begonnen is, lonkt Pasen al.

Een indrukwekkend ritueel, deze avond.

maandag 3 maart 2014

Eilanden


Het thema van de Boekenweek dit jaar is 'Ondertussen ergens anders', oftewel: reizen.

Ik vind het leukste reisboek, of beter gezegd, het meest fascinerende geografische literaire werk dat ooit verschenen is, 'Eilanden' van Boudewijn Büch.  Hij beschrijft  daarin enkele tientallen eilanden, vaak onbetekende rotspunten of vliegenpoepjes op de wereldkaart. Van Bouvet bij de Zuidpool tot Palau in de Stille Zuidzee of Helgoland, het Duitse rotseiland, niet  ver van onze Wadden vandaan.
 
 

De manier waarop ik aan dat boekje ben gekomen is ook een beetje Büch-achtig. Tot mijn stomme verbazing kwam ik 'Eilanden' ooit tegen bij een obscuur boekhandeltje in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane. Kennelijk meegenomen door Nederlandse ontwikkelingswerkers. Ik weet niet eens meer met welke geldsoort ik betaalde: Thaise bath, Laotiaanse kip, of gewoon met euro's.

Büch moest talloze kranten- en tijdschriftartikelen doorworstelen, in bibliotheken struinen om aan zijn informatie te komen en bovendien bezocht hij zo ongeveer de helft van zijn beschreven eilanden.
Ik ben benieuwd hoe het - zo'n twee decennia later - nu met die eilanden vergaat. Via het wereldwijde web kom inmiddels je overal.
St. Helena midden in de Atlantische Oceaan bijvoorbeeld (ooit het verbanningsoord van Napoleon) verwelkomt enthousiast toeristen. Büch beschreef het al: het eilandje onder de Britse kroon is niet per vliegtuig bereikbaar. Wil je er naar toe, dan moet je naar Kaapstad vliegen en je daar inschepen op de postboot die er vijf dagen over doet om het 'hoofdstadje' Jamestown te bereiken. Lang zal deze reizigersromantiek niet meer duren, want over twee jaar is het gloednieuwe vliegveld gereed.

Clipperton is een heel ander verhaal. Een verschrikkelijk eenzaam atolletje, 3000 kilometer ten westen van Panama, midden in de Stille Oceaan. Misschien wel de meest afgelegen plek op aarde. Is daar een website van? Ik vond er eentje, een Franstalige site, omdat het vlekje Frans is. Waarom? Dat staat allemaal in 'Eilanden' van Büch. 

Af en toe bezoeken wetenschappers het onbewoonde eiland en maken foto's voor op de site. Je ziet kale witte zandvlaktes met een paar palmboompjes, rotsen met broedende vogels. Het is zo ver weg en zo onbereikbaar.

Met 'Eilanden' ben je nog altijd ondertussen ergens anders.

zondag 23 februari 2014

Dure suiker


Dat Hoe duur was de suiker? van Cynthia McLeod een bestseller was in Suriname, wist ik pas toen ik van het najaar naar Suriname ging. Dus eenmaal weer thuis, las ik het boek. Verbazingwekkend dat ik dit aspect van de Surinaamse, en dus ook van de Nederlandse, geschiedenis nooit op school te horen heb gekregen.  Het decadente leven van plantersfamilies met hun slaven. Slaven die zelfs geacht werden de schoenen van hun misi of masra uit te trekken of aan te doen, terwijl ze zelf geen schoenen mochten dragen. Het boek beschrijft ook de vriendschappen en relaties tussen blanken en slaven en we lezen dat slavinnen kinderen van de blanke planters zogen en opvoeden. Dat alles in een tijd waarin opstandige Marrons steeds meer plantages overvielen. Soldaten uit Nederland werden ingezet om de opstand tot staan te brengen, hetgeen niet erg lukte. Oerwouden vol onbekende insecten, verraderlijke moerassen, een vochtig en heet klimaat, een tegenstander die guerrillatactieken gebruikte, het was geen omgeving waar bakra's (blanken) konden aarden.

 
Koloniaal huis in Nieuw Amsterdam

Het boek van McLeod is verfilmd, maar er is ook een vierdelige Tv-serie van gemaakt die de VARA op zaterdagavonden uitzendt. En zo krijg ik van het verhaal nu ook een beeld. Dat de serie in Zuid Afrika is opgenomen omdat er in Suriname geen suikerplantages meer zijn, doet daar weinig aan af.

 

Joodse planters spelen een hoofdrol in het boek en vorig jaar september was ik in Jodensavanne. Slechts een ruïne van een synagoge is alles wat er nog van rest. De begraafplaats is met veel moeite aan de oprukkende jungle ontworsteld. We goten wat water over de grafstenen zodat we de teksten konden lezen: veel Spaanse en Portugese namen, soms in Hebreeuwse letters.

In de loop van de 19de eeuw verlieten steeds meer mensen de plantage. Jodensavanne werd in 1832 door brand verwoest.

 

Zoals ik onder het kopje 'Puin en roest' in oktober vorig jaar al schreef: van de Surinaamse plantagecultuur is weinig meer over. Maar ruïnes, monumenten en vooral romans en series zijn daarom des te belangrijker, omdat dit deel van de geschiedenis nooit vergeten mag worden.

vrijdag 14 februari 2014

De Bijbel psychologisch ontrafeld


Arend heeft even geen inspiratie voor een blog.
Misschien kan ik iets proberen....ik zat laatst te denken aan de levensfasen van de psycholoog Erikson, kun je die in de Bijbelse geschiedenis passen? Ik ga een poging wagen.
 

Baby in het Paradijs

De eerste fase (de babyperiode) is die van het onvoorwaardelijke vertrouwen. Toen God de wereld schiep, verkeerden Adam en Eva in die fase. Ze leefden veilig en zonder zorgen in het Paradijs en hadden eten genoeg. Ze vertrouwden blindelings op God.

Dan volgt de onafhankelijkheid. Adam en Eva ontdekken dat je ook 'nee' tegen God kunt zeggen. De 'ik wil het zelf doen-fase' van de mensheid breekt aan.
 

Blokjes stapelen

Nu moeten de mensen wel zelf initiatieven gaan nemen. Er wordt van alles ondernomen. Met blokjes proberen ze een hele hoge toren te bouwen, maar God wil dat ze de aarde gaan bevolken. De eerste stapjes worden gezet, de wereld wordt nieuwsgierig verkend.
Dat loopt dikwijls uit de hand, dus God probeert enige structuur aan te brengen: de Wet is een feit. Mensenkinderen moeten stenen tafels leren.
 

 

In de woestijn worden de vluchtelingen uit Egypte pas echt een volk. Ze moeten samenwerken en heel veel leren. De competentiefase begint: welke God is de sterkste? Het Gouden Kalf of JHWH?
Helaas, het wordt zitten blijven. Veertig jaar in de woestijn. Weer leren om elkaar, en bovenal God, te vertrouwen.
 

Bijbelse puberteit

Eenmaal in Kanaän wordt identiteit ontwikkeld. Wie zijn we? Wat willen we worden? We willen een koning, net als iedereen. Bijbelse puberteit: de ene keer houden de mensen zich prima aan de regels, het andere moment schoppen ze er tegen aan. Ik ga wel naar een ander huis: naar Baäl of Asjera!
Op een keer wordt Vader ontzettend boos. Er volgt een zware straf: naar Babel. Een schorsing die zeventig jaar duurt. Daarna is Pa weer goed met Zijn kinderen.
 
Op een dag wordt de mens verliefd. "Volg mij," zegt Jezus en al het andere doet er niet meer toe. Achter Hem aan die zo mooi kan vertellen. De intieme fase in de Bijbel vangt aan. Jezus die om mensen geeft en zieken geneest. De liefde gaat zo ver dat Hij voor alle rottigheid die de mens heeft uitgehaald de straf draagt. Maar, Hij overwint de dood en wil voor altijd bij de mens, Zijn bruid wonen. De Bruid zegt ja, want een relatie met Jezus is het mooiste dat er is.
 

Huwelijksproblemen

Is nu alles pais en vree? Helaas kent het huwelijk na een tijdje beslist problemen. Er worden veel kinderen geboren die onderling regelmatig slaande ruzie zoeken. Desondanks wordt de goede boodschap aan de volgende generatie doorgegeven.
 

De mensheid bevindt zich nu in deze zevende fase, de fase van de middelbare leeftijd. De achtste fase, die van de aanvaarding en de tevredenheid, kortom: de ouderdom, die moet nog komen. Ouderdom komt met gebreken, zeggen ze. Misschien is dat de eindtijd, de visioenen in Openbaring. Maar uiteindelijk zullen alle tranen van de ogen worden afgewist.

En soms kun je ook persoonlijk in een of  meerdere fases zitten. Je wilt onafhankelijk van God zijn, je hebt regels nodig, of je ontdekt dat het allemaal om relaties draait.

De Bijbel psychologisch ontrafeld!
 
 

Nicolien

donderdag 6 februari 2014

Remedie tegen Bijbel-moeheid

Zelfs de fanatiekste predikant of de meest enthousiaste evangelist, zal het moeten toegeven: er is één groot nadeel aan de Bijbel. Het boek heeft bijzonder veel bladzijden, het is te veelomvattend, kortom de Bijbel is dik. In feite is de Bijbel een bibliotheek van tientallen boeken, hoewel er wel wat dunne briefjes tussen zitten. Ik heb ooit een poging ondernomen om de gehele Bijbel van Genesis tot Openbaring te lezen, maar ik strandde op een gegeven moment in de woestijn. De vele voorschriften in Leviticus, ik kwam er niet meer doorheen. Dit gedeelte geeft heel veel praktische voorschriften op bijvoorbeeld het gebied van hygiëne en sociale omgang, maar laat zich niet lezen als een roman. Ook de brieven van Paulus zijn soms lastig te doorworstelen met al die ingewikkelde zinsconstructies. Kortom: op een gegeven moment kun je Bijbel-moe raken. Als je door de vele letters het Boek niet meer kan zien, is er een aardige remedie: het lezen van een kinderbijbel. We zijn enkele weken geleden begonnen en ineens worden alle verhalen - op eenvoudige wijze verteld - weer helder. Door alle ingewikkelde verhaallijnen zie je steeds een rode draad: God werkt door mensen en gebeurtenissen heen. We zijn nu bij Jozef die naar Egypte werd gevoerd. Het duurt nog wel even voordat we bij Openbaring zijn aangekomen, want ook een kinderbijbel is geen dun boekje.