Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen

dinsdag 21 mei 2013

Volg de gele streepjes


Misschien is dat de reden waarom zoveel Nederlanders naar Frankrijk met vakantie gaan: het land is relatief leeg en oogt niet zo aangeharkt en af. Precies het tegenovergestelde van ons land. Bovendien is het er - over het algemeen - beter weer en met een afwisselend landschap, eeuwenoude steden en een voortreffelijke keuken is het plaatje natuurlijk compleet.


De Nederlandse natuur staat vol met houten paaltjes waarvan de kop allerlei kleuren kan vertonen. Volg de paaltjes met een bepaalde kleur en je loopt een wandeling.

In Frankrijk zijn het slechts verfvlekken, vaak geel, rood of blauw. Een wandeling heeft daardoor vaak iets weg van spoorzoekertje. Want is er nu een geel streepje op dit rotsblok te zien, zodat we op de goede weg zijn, of is het toch korstmos? Vaak waren de gekleurde merkjes op stenen, bomen, elektriciteitshuisjes of telefoonpalen wel goed te zien. En zag je een kruisje, dan wist je dat je dat pad niet moest in slaan.

Maar toch ging het af en toe mis. In de buurt van het dorp Siran liepen we door een betoverend mooi pijnboombos. Tussen de stammen bloeiden talloze roze bloemetjes en overal zag je brokkelige muurtjes die onthulden dat hier lang geleden akkers moeten zijn geweest. Het kronkelige weggetje kwam uit op een brede asfaltweg. Volgens het routekaartje moesten we die slechts 100 meter volgen en dan weer rechtsaf de akkers in. Pad één verdween in een wijngaard, pad twee leek helemaal geen pad te zijn. Je kwam op een stenig plateau die eindigde bij een afgrond.
 
 

En zo waren we het spoor bijster. Nergens gele streepjes meer te bekennen. Er zat niets anders op dan de asfaltweg verder te volgen tot het punt waarop de route die weg opnieuw zou kruisen. En eenmaal op die plek besloten we de route andersom te volgen. Dan zou namelijk blijken waarom we even daarvoor de mist in gingen. Een sportief traject dat op een gegeven moment dwars door een beek leidde. Van steen tot steen bereikten we de andere oever. En waar kwam dit pad dan uit? Op diezelfde brede asfaltweg als daarnet, maar dan honderden meters zuidelijker dan op het punt waar we de weg kwijtraakten.

En zo bleek dat we al aan het begin verkeerd waren gelopen. Dat schitterende pijnboombos, daar hadden we volgens de route ook helemaal niet doorheen moeten lopen.

"En als je ooit je weg verliest," een flard Koningslied waaide voorbij. Soms is het helemaal niet erg je weg te 'verliezen'. Je komt nog eens op mooie plaatsen.

dinsdag 14 mei 2013

Verscholen vallei


Een week lang geen televisie, radio of krant.  Ook geen internet of mobiele telefoon, domweg omdat er niet of nauwelijks bereik is.  Ik heb het eigenlijk allemaal niet eens gemist.  Een afgelegen vallei, diep in het zuiden van Frankrijk, maar niet onbereikbaar want met een bekende prijsvechter vlieg je vanaf Eindhoven in ruim anderhalf uur naar Carcassonne.  Als je met een huurauto deze majestueuze, nog geheel ommuurde stad verlaat, vertoef je eerst nog op brede wegen door golvende wijngaarden. Al snel worden het stille landwegen door tijdloze dorpjes en uiteindelijk ga je kronkelend de bergen in. En dan wijst een bordje naar rechts. Er staat een tongbrekende naam  op: Cantignergues.
 
 
Een smal weggetje duikt de groene diepte in. In deze verscholen vallei stromen beekjes en geurt de brem. De autorit heeft minder dan een uur gekost en verder kun je niet meer. Meer dan de helft van dit kleine Franse dorpje behoort tot Porte d'Espérance, door een Nederlands echtpaar beheerd vakantiedorp. De dorpshuizen zijn door vele vrijwilligers opgeknapt. Aan elk detail is gedacht.
 
 

Ik kwam er tot rust. Tijdens wandelingen is je enige zorg of je de gele streepjes van de randonnée nog kunt vinden op boomstammen of rotsen. Hoe heerlijk is de wereld zonder Google Maps en hoe onvoorstelbaar gedetailleerd zijn de topografische kaarten van het Institut Geographique National. En gelukkig ook geen last van die zenuwen-Buienradar, want we keken gewoon weer naar de hemel. Vaak was-ie blauw en dreven er mooie stapelwolken in.

We kwamen er weer tot de essentie van het bestaan en genoten van de vele kleuren en geuren en het gemoedelijke tempo van de Midi. Slecht mobiel bereik? Des te beter was het Goddelijke bereik...

donderdag 18 april 2013

Vierentwintig uur Parijs


Ik was vijftien en nog nooit in het buitenland geweest. Hoogstens had ik een grenspaal bij Eijsden, diep in Limburg, aangeraakt. Mijn ouders kozen altijd voor een bungalow ergens op de Veluwe of Drenthe. Het waren mooie vakanties waarin we veel fietsten.

Maar toen de Franse lerares op de middelbare school voorstelde om met de klas naar Parijs te gaan, ook al was het maar voor vierentwintig uur, zei ik daar geen nee tegen.

Zaterdag 14 april 1984 was het moment, afgelopen zondag dus precies 29 jaar geleden.

Rond een uur of vijf in de morgen vertrokken we per touringcar vanaf het Delftse station en gingen nogal omslachtig op weg. Mensen ophalen in Schiedam, mensen ophalen in Hoogvliet, de tweede chauffeur laten opstappen ergens in Brabant.  En in België weer de snelweg af om ergens in een Vlaams dorpje koffie te drinken. Maar ja, de busmaatschappij was spotgoedkoop, we namen het op de koop toe. En wat gaf het, ik was in het uitgestrekte Buitenland.

 

Parijs kieperde mijn wereldbeeld omver. Nederland - met dorpjes als Amsterdam en Rotterdam - verkneuterde totaal bij de aanblik van deze onmetelijke metropool. Brede stampvolle boulevards, drukke winkelstraten, monumenten, paleizen, een netwerk van metrolijnen.

Je zag alleen de highlights op zo'n dag. Sacré Coeur, Montmartre, Pompidou, Notre Dame en, als letterlijk hoogtepunt, natuurlijk de Eiffeltoren.

Ik zie me nog naar de verlichte Eiffeltoren staren, terwijl verkopers liepen te leuren met lichtgevende hoofdbandjes en mechanische vogels. Een klasgenoot had in een warenhuis dure parfum op haar pols laten spuiten. Ik mocht ruiken. "Dat is Paris Paris," zei ze gespeeld zwoel. Boven op de Eiffeltoren rook ik haar Parijse parfum nog.

En toen we om twaalf uur 's nachts op een terrasje nog wat dronken, stelden we vast dat het er nog even druk was als overdag. Helaas moesten we de bus weer in, op weg naar huis.

Pas in 2003 zou ik de Franse hoofdstad opnieuw zien. Toen een hele week. Want wil je een stad echt goed leren kennen, moet je er op z'n minst wakker worden.

dinsdag 31 juli 2012

Vakantiealbum in je hoofd

Een vakantiefoto van de Eiffeltoren, de Chinese Muur of het Titicacameer... die kun je ook wel uit een reisgids of van een willekeurige website plukken, zou je zeggen. Maar, het zijn de herinneringen en de verhalen achter die foto die het interessant maken. Of zoals een Peruaanse gids ooit zei: "de mooiste foto's maak je met je hoofd."

Een drietal gebeurtenissen uit voorbije vakanties opgezocht in het vakantiealbum in mijn hoofd.


Drie busjes (1990)

Er rijden drie busjes door het bloedhete landschap van Zuid-Frankrijk: opgedroogde beekjes, gele weilanden, herriemakende krekels. Eén busje wordt getankt, maar verliest de benzinedop. Er lekt benzine, de boel draait in de soep, dus dat wordt een garage in Orange. We proppen ons gezellig in de twee overige busjes en rijden naar een afgedamd stukje Drôme  om te gaan zwemmen. De bestuurder stopt de autosleutels van één busje in de zak van zijn boxershort en duikt het water in. Als hij weer boven komt  ontdekt hij dat de autosleutels ontbreken. Het systematisch uitkammen van de bodem van het meertje (grote kiezelstenen) levert veel op, maar geen sleutels.
Wij spreken lieve woordjes tegen het laatste overgebleven busje dat de ondankbare taak krijgt om als pendelbusje te gaan fungeren met onze vaste stek, zo'n 50 kilometer verderop. Daar waar reservesleutels te vinden zijn. Want hoe gezellig wij elkaar ook vinden, met zijn allen in één busje wordt toch te adembenemend.

Ik zie de zon ondergaan in de Drômevallei.
 


Camping in Praag (1995)

In mijn top tien van de mooiste steden ter wereld staat Praag met stip op nummer een. Alleen de camping die wij ergens in een buitenwijk aantreffen, en toch maar kiezen als overnachtingplaats, zal wel nooit vergeten worden, ook al bestaat hij waarschijnlijk allang niet meer.
Onze tenten zetten wij neer tussen een autokerkhof en een knalblauwe loods en met zicht op een snelweg met daarachter flatgebouwen die zo kenmerkend zijn voor het Oostblok. Tussen het onkruid staan opblaasbare bubbelbadjes en bovendien kun je met een gemotoriseerde step lekker crossen om het tentenkampje heen. De klapper van de camping is ongetwijfeld de hoge hijskraan naast de loods waar vanaf je kunt bungeejumpen.

Laat maar. We pakken liever de metro die ons naar de Moldau brengt...
 

Rood vlees (2008)

Ik weet het heus wel. Kijk uit met ongeschild fruit en vleesproducten. Maar de biefstuk in dat chique restaurant te Nasca lijkt zo onschuldig en smaakt prima. Die dag had ik in een klein vliegtuigje over de Nasca-lijnen gescheerd en mijn maag protesteerde niet.

De volgende dag breekt er muiterij uit in mijn ingewanden. Maar ja, de touringcar gaat verder. Dwars door de kustwoestijnen van Peru. Een paar keer moet ik eruit om mijn maag te ledigen in het woestijnzand. 'Volgend jaar ga ik kamperen in Kootwijk!' prent ik mijzelf in.

Terwijl we door zinderende zandduinen rijden ziet mijn koortsig hoofd visioenen van blauwe watervlakten. Het blijkt echter geen fata morgana; wat ik zie is de Stille Oceaan. In Puerto Inca kan ik kuren. Het geluid van de rusteloze oceaangolven doet mij weer opknappen. Ik zal sterk genoeg zijn om over enkele dagen de ijle Altiplano te kunnen bedwingen.