Totaal aantal pageviews

donderdag 30 januari 2014

Brochures en stenciltjes


Tijdens een verhuizing kom je stukjes geheugen tegen. Allerlei papieren, van brochures tot vlekkerige stenciltjes. Ik heb de neiging om (te) veel te bewaren.
 
Schoolrapport
 
Zo ontdekte ik weer mijn rapporten van de lagere school. Ach ja, zoiets gooi je niet zo snel weg.
Rapport Prinses Ireneschool Delft. De documenten worden steeds netter. Het rapport van klas 1 is een vergeeld stenciltje met een rode omslag, het rapport van klas 4 ziet er al wat professioneler uit. Cijfers kreeg je niet: het was goed, voldoende of zwak. Hoofdrekenen is zwak, maar wordt voldoende. Cijferen (ik krijg van het woord alleen al de rillingen) blijft zwak, taalvaardigheid is goed. Tempo: langzaam.   
 


Ik struin verder in de archieven van mijn leven en vis de Korte Catechismus naar boven. Vraag: Waaruit kent gij uw ellende? Antwoord: Ik ken mijn ellende uit de Wet van God.
Volgens mij hebben we uit deze boekjes helemaal niet gewerkt tijdens de catechisatie in de kerk. Het was allemaal veel moderner dan deze werkjes waarin overigens een jaartal ontbreekt.
 
New Age
 
Dan kom ik een brochure tegen waarop een soort spook staat afgebeeld met een regenboog. New Age en de Antichrist staat er. Ik weet nog dat ik zo'n 25 jaar geleden nachtmerries kreeg dat boekje. New Age is onderdeel van een wereldwijd complot  welke uiteindelijk zal leiden tot een alleswurgende dictatuur. Een alomvattend computernetwerk gaat ons doen en laten tot in detail volgen en controleren. Wanneer werd dit geschreven? 1987... Voor die laatste opmerking hadden ze beslist een vooruitziende blik.
 

Krijsende gitaren
 
Op de bodem van de verhuisdoos vind ik een foldertje van de No Longer Music Band. Ik kan me dat optreden nog wel herinneren. Marcanti in Amsterdam. Het was inderdaad niet langer meer muziek. Krijsende gitaren, een muur van metal blies de aanwezigen zowat omver. Headbangende punkers. Let wel: een christelijke band.
Er ligt een nieuwsbrief bij: Steiger Info: tweemaandelijkse Steiger 14 nieuwsbrief. (april 1990) Een onderdeel van Jeugd met een Opdracht. De band toerde door de USSR en trad op tijdens death metalconcerten. De brief vertelt over de confrontatie tussen satanische  machten en de kracht van Jezus, midden in Novosibirsk.
 

Toch zonde om al die paperassen weg te gooien. Het zijn prima herinneringen en bouwstenen voor een blog.

dinsdag 21 januari 2014

Breek uw tent op...ga op reis


Je moet het vooral niet te vaak doen: verhuizen.  Naast het vele kluswerk, verhuisdozen inpakken  en uitpakken, moet je ook nog talloze instanties en abonnementen op de hoogte zien te brengen van een adreswijziging. Soms gaat dat vrij eenvoudig, bij anderen lijkt het er op dat verhuizen een hoogst ongebruikelijk verschijnsel is.
 


Bovendien hebben wij westerse consumenten gewoon veel te veel dingen.

Een collega van mij, die ook verhuisde, verzuchtte dat dat in het stenen tijdperk toch makkelijker ging. Hoogstens verkaste je van de ene grot naar de andere en nam je zoveel mee wat je kon dragen. Ter plekke legde je toch weer een nieuwe vuurhaard aan.

De eerste, in de Bijbel wat meer uitgebreide beschrijving van een verhuizing, is die van Abraham. Hij moest van God vertrekken uit Ur der Chaldeeën en op weg naar Kanaän.  Tenten mee, de complete veestapel in beweging zetten. Het was een tijd van nomadenstammen. Vaste woonplaatsen begonnen op te komen, maar daar schuilde weinig goeds in. In Babel, waar ze een toren tot in de hemel probeerden te bouwen, verwarde God de taal, zodat iedereen verstrooid raakte. Lot, Abrahams neef, verruilde zijn tent voor een stenen huis in de stad Sodom. Niet dat die stad een fijne reputatie had, maar Lot wilde comfort. We weten allemaal wat er gebeurd is: Sodom werd vernietigd vanwege de stuitende ongastvrijheid en vreemdelingenhaat.
 
 

Dat is misschien het probleem van vaste woonplaatsen: je bent minder op elkaar aangewezen, het wordt steeds meer ieder voor zich.

Ons aardse bestaan wordt in de Bijbel vaak vergeleken met het wonen in een tent. We zijn hier maar tijdelijk. We are only visiting this planet. Ooit moeten wij, net als Abraham, onze tenten opbreken en op reis gaan. Op weg naar ons uiteindelijke Thuis. We kunnen niets meenemen, alleen onszelf.

Dat zal me een verhuizing zijn.

donderdag 2 januari 2014

Het allereerste Oud en Nieuw


Oudejaarsavond. Als ik aan de jaarwisselingen uit mijn jeugd terugdenk, ruik ik gesuikerde oliebollen en appelbeignets en warme rode wijn met kaneel. We staken nooit vuurwerk af, hoogstens wat sterretjes. Koudvuur werd gezegd, maar toen we een sterretje binnenshuis afstaken, brandde slechts één vonk een gaatje in het tapijt. Ik zie de oudejaarsconferences van Paul van Vliet of Wim Kan weer voor me op de televisie. Wim Kan, dat was politiek cabaret. Ik vraag me af of ik er als kind veel van begreep, maar kennelijk maakte het toch indruk: kennismaking met de oudejaarsconference.  En als kind zong ik gewoon mee:

Weet u al een beetje wat of hoe. Waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe?

Het maakte me een tikje melancholisch ook al had ik toen nog nooit van dat woord gehoord.



Mijn allereerste Oud & Nieuw staat me nog helder voor de geest.

Ik werd tegen middernacht wakker gemaakt en mijn verwachtingen waren hooggespannen. Ik zou de overgang naar een nieuw jaar meemaken en vuurwerk zien.
Vuurwerk: ik stelde mij dat voor als een soort noorderlicht. Spectaculaire lichtshows in de hemel. Maar in werkelijkheid bleek het te gaan om een soort vurige pijlen die omhoog werden geschoten en kleurrijk uiteenspatten in de lucht. Op zich mooi, maar ik had wel wat meer sensatie verwacht.

Slaapdronken liep ik door de woonkamer. Op de televisie was een mevrouw die een melig liedje zong:  M'n laatste peuk, m'n laatste sigaretje en daarna doen ik het niet meeheeheer, en daarna doen ik het niet meer.

Het stelde niet veel voor, zo'n jaarwisseling.

Het jaar daarop besloten mijn ouders dat ik op mocht blijven. Beter dan dat ik halverwege uit mijn slaap werd gerukt.


Alle lezers van mijn blog wens ik een gelukkig 2014!!


In verband verhuisdrukte zal er de komende weken even geen blog van mij verschijnen.

donderdag 26 december 2013

Wandelen door het Kerstverhaal


Je loopt door het donker achter de herder aan, een koude wind jaagt in je gezicht. De lampions zijn een lamp voor je voet en geven je een beetje licht op je pad. Ineens wordt de weg versperd door een soldaat. Is het wel een soldaat? Nee, het is een heraut die Latijn tegen je praat. Natuurlijk versta je we wel een beetje Latijn, zolang je je kunt heugen besturen Romeinen deze landstreek.
"Als je in de karavaanserail bent moet je je naam noteren. Bevel van de keizer," zegt de heraut.

 

Je gaat weer verder door de duisternis, maar je hoort het tikken van de herdersstaf en de lampion geeft aan dat het pad moeizamer wordt.

Dan ineens een helder licht. Een engel op je pad die naar de horizon wijst: "Er is een heel bijzonder kind geboren." Boven de horizon zie je een grote ster.

Eerst even uitrusten in de karavaanserail, het is er een drukte van jewelste. Reizigers verwarmen zich bij het vuur, je kunt er wat eten en drinken.

Op een stuk perkament moet je je naam noteren. Keizer Augustus zal tevreden zijn.

Als je weer op weg gaat, blijkt het niet ver meer naar Bethlehem te zijn. Bethlehem betekent  niet voor niets 'broodhuis',  je kunt er je eigen brood bakken. In de plaatselijke synagoge worden de kaarsen in de chanoeka-kandelaar aangestoken. Het lichtfeest dat verwijst naar de hernieuwde inwijding van de tempel nadat de bezetters Jeruzalem hadden verlaten.

De ster hangt niet boven Bethlehem, maar er iets buiten. Je moet weer de velden in, daar waar herders kleine uitkijktorentjes hebben gebouwd zodat ze beter op de kudden kunnen letten. De ster blijft hangen boven een verhoging. Dan ontdek je een opening in de flank van de heuvel. Je gaat naar binnen en ruikt beesten. Je loopt door een gang die steeds lichter wordt. Daar is het doel van je wandeling: Jozef en Maria zitten daar in een dierenverblijf. Maria heeft een kindje in haar armen.

Niet in een paleis, niet in een tempel, hier in de stal ontmoet je het Koningskind.

 

Afgelopen zaterdag kon je in Museumpark Oriëntalis (voorheen Bijbels Openluchtmuseum) bij Nijmegen letterlijk door het Kerstverhaal wandelen. Geen 3D-ervaring, maar een belevenis voor al je vijf zintuigen.

dinsdag 17 december 2013

God hield Zijn adem in


In de kerk wordt elke week een kaarsje extra aangestoken. Zelfs al zou je de taal in zo'n kerk niet verstaan, maar wel christen zijn, dan nog zou je weten: het is Advent.

Het is de stilte voor de Kerst, de verwachting. Niet het ongeduldige wachten bij de bushalte als de bus te laat blijkt te zijn, of de dienstregeling op de kop blijkt gegooid. Meer het wachten terwijl je gewoon met je dagelijkse beslommeringen doorgaat. Wat dat betreft lijkt het op een zwangerschap en de associatie met Maria, de moeder van Jezus is snel gelegd.
 
 

Je kunt je afvragen waarom de Messias nu precies in een tijd werd geboren van bezetting. De Romeinen bezaten het land. Israël was een onderdeel van het grote rijk geworden met een keizer aan de top die als een god werd gezien. Het kan zijn dat daardoor de boodschap van Jezus Christus juist sneller is verspreid. Via de handelswegen van het Imperium, via snelle schepen naar het Middellandse Zeegebied. Naar grote havensteden. Rome kreeg er lucht van: het New York en het Washington van die tijd.

Jezus werd precies op het goede moment geboren.

Maar of Maria, die met Jozef van Nazareth naar Bethlehem reisde, dat al helemaal kon voorzien? Ik denk het niet.

Het was nog de stilte voor Kerst.

En toen het kindje werd geboren hield God Zijn adem in.

 

dinsdag 10 december 2013

South Western Townships


Op de dag waarop Nelson Mandela werd vrijgelaten kleurden we het schoolbord onder met groen en geel krijt. De kleuren van het ANC, inclusief het zwart van het bord zelf,  prijkten zo in het leslokaal van Bibliotheekacademie in Den Haag.  Al weet ik niet meer of dat precies op 11 februari 1990 was of een dag daarna. Als studenten leefden we  in een revolutionaire tijd. Wij maakten het mee: de val van de Muur, de omverwerping van dictatoriale regimes en bij de dageraad van het laatste decennium van de 20ste eeuw, de afschaffing van de apartheid in Zuid Afrika.

Ik kon toen nog niet bevroeden dat ik meer dan dertien jaar later midden in Johannesburg zou staan. Na drie weken reizen door het noordwesten van Zuid-Afrika, Namibië en Botswana, neemt gids Joe ons mee naar South Western Townships, oftewel Soweto. Per snelweg verlaten we downtown Johannesburg naar de stad die jarenlang synoniem stond voor de strijd tegen de apartheid.

Journaalbeelden uit de jaren '80 staan me weer helder voor de geest. Valleien met talloze optrekjes, golfplaten daken, doorsneden door hoogspanningsmasten, overal mensen op de been.
"Vroeger mochten we geen elektriciteit hebben, hoewel we naast de masten woonden, nu mag het wel, maar is er geen geld voor," vertelt Joe.
We zullen nog veel meer plekken zien. Zelfs het busstation heeft symboliek. Ooit was er een protest waarbij men weigerde gebruik te maken van de bus.
Het Hector Pieterson Monument maakt veel indruk en herinnert aan het bloedbad op demonstrerende scholieren in de grimmige junidagen van 1976.

De zon gaat onder en er steekt een koude juliwind op in Soweto. We komen bij een eenvoudig bakstenen huisje. Het huis waar Mandela woonde en van waaruit hij werd weggevoerd naar de gevangenis. Maar de man die uit dit huisje werd weggevoerd, kwam ongebroken terug en was bereid zijn vijanden te vergeven en werd president van Zuid Afrika.

Het maakt de avondkou een stuk draaglijker.

woensdag 4 december 2013

Het einde van de droom


Enkele weken geleden stond in Trouw een artikel over onderzoek naar de zogenaamde wekdromen. Daar waar je wakker van wordt, blijkt te worden verwerkt in je droom. Ik zal niet in gaan op de wetenschappelijke analyses in dat stuk, maar herkenbaar is het wel.

Vaak is het de wekker die de droom verstoord, of die je uit je droom verlost.

Je bent net opgestegen met het vliegtuig op weg naar een zonovergoten vakantie op Lanzarote en er weergalmt een soort alarm in het toestel. Dat blijkt dan je wekker te zijn. Helemaal geen vakantie, je moet gewoon weer aan het werk.

Ik droomde een keer dat ik in een druk zaaltje zat met vage personen die onsamenhangend met elkaar kletsten. Er was een merkwaardig mannetje bij, een soort kabouter, leek het wel, die ineens op lage toon begon te brullen.

Het was mijn wekker.
 


Jaren geleden, het moet eind jaren tachtig zijn geweest, beleefde ik een einde aan mijn droom dat niet door mijn wekker kwam. Ik droomde dat rond mijn ouderlijk huis postbodes slopen die van alles door onze brievenbus gooiden. Soms joegen we ze weg, maar de bodes  kropen weer terug en wierpen weer allerlei onleesbare brieven door de deur. Ik ging letterlijk voor de deur liggen om de postbezorgers op heterdaad te kunnen betrappen. Ineens gooide iemand een zeer zwaar telefoonboek door de gleuf en die kwam op mijn arm terecht. Ik schrok daar wakker van en het bleek dat ik op mijn arm had liggen slapen.

Het einde van de droom is altijd verrassend.