Totaal aantal pageviews

woensdag 21 september 2016

Een date van vijftig jaar geleden


In de zomer van 1966 ging mijn moeder twee keer met vakantie. Eerst vijf dagen naar Parijs en in augustus naar Luxemburg. Ze was veertig en ongetrouwd. Terwijl andere vrouwen met kinderwagens zeulden, kon zij het gemis van man en kinderen compenseren door lekker op reis te gaan.

Het was onrustig in Nederland. Op de trouwdag van kroonprinses Beatrix en Claus ontplofte een rookbom. Die Claus was een mof, daarom. Het was onrustig in de wereld. Amerikanen en Russen waren in een wedloop verwikkeld met als doel: de maan. Onbemande ruimtevaartuigjes landden op het oppervlak. Zelfs het geloof moest het ontgelden. John Lennon had immers beweerd dat The Beatles populairder waren dan Jezus Christus.



Mijn moeder had heel wat anders in haar hoofd. Een leuke man. Zou het dan toch? Ze zag hem steeds in de kerk en op dinsdagavond 20 september werd er een afspraakje gemaakt.

Opvallend. Dinsdag 20 september. Ook toen was het Prinsjesdag. Mijn moeder was overdag nog in Den Haag geweest. Ze maakte een foto van de gouden koets met Juliana er in. Je ziet op de foto’s veel politie op de been en dat moest ook wel, want opnieuw heerste er onrust. Achter de rijstoet werd een rookbom gegooid. Er vonden arrestaties plaats. Of mijn moeder daar veel van meekreeg zal ik nooit weten.



Het was een zonovergoten dag geweest en ook de avond in Delft voelde zwoel. De eerste ontmoeting met de man die ooit mijn vader zou worden. Ze hebben ergens wat gedronken. Op de radio zongen de Beatles: Yellow submarine. Tot vervelends toe. Misschien vonden ze het niks. Die Lennon met die rare Jezus-uitspraak. Karin Kent zong daarna: dans je de hele nacht met mij. Dat was een stuk romantischer, al zou er geen sprake zijn van een dans, laat staan de hele nacht.



En toch. Het had ook anders uit kunnen pakken. Dat ze het bij één afspraak hadden gelaten. In dat scenario zou mijn hele bestaan en dat van mijn zus ineens weggevaagd zijn.

Die ene rendez-vous dinsdagavond in Delft, een halve eeuw geleden, zou de kiem worden van nieuwe levens.


woensdag 7 september 2016

Een tempel voor de Heilige Geest

Jezus krijgt veelvuldig eer in de kerk. In Rooms Katholieke kerken kun je Hem niet ontlopen. Af en toe een verrezen Christus of een lijdende Christus aan het kruis.
God de Vader zie je soms als een indrukwekkende man met een baard. De Drie-enige God wordt dikwijls afgebeeld als een driehoek met een oog in het midden. En de Heilige Geest?
Aan het einde van de dertiende eeuw kwam er binnen de Rooms Katholieke Kerk in Portugal een beweging van de Heilige Geest op gang. Gelovigen hekelden de elitaire opstelling van de kerk en wilden meer aandacht voor de Geest, immers: de Geest doorbreekt de muren die door mensen zijn gemaakt. Bovendien zag men af van persoonlijk bezit en stond de zorg voor de armen centraal. Franciscus van Assisi was een belangrijke inspiratiebron.
Heilige Geest Tempel te Sao Sebastiao
 

Rome was niet erg enthousiast, zeker niet toen de lekendienst werd ingevoerd. Het leidde uiteindelijk tot vervolging. In de 16de eeuw trokken veel gelovigen daarom naar Brazilië, maar sommigen voeren niet verder dan de Azoren. Tot op de dag van vandaag is de Heilige Geest-beweging nog springlevend op de archipel. Vanaf Pasen tot diep in de zomer wordt de Festa do Espírito Santo gevierd. In elk dorp en elke stad weer op een andere dag.
Er vinden dan grote processies plaats waarbij onder andere de ‘keizer’ of de ‘keizerin’ wordt gekroond, een stier wordt geofferd en er allerlei lekkers wordt gegeten.
 
Tempeltje te Sao Bartolomeu
 

In augustus, toen wij op de Azoren zaten, waren de feestelijkheden al achter de rug, maar een trekpleister zijn daar de Tempels van de Heilige Geest. Vooral op het eiland Terceira zijn deze bijzondere kapelletjes een feest voor het oog. Op een dag maakten we een Heilige Geest-toer, door boerendorpjes en kustplaatsjes op zoek naar Império, Heilige Geest-tempeltjes.
De bontgeschilderde gebouwtjes zijn de bewaarplaatsen voor onder andere de kroon en offerbroden tijdens het feest. Eén tempel was tot onze verrassing open, die van São Sebastião. Achter het gordijntje werd de kroon en een scepter tentoongesteld.
Jezus als Keizer, Zijn Geest die ons vrij maakt.
Volgend jaar met Pinksteren toch eens aan denken. Je kunt flink feest vieren ter ere van de Heilige Geest.
  
 

woensdag 31 augustus 2016

Het land tussen Europa en Amerika

Als het vliegtuig het uiterste zuidwesten van Engeland heeft verlaten en Ierland rechts heeft gepasseerd, rest slechts het Grote Blauw van de Atlantische Oceaan. We koersen verder naar het zuidwesten, naar stukken land tussen Europa en Amerika.
 
Blik over het eiland Sao Miguel
 

Zo’n 25 jaar geleden hield ik een presentatie op mijn opleiding over Atlantis. De titel van mijn lezing luidde: Atlantis: verzonken of verzonnen continent. Je moest er een kleine tentoonstelling aan wijden. Ik weet nog dat ik een kilo zand van het Scheveningse strand mee de tram in nam en daar een ‘zeebodem’ van vormde, samen met een muurtje van oude bakstenen. Tijdens mijn verhaal begon ik bij Plato en eindigde ik bij het mythische gegeven van een paradijselijke wereld die door hoogmoed en decadentie ten onder ging. Aardbevingen en vloedgolven die een einde aan een beschaving maakten.
 
Overal hortensia's
Ver weg, ergens boven het midden van de oceaan, zet ons toestel de daling in. De onmetelijke watervlakte komt steeds dichterbij. En dan ineens is er land in zicht. Diepgroene eilanden met grijze stranden. Hoge vulkanen gehuld in wolken. Dorpjes en stadjes langs de kust.
 
Horta
Wetenschappers hebben tot nu toe geen spoor van Atlantis gevonden. Rond de Azoren zijn geen antieke ruïnesteden blootgelegd, de zeebodem toont geen restanten van een tsunami. Wel is er heel veel vulkanisme.
 
Theeplantage
De eilandengroep, die bij Portugal hoort, is een waar vakantieparadijs voor mensen die van exotische natuur, knusse dorpen en stadjes houden. Het regent er vaak zodat het landschap van golvende weilanden en oude muurtjes aan Ierland doet denken. De wouden in het binnenland hullen zich in een geheimzinnige mist. Als de zon echter doorbreekt, kleurt de zee zich op zijn aller-blauwst. Koud is het er nooit, vandaar dat je bananenbomen tegenkomt en zelfs theeplantages. Alomtegenwoordig zijn echter de hortensia’s die er ooit in de 19de eeuw zijn geïntroduceerd.
Kortom: een landschap waarvan sommigen zeggen: ‘zo zag Atlantis er misschien uit.’
Misschien.

donderdag 4 augustus 2016

In de ban van het Licht


In het sterrenbeeld dat vanaf de aarde Aquarius wordt genoemd, bevind zich een vredelievende planeet waar een hoogontwikkelde beschaving leeft. Ze beïnvloeden reeds lang onze wereld en op een dag zijn ze bij ons… Ze bieden een spiritualiteit aan die al onze godsdiensten overbodig maakt. De wereld is in de ban van Tumerald.

Een nieuwe Hollywoodfilm?

Nee.




Na de meer psychologisch getinte boeken Daten met God en Gewenst leven, heb ik wat schrijven betreft het roer omgegooid. Ik ben overgestapt naar een genre dat ik graag ook zelf lees: fantasy en science fiction. Het volgende scenario vind ik reuze interessant.



Op aarde zijn veel mensen die – nu er contact is met een veel hogere beschaving – het avontuur zoeken op de planeet Tumerald. Zo ook Rick. Zijn ouders zijn overleden, zijn vriendin is bij hem weg, hij raakt zijn baan kwijt. Hij besluit naar de andere wereld te vertrekken. Lichtjaren van hier.

Is het daar echt zo vredelievend? Daar valt wel wat op af te dingen. Omdat Tumerald een maan is die om een grote gasreus draait, vinden er zeer regelmatig grote zonsverduisteringen plaats en tijdens zo’n eclips lijkt de hel los te breken. Gedurende een etmaal verdwijnt het licht, maar ook de liefde.

Van zijn buitenaardse gids, de charmante, maar ook avontuurlijke dame, Oynte, hoort hij over de legende van de Zonnesteen. Een meteoor die een paar duizend jaar geleden insloeg  op Tumerald en die licht bracht voor de duistere eclipsen. Deze Lamp voor de Volkeren zou de steenwording van licht en liefde zijn.

De Zonnesteen is echter in vergetelheid geraakt. Heeft deze vallende ster echt bestaan? Waar zou de steen nu zijn? In een andere dimensie? Misschien zijn er geschriften die de gebeurtenis vermelden. Wellicht kunnen de lichtgeleerden helderheid verschaffen. Kunnen juist de mensen van de aarde klaarheid scheppen in dit mysterie?

Of zijn er krachten die niet willen dat de meteoriet gevonden wordt?



Een verhaal over licht en duisternis. Een relaas waarin het lange tijd niet duidelijk zal zijn wat goed is en wat kwaad.

Kortom, ik heb er weer zin in om te schrijven.

Coming soon, verschijnt er dan aan het eind van zo’n bioscooptrailer. Maar ja, ik ben er voorlopig nog niet mee klaar.

dinsdag 26 juli 2016

Barbecue in winterjas

Juist toen we afgelopen zaterdag weer eens wilden barbecueën, las ik in een bijlage van de Volkskrant hoe slecht dit roosterfestijn eigenlijk is. Rook en verbrand vlees kan kankercellen doen ontluiken. Verderop werd er gerelativeerd. Een paar keer per jaar vlees grillen en er was niets aan de hand.
We staken dus toch maar de BBQ aan en herinneringen kwamen boven. Die keer op mijn werk. Het stroomde ongenadig van de regen, maar de barbecue was nu eenmaal gepland, dus werd het vuur ontstoken in het fietsenhok. Onder een grote partytent stond je je worstjes en hamburgers naar binnen te werken.
 
 

Of die keer dat onder mijn vriendengroep iemand bij een slagerij werkte. Hij kon spotgoedkoop aan vlees komen, maar het was zoveel dat we half Delft wel hadden kunnen uitnodigen. Ik geloof dat iemand een stuk of vijftien kippenpootjes had opgevroten, om een beetje door de voorraad te komen.
De meest legendarische barbecue was een Zuid Afrikaanse braai even buiten Vryburg. Onze zomer is daar winter. Niet dat je daar overdag veel last van had, want de zon scheen overvloedig, maar ’s avonds koelde het wel heel hard af. Zo stonden we met vijf graden Celsius te braaien. Winterjas aan. Het vuur was niet alleen handig om het vlees dicht te schroeien, je kon je er ook lekker aan opwarmen.

zaterdag 16 juli 2016

Gezegend zonder navigatie

Met de opkomst van navigatiesystemen is autorijden tijdens je vakantie een stuk minder avontuurlijker geworden, aldus de strekking van een artikel vorige week zaterdag in het Nederlands Dagblad.
Ik vind mijzelf behoorlijk digitaal. Bioscoopkaartjes worden digitaal geboekt, ik bankier via het internet en op mijn werk doe ik niks anders dan digitaliseren. Maar er is één terrein in het leven waar ik hardnekkig analoog blijf, waar ik het papier dierbaar koester: de wegenkaart.
 

Toegegeven, ik kwijl ook weg boven Google Maps, geweldig om de hele wereld te kunnen bespieden. Zo zwierf ik onlangs boven Noord Korea en ontdekte een eliteresort (cultureel en educatief) aan zee met een eigen spoorlijnverbinding en luchthaven. Verderop stadjes en dorpen zonder naam (where the streets have no name).
 
Ga ik met vakantie, dan schaf ik altijd papieren kaarten aan. Wij gebruiken nooit enige vorm van navigatie. Geen irritante stem die jou beveelt linksaf te slaan. Zo reisden we dwars door Griekenland, kon ik de kleinste weggetjes in Frankrijk vinden. Soms gaat het natuurlijk mis en loop je vast in een steegje of moet je een heel stuk terugrijden. Het hoort bij het avontuur dat vakantie heet. Een keer moesten we midden in Las Vegas de weg vragen naar Highway North. Een zeer omvangrijke man, wachtend bij een bushalte wees ons de weg. In Griekenland ontdekten we een prachtige brede weg die niet op de kaart stond en op een gegeven moment ook weer abrupt ophield.
 
 

In sommige landen zou navigatie ook heel koddig zijn. Ik weet niet of TomTom rekening houdt met geitenkuddes of urenlange opstoppingen op smalle bergwegen in Ethiopië omdat twee vrachtwagens op elkaar geknald zijn (gelukkig zonder gewonden).
In het noorden van Kenia waren zelfs bijna geen wegen meer en had onze rit veel weg van Parijs-Dakar.
 
De vakantiestreek die we binnenkort bezoeken is nauwelijks op een atlas terug te vinden. Toch zijn er wegenkaarten van en nog behoorlijk gedetailleerd ook. Niks geen navigatie, gewoon papier. Een nadeel heeft het wel: een uitgevouwen kaart weer in elkaar vouwen blijft een gedoe.
 

dinsdag 5 juli 2016

En zij leefden niet lang en gelukkig

Het verhaal van de Zwolse blauwvingers uit mijn vorige blog haalde ik uit een dik sprookjesboek: Het Beste Sprookjesboek: 75 sprookjes en volksverhalen. Als kind dacht ik dat dit dus het allerbeste sprookjesboek ter wereld was, maar ‘Het Beste’ had te maken met het tijdschrift van de uitgeversmaatschappij.
 

Fantastisch om al die sprookjes uit dit boek weer eens te herlezen en wat opvalt is dat deze variant nog niet is verpest door de tere zieltjes van opvoedkundigen die bang zijn dat kinderen nachtmerries krijgen als Billy Beg de hoofden afhakt van een veelkoppige reus. De bloedspetters vliegen uit het boek.
Ik vond het juist reuzespannend dat de reus uit Klein Duimpje zo’n zin had in mals gebraden kindervlees. Gelukkig pakt de reus Klein Duimpje niet, maar bij vergissing slacht hij zijn zeven dochters af en vreet ze op. Da’s even slikken, maar dan lees je dat het hele lelijke meisjes waren. Dus dan was het niet erg.
Ik heb geen seconde naar gedroomd over het lot van de boze stiefmoeder van Sneeuwwitje. Zij werd gedwongen gloeiend hete ijzeren schoenen aan te trekken. Zij danste tot ze dood neerviel. Eigen schuld, dikke bult!
En dan dat nare kaboutertje Repelsteeltje. Toen dat kereltje er achter kwam dat zijn naam was geraden, scheurde hij zich zelf in tweeën.
 

Niks mis mee als kinderen dit lezen of horen. Let wel: lezen, niet zien. Wat dat betreft is onze huidige beeldcultuur een stuk indringender. Bij het lezen van of luisteren naar sprookjes maak je kennis met onze wereld in symbolen. De strijd tussen goed en kwaad, beloning en straf. Voor nuance is het nog te vroeg. Je kunt pas het grijze zien als je zwart en wit kent.
 
Soms loopt het ook goed af. Assepoester zal uiteindelijk haar vervelende stiefzusters vergeven. Die zusjes komen ook aan de man. Weliswaar geen prins, maar voorname heren van het hof.