Totaal aantal pageviews

dinsdag 27 augustus 2013

Het gaat vandaag over...seks


Lacherige leerlingen van Mavo 2 op weg naar het klaslokaal. De meisjes moeten naar een andere ruimte en half opgewonden lopen wij, jongens, een dame en een jongensachtige man achterna. De hele week hangt er al een broeierige sfeer in de klas. Dat komt door het toneelstuk Liefde & van Dattum dat we enkele dagen eerder hadden gezien. Dit stuk, opgevoerd door Jeugdtheater Wiedus, ging eigenlijk alleen over van dattum: Paul en Paula hebben wel zin in elkaar. Maar, let op en kijk uit voor zwangerschap en geslachtsziektes. Openhartige dialogen en goed in het gehoor liggende muziek.
Het gaat vandaag over zoiets geks, het gaat vandaag over...seks!


We gaan in een halve kring zitten en de mevrouw en meneer van de Rutgersstichting winden er geen doekjes om.
"Wie heeft er wel eens getongzoend met een meisje?"
Aarzelend enkele vingers.
"En met een jongen? Kan toch ook?" vraagt de man.
Iedereen houdt zijn vingers krampachtig omlaag.

 
Er komen plastic modellen tevoorschijn: penis en vagina. Wij leren dat de schaamlippen, maar vooral een klein orgaantje, clitoris genaamd, de gevoeligste plekjes van  de vrouw zijn.
"Wij mannen zijn net aanstekers, even wrijven en vlam!" zegt de Rutgers-man als 'de daad' ter sprake komt.
"Meisjes zijn kacheltjes, die moeten een beetje opwarmen, maar daarna vinden ze het  zalig," vult de vrouw aan.

 
Dan opent de dame een grote tas waar ze van alles uit zal vissen. Allereerst een aantal condooms. Want hoe fijn vrijen ook lijkt, het mag nooit zonder bescherming.
"Je moet de knuffelpartij wel even onderbreken als je het condoom om doet," onderwijst ze. "En dan ben je er nog niet." Ze haalt een tube tevoorschijn.
"Zaaddodende pasta," ligt de man toe. "Dit moet je op het condoom aanbrengen."
"En als je nou een kind wil?" vraagt een jongen. Hij wordt vernietigend aangekeken door onze twee voorlichtingsdocenten.
"Er zijn ook zaaddodende middelen in de vorm van schuimtabletten," gaat zij verder.
"Wil je helemaal op save spelen, moet de vrouw er nog een pessarium er bij nemen, maar dat vergt enige oefening om in te brengen."
Wij jongens kijken elkaar eens bedenkelijk aan.
"Als zij de pil slikt, hoeft dat gedoe toch allemaal niet?" informeert iemand.
"Neeeej," reageert de vrouw als door een wesp gestoken. En ze begint een hele verhandeling over herpes, gonorroe, genitale wratten, druipers. (Aids is op dat moment nog niet doorgedrongen in de media).

 
Na de les druipen we snel af. Het leek allemaal erg opwindend, maar ik voel me totaal ontgoocheld. Later vraag ik me af hoe dat toch komt. En ineens schiet me een woord te binnen dat ik de afgelopen week jammerlijk miste.
Een heel simpel woordje eigenlijk.
Liefde...

dinsdag 20 augustus 2013

Geen reisjournalist


In het vakantienummer van HP/De Tijd stond het volgende artikel: geloof nooit een reisjournalist. Reisbijlagen van kranten en reisglossy's bevatten dikwijls hallelujaverhalen over  vakantiebestemmingen. Altijd is het er paradijselijk mooi en de plaatselijke bevolking authentiek. De meeste journalisten schrijven dat omdat hun persreizen worden gesponsord door reisorganisaties.

Ik ben geen reisjournalist, dus ik kan zonder schroom schrijven dat het paradijs op aarde niet bestaat en dat de plaatselijke bevolking die je ontmoet, commercieel  al helemaal is ingesteld op jouw komst. Sommige bejubelde reisbestemmingen vallen tegen, maar soms ontmoet je ook positieve verrassingen.

 

Tegenvaller: Chiang Mai, Thailand (2006)

 
Reisorganisaties zijn lyrisch over Chiang Mai. De tempelstad in het noordelijke bergland van Thailand wordt wel de Roos van het Noorden genoemd. Toegegeven: de stad is niet zo heet en hectisch als Bangkok en er zijn vele Boeddhistische tempels te bewonderen die je er uit moet pikken als prachtige krenten in een oerlelijke betonpap. Want dat is Chiang Mai: een Benidorm zonder zee. Talloze hotelkolossen ontsieren de plaats en dragen bij aan een ongekende toeristenindustrie.

Voetbal in Thais bergdorpje
 

Vanuit Chiang Mai worden er meerdaagse jungletochten georganiseerd, deels op een olifant. Ach, laat je toch niks wijs maken. Er is een klein circuit aangelegd waar je met je olifant langsrijdt. Een olifant die wordt mishandeld, want anders zou de dikhuid nooit mensen op zijn rug nemen. Voor de rest loop je door de bloedhete jungle met honderden andere toeristen. Af en toe zul je worden ingehaald door de lokale bevolking die op brommers naar hun bergdorpjes scheuren.

Wel opvallend: de meeste bergbewoners daar zijn christen. Eerst geloofde ik mijn oren niet toen ik Opwekkingsliederen uit de houten huisjes hoorde opstijgen. Niks geen Boeddha.

 

Meevaller: Moskou (2009)

 
De Russische hoofdstad wordt vaak afgeschilderd als onleefbaar en megalomaan.

Ik was er vier jaar geleden en vond de stad juist eindeloos boeiend. Moskou is veel meer dan het Rode Plein en het Kremlin. Het Manegeplein bruist van leven, de Arbat is een eindeloze winkelstraat. Overal staan weelderige gebouwen en kerken. Sommige metrostations zijn ware ondergrondse paleizen en zelfs een supermarkt heeft zich in een kathedraalachtig gebouw gevestigd.
 
 

Oké, het Gorkipark lijkt wel één grote kermis met stampende techno dat vooral Moskouse jongeren trekt, maar je dacht toch niet dat de Russische jeugd zich nog vermaakte met de balalaika. En wie iets klassieks wil: je kunt overal concerten beluisteren en balletvoorstellingen bijwonen.

Er is niets mis met Sint Petersburg, maar Moskou is al Russisch genoeg.

dinsdag 13 augustus 2013

Schitterende wreedheid


Een fruitvliegjesplaag in onze keuken. Het warme weer van de afgelopen weken heeft de kleine 'onweersvliegjes', zoals mijn moeder ze vroeger noemde, razendsnel doen vermeerderen.
Op een ochtend had zich in een hoekje van de keuken een spin gevestigd. Een enorm web in één nacht geweven. De slimme achtpotige wilde kennelijk wat verdienen aan de 'situatie' in de keuken en voor even was hij (of zij) mijn vriend(in). Want de spin kon voor mij de vliegjes vangen.
Helaas, na een halve dag was er nog geen resultaat, dus joeg ik het beest de keuken uit. Een lokdoosje dat een beetje werkt als een vleesetende plant bestrijdt nu de drosophila, zoals het fruitvliegje officieel heet.

 

De natuur is schitterend, maar ook wreed. Soms wil een predikant tijdens een zomerse zondagmorgen een ietwat luchtige preek houden over Gods Schepping, over hoe mooi Hij het allemaal heeft geconstrueerd. Maar, laten we eerlijk zijn: in de natuur heerst het principe survival of the fittest. Op de savanne kiest het roofdier het zwakste dier uit de kudde als prooi. Of een dier wordt net zolang opgejaagd en getreiterd dat het uitgeput raakt en dan komen de rovers...
Slangen vergiftigen of wurgen hun slachtoffers. Pasgelegde eieren met jong leven worden weer geplunderd. Sprinkhanen ontdoen het land van al het groen. Spinnen vangen, verlammen en zuigen uit. Het mooie vlindertje wordt uit het leven weggerukt door de lange kleverige tong van een kameleon. Vleesetende planten sturen insecten een wisse verteringsdood te gemoed.

"Ook bergen zijn helemaal niet mooi," hoorde ik eens iemand vertellen. "Bergen zijn het resultaat van de botsing tussen twee continenten. Zwitserland is één grote kreukelzone!"
 
Zo'n pessimistische kijk hoeft nou ook weer niet, maar duidelijk is wel dat de natuur onderworpen is aan de zondeval en de gebrokenheid. Heel de schepping zucht. Ooit zal het anders zijn: dan ligt de leeuw vredig te luieren naast het lammetje. Zijn leeuwen dan planteneters geworden? Worden spinnen werkeloos? Het zal onvoorstelbaar anders zijn. Misschien plukken we dan weer talloze soorten fruit van de bomen. Misschien is er zoveel fruit, dat we blij mogen zijn dat er tenminste fruitvliegjes in de lucht ronddansen.

 

dinsdag 6 augustus 2013

Geboortestad


Als kind droomde ik regelmatig dat de plaats waar ik woonde was veranderd en dat ik moeite had om de weg naar huis te vinden. Er waren nieuwe gebouwen verrezen, anderen afgebroken, wegen verlegd. Uiteindelijk bereikte ik toch mijn huis, maar nu zag het er anders uit en woonden er vreemde mensen.

Ik moest denken aan zo'n droom toen ik afgelopen zaterdag van de Delftse binnenstad naar het huis fietste waar ik ooit ben opgegroeid.

Aan historisch Delft ligt het niet, de toren van de Oude Kerk staat nog even scheef als eeuwen geleden en de grachten weerspiegelen de tijdloosheid. Aan de Beestenmarkt is café Kobus Kuch gelukkig niet verdwenen.
 
 

Maar eenmaal buiten de Gouden Eeuw begint het: rondom het station is een grote bouwput omdat het spoor ondergronds gaat. De vertrouwde geur van de Gistfabriek is nog wel te ruiken, maar ze zijn het terrein aan het herstructureren. Enkele gebouwen zijn verdwenen. Nu vind je er -tijdelijk - zanderige puinvlakten met berkenboompjes. Fietsend door de Ruys de Beerenbrouckstraat zal ik Het Open Hof niet meer vinden. De kerk waar mijn ouders trouwden, ik werd gedoopt en belijdenis deed, is al meer dan tien jaar geleden gesloopt. Nu staat er een bakstenen kolos dat de nieuwe Albert Heijn blijkt te zijn. Op de plaats waar de oude supermarkt stond, groeit het onkruid boomhoog.

Rechtsaf de Prinses Beatrixlaan op. Dat 'Prinses' is sinds 30 april weer helemaal actueel. Als ik Rijswijk nader, zie ik links een wijk in aanbouw. Het oude vertrouwde Sion een nieuwbouwwijk? De kassen, de slootjes, urenlang kon je er spelen en verdwalen. Met dit nachtmerriescenario hield ik destijds, zelfs in mijn dromen, geen rekening.
 
Het Haantje kruist de drukste spoorlijn van Nederland
 

Het bruggetje over en dan rechtsaf het Haantje in. Links vrijstaande huizen of twee onder een kap, rechts de vaart. De straat van mijn jeugd. Het riet wuift er als vanouds, er varen bootjes voorbij. Even lijkt het of  ik terug ben in de tijd. Ik kom terug uit school, fiets de stoep op, neem het  betegelde tuinpad. Mijn moeder zwaait vanachter het voorkamerraam. Ik zet mijn fiets tegen de heg. Ik ben thuis.

 
Mijn geboortehuis heeft een uitbouw die er vroeger niet was. In de tuin spelen kinderen. Opnieuw wordt er opgegroeid. Geboortehuizen, geboortesteden, ze zullen er altijd zijn.

dinsdag 30 juli 2013

Gedoogkerk


De Amsterdamse Kalverstraat is vooral op zaterdagmiddag erg druk. Je kunt er gewoon maar een beetje slenteren, winkelen of iets drinken, of je 'brengt er wat weg' in 2theloo, een glimmend en hip toiletgebouw.

En - tamelijk onopvallend - ontdek je ineens een kerk. Het betreft de Rooms Katholieke Petrus en Pauluskerk, beter bekend als de "Papegaai". Dat dit Godshuis er een beetje verborgen bij staat, komt omdat het ooit als schuilkerk is gebouwd. Want zo tolerant was Nederland niet in de Gouden Eeuw. Christelijke geloofsrichtingen die afweken van de calvinistische leer mochten geen openbare kerkdiensten houden. Maar, Nederland zou Nederland niet zijn als daar toch wat mee gemarchandeerd mocht worden. Kerken werden gedoogd zolang ze maar niet zichtbaar waren in het straatbeeld.
 
 

Een prachtig voorbeeld daarvan vonden we aan de Oudezijds Voorburgwal. Rode neonlampen lokken talloze toeristen en ineens verraadt een vlag aan een grachtenpand dat daar een kerk is. Eenmaal binnen merk je daar nog niets van, maar een eeuwenoude trap leidt je naar de zolder en dan kom je terecht in een knusse kerkruimte met nog twee galerijen boven je.
 

Ons' Lieve Heer op Solder ontstond in 1661. De welgestelde en katholieke koopman Jan Hartman kocht het huis en besloot het pand om te bouwen tot kerk.
De zolderkerk is onlangs gerestaureerd. De oudroze balken geven een frisse aanblik, de krakende vloeren bezorgen je een echt zoldergevoel.
Kijk je door de ramen, dan zie je de koepels van de Nicolaaskerk boven de daken verrijzen. Toen er in Nederland weer vrijheid van godsdienst heerste, kon die kerk worden gebouwd en was de zolder niet meer nodig.

Gelukkig kun je dit unieke bedehuis nog altijd bezoeken, ook al is het nu een museum. Het herinnert je er aan dat gedogen niet iets van deze tijd is.

dinsdag 16 juli 2013

Legendarische zomer


De zomer van 2011: we zullen het er maar niet meer over hebben.
De zomer van 2012: er waren warme en zonnige momenten.
En de zomer van 2013? Ondertussen moet zelfs de grootste weerpessimist toch toegeven dat die zomer bepaald niet verkeerd is.

Maar er is een zomer die voor mij wel altijd legendarisch zal blijven. De zomer van 1976. Doe je ogen even dicht en luister naar ABBA: Fernando, of naar het gezang van Julien Clerc: This melody, of de Sutherland Brothers: Arms of Mary. Ongetwijfeld moet dit uit de radio geklonken hebben op die zonovergoten terrassen en stranden van dat roemruchte jaar.
 


Ik ben even in de archieven gedoken. De lente van 1976 was ronduit koud. Juni startte kil en somber, dus ik zal mijn achtste verjaardag wel binnen hebben gevierd. Ineens begon de temperatuur te stijgen en op 9 juni werd het 30 graden. Na een regenachtige en frisse dip rond de 21ste, ging de zomer pas goed los. Een reusachtig hogedrukgebied zou wekenlang elke depressie vakkundig tegenhouden en een ongekende hitte naar ons land transporteren. Er waren plaatsen in Nederland waar het op vijftien dagen meer dan 30 graden was.

Begin juli gingen we met vakantie naar Drenthe. Het was heet in de trein (airco?, welnee, raampjes open!). Een man tegenover me bladerde puffend en hoofdschuddend in de krant.
"Morgen 37 graden. Het lijkt hier wel Spanje."
We stapten in een blakend Hoogeveen uit de trein en ik waande me in Malaga.
Twee weken verbleven we in een vakantiepark bij Ruinen. Twee weken warmte, zonneschijn en zwembad. Bovendien logeerde een klasgenoot van mij - heel toevallig - ook op diezelfde camping.
De heidevelden zinderden als hete steppes, maar de hitte begon zijn tol te eisen: bossen verkleurden langzaam in herfstachtige tinten omdat er geen druppel regen viel.
 


Ik geloof dat het mooie weer tot diep in juli aanhield met daarna een beetje regenachtig weer. Maar, bladerend in het fotoalbum zie ik plaatjes van een rondvaart door de Rotterdamse haven eind augustus met alweer een strakblauwe lucht boven de kranen. Sla je de bladzij om, zie je ons op het Scheveningse strand. "September was mooi en warm," staat er bij. Het handschrift van mijn moeder.

Je maakt het een paar keer in je leven mee: zomers die niet van ophouden weten. Zomers om nooit meer te vergeten.

dinsdag 9 juli 2013

Buitenaardse schepping


Aan boord van de Voyager, het onbemande ruimtevaartuig dat inmiddels bezig is ons zonnestelsel te verlaten, bevindt zich materiaal over de mens en de aarde waarop wij wonen.  Mocht een intelligente beschaving, diep in het heelal, deze 'flessepost' ooit vinden, dan weten 'zij'  dat wij bestaan, of ooit bestaan hebben.

Radiotelescopen luisteren systematisch de ruimte af in de hoop ooit een signaal te ontvangen van verre werelden.

IJverige robotkarretjes rijden over het desolate Marsoppervlak en zoeken fanatiek naar sporen van leven. Een eencellige zou al breaking news zijn, maar helaas, tot nu toe is er nog geen teken van leven gevonden.
 

 

Toevallige evolutie

Ik las laatst een artikeltje waarin uitgelegd werd dat volgens de evolutietheorie het bestaan van buitenaardse intelligentie vrijwel onmogelijk is. Het leven is immers bij toeval ontstaan, een samenklontering van moleculen waarbij op goed geluk DNA ontstond. Uiteindelijk heeft zich daaruit een waaiert van levensvormen ontwikkeld waaronder, via de aapachtigen, wijzelf, de mens. Dit toeval kan zich onmogelijk elders in het heelal herhaald hebben. Nu zijn er in het Universum werkelijk ontelbare sterren met mogelijk miljarden planeten waar de omstandigheden dusdanig zijn, dat er leven zou kunnen ontstaan, dus de kans dat er toch elders wat bacteriën of algen rondzwerven is, zelfs in evolutionair opzicht, niet uitgesloten. Maar intelligente buitenaardse wezens?

 

E.T.

Maar als je gelooft dat het leven niet toevallig is... Zou de Schepper die ons heeft gewild en ontworpen ook elders in de ruimte Zijn scheppingswerk gedaan hebben? Hoe waarschijnlijk is het dat dat duizelingwekkende heelal, op de Aarde na, volledig levenloos zou zijn?

Stel dat E.T. op een dag toch via de radiotelescoop tot ons spreekt en vertelt dat het heelal wemelt van de volkeren....  De complete evolutietheorie kan op de helling, want leven blijkt ineens niet meer zo toevallig te zijn.

De vraag is of die beschaving rond de ster Tau Ceti, of dat indrukwekkende volk uit de Orionnevel  ook een religie heeft waarin een Verlosser voor zonden zou zijn gestorven. Of zou het elders heel anders zijn gegaan?

 
Als 'zij' zouden bestaan, zijn ze onbereikbaar ver en is contact menselijkerwijs onmogelijk. Voorlopig zullen we nog wel in ons uppie blijven, hier in dit hoekje van de Melkweg. En blijven we, als een door hormonen geplaagde puber, dromen over die 'ander'.