Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

zondag 7 juni 2015

Monumenten van voorbije levens

Een wandeling over een begraafplaats onder leiding van een gids. De lange zonnige avond leende zich er uitstekend voor. Zeker als zo’n begraafplaats uitgestrekt en oud is. Dan weerspiegelt zo’n plek de geschiedenis van een stad. De mensen die er hebben gewoond, de oorlogen die er zijn gevoerd.

Deze en volgende foto: Moscowa, Arnhem
 

Verschil in geloof moet er zijn, ook na de dood. Er is een Joodse begraafplaats, een Islamitische en een hek was lange tijd de onneembare scheidslijn tussen Protestant en Rooms-Katholiek. Inmiddels is er een doorgang gemaakt. De levenden zijn een oecumene opgestart die bij de doden reeds realiteit is.
Het doet me denken aan dat grapje. Je gaat dood, Petrus verwelkomt je in de Hemel. Je loopt door de lange gangen waaruit de Hemel kennelijk bestaat. Als je langs een gesloten deur komt, zegt Petrus plotseling:
“Ssst, stil zijn. Hierachter zitten de Gereformeerden / Evangelischen / Roomsen.” (vul zelf maar in…). “Die denken dat ze hier de enigen zijn!”



De graven zijn stuk voor stuk monumenten van een voorbij leven. De namen, een spreuk, een Bijbeltekst. Soms een monument in de vorm van een vraagteken (waarom zo jong?), soms een vleugel of een viool als grafsteen (een muzikant).
Er zijn bloemrijke strooivelden, kunstige urnenmuren.

Maar, het blijven monumenten. Want ik geloof dat ze hier niet meer zijn. Ze zullen voortleven. Hoe? Waar? Wie wel en wie niet? Ik ga daar niet over.

God only knows.

donderdag 19 juni 2014

Een kijkje in het hiernamaals?


Alsof iemand je uit jouw versleten jas helpt. Zo omschreef ik ruim 25 jaar geleden het moment waarop je sterft. Er was een oom van mij overleden en om dit te verwerken schreef ik een verhaal dat ik overigens nooit zou voltooien. 
 
De ik-persoon is een man van middelbare leeftijd die na een lang ziekbed overlijdt. Ik wilde gewoon weten wat er dan zou gebeuren. Tamelijk cliché beschrijf ik de tunnel waarin hij terecht komt en die leidt naar een groot Licht.
In de blauwgroene vreugde waarin hij dan komt is het Jezus zelf die hem verwelkomt, thuishaalt als het ware. Het blijkt dat de hemel er slechts tijdelijk is. Alle hemelingen maken zich klaar voor de Grote Dag, de Toekomende Wereld, waarop er een nieuwe hemel  en een nieuwe aarde zal zijn.

 

Iedere pasgestorvene krijgt een persoonlijke engel als gids mee, zo ook onze ik-persoon die hem/haar (?) allerlei vragen stelt: waarom wordt de één 93 en de ander slechts negentien? Of: wie komen er wel en wie niet in de hemel? De engel kan hier  geen antwoord op geven. "Dat weet alleen God." Wel wordt uitgelegd dat het aardse leven kan worden beschouwd als een schooltijd. De praktijk begint op de Grote Dag, het hiernamaals is niets anders dan de reis naar de Vader.

De Troon van God is een majestueuze berg met aan de voet een prachtige tuin. De overleden hoofdpersoon van het verhaal kijkt verrassend rond. Hij ziet sneeuwklokjes naast asters, gladiolen en klaprozen groeien. Talloze vruchtbomen blijken permanent in bloei te staan, terwijl tussen de bloesems ook vruchten groeien.
"De natuur is hier verlost van de tijd," legt de engel uit.

 

De man sluit zich aan bij een grote stoet die De Troon gaat beklimmen. Ze krijgen allemaal witte klederen aan en ze zingen. De akoestiek in de hemelsferen blijkt volmaakt te zijn. Als de man naar beneden kijkt kan hij het heelal overzien: sterrenstelsels, stofnevels, soms een oplichtende supernova. Alsof je  in het donker op de lichtjes van een stad kijkt, bezien vanaf een hoge heuvel. God is inderdaad groter dan het heelal. 
 
"Ik wilde maar dat ik hier een foto van kon maken, en deze naar mijn vrouw en kinderen kon sturen," zegt de man. "Op de achterkant zou ik schrijven: 'alles is goed hier!'
"Dat hoeft niet," reageert de engel. "Wij aanschouwen het, maar zij hebben het geloof."

Het verhaal heb ik nooit afgemaakt. Het was te moeilijk. De Bijbel is spaarzaam met informatie als het om de hemel gaat. We weten dat God daar is en het er goed is. Sommige visioenen van profeten gunnen je misschien een klein glimpje. Maar verder blijft het dromen en veronderstellen. Mijn verhaal zal daarom altijd onvoltooid blijven. Net zoals het leven op aarde zelf: een onvoltooid verhaal.

vrijdag 28 december 2012

Kerstgedachte in een doodse tuin


Doods en verlaten. Afgestorven en in ontbinding. Zo ziet onze tuin er eind december uit. Het plaatje laat zien wat er van de frisse groene vrouwenmantel over is. Vorst, een overvloed aan regen en een ernstig tekort aan zon hebben er voor gezorgd dat de groeikracht er nu wel finaal uit is.

Is alles afgestorven? Nee, enkele groene sprietjes houden dapper stand, we zien ook kleine varentjes en plukjes mos. Er zitten knoppen aan de boomtakken en sommige bomen blijven groen: de spar, de hulst. De natuur belooft zich weer te herstellen.

En dat is een mooie Kerstgedachte. Je kunt wel zingen: "Vrede op aarde," maar dat is het zelfde als je zou wensen dat het onmiddellijk zomer in je tuin wordt. Dat gaat wel gebeuren, maar niet voordat het eerst lente wordt. Gods Messias kwam daarom bij ons langs de menselijke weg: via een geboorte. De entourage er omheen was wel weer apart: een dierenverblijf als geboorteplaats, ruige herders en exotische magiërs. Apart voor wie er oog voor zou hebben gehad, waarschijnlijk bleef het de meeste mensen domweg onopgemerkt. Zo kan een tuin ook woest lijken, totdat je beter om je heen gaat kijken.

donderdag 12 januari 2012

Eeuwige roos

Soms is hij ver weg en alleen op het televisiejournaal te zien wanneer er oorlogen zijn en hongersnoden. Soms komt hij griezelig dichtbij als hij jouw naasten bedreigt en opeist.
Hij waart door verzorgingshuizen, maar we weten ook dat hij kinderen niet spaart.
Vorige week nam hij een collega van mij mee. Drieënvijftig jaar. Slechts tien jaar ouder dan ik.
De dood.

Het is deze week drie maanden geleden dat mijn moeder overleed. Tijdens de gedachtenisdienst op zes november kregen alle kerkgangers een witte roos mee naar huis. We hebben de bloem in een vaas gezet en toen gebeurde er iets opvallends.
De roos verlepte niet.

Na een maand stond ze nog altijd fier in haar vaas. We ontdekten dat ze heel langzaam aan het verdrogen was en nu, na meer dan twee maanden, is ze een droogbloem geworden zonder dat ze haar roos-zijn heeft afgelegd. Het is alsof de roos wil zeggen: “Ik sta symbool voor jouw moeder die eeuwig voortleeft. Weet je dan niet dat de dood overwonnen is?”

En zo werd dat oude kerstlied: er is een roos ontloken uit barre wintergrond voor mij ineens weer erg actueel. God komt zijn volk bezoeken in het midden van de dood, eindigt het lied.
De man met de zeis mag dan nog ronddolen door deze wereld, zijn macht is hem door Jezus ontnomen. Het leven is sterker. De liefde heeft de dood verslagen.

donderdag 20 oktober 2011

Geen kind meer

De dag waarop je moeder sterft.
Aan het liedje "Geen kind meer" van Karin Bloemen moest ik de laatste dagen af en toe denken. Een jaar na het heengaan van mijn vader, overleed – onverwacht - vorige week ook mijn moeder. Ze bereikte de leeftijd van 85 jaar.
De navelstreng met mijn jeugd is definitief doorgesneden.
En niemand zal nog ooit je vroegste vroeger met je delen.

Ze laat talloze herinneringen na, maar ook dozen vol knipsels, plakboeken, foto’s, briefkaarten en zelfs een compleet dagboek waarin ze haar oorlogsherinneringen beschrijft. Ze woonde in Rotterdam toen in mei 1940 de stad werd gebombardeerd en ze moest vluchten.
Ze schreef graag en dit was voor haar de manier om de gebeurtenissen te verwerken. Graag willen schrijven: een stukje van mijn moeder zit nog altijd in mij.

Afgelopen woensdag hebben we haar begraven in Delft. Een stevige herfstwind veegde de lucht boven de begraafplaats schoon en liet alleen witte pluizige wolken toe.
De asters bloeiden nog. Twee weken daarvoor had ik er nog foto’s van gemaakt.

Het is een troost dat ze in Gods heerlijkheid is opgenomen.
Zij is Thuis.