Totaal aantal pageviews

maandag 25 januari 2016

Een soort vrouwelijke Jezus


Michelle zwemt haar hele leven al tegen de stroom in. Ze lijkt op de vrouw uit het liedje van Jeroen van der Boom: Jij bent zo. Is wit in de mode, draag jij zwart. Zo’n type.
Toch is Michelle voor ons een gezellige en vermakelijke kennis.
Haar man Roland vindt het allemaal prima. Hij weet: zij is zo.

We weten dat ze veertig wordt begin februari, maar onlangs deelde ze doodleuk mee dat ze haar verjaardag niet viert. Ze viert haar verjaardag helemaal nooit meer.

Was ze in een depressie beland? Spontaan Jehova’s Getuige geworden? Dat laatste leek me ondenkbaar, want ze is wel wat spiritueel, maar heeft niet zoveel met geloof. Een depressie achtte ik ook niet waarschijnlijk, want de mededeling om haar geboortedag nooit meer te vieren werd tamelijk vrolijk gebracht.

“Ik vier nooit meer verjaardagen,” zei ze. “Maar niet getreurd, ik vier voortaan mijn naamdag!”
Naamdag?

Binnen Rooms Katholieke kringen en in sommige landen blijkt dat weleens te worden gedaan. Eerlijk gezegd ken ik helemaal niemand uit mijn kennissenkring die een naamdag in plaats van een verjaardag viert.
Behalve dan nu Michelle.

Ze ging speuren en stuitte al snel op Micheline Metelli. Zij stierf op 19 juni 1356 in wat we tegenwoordig Italië noemen. Op Heiligen.net bleek de informatie te vinden. Micheline zou je een kindbruidje kunnen noemen, want ze moest al op haar 12de in het huwelijk treden. Op haar twintigste werd ze weduwe en verloor haar enige kind. Gedurende de rest van haar leven koos ze voor vrijwillige armoede en bekommerde zich om de zieken en misdeelden. Ze genas ook enkele zieken.

Een soort vrouwelijke Jezus. In ieder geval iemand die Hem volledig wilde navolgen.

“Ik raakte zo onder de indruk van haar doen en laten, dat ik dacht: ik wil mijn naam vieren! Dus je bent van harte welkom op zondag 19 juni. Geef maar geld. Dat gaat naar een goed doel, want het naamdagsfeest zal natuurlijk wel een beetje in de geest van Sint Micheline worden gevierd.”

Er viert er één naamdag, hoera hoera!

vrijdag 15 januari 2016

Christenen hebben niet het monopolie op barmhartigheid

Het moet al weer zo’n twintig jaar geleden zijn geweest, dat ik er nog één hoorde en zag: een ouderwetse evangelist. Het was in de Haagse binnenstad. Op een zeepkist riep hij op Jona-achtige wijze op tot bekering. Zo niet dan zouden wij allemaal ten onder gaan.
Het winkelend publiek liep er glad langs heen.
 
Vriendschap
In die tijd was er allang een hele andere vorm van evangelisatie in zwang. Vriendschapsevangelisatie. Word vrienden met een niet gelovige en vertel hem of haar op vriendschappelijke wijze over de Blijde Boodschap. Soms begon de onchristelijke vriend inderdaad te geloven. Op dat moment was de missie geslaagd en kwam het voor dat de vriendschap zoetjesaan weer op een laag pitje werd gezet. Vriendschap is een illusie, een pakketje schroot met een dun laagje chroom…
Inmiddels horen wij niets meer over deze vorm van evangelisatie.
 

Doe goed!
Vandaag de dag wordt ons op het hart gedrukt om niet te veel te zeggen, maar te doen. Laat aan je gedrag, je doen en laten zien dat je christen bent. Doe goed en wees humaan. En zo leggen we elkaar een nieuw en zwaar juk op de schouders, want ja, ook christenen schieten weleens uit hun slof. En bovendien: christenen hebben niet het monopolie op humaniteit en barmhartigheid. Jezus deed weliswaar niet anders, maar tegelijkertijd weten we: het gaat er uiteindelijk niet om of je voorbeeldig en goed geleefd hebt op deze wereld. Jezus is niet gekomen voor de braverikken van deze aarde.
 
Zaaien
Hoe moet het dan wel?
Simpel.
Wees jezelf in je doen en laten, je gesprekken en je zwijgen. Als het om zaken rond leven en dood gaat, merk ik vaak het verschil. Als je gelooft heb je een perspectief over de dood heen. Dat relativeert. Geniet van het leven, maar het hoeft niet met een noodgang, want er is zoveel meer dan dit bestaan.
Vaak weet je ook niet wat jouw positieve gedrag en jouw wijze woorden doen bij een ander. Wij zaaien slechts, maar weten niet altijd van een oogst.
 

donderdag 7 januari 2016

Wie zette de tijd in beweging?

En weer zijn we een jaar verder. We gaan nooit eens een jaar achteruit. Altijd onvermijdelijk voorwaarts. Is er ooit een begin van de tijd geweest? Vroeger waren wetenschappers ervan overtuigd dat er nooit een begin was. Ruimte en tijd waren er altijd al.
Sinds de formulering van de big bang-theorie, de oerknal, loopt de redenering van wetenschappers opvallend gelijk aan die van de Bijbel. Er was wèl een begin. Het was ook een priester uit Leuven, Georges Lemaître, die als grondlegger van de oerknaltheorie wordt beschouwd.
 

 

Veel christenen worden een beetje zenuwachtig als je over de oerknal begint, maar ik heb dat niet zo. Wie veroorzaakte die alomvattende kosmische start? Misschien kun je Genesis 1 vers 1 wel als een oerknal-vers beschouwen: In het begin schiep God de hemel en de aarde.
Er zullen vast ook wetenschappers zijn die zenuwachtig worden van het gegeven dat Iemand de big bang zou moeten hebben veroorzaakt, want voor die Knal was er niets, dus ook geen Veroorzaker.
Ik denk dat God boven tijd en ruimte staat en er dus altijd al was, zelfs voor de tijd.
 
Op de vierde scheppingsdag schiep God de tijdmeters. Zon en maan interpreteren we, maar gek genoeg staat dat er niet. Toch zou je moeten concluderen dat God zon en maan heeft gecreëerd om ons een tijdsbesef te geven. Dag en nacht, de seizoenen, de jaren.
En daarom was het weer Oud en Nieuw. Dat tijdstip hebben we zelf bedacht, maar het was omdat de aarde er weer een rondje om onze zon op had zitten.
 
Alle lezers van mijn blog wens ik een voorspoedig 2016!
 

donderdag 31 december 2015

Zes verbazingwekkende trends voor 2016


Op de valreep van dit jaar nog een blogje. We zijn altijd benieuwd wat de trends voor het komende jaar gaan worden. Ik vroeg het aan onze beroemde en  veelgevraagde trendwatcher en futuroloog Jodocus Duim.



De smartdrone is altijd bij je



Het is lang verborgen gehouden, maar in 2016 wordt hij geïntroduceerd. De smartdrone vliegt altijd een halve meter boven je en navigeert je overal heen. Wil je iemand bellen of muziek luisteren, dan daalt hij af en vliegt hij naast je gezicht.



Oranje Pieten



Er komt een einde aan de Pietendiscussie. De komende zomer missen we het Oranje voetbal zo erg dat het idee ontstaat om Zwarte Piet voortaan maar oranje te laten kleuren. Iedereen tevreden. Om de nieuwe traditie kracht bij te zetten, meert Sinterklaas in 2016 in het Drentse plaatsje Oranje aan. Als Nederland zijn CO2 doelen wil halen zal dit echter niet per stoomboot gebeuren.



Iedereen aan de ‘groupie’



De selfie is zo 2015. In dit nieuwe jaar wordt de groupie heel erg trendy. Sommigen denken misschien nog aan vrouwelijke fans van popgroepen, maar in 2016 betekent groupie een groepsfoto dat je met je telefoon (of smartdrone) maakt. Is een stuk gezelliger dan die egoïstische selfie.



Flop 2000



Om toch wat zinnigs te doen te hebben komende zomer zonder onze oranjemannen op het voetbalveld, introduceert Radio 2 eind juni de Flop 2000. De 2000 meest slechtste en geflopte platen ooit worden dan gedraaid. Er zullen zelfs nummers tussen zitten die de studio nooit hebben gehaald. Dus dat kan nog heel wat verrassingen opleveren.



X-masBBQ



Dit wordt de kersttrend voor de komende jaren. Nu de temperaturen rond Kerst lenteachtig blijken te worden, gaan we die kalkoen, of Flappie het konijn, gewoon op de barbecue leggen.



Jezus in de tuin



Boeddhabeelden in de tuin zijn zo ouderwets. De nieuwste buitentrend wordt Jezus. Een vertegenwoordiger van een authentieke Europese godsdienst als tuindecoratie. In de handel komen de crucifixen, stalletjes met het kindje Jezus of gewoon een fors Christusbeeld. Zeker na de Olympische Spelen in Rio, wordt dat laatste hartstikke in.






zondag 20 december 2015

Aandacht voor Jezus tijdens het Winterfeest

Misschien komt het er ooit nog eens van, misschien maken we het nooit meer mee: een witte Kerst.
Ach, het lijkt zo romantisch. Een smetteloze witte deken op de daken en in de straten. Sneeuwvlokjes die naar de aarde dwarrelen. En dan luiden de kerkklokken en wordt er devoot ‘Midden in de winternacht’ gezongen.
Sprookjes zijn waardevol en dat moeten we vooral zo houden.
 
De herders bleven mooi binnen
 
De meeste historici en theologen zijn er inmiddels wel over uit: Jezus werd helemaal niet op 25 december geboren. Rondom Bethlehem is het dan veel te koud en het gras is niet meer mals om schapen buiten te houden. Herders die midden in de nacht in het veld de wacht hielden bij hun vee? Die wisten wel beter.
Ook een volkstelling in de winter houden zou niet handig zijn geweest. Sommigen moesten er wel een week voor reizen. Keizer Augustus  was wel zo slim om dat in een ander jaargetijde de organiseren.
 

Geen witte Kerst, wel een dagje een witte zomer in Noorwegen...
 

 
Pompoensoep met paddenstoelen
 
Eind september is de beste datum voor Kerst. Pompoensoep met paddenstoelen als kerstdiner, ik zie het wel zitten. Aan de hand van berekeningen rondom planetaire conjuncties (Ster van Bethlehem) kwam iemand anders nog uit op 17 juni, maar, al struinend over het internet, blijkt 29 september van het jaar 2 voor Christus (!) de beste papieren te hebben. Dan zou de geboorte hebben plaatsgevonden met Joods Nieuwjaar, Rosh Hashannah, ook wel het Feest van de Bazuinen genoemd.
 
Prettig Winterfeest!
 
Misschien is het beter om dat hele kerstgebeuren rond december gewoon af te schaffen en er een Winterfeest van te maken. De winterman (voorheen kerstman) speelt daarin een centrale rol. En natuurlijk staat er een winterboom in onze kamer, met winterlichtjes en winterballen.
Eind september staan de kerken dan uitgebreid stil bij de geboorte van onze Heiland en Redder.
Maar ja.
Aangezien tijdens het Winterfeest de meesten toch een beetje moeten denken aan dat kindje in een voederbak, is het wellicht handig om het zo maar te laten.
Aandacht voor Jezus tijdens het Winterfeest.
 
 
 

vrijdag 11 december 2015

Telefoonherinneringen

Telefoneren deed je vroeger bij mij thuis op de gang. Daar stond een bakelieten draaischijftoestel op een speciaal berkenhouten telefoonmeubel. Een stoel was er niet. Je stond te bellen of je ging op de tochtige vloer zitten. Dat alles om te ontmoedigen dat je te lang aan de lijn zou blijven. Bellen was niet goedkoop.
Onder het berkenhouten tafeltje bevond zich een rek met twee telefoonboeken, eentje voor de regio Delft en eentje voor Den Haag en ommelanden. Bovendien kon je een exemplaar van de Gouden Gids raadplegen.
 
 

Pas in de jaren ’90 introduceerde mijn moeder een kantoorstoel zodat ze tenminste kon zitten en graag draaide ze de radiotor in de gang op de hoogste stand, want ze wilde niet kouvatten tijdens het bellen.
 
Het was in die tijd – eind 1994 – dat iemand op mijn werk vol trots zijn mobiele telefoon liet zien.
“Is dat niet een beetje overdreven?” was de reactie. “Moet je dat ding overal heen sjouwen en buiten de Randstad zul je vast geen bereik hebben.”
“Ik voorspel je,” zei de collega, “binnen tien jaar heeft iedereen zo’n telefoon. We zullen er niet meer buiten kunnen.”
 
Ik denk nog vaak aan die uitspraak. Zijn profetie werd de waarheid.
Vandaag de dag hebben we magische doosjes van Pandora op zak. Ja, je kunt er ook mee bellen, maar je kan er ook de hele wereld mee bekijken en beluisteren. Je vindt ermee je weg en je maakt er foto’s mee die je vervolgens aan iedereen die het maar wil zien, rond-appt of – facebookt. Of je je nou in Alkmaar of Australië bevindt.
Nog even en iedereen kan er mee betalen, mee kopen en verkopen. Mee ademen. De smartphone wordt een deel van ons. Misschien verlangen we ooit nog eens terug naar het bakelieten draaischijfapparaat op een berkenhouten tafeltje in een tochtige ongezellige gang.

donderdag 3 december 2015

Lezend door Amsterdam

Parken worden letters, in de gracht drijft een zin. Een gedicht op straat, proza op pleinen.
 
Toen ik in mijn dagblad las over “Leesbaar Amsterdam”, een stadsplattegrond van onze hoofdstad , maar dan in literaire citaten en typisch Amsterdamse uitspraken, bestelde ik direct.
 
Je bent op Centraal de trein nog niet uitgestapt of je hebt al een ontmoeting met Remco Campert. <<Nogal wiedus dat ik naar de hoofdstad ga>>, zei hij toen. <<Toffe stad, weet je wel>> voegde hij er loslippig aan toe.
Het citaat komt uit Tjeempie, of Liesje uit Luiletterland.
 
Op de Dam zie je Kees de Jongen van Theo Thijsen. Daar was de Dam, Jawel, hoor, het stelletje zwervers zat weer op de stenen rand van ’t monument.
 
En zit in die discotheek bij de Munt niet André Hazes? Naast hem een lege kruk en ach, die bleef leeg. Was dat echt bij de Munt of komt het omdat de coördinaat van de letterkaart op die plek H6 is?
 
Zwervend langs de grachten. Zoveel teksten, zoveel woorden. Knarsende trams spreken boekentaal, iemand zingt een liedje, je duizelt van de citaten. Op de Prinsengracht bijvoorbeeld: Op de Prinsengracht aangekomen nam Miep ons gauw naar boven, het Achterhuis in. Anne Frank natuurlijk.
 
Door naar de P.C. Hooftstraat. Die vrouw daar is Evelien.
Ze sloeg de P.C. Hooftstraat in. De meeste winkels waren nog niet open. Ze voelde zich leeg. Ze had nog rustig een uur thuis kunnen blijven. (Martin Bril)
 
Nu je toch in de buurt bent, kun je net zo goed even het Vondelpark in. Een park genoemd naar een dichter, welke stad heeft dat? Simon Carmiggelt slentert over het pad. Toen ik de oude man die in het Vondelpark stond enige meters gepasseerd was, riep hij me na: “Hé, kom eens hier.” Ik draaide me om en liep naar hem toe. “Wat is er?” vroeg ik. “O nee, ik bedoel u niet,” antwoordde hij. “Ik bedoelde m’n hondje. Die kleine zwarte daar.”
 
Tijd om weer naar huis te gaan. Ineens ben je in een andere tijd. Je staat aan de oever van het IJ. Het is een zwoele avond in 1925 en Israël Querido laat je weg mijmeren.
Over het IJ bleekte een violette hemelschijn in het zomerig duister, tegen steigers, sloepen, botters en wallekant aan.  
 
Met Leesbaar Amsterdam ben je in een waar “Luiletterland”.