Totaal aantal pageviews

donderdag 20 oktober 2011

Geen kind meer

De dag waarop je moeder sterft.
Aan het liedje "Geen kind meer" van Karin Bloemen moest ik de laatste dagen af en toe denken. Een jaar na het heengaan van mijn vader, overleed – onverwacht - vorige week ook mijn moeder. Ze bereikte de leeftijd van 85 jaar.
De navelstreng met mijn jeugd is definitief doorgesneden.
En niemand zal nog ooit je vroegste vroeger met je delen.

Ze laat talloze herinneringen na, maar ook dozen vol knipsels, plakboeken, foto’s, briefkaarten en zelfs een compleet dagboek waarin ze haar oorlogsherinneringen beschrijft. Ze woonde in Rotterdam toen in mei 1940 de stad werd gebombardeerd en ze moest vluchten.
Ze schreef graag en dit was voor haar de manier om de gebeurtenissen te verwerken. Graag willen schrijven: een stukje van mijn moeder zit nog altijd in mij.

Afgelopen woensdag hebben we haar begraven in Delft. Een stevige herfstwind veegde de lucht boven de begraafplaats schoon en liet alleen witte pluizige wolken toe.
De asters bloeiden nog. Twee weken daarvoor had ik er nog foto’s van gemaakt.

Het is een troost dat ze in Gods heerlijkheid is opgenomen.
Zij is Thuis.

dinsdag 11 oktober 2011

Vandaag nog even een boompje planten

Het einde is aangebroken.
2008: Gods laatste waarschuwing.
2011: Instorting wereldeconomie.

Deze internetadvertentie zag ik ongeveer een half jaar geleden voor het eerst op het web verschijnen. Nu het met de wereldeconomie helemaal niet goed gaat werd ik toch nieuwsgierig en klikte ik de link aan. Ik kwam terecht op een website van The Church of God. Het komt er in het kort op neer dat onze wereldeconomie inderdaad, dit jaar nog, volledig in elkaar zal klappen, gevolgd door een wereldoorlog op een schaal zoals de geschiedenis die nog niet eerder heeft gekend. De wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht op 27 mei 2012. Tijdens Pinksteren.

Hoewel Jezus nadrukkelijk heeft gezegd dat niemand het uur kent waarop de Mensenzoon zal verschijnen, duiken er met de regelmaat van de klok telkens weer eindtijdpredikers op in de media.
Toen begin 1991 de Golfoorlog uitbrak hoorde je die geluiden ook. Saddam Hoessein kwam er openlijk voor uit Israël te willen vernietigen en schoot Scud-raketten af op de Joodse staat. Toen ook de olievelden in Koeweit in de brand werden gestoken en daar de zon dagenlang werd verduisterd was dat voor sommigen het teken dat de eindtijd begonnen was.
Tien jaar geleden werd New York, na de aanslagen van elf september, vergeleken met het brandende Babylon uit het Bijbelboek Openbaring. Zou dit dan het begin van het einde zijn?
Ook nu is het onrustig en met name op economisch gebied dreigt er een grote crisis. En wederom hoor je het: dit moeten de voortekenen van de Eindtijd zijn.

Het kan misschien waar zijn, maar misschien ook niet. En vanuit die onzekerheid worden talloze boeken geschreven en websites gevuld. Ik denk dat je als christen moet oppassen om overal eindtijdberen op je pad te zien. Maar de hele boel afdoen als lariekoek is ook niet juist, want de Bijbel zegt wel degelijk iets over de ‘laatste dingen’, het is alleen geen NOS-journaal van de toekomst.
Het is erg verleidelijk om de toekomst te willen weten, ook ik trap soms in die val. Het is goed om waakzaam te blijven, maar wees daarbij vooral nuchter. Om Luther maar weer eens te citeren: Als ik wist dat morgen de aarde zou vergaan, plantte ik vandaag nog een boompje.

PS: Hoe illustreer je zo’n stukje over de Eindtijd? Met een foto van de Veluwse hei en een vulkaan op IJsland…

donderdag 6 oktober 2011

Geen makkelijke profeet

Afgelopen weekend hadden wij een Vriendenweekend in de bossen bij Beekbergen. We genoten van de zomerse oktoberdagen en verdiepten ons ook in het thema ‘Volgen of vluchten’ naar aanleiding van het Bijbelboek Jona.
Hoewel het verhaal al in mijn kleutertijd werd verteld, blijf ik hem een merkwaardige profeet vinden, die Jona. Moet van God naar de vijandelijke stad Nineve, heeft daar geen zin in en vlucht de andere kant uit de zee op. Tijdens een zware storm beslist het lot dat hij over boord wordt gegooid zodat de golven weer tot bedaren komen. Ondertussen hapt een walvis / groot zeedier hem op. Hij smeekt tot God om redding en wordt door de vis uitgespuugd op het strand.

Na zo’n heftige ervaring ben je dubbel gemotiveerd om alsnog op missie te gaan naar Nineve, zou je denken. Niet bij Jona. Hij gaat, maar met tegenzin. Eenmaal ter plaatse begint hij te prediken. Nou ja prediken… “Nog veertig dagen en jullie complete stad wordt weggevaagd!”
Als heel Nineve zich bekeert tot de God van Israël, is Jona woedend.
“Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.”
Kennelijk heeft hij niets met dat softe gedoe. Vuurwerk wil hij zien. In de puinpoeder die stad. Hoog op een heuvel verwacht hij alsnog een speelfilm van het kaliber Armageddon of Independence Day. Helaas, God is genadig en de stad blijft staan.

Wat zou het bij Jona geweest zijn? Angst? Wantrouwen? Een beperkt Godsbeeld? Maar blijkbaar kan God zelfs een ongemotiveerde, wantrouwige profeet gebruiken.
Toch wel heel herkenbaar bij mij. Dus waarom zou ik dan zo hoog opkijken tegen al die succesvolle predikanten, charismatische sprekers, christelijke bestsellerschrijvers en ploeterende zendelingen?
Met al je vaardigheden en talenten ben je uniek. En heb je wat bizarre karaktertrekjes?
Och.
Jona was ook geen makkelijke…

dinsdag 27 september 2011

Avonturen uit eigen tuin

Met moeite baanden we ons een weg door het hoogopgroeiende struikgewas en langs exotische planten met grote bladeren. We zagen een spelonk in de rotswand tegenover ons. Als we daar naar toe zouden klimmen, konden we even rusten.

Een fragment uit een reisverhaal over Madagaskar? Detail van een expeditieverslag door het regenwoud van Nieuw Guinea? 
Welnee.

Als ik slechts tien centimeter lang zou zijn geweest, had ik dat avontuur hebben kunnen beleven in mijn eigen tuin in een gedeelte dat een soort rotstuin is geworden. Natuurlijk heeft zo’n trektocht door je eigen tuin bij een lengte van pakweg een poppenhuispoppetje wel zo zijn uitdagingen. Je prikken aan een brandnetel overleef je waarschijnlijk niet. En wat dacht je van de dierenwereld. Wespen zo groot als katten, muggen met afmetingen van duiven. De poes van de buren die de omvang heeft van een groot uitgevallen prehistorische sabeltandtijger. Als die zijn klauwen naar je uitslaat…
Grappig om te constateren dat je eigen tuin in een gevaarlijke wildernis veranderd als je het formaat zou hebben van een kabouter. Het is maar hoe je tegen dingen aankijkt en dan ontdek je wonderen achter je huis.

Nog meer wonderen kun je ontdekken als je iets afwijkt van wat gangbaar is, zelfs bij normale lengte. Bijvoorbeeld als je groenten laat doorschieten. De krop krulsla hadden we eerder moeten plukken. Nu is hij gaan bloeien en dat blijkt helemaal geen lelijk gezicht te zijn. Prachtige blauwe bloemen ontluiken in het vriendelijke licht van de najaarszon.
We hebben slabloempjes in de tuin.
Avonturen van eigen bodem.

dinsdag 20 september 2011

Boven de tijd

“Wat gaat dat toch langzaam, het duurt een eeuwigheid,” zeggen we wel eens, hoewel we eigenlijk niet kunnen voorstellen hoe dat is: eeuwig. Ook de Bijbel staat vol met termen als altijddurend en eeuwig leven.
Er komt nooit meer een einde aan. Het gaat altijd maar door. Mijn hersenen zijn te beperkt om dit goed tot me door te laten dringen en ik krijg associaties met het heelal. En eigenlijk is dat zo gek nog niet. Er zijn maar weinig aardbewoners die over de ontzagwekkende ervaring van een ruimtereis kunnen meepraten, maar zij die het meegemaakt hebben, spreken over een welhaast religieus gebeuren. De zwaartekracht is verdwenen: boven of onder zijn relatieve begrippen geworden. Bovendien bestaan dag en nacht niet meer. De zon is er altijd. Maar stel dat je verder reist, het oneindige heelal in, dan zul je ook de zon achter je laten en is alle tijd verdwenen. Je belandt in een merkwaardige tijdloosheid en wie weet kom je ooit bij een andere ster, in een andere tijd…

Tijdreizen is een favoriet onderwerp in sciencefiction verhalen, maar stel je toch eens voor dat je op een dag de dampkring van de tijd verlaat. In een oogverblindende flits reis je naar een hogere dimensie. Je bent ontsnapt uit de ratrace van deadlines en termijnen. Seconden of eeuwen…ze doen er niet meer toe. Klokken en kalenders kloppen van geen kant. Bovendien kun je de tijd ineens helemaal overzien. Verleden, heden en toekomst zijn plaatsen geworden die je naar willekeur kunt bezoeken.
Dan ontstaat er een probleem die je ook altijd in SF-verhalen tegenkomt: als je al weet wat er gaat gebeuren, kun je daar op anticiperen met het mogelijke gevolg dat je ook – onbedoeld- het verleden verandert. Of bekijk je vanuit je tijdscapsule verbijtend de vreselijke dingen van de wereldgeschiedenis omdat je onmogelijk kunt ingrijpen?
Je vraagt je af of je inmiddels op het niveau van God bent gekomen. God is eeuwig en bevindt zich boven de tijd. Kijkt Hij machteloos toe of grijpt Hij wel in? Toch gebeurt er zoveel ellende; dat moet Hij dan toch hebben kunnen zien?

Het tijdreisje gaat ongemakkelijk worden. Je ziet veel, maar kunt dit met je beperkte en aan tijd gebonden brein, niet bevatten. God is nog veel groter dan je dacht en het enige dat je kunt is vertrouwen dat Hij plaats en tijd in Zijn handen houdt.
Laat je dus maar weer terugvallen naar de vertrouwde aarde en de veilige tijd.

zondag 11 september 2011

Nostalgiebaan

Nu Arend op de nostalgische toer is geraakt, kan ik (Nicolien) niet achterblijven. Ik denk dat iedereen wijken, straten of gebouwen kent die misschien voor anderen niet bijzonder zijn, maar voor jou wel een speciale betekenis hebben.
Ik heb dat natuurlijk ook.
Niet al te ver van mijn geboortedorp ligt de rivier de IJssel en als kleuter dacht ik dat voorbij die brede waterstroom de wereld zo beetje ophield.

Maar een andere langwerpige vorm van nostalgie bevindt zich in Amsterdam / Amstelveen en voert mij terug naar mijn studententijd. Bij Amsterdam denkt iedereen aan de grachtengordel, maar mijn herinneringen liggen meer aan de buitenkant. Per trein, op weg naar mijn vriendin Stefanie, pak ik dan ook dikwijls vanaf station Zuid/WTC metro 51 en rijd ik terug in de tijd. De ingeblikte stem die de haltes aankondigt functioneert in dit geval als achtergrondcommentaar en ordent mijn stroom aan herinneringen.
“De Boelelaan, VU”. De universiteit waar ik kinderpsychologie studeerde.
Buitenveldertsebaan wordt in Amstelveen Beneluxbaan en is als een ketting die de gebeurtenissen als kralen aaneen rijgt.
“Uilenstede.” In dit studentencomplex heb ik bijna zes jaar van mijn leven gewoond.
“Zonnestein.” Hier vlakbij ligt het winkelcentrum waar ik op een mooie zomerdag een jonge vrouw met rood krulhaar over iets uit zag glijden. Ze ging onderuit en haar boodschappen rolden de alle kanten op. Wat doe je als toevallige passant dan? Natuurlijk hielp ik haar overeind. Ze heette Stefanie en een vriendschap begon.
“Onderuit!” zegt de metrostem, alsof hij die gebeurtenis van toen nog even wil samenvatten.
Ze geven in Amstelveen soms grappige namen aan de straten.

En een paar haltes verder: “Sportlaan!” In de flatbuurt links woonden Arend en ik de eerste jaren van ons huwelijk. Totdat we de drukke Randstad achter ons lieten en in het oosten van Nederland gingen wonen. Gek genoeg wonen we nu weer in de buurt waar mijn leven ooit begon.
Maar lijn 51 gaat verder. Door onbekende delen van Amstelveen. Naar de Westwijk, waar Stefanie nu woont. Dankzij haar zal ik nog vaak over de ‘Nostalgiebaan’ reizen.

Nicolien

dinsdag 6 september 2011

Een dierbaar plekje

De laatste paar maanden heb ik al twee keer gedroomd over mijn ouderlijk huis. Het huis in Rijswijk is in mijn dromen vervallen tot een ruïne die toch – en dat is het gekke – wel zijn charme heeft behouden.
Tweeënhalf jaar geleden verhuisden mijn ouders naar een verzorgingshuis en werd het huis dat mijn vader een halve eeuw terug liet bouwen verkocht. Mocht er ooit een openluchtmuseum van mijn leven worden ingericht, dan zou ik louter door herinneringen en gedachten die ‘lieve oude woning’ – zoals Willeke Alberti dat zo mooi zingt – kunnen laten reconstrueren met alle meubelen van toen er nog in. De vele foto’s die er van zijn, zouden het huis nog verder completeren.
Voetballen of tennissen met mijn zus op het grote grasveld achter, kruipen tussen de bessenboompjes en fantaseren dat je in een bos bent. De zolder stond vol ontdekkingen: afgedankte meubelen, vreemde voorwerpen en dozen met oude boeken en tijdschriften.

Op de eerste foto is de keuken te zien waar mijn moeder de heerlijkste gerechten maakte en waar de aalbessenoogst werd verwerkt tot rodebessenjam.
De andere foto toont het fietsenschuurtje. Een bouwpakket uit een tuincentrum dat we begin tachtiger jaren in elkaar knutselden. Na dertig jaar had de natuur het bouwwerk overgenomen en slechts op foto’s en in mijn hoofd zal het altijd een onderkomen blijven voor fietsen, tuinstoelen en gereedschap.

Ik weet het. Niets is hier blijvend. We are only visiting this planet.
Toch lag hier de kiem van mijn leven. Een warm gevoel, een dierbaar plekje. Ik doe mijn ogen dicht en ik zal er altijd mijn weg weer vinden.