Totaal aantal pageviews

dinsdag 20 november 2012

De wieg van Sinterklaas


Komt Sinterklaas uit Spanje? De Goedheiligman mag er nu jaarlijks per stoomboot van weg varen, zijn wieg staat in Turkije. Naast de tulp is dus ook onze goedgemutste kindervriend helemaal geen oer-Hollands symbool, maar afkomstig uit het Morgenland.

Aangezien we in september toch van Kaş naar Antalya reden, konden we gelijk even een stop maken in Demre, het antieke Myra, waar de echte Sint Nicolaas vandaan komt.

Een decembergevoel krijg je trouwens in deze omgeving niet: zonovergoten kusten en een blauwe zee nodigen uit tot zwemmen en varen.

Officieel is Sinterklaas geboren in Patara, maar de kerk waar hij bisschop was, staat in Demre. Als we de parkeerplaats oprijden, zien we al diverse touringcars staan, sommigen met Cyrillische lettertekens. Want Sint Nicolaas bezorgt ons niet alleen een heerlijk avondje, hij is ook de beschermheilige van Rusland en wordt behoorlijk vereerd binnen de Oosters Orthodoxe Kerk. Volgens de legenden verrichtte de bisschop allerlei wonderen. Zo zou hij kinderen tot leven hebben gewekt en een storm op zee tot bedaren hebben gebracht, alsof hij Jezus Christus zelf was.
 
We zijn de kerk - die deels een ruïne is - nog niet binnen of een invasie Russische toeristen marcheert onze kant op. We kunnen de fresco's in heldere kleuren voorlopig vergeten. Met fototoestel of smartphone leggen ze alles vast. Een stel zomerse Russinnen in minirok poseren tegen een pilaar, anderen lopen al kruisjes slaand door de gewelven en de binnenplaatsen. Maar binnen een kwartier zijn ze al weer verdwenen en kunnen we alles op ons gemak bekijken.

Als een volgende colonne touringcars met Russen nadert, besluiten we er stilletjes vandoor te gaan. Tijd voor koffie op een terrasje. Hoewel...je kunt er ook warme chocolademelk krijgen.

dinsdag 13 november 2012

Zijn Opwekkingsliedjes te vrouwelijk?

Houd mij vast / laat uw liefde stromen / Houd mij vast / heel dichtbij uw hart. Aldus opwekking 488. Is deze tekst te vrouwelijk? Teveel emotie? Te soft?

 
Laatst werd er een artikel in De Nieuwe Koers aan gewijd, naar aanleiding van het boek van de Amerikaan David Murrow: Why men hate going to church. De kerk zou vervrouwelijken evenals de liedkeuze. En in de EO/Visie van de afgelopen week schreef Tijs van den Brink er een column over. Hij had er al nooit zoveel mee, met Opwekking, maar nu was het ook verklaarbaar: hij is een man.
 
 

Ik had dat verband nooit eerder gelegd. Wel valt op dat Opwekking vaak een beroep doet op persoonlijke emotie. Ik juich voor u. Uw liefde stroomt als een brede rivier. Ik schuil bij u. Ik fluister uw naam. Enige zoetigheid is Opwekking niet vreemd. Maar is dat typisch vrouwelijk? Ik ken genoeg vrouwen die ook niet zo gecharmeerd zijn van al teveel focus op het gevoel bij geloven. En de kerk te vrouwelijk? Mag het eens, na eeuwen van patriarchie. Na het tijdperk van kruistochten en heksenverbrandingen.
 

Wie de liedbundel van Opwekking wat beter doorbladert, moet toch toegeven dat er genoeg andere liederen in staan. Ik ontdekte behoorlijk wat songs die je als 'mannelijk'  zou kunnen beschouwen.  Wat dacht je van nummer 277 (Machtig God, Sterke Rots) of 193 (Toon ons uw macht, o God) met de tekst De strijdwagens van God zijn tweemaal tienduizend, en duizenden maal duizenden. Of zo'n zin niet mannelijk is.

Of  704: O Kerk, sta op, met wapenrusting aan; stel je op als Christus leger. Wie nu het idee krijgt weer in de kruisvaardertijd te zijn beland, kan ik gerust stellen, want verderop staat er:

De oorlog woedt niet tegen bloed en vlees maar tegen duist're machten.
Hanteer het zwaard dat elke wond geneest.



Zelf vind ik 404 (Wij gaan op weg met brandend hart) een bijzonder mooi en krachtig lied. Geen idee of dat nou typisch mannelijk of vrouwelijk is.
 
Het refrein gaat als volgt:

Laat de vlam weer branden,
als een helder baken;
als heraut van 't morgenuur.
Laat het lied weer sprank'len,
laat de liefde branden,
als een vuur, als een vuur.

maandag 5 november 2012

Lampionnentijd


Herfst betekent lampionnentijd. En dan bedoel ik niet zo zeer het feest van Sint Maarten op 11 november. Het feest waarbij kinderen met lampionnetjes door de straten lopen. Want, lampionnen groeien ook in de tuin.

Ooit moet mijn vader een aantal jonge plantjes gekregen hebben die hij aan de zijkant van het huis in de grond zette. In de zomer bloeiden de planten waarna er groene lampionnetjes begonnen te ontstaan die in de herfst oranje kleurden. Naast gekleurde blaadjes en paddenstoelen werd ook de lampionplant het symbool van de herfst.

De fleurige plant blijkt tot de familie van de nachtschade te horen. Dat betekent dat de tabaksplant, maar ook de aardappel, paprika en tomaat broertjes en zusjes zijn van de lampion. De oranje vruchten in het lampionnetje blijk je te kunnen eten, maar dat hebben we nooit gedaan; misschien vonden we dat al te exotisch.

We sneden de takken af en hingen ze te drogen. Een vaas met gedroogde lampiontakken staat erg vrolijk in de donkere dagen voor de Kerst waarin andere bloemen een voor een het loodje leggen.

Als er bij ons bezoek was, gingen ze nooit weg met lege handen. In de lente en de zomer een bosje bloemen uit eigen tuin en in het najaar en de winter: kalebassen die mijn vader ook kweekte of een bos lampionnen.

En nu staan ze weer in onze kamer. Oranje lampionnen. Jammer dat ze geen licht geven...

vrijdag 26 oktober 2012

Paddenstoelen en kabouters


Voor Liesbeth en Willemijn, de twee dochters van Nicoliens zus Martine is het herfstbos één grote speeltuin. Je kunt lekker sloffen door massa's bladeren en er is van alles te vinden: eikels, kastanjes, beukennootjes... En overal verschijnen als bij toverslag paddenstoelen. De tijd is voorbij dat ze er van uitgingen kabouters te zien onder de hoeden van de zwammen, maar paddenstoelen blijven geheimzinnig.

"Zijn het een soort planten, mam?" vraagt Willemijn.

"Nee, eigenlijk niet. Een soort schimmels," antwoordt Martine.

"Hoe planten ze zich dan voort?" wil Liesbeth weten.

"Door middel van sporen, wolken microscopisch kleine zaadjes." Vader Tijs krabt zich achter zijn oren. Hoe was het ook al weer precies? "Gaan we opzoeken", belooft hij.
 

 
Wat mij ook bijzonder intrigeert: waar komt het geloof vandaan dat kabouters in paddenstoelen wonen? Als kabouter zou ik - in navolging van de fantasieën van Rien Poortvliet - toch een hol onder een boom uitkiezen. Zo'n zwam lijkt me nogal klein. Vorst erover heen of een brandende zon en weg is je huisje.

Sommige gemutste bosbewonertjes gebruiken de paddenstoel, met name de vliegenzwam, ook als stoel. Maar, we kennen allemaal het verhaal van de beroemde kabouter Spillebeen die heen en weer zat te wippen waardoor de paddenstoel "Krak" zei.

Enig speurwerk op internet leverde een verbluffend resultaat op. Het hele paddenstoelen - kaboutersprookje is naar alle waarschijnlijkheid te herleiden naar een Nederlandstalig prentenboekje uit 1910, geschreven door een zekere Tante Lize. Ik heb "Onder het zwammenvolkje"  virtueel doorgebladerd en het is erg leuk. Links een rijmpje, rechts het plaatje. Zo lees je over Koning Champignon, Juffrouw Inktzwam en de boze stinkzwamheks. Op een grappige manier worden zo een aantal paddenstoelen behandeld. De kinderwereld was beslist niet saai in 1910.

 

"In de Efteling heb je echt kabouters die in paddenstoelen wonen," roept ineens Willemijn.

"Ja, en je hebt vliegenzwammen waar muziek uit komt," zegt Liesbeth. "We zouden er eigenlijk weer eens naar toe moeten."

"Asjeblieft," zucht Martine. "Daar zijn we twee jaar geleden nog geweest. Kijk hier eens. Het herfstbos is de grootste speeltuin van de wereld."

De meisjes stuiven weer het bos in. Misschien zijn er toch nog kabouters te vinden...

dinsdag 16 oktober 2012

Paulus en de godin


Volgens  de overlevering was zij uit de hemel komen vallen. Het grote beeld van de godin Artemis. Ze stond in een immense tempel die zijn weerga niet kende en tot één van de zeven wereldwonderen behoorde. Die tempel domineerde de levendige havenstad Efese. De drukke stad met haar tempels en paleizen, haar badhuizen en bordelen, gymnasia en bibliotheken. Brede straten met winkeltjes en taveernen daalden af naar het havengebied waar het enorme marktplein lag, de agora. Niet ver daar vandaan zag je het indrukwekkende amfitheater, gebouwd tegen de hellingen van de Berg Pion.

Behalve een handelscentrum was de stad een bedevaartsoord voor de godin. Ze was de moedergodin van de vruchtbaarheid, ze heerste over het wild en de wouden. De Romeinen noemden haar Diana, godin van de jacht. Maar ze was ook Koningin over de Maan. En ze werd een barende maagd genoemd en was dus ook het symbool van kuisheid. Ze werd door veel vrouwen bewonderd.
Natuurlijk, ze was een godin, maar haar beeld vertegenwoordigde als het ware haar aanwezigheid.


Zo zag Efese eruit toen de apostel Paulus de stad bezocht (Handelingen 19). Er waren allerlei godsdiensten vertegenwoordigd in de stad en zo was er ook een Joodse gemeenschap die een synagoge had gebouwd. In die synagoge begon Paulus te spreken over 'De Weg', over het grote nieuws van Jezus de Messias waar iedereen al zolang naar verlangde. Niet iedereen was te spreken over deze joods-Romeinse reiziger met zijn opvattingen over de ware Messias. Daarom week Paulus op een gegeven moment uit naar de School van Tyrannus. Al snel verspreidde de 'boodschap van de Heer' zich in de stad en verre omstreken. Dat leidde tot onrust onder de Efeziërs die bang waren dat de cultus rond de godin Artemis gevaar zou lopen. De zilversmid Demetrius bijvoorbeeld, die kleine Artemistempeltjes vervaardigde, vreesde voor het ineenstorten van de bedevaartindustrie. Er brak een opstand uit. Men trok naar het theater waar de menigte "Groot is de Artemis van Efese!" scandeerde.

De stadssecretaris wist de massa tot bedaren te brengen: "Efeziërs, er is toch geen mens die niet weet dat onze stad de zorg draagt voor de tempel van de grote Artemis en voor het beeld dat uit de hemel gekomen is?" En hij noemde een opvallend feit: Paulus belasterde de godin niet. Hij vertelde het verhaal van de ene God en de Messias. Dat zoiets in strijd zou zijn met de godin was duidelijk, maar de mensen waren immers slim genoeg om zelf op een gegeven moment die keuze te maken.
 

Eeuwen later. Efese is inmiddels een christelijke stad geworden omdat de Romeinse keizer voor 'De Weg' gekozen heeft. De Artemistempel is afgebroken. Opvallend: er staat een gigantische basiliek, gewijd aan Maria, Moeder Gods. Maria de maagd die Jezus baarde. Een barende maagd? Hebben we dat niet eerder gehoord?

Groot is Maria in Efese!

dinsdag 9 oktober 2012

Het einde van het Flevofestival


"Het nieuws sloeg in als een bom," is misschien wat overdreven gezegd, maar een klein bommetje was het toch wel: het Xnoizz Flevofestival stopt.

Er komt wellicht wel weer wat anders, maar na 35 jaar is 'flevo' historie. Ik pas met mijn 44 jaar niet meer echt in de leeftijdscategorie, maar in 1987 was dat wel anders. Hoewel het christelijke muziekfestival ooit in Zeeland begon en toen 'Kamperland' heette, streek het in de jaren '80 neer in de weidse Flevopolder en die eerste keer reisde ik dan ook met de Delftse Gereformeerde Jeugdvereniging naar het terrein naast de Flevohof.  (Ja, er bestond toen nog een Flevohof.)

Drassige kampeerterreinen, modderige paden naar geïmproviseerde toiletten, lange rijen voor de douche. Maar de spanning steeg toen de countdown over het festivalterrein schalde. Met zijn allen naar het Hoofpodium. Dreunende bassen, gillende gitaren: Geoff Moore (nooit eerder van gehoord) opende flevo met een knallend rockconcert. De geur van hotdogs en gemaaid gras, muziek tot diep in de nacht. Ik had mijn 'Woodstock' gevonden.

Ik maakte kennis met de wereld van gospelmuziek of relipop. De gevoelige muziek van Charlotte Höglund, de symfonische rock van Petra en Greg X. Volz. De mondharmonica van Buddy Greene in 'country style', maar ook de scheurende heavy metal van Messiah Prophet.

Het Flevototaalfestival was meer dan muziek alleen: overdag waren er lezingen en theatervoorstellingen, je kon sporten of chillen, alleen heette dat nog niet zo. Na vier dagen was je eigenlijk helemaal kapot, maar een enorme ervaring rijker.

Flevo maakte één en slechtte gereformeerde muren, hervormde hekken of wat voor kerkelijke barrières dan ook. En je kwam altijd weer oude bekenden tegen.

Een fotoboek, een dubbel-elpee en een stapeltje 'flevokranten' heb ik nog altijd liggen, maar de herinneringen zullen nooit meer weggaan. Twee jaar geleden was ik er voor het laatst voor een dag: inmiddels was Xnoizz aan de plas bij Bussloo neergestreken.

Xnoizz Flevo houdt op, maar misschien moet er ook iets totaal anders worden georganiseerd: geen christelijk Pinkpop of evangelisch Lowlands meer, maar kleinschaliger en uniek. Gewoon weer terug naar de straat. Om met de rockformatie Petra te spreken:

We gotta take this message back to the street!

maandag 1 oktober 2012

Burcht van Katoen


Voor ons verrijst een stralendwitte berghelling waar kleine beekjes vanaf stromen. Het is net een gletsjer van blinkend ijs. De witte helling is zo fel dat je absoluut een zonnebril moet opzetten.  Vlak voor het begin van de blanke kalksteenmassa dien je je schoenen uit te trekken. Voorzichtig - met onze schoenen in een plastic tasje -  zetten we de eerste stappen in een vreemde wereld. Het travertijn voelt koel aan de voeten. Wegglijden kan niet, omdat het oppervlak een beetje ruw is. Soms waden je voeten door een kabbelend beekje of door een helderblauwe poel met een zachte bodem van witte klei.

Het is net een strandwandeling, maar dan omhoog. Veel bezoekers zijn dan ook gekleed alsof ze een dagje naar het strand zijn. Mannen in stoere boxershorts, vrouwen in topjes of   bikini. Maar ook gesluierde vrouwen op - het kan niet anders - blote voeten. Als je om je heen kijkt, heb je al een aardig uitzicht op de kalksteenterrassen die met helder water zijn gevuld.

Handenvol eeuwen geleden wisten mensen deze plek al te vinden en stichtten er de stad Hiërapolis. Tweeduizend jaar geleden was dat al een populaire kuurstad vanwege de geneeskrachtige warmwaterbronnen. Eenmaal bovenaan de helling kom je bij de overblijfselen van het 'Spa van de Oudheid.'

Als de zon ondergaat, kleuren de terrassen van travertijn heel even subtiel roze. De witte rotsen van deze Burcht van Katoen, Pamukkale op z'n Turks, zullen nog lang nagloeien in het wegstervende avondlicht.