Totaal aantal pageviews

dinsdag 17 juli 2012

Het verhaal van de slang

Dat hele paradijs-project was natuurlijk gedoemd te mislukken. Mensen houden best van een luilekkerland waar ze heerlijk naakt door heen kunnen dartelen en ze van elke boom vruchten kunnen plukken, maar dan moet je er niet een boom tussen planten met een eetverbod. Alles wat je verbiedt, is juist aantrekkelijk, toch?

Ik vroeg aan Hem: "Waarom die boom?"
Antwoordde Hij: "Ik wil dat ze kunnen kiezen. Dan weet ik pas echt dat ze van Mij houden."

Ik vond het zwak. Liefde...ik heb er niks mee. Die boom was een zwakke plek in het paradijs, dus zag ik mijn kans schoon. Die vrouw liep een beetje om die verboden boom heen. Een uitstekende verleidingstactiek is om de boel nog eens extra te dramatiseren, dus ik vroeg aan haar:

"Hai Eva, wat heb ik nou gehoord? Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?"

"Welnee," antwoordde ze. "We mogen van alle bomen eten, behalve dan van deze hier. Die mogen we zelfs niet aanraken. En als we er toch van eten, zullen we sterven."

Geweldig dat mensen niet goed kunnen luisteren. Niet aanraken? Dat had God helemaal niet gezegd. Ik liet haar lekker in die waan.

"Jullie zullen helemaal niet sterven, hoe kom je erbij?" Gewoon glashard liegen. Twijfel zaaien. "Integendeel, God weet dat bij jullie de ogen zullen opengaan wanneer je daarvan eet, dat jullie dan als God zelf zullen zijn. Je zult dan kennis hebben van goed en kwaad. En dat willen jullie vast, want ik krijg nu de indruk dat Hij jullie een beetje dom houdt."

Zij begon, eerst aarzelend, daarna meer vastberaden, de vruchten te plukken. Ze merkte natuurlijk dat 'aanraken'  helemaal geen nare gevolgen had, dus dacht ze: kan ik ze ook wel eten. Nou, ze at er van en genoot. Ondertussen was de man er ook bijgekomen. Ik had hem niet eens opgemerkt. Hij moest ook proeven. Die sul stond erbij en keek er naar. Deed vrolijk mee.

Op dat moment trok ik mij terug. Je moet niet blijven hangen bij het 'plaats delict.' Ik zag op afstand dat ze met vijgenbladen in de weer waren. Ze schaamden zich voor hun naaktheid. Wel heb je ooit. Een stel dat bang is voor bloot. Ik had de eerste relatiecrisis veroorzaakt en later begonnen ze zich te verstoppen voor God... Alsof zoiets kan.

De rest van het verhaal kennen jullie. Voor straf kruip ik op mijn buik overal rond en glip ik overal tussendoor. Zolang het nog kan, want Hij heeft een krankzinnige daad gepleegd door Zijn enige Zoon te offeren waardoor de dood niet meer het absolute einde is. Tegen zoveel bespottelijke opofferingsgezindheid kan ik niet op. Ik geef toe: ik speel een verloren wedstrijd, maar zolang de Scheidsrechter nog niet heeft gefloten, ga ik door met verleiden, verwarren, verdraaien. Ik heb het voor elkaar gekregen dat velen twijfelen aan het bestaan van Hem.

Ze moesten eens weten...

woensdag 11 juli 2012

Blikken op blog

Het is vakantietijd, dus dit keer een lichtgewicht blogje over blik...

Blik is het 'plastic' van vroeger. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw werd het materiaal steeds massaler toegepast. Je kreeg ingeblikt voedsel, maar ook ingeblikt vervoer (auto's),  ingeblikte dromen (films) en vrolijkheid in blik (bier).

Wie komt ze niet tegen in de keukenkastjes? Dat blikken trommeltje met Delfts Blauwe print, de busjes van Van Nelle en Droste, die hippe knaloranje jaren '70 voorraadbussen. Overigens kun je op rommelmarkten en bazaars genoeg nostalgisch blik terugvinden.

We gebruiken ze nog altijd. Rijst, macaroni, pannenkoekenmeel of thee. De blikken opbergbus lijkt onverslijtbaar. En anders kunnen we er nog altijd lego in opbergen, of spijkers, postzegels, elastiekjes...

Ons leven wordt beheerst door blik. Wie houdt er niet van om ergens snel even een blik in te werpen? Om maar te zwijgen over steelse blikken, afkeurende blikken of zelfs wulpse, kwaaie en dodelijke blikken.

Dat laatste kun je maar beter geen blik waardig gunnen.

dinsdag 3 juli 2012

Zwager en zwager

Een blog van Nicolien


Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk, aldus de Bijbel in Leviticus 18: 22

Mijn broer Benjamin is homo.


Ik weet het nog goed. We waren net getrouwd en woonden in Amstelveen. Mijn broer kwam een dagje langs. Gezellig, vond ik, maar hij deed zenuwachtig en wilde iets met ons bespreken. Het hoge woord kwam er uit: hij viel op jongens. Ergens had ik wel een vermoeden, maar ik hoopte dat ik er naast zat.


Ik heb absoluut schatten van ouders, maar met seksuele voorlichting hadden ze grote moeite. Mijn moeder moest natuurlijk op een gegeven moment wel iets vertellen, voordat het 'schoolplein' mij dingen zou bijbrengen. Seks was beslist plezierig, hoorde binnen het huwelijk en je kon er baby's van krijgen. Maar homoseksualiteit? Een andere planeet. Als je die gevoelens had? Onderdrukken en bidden dat het ophield.

Ik heb er slapeloze nachten van gehad, in Bijbelteksten zitten peuteren, voor mijn broertje gebeden. Hele gesprekken met Arend gevoerd. Wat was zijn lot? Uitsluiting, eenzaamheid? En ik wist niet hoe mijn ouders en mijn zus er op zouden reageren, want Arend en ik waren de enigen aan wie hij het had toevertrouwd.


Mijn ouders reageerden niet echt geschokt, eerder verdrietig, hadden het ook wel een beetje gedacht. Benjamin zocht aanvankelijk geen relatie. Maar ja...wie verlangt er niet naar liefde? Dus na acht jaar stelde hij Coen aan ons voor. Een zoon van een predikant uit de bevindelijke hoek. Een leuke en aardige jongen.
Inmiddels zijn ze getrouwd. Arend noemt Ben en Coen zijn 'zwager en zwager'.


Verwacht van mij geen theologische beschouwingen en ethische analyses. Ik ben een nuchtere Gereformeerde vrouw en toch kreeg ik tijdens mijn intense worstelingen een droom. Ik liep met zware koffers te zeulen. Ik zag dat Benjamin mij tegemoet kwam. Hij wilde mij omhelzen, maar ik kon dat niet omdat ik koffers vol vragen en zorgen vasthield. En toen ineens...ik liet die koffers los en nam mijn broer in mijn armen.


Ik zoek niet meer naar antwoorden. Ik heb het losgelaten en daardoor heb ik weer alle ruimte om te houden van mijn broertje. Ik denk dat God dat ook van ons vraagt: dat we elkaar liefhebben en niet veroordelen. Want God is zoveel groter dan wij vaak denken.


Nicolien

dinsdag 26 juni 2012

De kerk en het doolhof

Al dwalend door het Amsterdamse doolhof in het Arnhemse Openluchtmuseum kwam ik een trappetje tegen dat naar een plateau leidde. Boven de talloze heggetjes en dwaalwegen kon ik het Zeeuwse kerkje zien liggen. De kerk als baken in de dwaaltuin die 'maatschappij' heet? Was het maar zo ideaal. Want de uitweg uit het labyrint liep niet naar de kerk, maar naar het restaurant.


De tweede foto laat de mogelijke reden zien. Het is een hele christelijke foto, want we zien er vele kerken op afgebeeld. De één met een traditioneel torentje, de ander moderner met een soort piramidedak. Er zijn bescheiden kerkjes (zelfs een huisgemeente) en er is een Godshuis met een hoge toren die denkt daardoor dichter bij de Almachtige te kunnen komen. Er loopt zelfs een muur tussen een aantal kerken. Kennelijk was daar sprake van een afscheiding.

Een beroemde quote van Nicolien luidt: "Door de vele kerkjes kunnen we God niet meer zien." En ze voegt er dan altijd aan toe: "Als we engelen waren geweest dan hadden we geen kerk nodig om God te prijzen, maar ja we zijn nu eenmaal mensen en mensen houden van kerkjes bouwen, vooral Gereformeerde kerkjes..."

En daar zit het probleem. We bedoelen het best goed, maar we schieten te kort. Toch ben ik er van overtuigd dat God langs de torens en door het metselwerk heenkijkt en dan mensen ziet. Mensen die hopelijk zelf de Kerk vormen.

dinsdag 19 juni 2012

Oranje Wave

Zaterdagmiddag 25 juni 1988. Een grote groep jongens en meisjes van rond de twintig loopt van het evenemententerrein bij Biddinghuizen naar een hal die in de volksmond bekend staat als De Akkerbouw. Ze zijn zomers gekleed en de meesten hebben iets van rood-wit-blauw of oranje aangetrokken. Oranje petje of sjaaltje, ook dat is prima. Eén marcheert er zelfs met de Nederlandse vlag.

WAVE '88. In mijn archief heb ik een stencil-achtige brochure gevonden en alle herinneringen komen weer boven. WAVE '88: later zul je je kleinkinderen oprecht, misschien met een traantje wegpinkend, kunnen zeggen: "Ik was er die eerste! keer al bij ...", vermeldt de inleidende tekst.

Een sportief weekend in de Flevopolder, georganiseerd door de Captainsclub, jongerenonderdeel van de Navigators. Er werd gevoetbald en gevolleybald, er was tijd voor muziek en bezinning en 's avonds barstte de WAVEline los: een uitbundig 'uit-je-dak'- feest dat tot in de kleinste uurtjes voortduurde. Aan slapen deed je in die tijd niet.

Wat de organisatoren natuurlijk niet konden bevroeden was dat die zonovergoten 25ste juni ook de dag werd van de Finale. Maar, ze hadden het er keurig ingeroosterd.

De wedstrijd werd op een groot scherm geprojecteerd. Toeters, vlaggen, gejuich. Ons legendarische elftal tegen de Russen. We leefden in een flow, in een oranje droom en je wist: dit gaat gewoon lukken. Gullit en van Basten. Twee - nul. De Akkerbouw begaf het bijna. Nederland was kampioen.

Van WAVE is later weinig meer vernomen. Hoewel... Captainsclub heet nu LEF en de jaarlijkse weekenden heten Xtreme, vond ik na een korte Google-search.

En het Europees Kampioenschap? Ik ben bang dat het net zo'n once in a lifetime experience is gebleken als WAVE '88.

Maar ik was erbij die eerste keer!

maandag 11 juni 2012

Schaduwlanden

De hel is een grauwe regenachtige stad waar de zon aanstalten maakt onder te gaan. Toch heeft de hel best aantrekkelijke kanten. Materieel gezien kun je er alles krijgen. Denk het en het is er. Een mooi huis? Je verzint het en het staat er! Men is er het liefst alleen, dus als het ergens niet bevalt, verhuizen de helbewoners eenvoudig een stuk verderop waar ze weer nieuwe huizen bedenken. Daardoor heeft de hellestad astronomische afmetingen gekregen: van het centrum naar de buitenwijken is het al gauw enkele lichtjaren. Een stad van verlatenheid en leegte.

Er wordt een busexcursie naar de hemel georganiseerd. Er zijn er maar weinig voor te porren en de mensen die er komen, ontdekken dat ze zwakke schimmen zijn in een hyperrealistische wereld waar de zon op het punt staat op te komen. Het landschap is weliswaar adembenemend mooi, het gras is er echter zo hard als staal en waterdruppels zijn  als kiezelsteentjes. Blinkende geesten komen de schimmen liefdevol tegemoet, maar de helbewoners vertrouwen de wezens niet.

Het was alweer een tijdje geleden dat ik De Grote Scheiding van C.S. Lewis had gelezen, dus een herlezing fascineerde me beslist.
De vraag die opduikt: is er daadwerkelijk een weg van de hel naar de hemel? Is de hel dan toch niet definitief? Een Stevige Geest (bij leven een predikant) legt aan de ik-persoon uit dat je na je dood in schaduwlanden terechtkomt. Het Schaduwland des Doods is nog niet definitief de hel en het Schaduwland des Levens is nog niet definitief de hemel. Als in de hemel de Grote Morgen aanbreekt zal dat voor de hel de Grote Nacht zijn.

Het boek maakte bij mij de beklemmende realiteit los dat hemel of hel een eigen keuze van de mens is. Daarbij is die hel op het eerste gezicht nou ook weer niet hondsberoerd. Mogelijk houd je het er nog wel een tijdje uit, maar daardoor ontgaat je het zicht op de onvoorstelbare Werkelijkheid van de hemel. Geloof je ook daadwerkelijk dat het Schaduwland des Levens te vertrouwen is? Het is als met een grote overstroming: pak ik ook echt die touwladder die uit de helikopter hangt en die mij naar een droge plaats zal voeren? Of denk ik dat ik uiteindelijk mijzelf wel kan redden?

Lewis zet je behoorlijk aan het denken.

(De Grote Scheiding: een droom / C.S. Lewis, 1946, 112 p.)

dinsdag 5 juni 2012

Rode dennenboom

Diep paars, soms wit met een zweempje roze, dan weer vlammend rood... Het is weer rododendron-tijd. De foto's zijn genomen in het Arnhemse Sonsbeek-park en Zypendaal waar we vorige week de gebloemde struikachtigen zagen schitteren onder een hete Pinksterzon.


Ik weet dat mijn moeder ze ook heel bijzonder vond, maar als kind verstond ik de naam niet goed en maakte er "rode dennenboom" van. Ik vond ze wel helemaal niet op dennenbomen lijken, maar goed, als kind begrijp je wel meer dingen niet. Ik kwam er achter dat het rododendrons waren door het liedje van Tol Hansse dat destijds even een tophit werd: 'Achter de rododendron zat Mien in haar nachtjapon'. Een merkwaardig liedje was het wel. In het tweede couplet zat ze er in haar trouwjapon en tijdens vers drie bevond ze zich zelfs zonder japon achter de rododendron.


Later fantaseerde ik dat ik een Middeleeuwse ridder was die in een groot kasteel woonde met een landgoed er omheen vol met rododendrons. Daar zou ik dan wandelen met de mooiste prinses van mijn dromen. Helaas, in werkelijkheid zou de kleurrijke heester pas in 1680 in Nederland worden geïntroduceerd. In de Middeleeuwen waren ze hier helemaal nog niet. Natuurlijk wel in de Himalaya en in het Japanse en Koreaanse bergland waar ze oorspronkelijk vandaan komen.

Het blijven prachtige, ietwat exotisch aandoende planten. En ze geven een roze-paars-rood tintje aan het voorjaar.