Totaal aantal pageviews

dinsdag 9 oktober 2012

Het einde van het Flevofestival


"Het nieuws sloeg in als een bom," is misschien wat overdreven gezegd, maar een klein bommetje was het toch wel: het Xnoizz Flevofestival stopt.

Er komt wellicht wel weer wat anders, maar na 35 jaar is 'flevo' historie. Ik pas met mijn 44 jaar niet meer echt in de leeftijdscategorie, maar in 1987 was dat wel anders. Hoewel het christelijke muziekfestival ooit in Zeeland begon en toen 'Kamperland' heette, streek het in de jaren '80 neer in de weidse Flevopolder en die eerste keer reisde ik dan ook met de Delftse Gereformeerde Jeugdvereniging naar het terrein naast de Flevohof.  (Ja, er bestond toen nog een Flevohof.)

Drassige kampeerterreinen, modderige paden naar geïmproviseerde toiletten, lange rijen voor de douche. Maar de spanning steeg toen de countdown over het festivalterrein schalde. Met zijn allen naar het Hoofpodium. Dreunende bassen, gillende gitaren: Geoff Moore (nooit eerder van gehoord) opende flevo met een knallend rockconcert. De geur van hotdogs en gemaaid gras, muziek tot diep in de nacht. Ik had mijn 'Woodstock' gevonden.

Ik maakte kennis met de wereld van gospelmuziek of relipop. De gevoelige muziek van Charlotte Höglund, de symfonische rock van Petra en Greg X. Volz. De mondharmonica van Buddy Greene in 'country style', maar ook de scheurende heavy metal van Messiah Prophet.

Het Flevototaalfestival was meer dan muziek alleen: overdag waren er lezingen en theatervoorstellingen, je kon sporten of chillen, alleen heette dat nog niet zo. Na vier dagen was je eigenlijk helemaal kapot, maar een enorme ervaring rijker.

Flevo maakte één en slechtte gereformeerde muren, hervormde hekken of wat voor kerkelijke barrières dan ook. En je kwam altijd weer oude bekenden tegen.

Een fotoboek, een dubbel-elpee en een stapeltje 'flevokranten' heb ik nog altijd liggen, maar de herinneringen zullen nooit meer weggaan. Twee jaar geleden was ik er voor het laatst voor een dag: inmiddels was Xnoizz aan de plas bij Bussloo neergestreken.

Xnoizz Flevo houdt op, maar misschien moet er ook iets totaal anders worden georganiseerd: geen christelijk Pinkpop of evangelisch Lowlands meer, maar kleinschaliger en uniek. Gewoon weer terug naar de straat. Om met de rockformatie Petra te spreken:

We gotta take this message back to the street!

maandag 1 oktober 2012

Burcht van Katoen


Voor ons verrijst een stralendwitte berghelling waar kleine beekjes vanaf stromen. Het is net een gletsjer van blinkend ijs. De witte helling is zo fel dat je absoluut een zonnebril moet opzetten.  Vlak voor het begin van de blanke kalksteenmassa dien je je schoenen uit te trekken. Voorzichtig - met onze schoenen in een plastic tasje -  zetten we de eerste stappen in een vreemde wereld. Het travertijn voelt koel aan de voeten. Wegglijden kan niet, omdat het oppervlak een beetje ruw is. Soms waden je voeten door een kabbelend beekje of door een helderblauwe poel met een zachte bodem van witte klei.

Het is net een strandwandeling, maar dan omhoog. Veel bezoekers zijn dan ook gekleed alsof ze een dagje naar het strand zijn. Mannen in stoere boxershorts, vrouwen in topjes of   bikini. Maar ook gesluierde vrouwen op - het kan niet anders - blote voeten. Als je om je heen kijkt, heb je al een aardig uitzicht op de kalksteenterrassen die met helder water zijn gevuld.

Handenvol eeuwen geleden wisten mensen deze plek al te vinden en stichtten er de stad Hiërapolis. Tweeduizend jaar geleden was dat al een populaire kuurstad vanwege de geneeskrachtige warmwaterbronnen. Eenmaal bovenaan de helling kom je bij de overblijfselen van het 'Spa van de Oudheid.'

Als de zon ondergaat, kleuren de terrassen van travertijn heel even subtiel roze. De witte rotsen van deze Burcht van Katoen, Pamukkale op z'n Turks, zullen nog lang nagloeien in het wegstervende avondlicht.

zaterdag 22 september 2012

De katten van Anatolie


Vier havo leert Turken kennen, kopte het dagblad Trouw in het najaar van 1985. Het betrof een openingsartikel van een hele reeks reportages over het project 'Turken in Nederland' dat door het Christelijk Lyceum Delft werd georganiseerd.

Ik zat op dat moment in havo vier.

Een unieke tijd brak aan: tijdens de lessen godsdienst ging het over de islam, bij economie  en geschiedenis werd er ruim aandacht geschonken aan Turkije. We bezochten een moskee, wandelden door de Haagse Schilderswijk en woonden een Turkse bruiloft bij. In het voorjaar van 1986 mochten we zelfs op schoolreis naar Turkije...
Blauwe Moskee, Istanbul


Ik was slechts een etmaal in Parijs geweest, had misschien met een been in België gestaan en nu kwam ik plotsklaps in een totaal andere wereld in een ver land, want Turkije in de jaren '80, dat was nog voor het massatoerisme en de all inclusive vakantieparadijzen. In Istanbul mochten we nog toerist zijn, in Izmir werden we ondergebracht bij gastgezinnen van leerlingen van een lisesi, een middelbare school.

Erg nieuwsgierig was ik dan ook hoe het land er zesentwintig jaar na dato uit zou zien. Opnieuw in Istanbul, maar vandaag de dag vertrek je vanaf de luchthaven per metro en er wurmt zich een hypermoderne tram door de smalle Osmaanse straatjes. Gelukkig, de skyline van minaretten is er nog als vanouds, maar in de buitenwijken bouwen ze het ene futuristische bouwwerk na het andere. Europa is allang niet meer de inspiratiebron, wel Dubai of Shanghai. Het gaat de Turken economisch voor de wind, het is booming business aan de Bosporus. Dat is te merken aan de koers van de lira. In de jaren '80 nog een soort monopolygeld, nu evenveel waard als de gulden destijds. De wegen die het landschap doorsnijden zijn voorzien van gladde lagen asfalt en ernaast verrijzen mega wegrestaurants en shoppingmalls.
 
                                          Zuidkust bij Kas

Wat is er nog over van het Turkije uit mijn herinnering? Het schijnt dat je brein niets kan vergeten, maar al je indrukken, gedachten en waarnemingen heel diep weg kan stoppen. Een voor een werden die herinneringen uit de schemerige achterkamertjes van mijn geheugen weer opgediept en afgestoft. De handkarren in de straten van Istanbul. Galmende oosterse muziek uit café's en restaurants met backgammon-spelende mannen daarvoor op de stoep. Zilverkleurige schalen met glaasjes thee. Dorpjes van witte huisjes met rode daken en daaromheen kleine flatgebouwtjes in pasteltinten. In het midden altijd een koepelmoskee met minaret. Net een potlood, voorzien van een versgeslepen punt die in de blauwe hemel prikt.

En dan openbaart zich aan mij een herinnering die ik totaal kwijt was geraakt: de katten! Overal lopen ze: sluipend, schrijdend, rennend. Ze zijn vooral op de terrassen van restaurants te vinden, loerend naar wat lekkers. Visrestaurants zijn drukbezochte kattenattracties. Je ziet ze in de bomen en op de luifels van winkels. Op auto's of in droge fonteinen. Ik zag dat er één zich had genesteld in een aardewerken schaal bij een souvenirshop. Soms liggen ze te soezen in de smoorhete zon. Eén poes dronk water uit het zwembad. Ze worden nauwelijks weggejaagd alsof het de heilige koeien van India zijn.

De katten van Anatolië bevolken de ruïnes van antieke steden als Troje, Efese of Afrodisias. Ze wandelen door de zuilengalerijen van de agora's, door resten van raadszalen, tempels en paleizen.

Grappig dat de poes mijn herinnering aan Turkije weer compleet heeft gemaakt.

woensdag 29 augustus 2012

Bidden om regen


Een strak blauwe hemel boven de droge maïsvelden en weilanden. Zelfs de aardappelen staan er wat pips bij.

"Ze zouden wel wat water kunnen gebruiken," zegt mijn vader die met een tuinders-oog het agrarische gebied rondom het Drentse Ruinen bekijkt.

We zijn deze zondagmorgen op weg van de camping naar de kerk in het dorp. De dienst verloopt een beetje zoals thuis, toch gaat alles er wat gemoedelijker aan toe. Na de preek gaat de dominee voor in gebed. Nadat hij voor de zieken en de ellende in de wereld heeft gebeden, vraagt hij God of het alsjeblieft mag gaan regenen, het liefst vandaag nog. De vele boeren rondom het dorp smachten namelijk naar het milde hemelwater.

Nee hè...denk ik. Ik wil vanmiddag misschien wel gaan zwemmen of in het bos spelen. Of naar de schaapskooi wandelen aan de rand van de grote stille heide. Dan is regen geen goed idee.

We fietsen aan het eind van de ochtend weer naar het kampeerterrein. Nog altijd heeft de zon de alleenheerschappij in de lucht. Er waait en droge wind uit het oosten.

Die middag breng ik zwemmend en spelend door. Aan het eind van de middag maken we een wandeling naar de schaapskooi. Dan pas ontdek ik dat de lucht boven mij een beetje witachtig van kleur is geworden. Het is net een scheutje melk in een kop thee. En ineens vallen er dikke druppels. We moeten onder een boom schuilen en het lijkt wel of de hele natuur het water opzuigt.

"Nou, dat is geen kleine bui," zegt mijn moeder.

Na een kwartier is het weer droog. Een wolk schuift weg en de zon is weer te zien. Een knipoog van de Allerhoogste.

dinsdag 21 augustus 2012

Vakantiehormonen


Zwoele avonden op het strand. Terrasje, kaarsje, wijntje. Het uitnodigende blauw van het zwembad. Een glimlach. Mooie rondingen verpakt in miniem, maar kleurrijk textiel.

Vakantieliefdes. Flirten met de plaatselijke bevolking is misschien net wat gecompliceerder, maar tijdens groepsvakanties kan er natuurlijk wel wat moois opbloeien tussen de deelnemers onderling, vooral als deze jong en single zijn.

Hoe was dat eigenlijk bij Nicolien, of schoonzus Martine, zwager Tijs en...bij mij?

Nicolien: Tijdens een groepsvakantie in Oostenrijk merkte ik al snel dat een jongen, Bart heette hij, een oogje op mij had. Ik vond hem ook wel leuk, dus er bloeide wat moois op in de Alpen. Na de vakantie spraken we natuurlijk met elkaar af. Hij bleek niet al te ver van mij te wonen. Maar ja. Wat daar zo romantisch leek, was hier helemaal verdwenen.

Martine: Ik heb ook een vakantieverkering gehad. Die jongen kwam uit een dorpje bij Middelburg, dus na de vakantie treinde ik regelmatig van Apeldoorn helemaal naar Zeeland om met hem af te spreken. Hij woonde nog bij zijn ouders thuis, maar ik mocht er niet logeren. Ook al sliep ik op zolder en hij helemaal in de kelder - bij wijze van spreken - o jee, er zou maar eens wat kunnen gebeuren.

Tijs: Tijdens een vakantie in de Dordogne leerde ik een bloedmooie Limburgse kennen. Ik woonde toen nog in Groningen, zij in Nuth. Man, ik heb wat van Nederland gezien in die tijd.

Martine: En jij dan, Arend? Ik heb jou nog niet gehoord.

Arend: Ja, de vakantie in Zuid Frankrijk. Het was aan het eind van die vakantie de gewoonte om in kleine boekjes op te schrijven wat je van elkaar vond. Je mocht jouw eigen boekje pas lezen na de vakantie. Sonja had ik geschreven dat ik haar wel leuk vond en toen ik het krabbeltje van Sonja zelf las, heb ik snel de telefoon gepakt, want juist zij had neergezet dat ze met me wilde afspreken.

Nicolien: Romantisch hè? Een soort schriftelijk speeddaten tijdens die reizen.

Martine: Laat me raden: het werd niks. Want anders hadden wij jou niet in de familie gehad.

Arend: We hebben wel een paar keer afgesproken, maar we bleken toch niet zo bij elkaar te passen.

Nicolien: Conclusie: vakantieliefdes lopen op niets uit?

Martine: Haha, dat zou jij niet weten, zusje. In februari 1998 organiseerde de EO een   praise-reis naar Israël. Zingen op locatie en daar werden televisieopnamen van gemaakt.

Tijs: Martine zat in mijn groepje en ik vond haar direct leuk. Dat kun je hebben: meteen vlam!

Martine: We gingen ergens zingen, maar dat liep uit en tegen het eind van de dag werd het behoorlijk fris. Toen bood Tijs aan mij zijn jas aan. Heel lief natuurlijk, al dacht ik wel dat dit een onderdeel moest zijn van een groots opgezet versierproject.

Tijs: En ik moest er nog achter zien te komen of je single was, maar dat bleek zo te zijn.

Nicolien: Je kwam zo ongeveer de gate uit huppelen toen ik je ophaalde van Schiphol! "Ik zal Tijs even aan je voorstellen..." Vlinders, vonkjes!

Arend: En Tijs bleek in Zwolle te wonen en jij op dat moment in Deventer...

Martine: Mijn oudste dochter Liesbeth vraagt het wel eens: "Mam, waarom ging je helemaal naar Israël om pappa te ontmoeten?" "Ja", zeg ik dan. "Soms moet je hele omwegen maken om jouw schat dichtbij te kunnen vinden!"

woensdag 15 augustus 2012

Rood met zwarte stippen


Ik had de lampjes in het plafond al honderd keer geteld. De kleuren en patronen op de bloes van de mevrouw voor mij, uitgebreid bestudeerd. De stem van de dominee kabbelde maar voort. Het was zomer, dus draaide er geen kindernevendienst. Als kind was je daarom aan de dufheid van de volwassenen overgeleverd. 

Vanuit mijn linker ooghoek ontdekte ik dat er op de leuning van de kerkbank iets roods kwam aangekropen. Rood met zwarte stippen. Ik liet het kevertje over mijn handen lopen. Het had belangstelling voor mijn liedboek en wandelde over verzen en notenbalken.

"Oh, een lieveheersbeestje. Misschien kun je hem straks buiten brengen, want hier is natuurlijk geen luis te vinden," fluisterde mijn moeder.

De preek was inmiddels ongemerkt geëindigd. Tijdens het zingen hield ik mijn insectenvriendje goed in de gaten. Toen we moesten bidden ontstond er een probleem. Ik besloot mijn ogen open te houden, maar het leek me toch erg oneerbiedig om je handen ook niet te vouwen. Het kevertje trok van mij weg over de leuning van de kerkbank. Rechts voor me hield een meisje het hele tafereel al een tijdje in de gaten. Ze legde haar wijsvinger op de leuning en liet het beestje nu over haar vingers lopen.

De dominee hield op met bidden. Het meisje boog naar mij, giechelde een beetje en legde haar vingers op de rug van mijn hand. Nu had ik hem weer.

"Hoeveel stippen heeft-ie?" hoorde ik achter mij.

En ineens was hij weg. Ik keek vertwijfeld om me heen. Ik voelde dat er op mijn schouder werd getikt. Een man bood de palm van zijn hand aan. Het kevertje was bij hem terecht gekomen. Hij wandelde nu weer over mijn bijbel. Gefluister en besmuikt gelach achter mij. 

"Heb je hem weer?" vroeg het meisje rechts voor.

Speurend keek de dominee onze kant op. Je zag hem denken: waarom is daar reuring?
Toen we de kerk uit liepen, week het lieveheersbeestje nog niet van mijn zijde. Bij de fietsenstalling stond een heg en daar spreidde het gestippelde wezentje de vleugels uit en verdween in het groen.

dinsdag 7 augustus 2012

Hoogspanning

Volwassenen zullen het misschien een verpesting van het landschap vinden, maar als kind raakte ik altijd gefascineerd door hoogspanningsleidingen. Die stalen masten door de weilanden: waar kwamen ze vandaan en waar gingen ze naar toe?

"Wat als ik er in klim en aan de draden ga hangen?" vroeg ik aan mijn moeder.
"Dan flitst er tussen jou en de begane grond een bliksemstraal en ben je hartstikke dood," antwoordde  mijn moeder. "Zul je dat nooit doen? Met elektriciteit valt niet te spotten."

Sinds die tijd benaderde ik de masten met ontzag. De respectvolle draden die ons licht bezorgen, televisie en diepvriezermaaltijden.

Een wereld zonder elektriciteit is al niet meer voor te stellen, behalve als ergens de stroom uitvalt zoals onlangs in Nieuwegein en vorige week in India: 600 miljoen Indiërs werden getroffen.

Vroeger, enkele eeuwen geleden, had je nog geen elektriciteit.
Is dat zo? Het is er altijd al geweest, maar we konden het eenvoudigweg nog niet toepassen.

De bliksem is een onvoorstelbare kracht en manifesteert zich al sinds het begin der tijden. Bovendien kan ook ons lichaam niet zonder elektrische signalen. Elektriciteit is puur natuur. Nu ben ik geen wetenschapper, maar ik las ergens dat, volgens een uiterst ingewikkeld procedé, bliksemstralen stikstof in de bovenste luchtlagen omzetten in voedsel voor de planten op aarde, wat dan als regen neervalt op alles wat groeit.

God als elektricien en kweker van planten.

Ooit hebben onze verre voorvaderen het vuur weten te vangen. Vandaag de dag kunnen wij de elektriciteit toepassen en dat is een zegen. Maar, het blijft een ontzagwekkend stuk natuur dat aan kwetsbare draadjes in het landschap hangt. Eén kink in de kabel en alles staat stil.