Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label plantages. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plantages. Alle posts tonen

zondag 23 februari 2014

Dure suiker


Dat Hoe duur was de suiker? van Cynthia McLeod een bestseller was in Suriname, wist ik pas toen ik van het najaar naar Suriname ging. Dus eenmaal weer thuis, las ik het boek. Verbazingwekkend dat ik dit aspect van de Surinaamse, en dus ook van de Nederlandse, geschiedenis nooit op school te horen heb gekregen.  Het decadente leven van plantersfamilies met hun slaven. Slaven die zelfs geacht werden de schoenen van hun misi of masra uit te trekken of aan te doen, terwijl ze zelf geen schoenen mochten dragen. Het boek beschrijft ook de vriendschappen en relaties tussen blanken en slaven en we lezen dat slavinnen kinderen van de blanke planters zogen en opvoeden. Dat alles in een tijd waarin opstandige Marrons steeds meer plantages overvielen. Soldaten uit Nederland werden ingezet om de opstand tot staan te brengen, hetgeen niet erg lukte. Oerwouden vol onbekende insecten, verraderlijke moerassen, een vochtig en heet klimaat, een tegenstander die guerrillatactieken gebruikte, het was geen omgeving waar bakra's (blanken) konden aarden.

 
Koloniaal huis in Nieuw Amsterdam

Het boek van McLeod is verfilmd, maar er is ook een vierdelige Tv-serie van gemaakt die de VARA op zaterdagavonden uitzendt. En zo krijg ik van het verhaal nu ook een beeld. Dat de serie in Zuid Afrika is opgenomen omdat er in Suriname geen suikerplantages meer zijn, doet daar weinig aan af.

 

Joodse planters spelen een hoofdrol in het boek en vorig jaar september was ik in Jodensavanne. Slechts een ruïne van een synagoge is alles wat er nog van rest. De begraafplaats is met veel moeite aan de oprukkende jungle ontworsteld. We goten wat water over de grafstenen zodat we de teksten konden lezen: veel Spaanse en Portugese namen, soms in Hebreeuwse letters.

In de loop van de 19de eeuw verlieten steeds meer mensen de plantage. Jodensavanne werd in 1832 door brand verwoest.

 

Zoals ik onder het kopje 'Puin en roest' in oktober vorig jaar al schreef: van de Surinaamse plantagecultuur is weinig meer over. Maar ruïnes, monumenten en vooral romans en series zijn daarom des te belangrijker, omdat dit deel van de geschiedenis nooit vergeten mag worden.

woensdag 23 oktober 2013

Puin en roest


Verzamel geen aardse schatten, want ze zullen aangevreten worden door roest en mot.

Ik moet daar aan denken tijdens een fietstocht door Commewijne, even buiten Paramaribo. We fietsen daar - in de bloedhitte van 35 graden - door plantagegebied. Eeuwenlang werden hier tropische gewassen verbouwd. Economisch rendabele ondernemingen zetten slaven aan het werk, dorpen werden gebouwd, fabrieken neergezet. Winsten gemaakt.

Uiteindelijk bleek er geen zegen op te rusten.

Toen 150 jaar geleden in Nederland de slavernij werd afgeschaft, verdwenen van lieverlee de spotgoedkope arbeidskrachten waar het complete raderwerk op draaide. Er kwamen Hindoestanen uit Brits Indië en Javaanse arbeiders uit 'ons' Indië voor in de plaats.
 
 

Nu, anderhalve eeuw later, is er van die plantagewereld vrijwel niets meer over. In Frederiksdorp zie je nog gerestaureerde plantagewoningen, voor de rest zijn het vooral de namen die herinneren aan het verleden: Rust en Lust, Dordrecht, Voorburg.

We krijgen een rondleiding door suikerplantage Mariënburg. De man, met Javaanse wortels, brengt ons op een plek die bezig is volledig te vergaan. Het oerwoud neemt  bezit van de suikerfabriek, bromelia's breken door het dak, wortels dreigen de fabrieksvloer te vernielen. Iets verderop moet ooit een hal gestaan hebben met stoomturbines. De hal is verdwenen, de machinerie compleet verroest. Werkspoor Amsterdam kan ik nog ergens op een ketel lezen.
Tussen het gras en de mierenkolonies ontwaar ik een spoorstaaf. Vogels nestelen zich in halfvergane stoomlocomotieven.

 

Niets is hier blijvend, niets is hier blijvend, galmt het door mijn herinnering. Op zondagavonden draaide mijn vader dikwijls deze plaat met mannenkoor en sonore solozang. Alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan.

In ons overgeorganiseerde Nederland misschien een vreemde gedachte, maar inderdaad, alles wat we als mensen gebouwd en gerealiseerd hebben kan ook uiteindelijk weer vergaan.

Met een vreemd gevoel verlaat ik plantage Mariënburg. Plantage 'Puin en Roest' zou tegenwoordig een betere naam zijn.