Totaal aantal pageviews

woensdag 22 juli 2015

De Oversteek: dwalen door het landgoed van jouw leven


Na de meeslepende bestseller De Uitnodiging, verrast Paul Young mij opnieuw. Want ook in zijn nieuwste boek De Oversteek komt de lezer terecht in een surreële wereld waarin het geloof op een bijzondere manier wordt uitgelegd.
Jammer dat je in het eerste hoofdstuk wel een beetje teveel informatie ineens te verwerken krijgt. We leren de hoofdpersoon, Anthony Spencer – Tony voor intimi – kennen als een egoïstische en paranoïde materialist.
 

Twilight zone
Op griezelig gedetailleerde wijze beschrijft Young dan de ramp die Tony treft. Hij krijgt een hersenbloeding en raakt in coma. Terwijl de artsen vechten voor zijn leven, reist Tony’s geest naar een soort twilight zone. Hij belandt in een landgoed dat er behoorlijk verwaarloosd uitziet en omgeven wordt door dikke hoge muren. Hij ontmoet er Jezus die in een bouwvallige boerderij bivakkeert, terwijl er ook een Indiaanse vrouw aanwezig is, wonend in een plaggenhut: de Heilige Geest.
Anthony is in een symbolische wereld terechtgekomen, blijkt al snel. Het landgoed, dat is hij zelf. De muren verbeelden zijn egoïsme. De plaats die Jezus in zijn hart krijgt toebedeeld? Een schamele boerderij. En de Heilige Geest mag in een lekke hut vertoeven.
 
Muren om je tuin?
In onze Bijbelkring behandelden we het boek, waarbij de onvermijdelijke vraag werd gesteld: hoe ziet jouw leven er uit als het een tuin zou zijn? En hoe hoog en dik zijn jouw muren, of zijn er geen muren en voel je je daardoor juist onveilig? Maar vooral: in wat voor onderkomens wonen Jezus en de Heilige Geest?
Best lastige en persoonlijke vragen en genoeg stof voor een gesprek.
De Oversteek is een verrassend en af en toe hilarisch geschreven boek. En weer eens wat anders op je boekenplank dan het zoveelste theologische werk over het zoveelste welbekende thema.
 
De Oversteek / Paul Young, uitgeverij Kok
 

woensdag 8 juli 2015

De bomen doen hun beklag tegenover de Schepper


In het Grote Bos klaagde de hulst tegen zijn Schepper.

“Waarom heeft U me van die akelige stekelbladeren gegeven? Waarom geen blaadjes met een normale gladde rand, zoals alle andere bomen?”

En ook de rode beuk deed zijn beklag tegenover Hem die alles maakte.
“Alle andere bomen hebben groene bladeren, bij mij zijn ze rood. Waarom toch die afwijking?”

De acacia begon te mopperen:
“Waarom moet ik zo laat tot bloei komen? Het is vaak al bijna zomer als ik een keertje kom met m’n bloemen.”
 

De eik, de beuk en de kastanje begonnen eveneens bezwaren in te dienen.
“Wij zijn veel te groot en vangen daardoor veel te veel wind. En als het winter wordt, moeten we ons prachtige bladerdek weer laten vallen.”

Toen daalde de Schepper af naar het Grote Bos en wandelde door het groen. En Hij sprak tot de bomen:
“Prachtige hulst. In de winter blijf jij groen. Jij bent daarom het symbool van kerst geworden. Bovendien kunnen de vogels zich tussen jouw bladeren verstoppen. Niemand zal ze daar bedreigen omdat jij stekelbladen hebt.

En rode beuk. Jij bent al van verre te zien, iedereen zal jouw naam weten. Jij past prima in het veelzijdige kleurenpalet van de natuur.
 
 

Acacia. Als alle andere bomen zijn uitgebloeid, breng je een ieder tot verbazing als je je prachtige witte bloemen laat zien. De zomer is dan echt begonnen.

En luister goed kastanje, beuk en eik. Jullie reiken met jullie takken naar Mijn hemel. Jullie brengen schaduw als de zon warm en zinderend is. Wanneer de winter komt, moet je je bladeren loslaten en krijg je alle rust om in het voorjaar opnieuw heel veel bladeren te geven.”
 

Afgelopen weekend beleefden we een retraite in de natuur. We waren te gast bij De Spil in Maarssen. De regelmatige vieringen brachten rust. De natuur was inspiratiebron voor het geloofsleven. De vraag was: kun je troost putten uit de natuur?

Ik schreef het bovenstaande verhaal. Hoe verschillend iedereen ook is, onze eigenschappen en talenten passen prima in het onbegrensde kleurenpalet van Gods Koninkrijk.

 

woensdag 1 juli 2015

Leerzaam gesprek met een niet-kerkelijke


Het allereerste kerkelijke conflict

 
Naar de kerk gaat hij nooit, is er ook niet mee opgevoed, maar hij zegt wel in God te geloven.

“Nee, een kerk is niks voor mij. Ze slaan elkaar toch alleen maar de schedels in.”
“Dat valt in Nederland wel mee,” reageer ik.
“Nu wel, maar wat er in de loop van de geschiedenis niet allemaal gebeurd is, je wilt het niet weten. Nou ken ik de Bijbel best wel goed. Bij Kaïn en Abel gaat het al mis. Beiden brengen een offer. Bij Abel gaat de rook omhoog, bij Kaïn niet. Gevolg: Jaloezie. Kaïn slaat Abel dood. Toen begon het al. De allereerste moord had te maken met de manier waarop we God zouden moeten eren. Het was het eerste kerkelijke conflict.”
“Het is waar,” beaam ik. “Kerk is natuurlijk mensenwerk.”
“Kijk maar bij de katholieken. Van bovenaf dingen opleggen. En ondertussen kunnen ze niet van kleine kinderen afblijven. De huidige Paus is wel oké, maar als die weer weggaat, weet je maar nooit wat je dan weer krijgt.”

Toren Nieuwe Kerk, Delft
 
 

“Toch zijn er ook positieve dingen over de kerk te zeggen,” probeer ik. “Het is een gemeenschap van mensen die elkaar kunnen helpen. Mis je dan geen mensen om te praten over het geloof?”
“Dat mis ik soms wel, maar zodra ik me ga aansluiten bij een kerk, ben ik bang dat ik in het gareel moet.”

Theologen redeneren God dood

“Maar hoe kijk je tegen God aan?”
Hij kijkt me niet begrijpend aan. “God is gewoon God. Hoe meer men nadenkt over God, hoe minder er van Hem overblijft. Al die theologen redeneren Hem dood. Hij is er gewoon. Dat geloof ik.”
“Dat vind ik mooi gezegd. Maar soms heb ik wel eens moeite met allerlei ellendige dingen die gebeuren. Rampen, ziekten. Waarom laat God dat toe, vraag ik me dan af.”
“Dat geeft mij nou juist troost. Als er iets vreselijks gebeurt, kun je bij Hem schuilen. Toch? Als God niet zou bestaan, dan heb je die ellende evengoed. Maar dan heb je geen troost.”
“Tjonge,” zeg ik. “Ik kan beslist wat van jou leren. Dat ik van jongst af aan kerkelijk bent opgevoed, zegt niet altijd wat.”

“Brand maar een extra kaarsje voor me,” vertrouwt hij me toe als ik wegga.
Dat is in mijn kerk wel niet gebruikelijk, maar goed.
“Nu maar hopen dat de kaarsvlam omhoog brandt,” lach ik.

 

woensdag 24 juni 2015

Eenhoorns spotten tijdens legendarische vakantie


Het vakantieseizoen breekt weer aan. Sommigen houden het lekker dicht bij huis, voor anderen is de andere kant van de wereld nog niet ver genoeg. Maar, er zijn plekken op deze wereld die fantastisch en ongekend zijn. Lees en beleef…
 
Paradijselijke krater
Het is fris, maar de lucht is helder als we om zeven uur ’s morgens van start gaan. Aan de rand van de weidse krater is het uitzicht weergaloos. Thorwyn, mijn gids, wijst naar het landschap. Diep beneden ons golven paradijselijke weiden met meren en plukjes bos. In de verte de centrale piek in het midden van de kratervallei. Ooit ontstaan door een vulkanische explosie. De kraterrand vertoont niet voor niets het zwarte basalt. Voorzichtig volgen we het zigzaggende pad omlaag.
Ik heb soms moeite Thorwyn bij te houden. Deze jonge vrouw is oersterk en beschouwt wolven als schoothondjes en knuffelt met beren. Toch kan alleen zij mij op deze hike begeleiden.
Eenmaal beneden houden de paden op en doorkruisen we het hoge gras langs groepjes berkenbomen en taxusdennen.
 
Maagd als gids
“Eenhoorns gaan in gevangenschap onherroepelijk dood, dus zul je ze in dierentuinen nooit zien,” vertelt mijn gids. “Vilzavische edelen ontdekten in de 16de eeuw het legendarische beest, maar het bestaan ervan werd pas in de 19de eeuw wetenschappelijk bewezen.”
Een aantal reeën schiet voorbij. Maar ja, als je op zoek bent naar eenhoorns, zijn deze dieren niet zo interessant.
 

“Eenhoorns zijn vrij schuw, behalve voor maagden,” zegt Thorwyn nu. “Ze hebben het onderzocht. Het blijkt dat de eenhoorn de hormonale toestand van een vrouw kan waarnemen. Als ze nog nooit zwanger is geweest, zou ze de eenhoorn kunnen lokken.”
Ik kijk haar aan. Is dat echt zo?
“Ik ben nog nooit zwanger geweest. Wees maar blij. Teveel testosteron verdraagt de eenhoorn niet. Dan kan hij jou aanvallen. Maar nu ben ik erbij.” Ze glimlacht naar me. Bijna arrogant.
 
Mannen moeten afstand houden
De centrale piek moet immens zijn, want zelfs na een flinke looptocht, komt het massief maar langzaam dichterbij. Halverwege de ochtend domineert de bijna 800 meter hoge granietpiek mijn hele westelijke blikveld.
We zien korhoenders aan de oever van een meertje. Wilde runderen grazen verderop.
“Daar.” Thorwyn gebaart in zuidelijke richting. Ik zie witte paardachtigen grazen. Met de telelens van mijn fototoestel zie ik dat ze een enkele gespiraalde hoorn op hun voorhoofd hebben. Wauw!
Voorzichtig lopen we die richting uit. Ik durf bijna niet te ademen. Nu kunnen we ze zien op zo’n 50 meter afstand.
“Ze schijnen ook nog in valleien van het Himalayagebergte voor te komen. En hier dus. Machtig he? Kijk, dat is een wijfje,” wijst ze. “Die hebben iets kortere hoorns.”
 
Symbool van zuiverheid
 
Zelf gaat ze nog wat dichter naar ze toe. Zullen ze voor haar niet wegdraven? Zelf blijf ik hier staan. Ze staat er nu zo’n tien meter vandaan en de mythische beesten schrikt het niet af. Ze plukt wat gras en probeert daarmee te lokken. Een eenhoorn die uit Thorwyns hand eet, dat moet ik zien. Een enkele eenhoorn komt inderdaad op haar af. Ze aait het machtige dier. Inderdaad, alleen een maagd kan de eenhoorn aaien. Zelfs op schilderijen kun je het zien. De eenhoorn en de maagd: het symbool van zuiverheid, zinnebeeld van Maria, de moeder van Jezus.
Langzaam keren de beesten zich echter om en lopen in de richting van de Piek. Thorwyn komt weer naar mij terug.
Een grandioze vakantie-ervaring. Voorbij de grenzen van de werkelijkheid.
 

donderdag 18 juni 2015

Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt


Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt, zei onze koning tijdens zijn bezoek aan Dordrecht op 27 april. Maar zelfs als je zegt Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt, kun je er altijd nog aan toevoegen: Zit je er eenmaal in, heb je het prima naar je zin!

Omdat mijn moeder een vriendin in Dordrecht had wonen, gingen we daar elke Paasvakantie een dagje heen. Zodoende kreeg ik het idee dat het altijd lente was in het Merwedepark of bij het Wantij. We kwamen ook weleens in de binnenstad. Ik weet nog dat er allerlei antiek speelgoed te zien was in het Museum Simon van Gijn.
 

Afgelopen zaterdag waren we weer in de oudste stad van Holland.
We zwierven langs de grachten die hier havens worden genoemd en kregen iets mee van de onvoorstelbare nijverheid uit vroeger tijden. De wijnhandelaren en de kuipers, de wolwevers en de zakkendragers.

Dordrecht is ook de stad van de Synode die hier in 1618 en 1619 plaatshad. Ongetwijfeld speelde de Grote Kerk daar in een belangrijke rol, maar de eigenlijke kerkvergaderingen vonden plaats in de Kloveniersbeurs. Dit gebouw bestaat echter niet meer.
 
 

De Dordtse Leerregels werden geformuleerd. Een complexe materie. Ben je aanhanger van Arminius of Gomarus? Remonstrant tegen Contra-remonstrant. In hoeverre zijn Gods besluiten afhankelijk van het doen en laten van de mens? Is alles al door God voorbeschikt? Hebben wij een vrije wil? Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt.

Johan van Oldenbarnevelt pleitte voor meer tolerantie voor de Remonstranten, maar moest zijn denkbeelden bekopen met onthoofding. Ook christenen wisten wel hoe ze hun messen moesten slijpen.
 
 

We lieten de theologische overpeinzingen wegwaaien over de Merwede en streken neer op een terras aan het Groothoofd. Hier keek de Koninklijke familie naar de botenparade. Een bord geeft de route van de Oranjes nog eens weer.

En dan komt de kelner met nóg een variant: Hoe dichter bij Dordt, hoe groener het wordt!

 

zondag 7 juni 2015

Monumenten van voorbije levens

Een wandeling over een begraafplaats onder leiding van een gids. De lange zonnige avond leende zich er uitstekend voor. Zeker als zo’n begraafplaats uitgestrekt en oud is. Dan weerspiegelt zo’n plek de geschiedenis van een stad. De mensen die er hebben gewoond, de oorlogen die er zijn gevoerd.

Deze en volgende foto: Moscowa, Arnhem
 

Verschil in geloof moet er zijn, ook na de dood. Er is een Joodse begraafplaats, een Islamitische en een hek was lange tijd de onneembare scheidslijn tussen Protestant en Rooms-Katholiek. Inmiddels is er een doorgang gemaakt. De levenden zijn een oecumene opgestart die bij de doden reeds realiteit is.
Het doet me denken aan dat grapje. Je gaat dood, Petrus verwelkomt je in de Hemel. Je loopt door de lange gangen waaruit de Hemel kennelijk bestaat. Als je langs een gesloten deur komt, zegt Petrus plotseling:
“Ssst, stil zijn. Hierachter zitten de Gereformeerden / Evangelischen / Roomsen.” (vul zelf maar in…). “Die denken dat ze hier de enigen zijn!”



De graven zijn stuk voor stuk monumenten van een voorbij leven. De namen, een spreuk, een Bijbeltekst. Soms een monument in de vorm van een vraagteken (waarom zo jong?), soms een vleugel of een viool als grafsteen (een muzikant).
Er zijn bloemrijke strooivelden, kunstige urnenmuren.

Maar, het blijven monumenten. Want ik geloof dat ze hier niet meer zijn. Ze zullen voortleven. Hoe? Waar? Wie wel en wie niet? Ik ga daar niet over.

God only knows.

dinsdag 26 mei 2015

Mijn allereerste Ronduit-conferentie


De streekbus had Rotterdam verlaten en zette koers naar Zeeland. Waar was ik eigenlijk aan begonnen? Een lang weekend met volstrekte vreemden in een conferentieoord. Maar, er was geen weg terug. De bus reed onafwendbaar naar Burgh-Haamstede.

Op de site van Beam stond een column: voor de allereerste keer naar een Tienerweekend, Opwekking of EO-jongerendag. En zo dacht ik terug aan mijn allereerste EO Ronduit-weekend in De Burght.

Onbekende ander

In de zaal waar je je kon inschrijven en in de ruimte waar je thee of koffie kon krijgen, zag ik allemaal groepjes of stelletjes. Als eenling staarde ik naar de damp uit mijn plastic bekertje thee. Snel opdrinken, een verbrande tong tot gevolg, en met mijn tas naar mijn kamer die ik met een onbekende ander deelde. Die onbekende had zijn tas op bed gegooid. Er zat geen labeltje aan, dus ik had geen idee hoe hij heette.

 
In de grote zaal begon de avondviering. Een band op het podium. Vol enthousiasme zong iedereen opwekkingsliedjes. Er werd onderling gekletst, maar ik had niemand om mee te kletsen. De spreker maande om stilte.
“Geweldig om met je buurman of buurvrouw te praten, maar dat kan straks. De avond duurt nog lang. Graag zou ik willen dat je nu even niet let op degeen die naast je zit. Het gaat nu  tussen jou en God.”
“God waarom hebt U mij als eenling in deze menigte gegooid?” bad ik inwendig.

Roodharig meisje

De viering was voorbij. Hoe kwam ik in vredesnaam de rest van de avond door? Ineens kwam er een meisje met rood haar op me af die spontaan een praatje met me ging maken. Het ijs was snel gebroken. Na een tijdje verdween ze weer in de massa, maar ik genoot nog na van haar stem en haarkleur. Tjonge, als ik die de komende dagen nog te spreken krijg, zal het misschien toch een onvergetelijk weekend worden.

Nu stond er een jongen in zijn eentje wat te staan. Hij had een keurige scheiding in zijn haar. Ik ging naar hem toe.
“Geweldig hè, dat Jezus Koning is in ons leven,” zei hij gelukzalig. “Ben jij ook vervuld met de Heilige Geest?” vroeg hij. Ik aarzelde wat.
“Is Jezus jouw Koning? Of laat je je leiden door allerlei andere zaken?” ging hij verder. Help! Was ik wel zo gelovig als hij? De christelijke lat lag wel hoog hier.

Ik ging naar mijn kamer. Benieuwd wie mijn kamergenoot zou zijn. Ik deed de deur open en wie zag ik daar? Frank! De reisleider van de Beter Uit-reis van afgelopen zomer.
“Hoe is het mogelijk,” riep ik uit.
“Het heeft zo moeten zijn. Gezellig, man,” lachte hij.

De rest van het weekend trok ik op met Frank en zijn vrienden. Regelmatig kwam ik ook het roodharige meisje tegen. Blanke huid, sproetjes op haar wangen.

Grote zonde

Op een avond een consternatie. De jongen met de keurige haarscheiding zat huilend op de grond. Hij had een grote zonde begaan. Hij was niet bij de vieringen geweest, maar naar de disco in Renesse. Hij had met allerlei wereldse meisjes gedanst.
“Kom mee, we gaan met je praten en bidden,” zei iemand van de Ronduit-leiding.

Op de laatste dag stapte ik op het roodharige meisje af. Nu of nooit. Ze vertelde dat ze al heel gauw voor een jaar naar Zwitserland ging. Au pair. Daar ging mijn droom. Tegenwoordig zou je zeggen: ga mailen, sms-en, appen, Facebooken… Maar ja, het was nog maar 1990.
Ik wenste haar veel plezier en wie weet, misschien tot ziens.

En toch. Uiteindelijk verliet ik met heimwee Burgh-Haamstede. Wat een mooi weekend.

En het thema? Dat ging over Esther. Het Bijbelboek waar het woord God niet in voorkomt, maar waar Hij wel degelijk een Hoofdrol in speelt.

Heel herkenbaar.