Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagboek. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2015

Zaterdag 5 mei 1945: een snertdag


Oranje

Die zaterdagochtend had ze – voordat ze naar haar werk ging - oranje versieringen in haar tas gestopt voor het geval dat. Wel een beetje onderin, want je zag nog overal Duitsers.
Aan het einde van de tunnel (was het de Statentunnel?) merkte ze dat het goed mis was. Duitse militairen stonden te controleren. Ze keken tassen na. Niet van iedereen; ze pikten er af en toe iemand uit. Met bonkende keel is ze langs het checkpoint gelopen. Zij werd er niet tussenuit gehaald.
Als ze wel was gecontroleerd en ze hadden het oranje in haar tas gevonden, was ze waarschijnlijk afgevoerd en doodgeschoten. Dan had ik dit blog niet kunnen schrijven, dan had ik nooit bestaan…
 
 

Geen vlag zag je nog

Het was zaterdag de vijfde mei 1945. De Rotterdammers snakten naar vrede. De Hongerwinter had er ingehakt. Mijn oma en opa, mijn moeder en haar twee broers moesten het op een gegeven moment per week doen met: 3 ons vlees, 1 kilo aardappelen, een half brood en 3 kilo suikerbieten. Geen wonder dat ook aardappelschillen en tulpenbollen werden geconsumeerd. “Varkensvoer” schreef mijn moeder in haar dagboek.

Uit dat dagboek haalde ik meer informatie over die vijfde mei:

Het is een snertdag geworden, die zaterdag. Je verwachtte iedere keer wat en er gebeurde niets: geen vlag zag je nog.

Pas op zondag 6 mei omstreeks 10 uur in de morgen werd er geroepen: “Oranje boven, leve de koningin! Het is vrede, steek de vlaggen uit!”

Veel moffen droegen nog wapens, de ondergrondse hield ze wel in bedwang totdat de Canadezen zouden komen.

 
Chaos en euforie

Het was voor mij opvallend om te lezen dat ‘Vijf Mei’ in Rotterdam nog helemaal niet feestelijk was. Nagezocht op de website van het Rotterdamse Gemeentearchief en inderdaad. De Duitse troepen wilden zich niet overgeven aan de NBS, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, maar aan de Geallieerden. Er vonden nog schietpartijen en executies plaats.
Er heerste naast euforie vooral chaos en verwarring.

Pas na 6 mei begonnen de feesten en het grootschalig vlagvertoon, maar ook de afrekeningen. Huizen van landverraders werden geplunderd, huisraad in brand gestoken. ‘Moffenmeiden’ werden er bij gesleept. Hoe keek mijn moeder daar tegenaan?

Op 21 mei 1945 schreef ze:

Meiden die met Duitsers liepen daarvan werd het haar er af geknipt en met rode menie schilderden ze hakenkruizen op hun hoofd. En er werd bij gezongen:

Kale kop, kale kop
Met een hakenkruis er bovenop

Helemaal goedkeuren kan ik het niet. Het is een erg griezelig gezicht. Maar hun verdiende loon is het wel.

Mijn moeder kan niet meer vertellen over de oorlog, maar haar schrijven spreekt boekdelen.

 

 

 

zaterdag 12 mei 2012

De veertiende mei

De zon ging stralend op. Het was een prachtige dag, en zo rustig. Je zou niet zeggen dat het oorlog was. De hele morgen was het rustig, je hoorde geen vliegtuig, zelfs geen schot.

Dit hierboven zijn de eerste regels die mijn moeder in haar dagboek schreef onder het opschrift Dinsdag 14 Mei 1940. Ze was toen 14 jaar.
Het moet inderdaad een prachtige wolkenloze meidag zijn geweest. Rotterdam haalde weer adem na een aantal zeer onrustige dagen. Toen op vrijdag 10 mei de oorlog uitbrak logeerde er toevallig net een tante uit Scheveningen bij het gezin in Kralingen. De radio berichtte over Duitse vliegbewegingen boven Nederland, maar dat hadden ze zelf ook al gehoord. De tante wilde terug, maar er reden geen treinen meer.


Straten werden afgezet. Rond de Maasoevers vonden heftige schotenwisselingen plaats. Regelmatig was er luchtalarm. Er heerste angst en ongeloof. Op zondag 12 mei (eerste Pinksterdag) was het niet mogelijk om naar de kerk te gaan; op straat was het veel te gevaarlijk. Het Maasstation brandde, de Marinierskazerne was gebombardeerd. De dag daarop kreeg de oom uit Scheveningen het toch voor elkaar om tante op te halen per tandem. Op de veertiende mei leek de rust te zijn teruggekeerd.
Ze waren 's ochtends nog even buiten geweest. Ze wilden tussen de middag net een boterham eten toen toch weer dat luchtalarm afging. Mijn oma at terstond niets meer, maar mijn moeder had honger en nam twee boterhammen mee. Ze stonden onderaan de trap van hun bovenwoning. Ze hoorden knallen die steeds dichterbij leken te komen. Een soort van machinaal gehuil weerklonk boven de stad. En toen het inferno. Hun huis schudde op een manier dat ze nooit voor mogelijk hadden gehouden. Rookwolken in de straat. Overal het geluid van instortende huizen en glasgerinkel. Gillende en huilende mensen die voorbij renden. Geschreeuw: "De Oostzeedijk staat in brand!"

Wat moet er op dat helse ogenblik door mijn moeder zijn heengegaan. Een gevoel dat je wereld instort in de meest letterlijke zin. Dat niets er meer toe doet, behalve je eigen leven en dat van je dierbaren.
"Jullie moeten bidden," zei mijn oma.
"Dat doe ik al, maar het helpt niet," reageerde mijn moeders jongste broertje.

Meer dan een kwartier stonden ze daar met een deken onder de arm, dicht tegen elkaar. Biddend, smekend dat het ophouden mocht. De laatste klap was zo oorverdovend dat mijn moeder hem nooit meer zou vergeten. Achteraf bleek er een blindganger op het balkon te zijn gevallen waardoor slechts het keukenraam aan diggelen ging. Als het een voltreffer was geweest had mijn moeder het niet overleefd en had ik nooit bestaan.

Rotterdam brandde. Bluswater was er niet meer. Hoewel het huis niet was verwoest, dreigde het nu ten prooi te vallen aan een ongetemde vuurzee, dus moesten ze vluchten. Ze zijn naar Hillegersberg gelopen waar ze konden overnachten bij kennissen van hun buren. De dag daarop bleek het huis er nog te staan, maar de buurt was onherkenbaar geworden. Mijn moeder schrijft: Van de Lusthofstraat was niets meer over. Die mooie winkelstraat. Een heel klein stukje stond er nog.

Hoe heeft mijn moeder dit ooit verwerkt? Telkens als er vliegtuigen laag overvlogen, sirenes afgingen en er een zwaar onweer overtrok zou de angst bij haar weer bovenkomen. Haar leven lang. Maar ze heeft er veel over gepraat en het gedetailleerd opgeschreven. Zo zijn haar ervaringen bewaard gebleven. Opdat het bombardement van Rotterdam op die veertiende mei nooit zal worden vergeten.

zaterdag 9 april 2011

Papieren blogjes

Met permissie mag ik een aantal fragmentjes publiceren uit het dagboek dat Nicolien in de jaren ’90 bijhield. Het zijn eigenlijk kleine krabbeltjes, een soort blogs of tweets avant la lettre, over de dingen die haar bezighielden in die tijd: het wereldgebeuren, geloofszaken, alledaagse ontwikkelingen en beslist ook jongens, al zal ik dat laatste onderwerp lekker laten voor wat het is.
In april 1993 schreef ze:

Wij mochten op zondag wél fietsen. Tegenwoordig met dat hele milieugebeuren zou je beter kunnen zeggen: je MOET op zondag fietsen. Laat die auto maar eens lekker een dagje staan!

In de zomer van 1993 had ze haar VWO-diploma op zak. En ondanks de verhuizing van de Veluwe naar Amstelveen was er nog wel tijd om boeken te lezen, want in juli schreef ze over de christelijke bestsellers van Frank Peretti De duisternis aanwezig en Licht door de duisternis:

Allemaal erg spannend, maar totaal onwaarschijnlijk. Ik weet wel: in Efese staat dat we te maken hebben met de strijd in de hemelse gewesten en ik geloof zeer zeker in demonische machten, maar ik ben ook een erg nuchter Gereformeerd meisje en ik geloof toch echt niet dat engelen en demonen ergens bovenop een schapenwolkje elkaar te lijf gaan met bliksemende zwaarden.

September 1994. Inmiddels studeert Nicolien al een jaar aan de Vrije Universiteit en woont ze in het studentencomplex Uilenstede te Amstelveen. Ik lees:

Onze studentenvereniging organiseerde een sponsorloop om geld op te halen voor de slachtoffers uit Rwanda en Burundi. Ik ben er extra fanatiek tegenaan gegaan. Meer dan 150 gulden opgehaald.
“Rwanda schijnt een erg christelijk land te zijn, nou dat is te merken,” snoefden  medestudenten  tegen mij op de eenheid. “Als Jezus echt bestaat, had Hij allang ingegrepen.”
“Als Jezus echt de Zoon van God zou zijn geweest, dan was Hij wel van het kruis afgekomen, zeiden de omstanders daar op Golgotha. Er is in 2000 jaar weinig veranderd,” reageerde ik.

Daar valt weinig aan toe te voegen. Die papieren blogjes uit de jaren ’90 spreken voor zich…