Totaal aantal pageviews

woensdag 24 juni 2015

Eenhoorns spotten tijdens legendarische vakantie


Het vakantieseizoen breekt weer aan. Sommigen houden het lekker dicht bij huis, voor anderen is de andere kant van de wereld nog niet ver genoeg. Maar, er zijn plekken op deze wereld die fantastisch en ongekend zijn. Lees en beleef…
 
Paradijselijke krater
Het is fris, maar de lucht is helder als we om zeven uur ’s morgens van start gaan. Aan de rand van de weidse krater is het uitzicht weergaloos. Thorwyn, mijn gids, wijst naar het landschap. Diep beneden ons golven paradijselijke weiden met meren en plukjes bos. In de verte de centrale piek in het midden van de kratervallei. Ooit ontstaan door een vulkanische explosie. De kraterrand vertoont niet voor niets het zwarte basalt. Voorzichtig volgen we het zigzaggende pad omlaag.
Ik heb soms moeite Thorwyn bij te houden. Deze jonge vrouw is oersterk en beschouwt wolven als schoothondjes en knuffelt met beren. Toch kan alleen zij mij op deze hike begeleiden.
Eenmaal beneden houden de paden op en doorkruisen we het hoge gras langs groepjes berkenbomen en taxusdennen.
 
Maagd als gids
“Eenhoorns gaan in gevangenschap onherroepelijk dood, dus zul je ze in dierentuinen nooit zien,” vertelt mijn gids. “Vilzavische edelen ontdekten in de 16de eeuw het legendarische beest, maar het bestaan ervan werd pas in de 19de eeuw wetenschappelijk bewezen.”
Een aantal reeën schiet voorbij. Maar ja, als je op zoek bent naar eenhoorns, zijn deze dieren niet zo interessant.
 

“Eenhoorns zijn vrij schuw, behalve voor maagden,” zegt Thorwyn nu. “Ze hebben het onderzocht. Het blijkt dat de eenhoorn de hormonale toestand van een vrouw kan waarnemen. Als ze nog nooit zwanger is geweest, zou ze de eenhoorn kunnen lokken.”
Ik kijk haar aan. Is dat echt zo?
“Ik ben nog nooit zwanger geweest. Wees maar blij. Teveel testosteron verdraagt de eenhoorn niet. Dan kan hij jou aanvallen. Maar nu ben ik erbij.” Ze glimlacht naar me. Bijna arrogant.
 
Mannen moeten afstand houden
De centrale piek moet immens zijn, want zelfs na een flinke looptocht, komt het massief maar langzaam dichterbij. Halverwege de ochtend domineert de bijna 800 meter hoge granietpiek mijn hele westelijke blikveld.
We zien korhoenders aan de oever van een meertje. Wilde runderen grazen verderop.
“Daar.” Thorwyn gebaart in zuidelijke richting. Ik zie witte paardachtigen grazen. Met de telelens van mijn fototoestel zie ik dat ze een enkele gespiraalde hoorn op hun voorhoofd hebben. Wauw!
Voorzichtig lopen we die richting uit. Ik durf bijna niet te ademen. Nu kunnen we ze zien op zo’n 50 meter afstand.
“Ze schijnen ook nog in valleien van het Himalayagebergte voor te komen. En hier dus. Machtig he? Kijk, dat is een wijfje,” wijst ze. “Die hebben iets kortere hoorns.”
 
Symbool van zuiverheid
 
Zelf gaat ze nog wat dichter naar ze toe. Zullen ze voor haar niet wegdraven? Zelf blijf ik hier staan. Ze staat er nu zo’n tien meter vandaan en de mythische beesten schrikt het niet af. Ze plukt wat gras en probeert daarmee te lokken. Een eenhoorn die uit Thorwyns hand eet, dat moet ik zien. Een enkele eenhoorn komt inderdaad op haar af. Ze aait het machtige dier. Inderdaad, alleen een maagd kan de eenhoorn aaien. Zelfs op schilderijen kun je het zien. De eenhoorn en de maagd: het symbool van zuiverheid, zinnebeeld van Maria, de moeder van Jezus.
Langzaam keren de beesten zich echter om en lopen in de richting van de Piek. Thorwyn komt weer naar mij terug.
Een grandioze vakantie-ervaring. Voorbij de grenzen van de werkelijkheid.
 

donderdag 18 juni 2015

Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt


Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt, zei onze koning tijdens zijn bezoek aan Dordrecht op 27 april. Maar zelfs als je zegt Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt, kun je er altijd nog aan toevoegen: Zit je er eenmaal in, heb je het prima naar je zin!

Omdat mijn moeder een vriendin in Dordrecht had wonen, gingen we daar elke Paasvakantie een dagje heen. Zodoende kreeg ik het idee dat het altijd lente was in het Merwedepark of bij het Wantij. We kwamen ook weleens in de binnenstad. Ik weet nog dat er allerlei antiek speelgoed te zien was in het Museum Simon van Gijn.
 

Afgelopen zaterdag waren we weer in de oudste stad van Holland.
We zwierven langs de grachten die hier havens worden genoemd en kregen iets mee van de onvoorstelbare nijverheid uit vroeger tijden. De wijnhandelaren en de kuipers, de wolwevers en de zakkendragers.

Dordrecht is ook de stad van de Synode die hier in 1618 en 1619 plaatshad. Ongetwijfeld speelde de Grote Kerk daar in een belangrijke rol, maar de eigenlijke kerkvergaderingen vonden plaats in de Kloveniersbeurs. Dit gebouw bestaat echter niet meer.
 
 

De Dordtse Leerregels werden geformuleerd. Een complexe materie. Ben je aanhanger van Arminius of Gomarus? Remonstrant tegen Contra-remonstrant. In hoeverre zijn Gods besluiten afhankelijk van het doen en laten van de mens? Is alles al door God voorbeschikt? Hebben wij een vrije wil? Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt.

Johan van Oldenbarnevelt pleitte voor meer tolerantie voor de Remonstranten, maar moest zijn denkbeelden bekopen met onthoofding. Ook christenen wisten wel hoe ze hun messen moesten slijpen.
 
 

We lieten de theologische overpeinzingen wegwaaien over de Merwede en streken neer op een terras aan het Groothoofd. Hier keek de Koninklijke familie naar de botenparade. Een bord geeft de route van de Oranjes nog eens weer.

En dan komt de kelner met nóg een variant: Hoe dichter bij Dordt, hoe groener het wordt!

 

zondag 7 juni 2015

Monumenten van voorbije levens

Een wandeling over een begraafplaats onder leiding van een gids. De lange zonnige avond leende zich er uitstekend voor. Zeker als zo’n begraafplaats uitgestrekt en oud is. Dan weerspiegelt zo’n plek de geschiedenis van een stad. De mensen die er hebben gewoond, de oorlogen die er zijn gevoerd.

Deze en volgende foto: Moscowa, Arnhem
 

Verschil in geloof moet er zijn, ook na de dood. Er is een Joodse begraafplaats, een Islamitische en een hek was lange tijd de onneembare scheidslijn tussen Protestant en Rooms-Katholiek. Inmiddels is er een doorgang gemaakt. De levenden zijn een oecumene opgestart die bij de doden reeds realiteit is.
Het doet me denken aan dat grapje. Je gaat dood, Petrus verwelkomt je in de Hemel. Je loopt door de lange gangen waaruit de Hemel kennelijk bestaat. Als je langs een gesloten deur komt, zegt Petrus plotseling:
“Ssst, stil zijn. Hierachter zitten de Gereformeerden / Evangelischen / Roomsen.” (vul zelf maar in…). “Die denken dat ze hier de enigen zijn!”



De graven zijn stuk voor stuk monumenten van een voorbij leven. De namen, een spreuk, een Bijbeltekst. Soms een monument in de vorm van een vraagteken (waarom zo jong?), soms een vleugel of een viool als grafsteen (een muzikant).
Er zijn bloemrijke strooivelden, kunstige urnenmuren.

Maar, het blijven monumenten. Want ik geloof dat ze hier niet meer zijn. Ze zullen voortleven. Hoe? Waar? Wie wel en wie niet? Ik ga daar niet over.

God only knows.

dinsdag 26 mei 2015

Mijn allereerste Ronduit-conferentie


De streekbus had Rotterdam verlaten en zette koers naar Zeeland. Waar was ik eigenlijk aan begonnen? Een lang weekend met volstrekte vreemden in een conferentieoord. Maar, er was geen weg terug. De bus reed onafwendbaar naar Burgh-Haamstede.

Op de site van Beam stond een column: voor de allereerste keer naar een Tienerweekend, Opwekking of EO-jongerendag. En zo dacht ik terug aan mijn allereerste EO Ronduit-weekend in De Burght.

Onbekende ander

In de zaal waar je je kon inschrijven en in de ruimte waar je thee of koffie kon krijgen, zag ik allemaal groepjes of stelletjes. Als eenling staarde ik naar de damp uit mijn plastic bekertje thee. Snel opdrinken, een verbrande tong tot gevolg, en met mijn tas naar mijn kamer die ik met een onbekende ander deelde. Die onbekende had zijn tas op bed gegooid. Er zat geen labeltje aan, dus ik had geen idee hoe hij heette.

 
In de grote zaal begon de avondviering. Een band op het podium. Vol enthousiasme zong iedereen opwekkingsliedjes. Er werd onderling gekletst, maar ik had niemand om mee te kletsen. De spreker maande om stilte.
“Geweldig om met je buurman of buurvrouw te praten, maar dat kan straks. De avond duurt nog lang. Graag zou ik willen dat je nu even niet let op degeen die naast je zit. Het gaat nu  tussen jou en God.”
“God waarom hebt U mij als eenling in deze menigte gegooid?” bad ik inwendig.

Roodharig meisje

De viering was voorbij. Hoe kwam ik in vredesnaam de rest van de avond door? Ineens kwam er een meisje met rood haar op me af die spontaan een praatje met me ging maken. Het ijs was snel gebroken. Na een tijdje verdween ze weer in de massa, maar ik genoot nog na van haar stem en haarkleur. Tjonge, als ik die de komende dagen nog te spreken krijg, zal het misschien toch een onvergetelijk weekend worden.

Nu stond er een jongen in zijn eentje wat te staan. Hij had een keurige scheiding in zijn haar. Ik ging naar hem toe.
“Geweldig hè, dat Jezus Koning is in ons leven,” zei hij gelukzalig. “Ben jij ook vervuld met de Heilige Geest?” vroeg hij. Ik aarzelde wat.
“Is Jezus jouw Koning? Of laat je je leiden door allerlei andere zaken?” ging hij verder. Help! Was ik wel zo gelovig als hij? De christelijke lat lag wel hoog hier.

Ik ging naar mijn kamer. Benieuwd wie mijn kamergenoot zou zijn. Ik deed de deur open en wie zag ik daar? Frank! De reisleider van de Beter Uit-reis van afgelopen zomer.
“Hoe is het mogelijk,” riep ik uit.
“Het heeft zo moeten zijn. Gezellig, man,” lachte hij.

De rest van het weekend trok ik op met Frank en zijn vrienden. Regelmatig kwam ik ook het roodharige meisje tegen. Blanke huid, sproetjes op haar wangen.

Grote zonde

Op een avond een consternatie. De jongen met de keurige haarscheiding zat huilend op de grond. Hij had een grote zonde begaan. Hij was niet bij de vieringen geweest, maar naar de disco in Renesse. Hij had met allerlei wereldse meisjes gedanst.
“Kom mee, we gaan met je praten en bidden,” zei iemand van de Ronduit-leiding.

Op de laatste dag stapte ik op het roodharige meisje af. Nu of nooit. Ze vertelde dat ze al heel gauw voor een jaar naar Zwitserland ging. Au pair. Daar ging mijn droom. Tegenwoordig zou je zeggen: ga mailen, sms-en, appen, Facebooken… Maar ja, het was nog maar 1990.
Ik wenste haar veel plezier en wie weet, misschien tot ziens.

En toch. Uiteindelijk verliet ik met heimwee Burgh-Haamstede. Wat een mooi weekend.

En het thema? Dat ging over Esther. Het Bijbelboek waar het woord God niet in voorkomt, maar waar Hij wel degelijk een Hoofdrol in speelt.

Heel herkenbaar.

 

 

 

 

 

 

dinsdag 19 mei 2015

Het afwasmiddel groeit tegen de muur


Dat je eigenlijk nooit naar de supermarkt hoeft omdat alles wat je nodig hebt om je heen groeit, was mij wel bekend. Zevenblad, paardensla, smalle weegbree, veel is te eten. Je hebt er alleen een dagtaak aan om je kost bij elkaar te verzamelen, als dat al voldoende is.
In de krant Metro las ik over Arjan Postma die rondom Amsterdam aan het survivallen was. Hij vertelde enthousiast over klimop. Niet dat je dat kunt eten, maar je kunt er afwasmiddel van maken.

 

Afwasmiddel? Ik weet wel dat de klimop welig tierde tegen de bijkeukenmuur van mijn ouderlijk huis. Tijdens een verjaardag zei een tante tegen ons:
“Joh, die klimop verrinneweert je muur. Dat moet je weghalen.” En ze begon al aan de twijgen te trekken. Maar mijn moeder greep in:
“Ik vind het juist romantisch, een muur met klimop.

 
 

Ik heb dus nooit geweten dat er afwasmiddel tegen de bijkeuken groeide en ik besloot het zelf te gaan testen, want naast onze keuken groeit deze klimplant ook. Enkele blaadjes plukken, een pannetje met water op het vuur en de klimop koken. Ik verwachte dat het zou schuimen, maar de bladeren leken totaal niet te gaan slinken. Geen wonder dat het spul in ieder geval niet eetbaar is.
 
Na een tijdje deed ik het gas uit en goot de boel door een zeef. Ik had nu een groene vloeistof die wel wat weg had van afwasmiddel of shampoo. Tijdens het afwassen bleek het sap van onze klimplant inderdaad flink te ontvetten. Een vuile wok werd brandschoon.
Later las ik op internet dat je de klimopbladeren beter door een blender kunt halen en dan koken.

Ik vrees dat de afwasmiddelenfabrikant een andere baan moet gaan zoeken. Klimopkweker lijkt me een passende vervanging.

 

woensdag 13 mei 2015

Hemelvaartsgedachte


“Christenen spelen vals,” hoorde ik een keer iemand zeggen. “Ze beweren dat Jezus uit de dood is opgestaan, maar uiteindelijk vertrok Hij toch naar de hemel.”
Het was meer een grappig bedoelde opmerking, maar de quote liet me niet los.

De leerlingen van Jezus hadden het liefst het leven met Hem op de oude voet voortgezet, maar dat kon niet meer. Jezus’ lichaam was niet meer ouderwets Aards. Beslist geen geest, Hij at een vis voor de ogen van de discipelen op, maar Hij was wel over de dood heengestapt.
 

Ik heb Hemelvaart ooit eens zo horen uitleggen. Een predikant kan in een kerk wel een prachtige preek houden, maar dat reikt niet verder dan de kerkgangers. De dominee kan beter bovenop de kerktoren gaan staan en zijn preek met een megafoon over de hele stad uitbazuinen. Dan kan iedereen het horen.
(In Ethiopië maakte ik dat trouwens echt mee. De hele nacht gebeden en lezingen die via luidsprekers in de hele stad te horen waren.)

Het voorbeeld is duidelijk. De Goede Boodschap kon niet langer beperkt blijven tot Israël. Jezus moest Zijn geboortegrond wel verlaten om met Pinksteren Zijn Geest uit te storten op iedereen. Daarom kan Hemelvaart ook niet los worden gezien van Pinksteren. Het is niet goed om te blijven hangen bij Goede Vrijdag; het werd immers Pasen. Het is ook niet goed om te blijven aarzelen bij Hemelvaart; het wordt namelijk Pinksteren!

Of zoals een oud kerklied het zegt (Lied 234 van het Liedboek voor de Kerken 1973):

 

Al heeft Hij ons verlaten,

Hij laat ons nooit alleen.

Wat wij in Hem bezaten

is altijd om ons heen

als zonlicht om de bloemen

een moeder om haar kind

Teveel om op te noemen

zijn wij door Hem bemind.

 

 

Prettige Hemelvaartsdag en een gezegend Pinksteren!

dinsdag 5 mei 2015

Zaterdag 5 mei 1945: een snertdag


Oranje

Die zaterdagochtend had ze – voordat ze naar haar werk ging - oranje versieringen in haar tas gestopt voor het geval dat. Wel een beetje onderin, want je zag nog overal Duitsers.
Aan het einde van de tunnel (was het de Statentunnel?) merkte ze dat het goed mis was. Duitse militairen stonden te controleren. Ze keken tassen na. Niet van iedereen; ze pikten er af en toe iemand uit. Met bonkende keel is ze langs het checkpoint gelopen. Zij werd er niet tussenuit gehaald.
Als ze wel was gecontroleerd en ze hadden het oranje in haar tas gevonden, was ze waarschijnlijk afgevoerd en doodgeschoten. Dan had ik dit blog niet kunnen schrijven, dan had ik nooit bestaan…
 
 

Geen vlag zag je nog

Het was zaterdag de vijfde mei 1945. De Rotterdammers snakten naar vrede. De Hongerwinter had er ingehakt. Mijn oma en opa, mijn moeder en haar twee broers moesten het op een gegeven moment per week doen met: 3 ons vlees, 1 kilo aardappelen, een half brood en 3 kilo suikerbieten. Geen wonder dat ook aardappelschillen en tulpenbollen werden geconsumeerd. “Varkensvoer” schreef mijn moeder in haar dagboek.

Uit dat dagboek haalde ik meer informatie over die vijfde mei:

Het is een snertdag geworden, die zaterdag. Je verwachtte iedere keer wat en er gebeurde niets: geen vlag zag je nog.

Pas op zondag 6 mei omstreeks 10 uur in de morgen werd er geroepen: “Oranje boven, leve de koningin! Het is vrede, steek de vlaggen uit!”

Veel moffen droegen nog wapens, de ondergrondse hield ze wel in bedwang totdat de Canadezen zouden komen.

 
Chaos en euforie

Het was voor mij opvallend om te lezen dat ‘Vijf Mei’ in Rotterdam nog helemaal niet feestelijk was. Nagezocht op de website van het Rotterdamse Gemeentearchief en inderdaad. De Duitse troepen wilden zich niet overgeven aan de NBS, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, maar aan de Geallieerden. Er vonden nog schietpartijen en executies plaats.
Er heerste naast euforie vooral chaos en verwarring.

Pas na 6 mei begonnen de feesten en het grootschalig vlagvertoon, maar ook de afrekeningen. Huizen van landverraders werden geplunderd, huisraad in brand gestoken. ‘Moffenmeiden’ werden er bij gesleept. Hoe keek mijn moeder daar tegenaan?

Op 21 mei 1945 schreef ze:

Meiden die met Duitsers liepen daarvan werd het haar er af geknipt en met rode menie schilderden ze hakenkruizen op hun hoofd. En er werd bij gezongen:

Kale kop, kale kop
Met een hakenkruis er bovenop

Helemaal goedkeuren kan ik het niet. Het is een erg griezelig gezicht. Maar hun verdiende loon is het wel.

Mijn moeder kan niet meer vertellen over de oorlog, maar haar schrijven spreekt boekdelen.