Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen

maandag 11 februari 2013

Iedereen wordt honderd... en andere kinderfantasieen


De aarde lijkt op een platte ronde pannenkoek en aan de rand daarvan wonen ook mensen. Die wonen in een huizenrij zoals je die hebt aan het Jaagpad in Rijswijk, een rij sierlijke woningen uit het begin van de twintigste eeuw. Maar, in plaats dat je uitkijkt over de Vliet, kijk je daar, aan het uiteinde van de wereld, rechtstreeks in de nevelen van het heelal.

Als peuter / kleuter geloofde ik dat en ik had nog veel meer fantasieën.
 

Zo dacht ik dat in elk bos wolven en beren voorkwamen. Die beren vond ik minder eng, omdat ik teddyberen had en die waren lief en zacht, maar wolven... Roodkapje liep ook door het bos en kwam een wolf tegen die haar uiteindelijk opvrat. En niet iedereen heeft de mazzel een dappere jager tegen te komen, dus keek ik als kleuter altijd goed uit als we in de bossen met vakantie waren.

Mijn meest bizarre fantasie: ieder mens wordt honderd! Maar op je honderdste verjaardag, nadat je een taart met honderd kaarsjes hebt uitgeblazen, komen er soldaten met grote zwaarden en die maken je dood. Ik kon me niet voorstellen dat je op een andere manier dood kon gaan. Deze fantasie ging aan gruzelementen toen mijn oma op 84-jarige leeftijd overleed aan een hersenbloeding.

Mijn zusje was er van overtuigd dat er een monster in de wasmachine zat, een "oewa!". Als de wasmachine draaide, brulde de oewa! en dat vond ze vreselijk. Mijn moeder kon bijna niet meer wassen.

Trouwens, die angst om wolven in het bos tegen te komen vertelde ik ook aan mijn zus, maar of zij dat geloofde weet ik eigenlijk niet.

Nog even en die kindergedachte is helemaal geen fantasie meer. De wolf rukt op vanuit Duitsland. Roodkapje is gewaarschuwd.

dinsdag 5 februari 2013

Kinderachtig


Laat de kind'ren tot Mij komen, niemand mag ze hind'ren.

 
Een liedje dat we zongen op de lagere school. Als kind leefde je in een door volwassenen gedomineerde wereld. De school was zo'n instituut waar je werd gedwongen om fulltime aan het werk te zijn: saaie taallesjes, stomme rekensommen. En de juffen en meesters waren niet altijd fulltime sympathiek.

Het was daarom een verademing om dit liedje van Hanna Lam te zingen:
 

Want de poorten van mijn rijk, staan voor kind'ren open,
laat ze allen groot en klein, bij Mij binnen lopen.
 

Sterker nog, Jezus vergelijkt kinderen met het koninkrijk van God. Hij zegt zelfs: "Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan."

Nu ben ik volwassen en vind het toch lastig: hoe doe je dat, worden als een kind? Moet ik weer met knuffels en blokjes gaan spelen? Of is het vertrouwen hebben, onbevangen zijn? Dat zijn nou juist eigenschappen die je bij het volwassen worden stukje bij beetje verliest.

Toch is het niet moeilijk, las ik laatst. Als kind geloofde je in onzichtbare werelden. Kabouters en elfen, je nam het voor waar aan. En ook Sinterklaas bestond en was al eeuwen oud.

Wie dus gelooft in een intelligent Opperwezen die jou en mij en de hele wereld heeft geschapen en wie gelooft in een leven na de dood, die gelooft in iets dat wetenschappelijk niet te bewijzen valt. Dus ben je als een kind dat openstaat voor 'wat geen mens ooit heeft gezien.'

Het deed me denken aan De Kleine Johannes, de klassieker van Frederik van Eeden. Johannes staat open voor de wonderen van de natuur om hem heen en ontmoet het elfje Windekind. Johannes spreekt met krekels en konijnen, maar als kabouter Wistik hem vertelt over het 'ware boekje' waarin antwoorden staan op alle vragen, raakt hij zijn onbevangenheid kwijt. Hij moet en zal op zoek gaan naar dat boekje. Daardoor komt hij in een kille fantasieloze wereld terecht. Een akelig 'duivelachtig' heerschap, Pluizer, neemt hem mee naar de grote stad waar hij college krijgt van dokter Cijfer die de hele wereld analyseert in getallen en formules. 
 
Als het kind binnenin ons wordt weggecijferd, sterft er iets. Pas als je kinder-achtig wilt zijn, word je werkelijk volwassen.

vrijdag 25 mei 2012

Help! Mijn kind gelooft...

Hij had zijn best gedaan om het zijn kinderen mee te geven: heb respect voor religie, maar uiteindelijk kun je alleen in jezelf geloven. Niemand anders kan je redden: als het erop aankomt moet je het zelf doen en dat kun je alleen als je het beste bij je zelf naar boven haalt.
Echter, als je kinderen volwassen worden, gaan ze vaak hun eigen weg en nemen ze niet zomaar alles meer aan. Zijn dochter bijvoorbeeld. Ze vindt dat je wel in jezelf kunt geloven, maar dat dat alleen via God kan. Bovendien: enkel Jezus kan je redden. Hij haalt het beste bij je naar boven.

Fundamentalistisch EO-gezwets, vond hij het. Sinds ze haar man had leren kennen, is hij haar steeds minder gaan begrijpen. Ze is christelijk geworden en gaat elke zondag naar de kerk. En in plaats dat ze eerst gezellig gingen samenwonen, zijn ze direct getrouwd. Dat is nu alweer zo'n vijftien jaar geleden.
En toch... Hij voelde een brok in zijn keel toen zijn dochter zich samen met haar kind liet dopen. Later zouden er nog twee doopfeesten volgen, maar ook een uitvaart van een pasgeboren kind. Hij zou helemaal gek geworden zijn van verdriet, maar zij putte - door haar tranen heen - troost uit haar geloof.

Misschien kwam het ook wel door zijn tweede vrouw. Die reis naar Rusland. Al die opgeknapte kerken en kloosters met die prachtige iconen. Ze zei: "Hoe is het mogelijk, in een land dat ooit het atheïsme propageerde."

Laatst vroeg hij aan zijn dochter: "Hoe zit het nou, jij komt later in de hemel en ik mag naar de hel omdat ik niet geloof?"
"Pa", antwoordde ze. "Als u echt in de hel zou komen en ik in de hemel, zou ik aan Petrus vragen of ik naar de hel zou mogen gaan om u te troosten. Eigenlijk is zoiets al gebeurd door iemand anders. Toen Jezus aan het kruis stierf, daalde Hij af naar de hel om mensen te zoeken die zichzelf proberen te redden. Hij wil namelijk dat niemand de weg kwijtraakt. U moet dat natuurlijk wel geloven, pap. Ik zeg dat nu al vijftien jaar tegen u."

Hij kreeg er tranen van in zijn ogen. Dacht bij zichzelf: ik ben begin zeventig, gepensioneerd wetenschapper, artikelen geschreven, op symposia gesproken, maar van het christendom weet ik maar weinig af.
Dus zei hij tegen zijn dochter: "Ik wil er nou verdorie meer van weten ook. Heb je niet wat boeken voor me. Niet van die simpele bekeringsverhaaltjes, hoor."

Een stapeltje boeken ligt voor hem. Gregory & Edward Boyd: Brieven van een scepticus; Ben Hobrink:  Moderne wetenschap in de Bijbel. Beslist geen simpele boeken. En natuurlijk de Bijbel zelf. In september gaat hij met zijn vrouw naar een Alpha-cursus, een soort kennismaking met het christelijk geloof. Het zal hem benieuwen.

"Wouw, dat is pas Pinksteren! De Geest waait maar door, zelfs van jou naar jouw pa,"  riep Nicolien uit toen haar vriendin Stefanie had vertelt over haar vader.

vrijdag 25 maart 2011

Onvervuld verlangen

Ik heb regelmatig last van “kind-dromen”. Dan blijken Nicolien en ik ineens toch een baby te hebben. Het is altijd volstrekt onnavolgbaar waar het kleintje vandaan komt. Zwangerschap is er nooit aan voorafgegaan.
Vroeger, toen ik nog single was, droomde ik regelmatig dat ik een vriendin had. Die wens is in vervulling gegaan – ik ben inmiddels getrouwd – maar het hebben van kinderen zal wel altijd een onvervuld verlangen blijven. Een rouwen om iets dat er nooit is geweest.
Ook in Bijbelse tijden was het krijgen van kinderen niet vanzelfsprekend. Sara lachte schamper toen zij op hoge leeftijd te horen kreeg dat ze nog zwanger zou raken. Simson en Samuël: ze kwamen er niet zomaar. En natuurlijk is ook de geboorte van Jezus verre van gebruikelijk te noemen.
Zwangerschap gaat lang niet altijd over rozen. Martine, de zus van Nicolien, heeft twee dochtertjes, maar ze heeft ook ervaring met een miskraam en een doodgeboren kindje. Stefanie, de beste vriendin van Nicolien, heeft in totaal vier baby’s op de wereld gezet, waarvan er een al na een dag stierf. De wand tussen vreugde en pijn is soms akelig dun.

Gelukkig passen we regelmatig op Liesbeth en Willemijn, de kinderen van Thijs en Martine en we maken soms leuke uitstapjes met Kirsten, Bram en Coen, de kids van Hans en Stefanie uit Amstelveen. Dieren zijn een dankbare attractie. Of het nu een vervaarlijke Schotse hooglander is uit het Amsterdamse Bos, of een pauw die met zijn veren staat te pronken in het vogelparkje bij ons in de stad.