Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Uitspraken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitspraken. Alle posts tonen

dinsdag 9 september 2014

Weercliche

Het weer is een van de beste aanleidingen om een praatje met iemand te maken. Het cliché is daarbij onvermijdelijk.

 

Winterse omstandigheden

-Nou, Koning Winter regeert, hoor.

-Het is ook wel weer mooi, zo'n witte wereld.

-Zijn de rayonhoofden al bij elkaar geweest?

 


Zomerse omstandigheden

- Het kwik heeft vleugeltjes gekregen.

- Het is hier in Nederland meteen zo benauwd.

- De mussen vallen dood van het dak!

 

Regen

-Nou ja, wat nu valt, valt straks niet.

-Tussen de regendruppels is het droog.

-Ach, je bent toch niet van suiker. Je smelt er niet van.

-De meeste regen valt naast je.

 

Winderig weer, storm

-Ben je nog niet weggewaaid?

-Kan iemand daarboven die deur eens dicht doen, het tocht.

 

Onweer

-Voor de donder hoef je niet bang te zijn. De bliksem is gevaarlijk.

-Het lijkt wel of ze buiten foto's maken.

 

Mist

-Heb je de weg hier naar toe een beetje kunnen vinden?

-Het is een kleine wereld buiten.

  

Het is moeilijk om op een originele manier over het weer te praten. Je kunt het wel hebben over hoe het er uit zou zien wanneer de sneeuw roze is en dat het je opvalt dat de donder zelden ritmisch klinkt, maar al snel zijn je zelfbedachte opmerkingen uitgeput.

"Waarom valt de regen niet omhoog?" verzucht Huub van der Lubbe in zijn album Simpel Verlangen. Dat is pas een originele opmerking. Maar, als je hem te vaak gebruikt, wordt het ook weer een weercliché.

dinsdag 27 mei 2014

Dat rode, dat rode daar!


"Treed binnen in deze schone zalen!" zei mijn moeder altijd als iemand op bezoek kwam. En als iemand wat aarzelde, zei ze: "Kom maar binnen, je bent toch geen vreemdeling in Jeruzalem?"

Waar die eerste uitspraak vandaan komt, weet ik niet. De tweede komt beslist uit de Bijbel en als ik allerlei uitspraken die thuis de ronde deden, nog eens de revue laat passeren, dan zijn de meesten ontleend uit de Bijbel.

Tegen iemand, die een beetje schuldbewust binnenkwam, werd gezegd: "Vanwaar Gehazi?"
Als de profeet Elisa de rijke man Naäman geneest, wil deze hem rijkelijk belonen, maar Elisa slaat dat allemaal af. Elisa's knecht Gehazi denkt daar anders over. Hij gaat Naäman achterna en verzint dat zijn meester zich bedacht heeft en krijgt zo het zilver en het goud voor zich zelf. Elisa komt daarachter, vandaar die beroemde uitspraak.

Als het leek of de suikerpot of de koektrommel maar niet leeg wilde worden, werd dat al snel het "suikerpotje van Sarfat" genoemd, of de "koektrommel van Sarfat."
De weduwe van Sarfat was arm. De profeet Elia logeerde bij haar en het wonder geschiedde: de meel en de olie om broden mee te bakken raakten maar niet op.

Kreeg je iets dat je niet verwachtte en was je daarover teleurgesteld, zei je: "Zie, het was Lea."
Jacob moest zeven jaar ploeteren voor Laban om zijn mooie dochter Rachel te krijgen. In plaats van Rachel, kreeg hij de andere dochter: Lea. Of Lea echt lelijk was, is maar de vraag, maar ja, als verliefd bent op die ander...

De beroemdste uitspraak was wel: "Laat mij slokken van dat rode, dat rode daar!" Het kon slaan op een bord tomatensoep, nog beter natuurlijk als het rode linzensoep betrof.
Jakob chanteerde zijn hongerige tweelingbroer Esau (doodmoe teruggekeerd van de jacht) met een bord dampende linzen. Esau mocht er van nemen, mits hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob verkocht.

 
Jargon uit een protestants christelijk milieu, maar ontegenzeggelijk een verrijking van de Nederlandse taal, deze "Tale Kanaäns".