Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen

dinsdag 26 juli 2016

Barbecue in winterjas

Juist toen we afgelopen zaterdag weer eens wilden barbecueën, las ik in een bijlage van de Volkskrant hoe slecht dit roosterfestijn eigenlijk is. Rook en verbrand vlees kan kankercellen doen ontluiken. Verderop werd er gerelativeerd. Een paar keer per jaar vlees grillen en er was niets aan de hand.
We staken dus toch maar de BBQ aan en herinneringen kwamen boven. Die keer op mijn werk. Het stroomde ongenadig van de regen, maar de barbecue was nu eenmaal gepland, dus werd het vuur ontstoken in het fietsenhok. Onder een grote partytent stond je je worstjes en hamburgers naar binnen te werken.
 
 

Of die keer dat onder mijn vriendengroep iemand bij een slagerij werkte. Hij kon spotgoedkoop aan vlees komen, maar het was zoveel dat we half Delft wel hadden kunnen uitnodigen. Ik geloof dat iemand een stuk of vijftien kippenpootjes had opgevroten, om een beetje door de voorraad te komen.
De meest legendarische barbecue was een Zuid Afrikaanse braai even buiten Vryburg. Onze zomer is daar winter. Niet dat je daar overdag veel last van had, want de zon scheen overvloedig, maar ’s avonds koelde het wel heel hard af. Zo stonden we met vijf graden Celsius te braaien. Winterjas aan. Het vuur was niet alleen handig om het vlees dicht te schroeien, je kon je er ook lekker aan opwarmen.

donderdag 31 maart 2016

Is het een grap? Of niet?

Den Haag wil de hoofdstad van Nederland worden. Het parlement bevindt zich in Den Haag, dus waarom zou Amsterdam hoofdstad willen blijven?
 
Berlijn introduceert dubbeldekkermetro’s.
 
Mc Donalds komt met een speciale Big Mac-kledinglijn.
 
In 1982 nam Space Radio de reguliere radio-uitzendingen van Hilversum 3 over. De piratenzender zond via een satelliet uit.
 
 
De overeenkomst tussen bovengenoemde willekeurige nieuwsberichten? Ze waren allen gedateerd op of even voor 1 april.
 
 

Mijn vader wist het verhaal over een archeologische opgraving in hartje Delft. Er was een groot aantal Romeinse muntjes gevonden. Wie ’s morgens vroeg op de opgravingsplaats aanwezig kon zijn, maakte kans om een zo’n muntje mee te krijgen.
Het was 1 april.
 
Mijn zus kreeg een brief van de basisschool waarin een groot onderzoek naar kindervoeten werd aangekondigd. Men raadde de ouders aan de voeten van de kinderen die ochtend nog eens goed te wassen en schone sokken te laten aantrekken.
Met superschone voeten kwamen de kinderen op die ochtend in de aula van de school waar de hoofdmeester en een juf in witte dokterskleren waren gehuld. Wat voor datum was het vandaag ook alweer?
Ach ja, 1 april.
 
Als ik vandaag de nieuwsitems bekijk, dan lees je die toch met een andere bril. Zou het wel waar zijn, zo op de drempel van de eerste april? Een app die je vertelt of een supermarktproduct gezond is en maatschappelijk verantwoord is geproduceerd. Kwestie van even scannen. Het kan best waar zijn. Een groot standbeeld van Cruijff in Amsterdam? Ach, waarom niet?
 
En van sommige berichten hoop je dat het verzinsels zijn, maar helaas, de waarheid verplettert dikwijls de grap.

vrijdag 11 december 2015

Telefoonherinneringen

Telefoneren deed je vroeger bij mij thuis op de gang. Daar stond een bakelieten draaischijftoestel op een speciaal berkenhouten telefoonmeubel. Een stoel was er niet. Je stond te bellen of je ging op de tochtige vloer zitten. Dat alles om te ontmoedigen dat je te lang aan de lijn zou blijven. Bellen was niet goedkoop.
Onder het berkenhouten tafeltje bevond zich een rek met twee telefoonboeken, eentje voor de regio Delft en eentje voor Den Haag en ommelanden. Bovendien kon je een exemplaar van de Gouden Gids raadplegen.
 
 

Pas in de jaren ’90 introduceerde mijn moeder een kantoorstoel zodat ze tenminste kon zitten en graag draaide ze de radiotor in de gang op de hoogste stand, want ze wilde niet kouvatten tijdens het bellen.
 
Het was in die tijd – eind 1994 – dat iemand op mijn werk vol trots zijn mobiele telefoon liet zien.
“Is dat niet een beetje overdreven?” was de reactie. “Moet je dat ding overal heen sjouwen en buiten de Randstad zul je vast geen bereik hebben.”
“Ik voorspel je,” zei de collega, “binnen tien jaar heeft iedereen zo’n telefoon. We zullen er niet meer buiten kunnen.”
 
Ik denk nog vaak aan die uitspraak. Zijn profetie werd de waarheid.
Vandaag de dag hebben we magische doosjes van Pandora op zak. Ja, je kunt er ook mee bellen, maar je kan er ook de hele wereld mee bekijken en beluisteren. Je vindt ermee je weg en je maakt er foto’s mee die je vervolgens aan iedereen die het maar wil zien, rond-appt of – facebookt. Of je je nou in Alkmaar of Australië bevindt.
Nog even en iedereen kan er mee betalen, mee kopen en verkopen. Mee ademen. De smartphone wordt een deel van ons. Misschien verlangen we ooit nog eens terug naar het bakelieten draaischijfapparaat op een berkenhouten tafeltje in een tochtige ongezellige gang.

vrijdag 30 oktober 2015

Ik steeg omhoog en overzag mijn jeugd

Ik steeg omhoog en overzag mijn jeugd.
Als ik in Rotterdam zou zijn geboren had ik de Euromast beklommen, zou ik Amsterdammer zijn geweest, nam ik de toren van de Oude Wester. Groningen: de Martinitoren. Maar mijn jeugd bracht ik door in Delft, dus beklom ik afgelopen dinsdag met mijn zus de toren van de Nieuwe Kerk in Delft.
Je moet geen last hebben van claustrofobie vanwege de smalle wenteltrap in een krappe torenschacht en vooral geen hoogtevrees hebben. Maar eenmaal boven ligt mijn jeugd aan mijn voeten.
 
Grachtjes en smalle straatjes. De wereld is veranderd in lilliputter-formaat en heeft iets grappigs.
In het noorden de gebouwen die vroeger hoorden bij de Gist- en Spiritusfabriek. Het bekende ‘Delftse luchtje’. Daarachter een groen vlak. Ergens moet daar ’t Haantje zijn waar ik met mijn ouders en zus woonde en mijn eerste stapjes zette.  
In het noordwesten lag de werkgelegenheid van mijn vader: de kassen van Sion. De glazen huizen worden vervangen door een woonwijk, gelet op de ragfijne hijskraantjes die nog net zijn te ontwaren. Wat kwam ik vaak in de moestuin. Ik kweekte er mijn eigen groenten: tuinkers (simpel), schorseneren (de halve tuin ondersteboven spitten om de pennen te oogsten).
Westelijk is het nevelig. Ook mijn lagere school, de Prinses Irene School is in de nevel van de tijd verdwenen, want het gebouw bestaat niet meer. Wat zou er van de school-schildpad geworden zijn? Deze trage reptielen kunnen oud worden, dat wel. Het Christelijk Lyceum Delft is er nog wel, maar door die heiigheid niet goed te zien. De school waar ik tussen 1985 en 1987 op de havo zat en waar het schoolreisje naar Turkije ging.
 
Wel kan ik een vormpje ontdekken tussen de herfstige bomen: de Hofkerk met daarachter de Lindenhof. Het verzorgingshuis waar mijn ouders de laatste jaren van hun leven hebben doorgebracht.
Het Westerkwartier ligt eigenlijk al bijna op de voorgrond. Komisch, al die kleine dakjes. De Buitenwatersloot is vanaf hier inderdaad een slootje. Hier ging ik naar de mavo en was ik voor het eerst verliefd.
Een blik naar beneden in zuidelijke richting en je ziet de Breestraat waar ik menig avond doorbracht in Café Parlé, de koffiebar van de Youth for Christ. Bijbelstudies en verhitte discussies over jodendom en christendom. Totdat het Stichtingsbestuur eens poolshoogte kwam nemen. Judaïseerden wij niet te veel?
Zuidoost: Rotterdam, de geboortestad van mijn moeder, is slechts vaag zichtbaar.
De geel-blauwe gevel van de Ikea bij de A13 schittert in de oktoberzon. Toen ik zelfstandig ging wonen kocht ik veel tweedehands meubelen en vulde dat aan met bijvoorbeeld de Billy boekenkast van de Zweedse meubelgigant.
 
In het oosten is het beeld het scherpst. De bomen van de Delftse Hout zorgen voor een prachtige groen-rood-gele zoom van de Delftse bebouwing. Menig voetstap en fietsbandenspoor liggen er van mij. Beestjes kijken in het Hertenkamp, een duik in de plas.
Nog verder zie je nieuw aangeplante bossen met aan de horizon: Zoetermeer. Sweet Lake City, noemde onze aardrijkskundeleraar deze suburb van Den Haag altijd.
In het noordoosten en wederom het noorden wordt de achtergrond gedomineerd door de skyline van Den Haag. Daar studeerde ik aan de Bibliotheekacademie. Maakte er vrienden en probeerde ik volwassen te worden.
Ik steeg omhoog en overzag mijn verleden. Het moment om weer af te dalen. Het waren andere tijden. Terug naar de onze.
 
 
 
 
 

donderdag 10 september 2015

Het grote vergeten is begonnen


In zijn boek De Heimweefabriek, vertelt Douwe Draaisma over de (onlangs overleden) neuroloog Oliver Sacks. Bij het schrijven van zijn autobiografie, tegen zijn zestigste, ontdekte Sacks een curieus verschijnsel. Spontaan en ongevraagd kwamen bij hem allerlei herinneringen uit zijn jeugd bovendrijven die vijftig jaar hadden gesluimerd. En niet alleen herinneringen, hele geestesgesteldheden, ideeën, sferen uit de tijd toen hij tiener, begin twintiger was.
 

Zeeuwse dame

De opvatting dat herinneringen in de loop van je leven vervagen, blijkt niet te kloppen. Juist je kindertijd en de periode rondom je twintigste, blijken bij het ouder worden veel helderder voor je geest te komen. Het wordt het reminiscentie-effect genoemd. Draaisma haalt een honderdjarige Zeeuwse dame aan die nog elke week moet denken aan de watersnood. Van 1906 wel te verstaan. Het moet een lokale gebeurtenis zijn geweest die op haar, als klein meisje, veel indruk heeft gemaakt. De watersnoodramp van 1953 is bij haar flink weggezakt. Ze weet zich er eigenlijk niet veel meer van te herinneren.
 
Mijn geboortestad Delft, zal ik me dus altijd wel blijven herinneren...
 

Vage middelbare leeftijd

Zou je als tachtigjarige het levensverhaal over jezelf beginnen te schrijven, en mag je maar 100 bladzijden gebruiken, heb je dikke kans dat je het uitgebreid over je jeugd hebt en de tijd dat je twintig was. Bij bladzijde 70 ben je nog niet verder gekomen dan je dertigste levensjaar en de rest van de 30 bladzijden raffel je er doorheen omdat je je middelbare leeftijd niet goed meer voor ogen hebt.

Ik ben nu zevenenveertig. Alles wat ik dus nu beleef, zal nog maar vaag te herinneren zijn als ik bejaard ben. Het grote vergeten is begonnen. Als ze aan me vragen over Noorwegen, dan zal ik mij de vakantie van 1991 (toen ik 23 was) levendig en gedetailleerd kunnen herinneren. We voeren met de Peter Wessel van Denemarken naar het Noorse Larvik en verbleven bij het dorpje Herefoss. Een geweldige tijd!

Als ze dan opmerken dat ik in 2015 ook in dat Scandinavische land ben geweest, antwoord ik: “Jaa, inderdaad. Was dat 2015? Waar logeerde ik toen ook al weer? Werkelijk geen idee. Ik geloof dat ik toen de fjorden heb bezocht. Stavanger. Oh nee, dat was in 1991.”

Een deprimerende gedachte. Alles wat ik nu beleef, zal niet goed beklijven in mijn grijze massa. Tenzij ik er zoveel mogelijk van opschrijf. Of hulp krijg van social media.

De tijd zal het leren.

 

woensdag 5 augustus 2015

Een klein ommetje...


Het zou een klein ommetje worden. Het was de laatste avond van de vakantie; de koffers waren al bijna ingepakt. Mijn vader, moeder, mijn zus en ik wilden nog een keer een klein boswandelingetje beleven alvorens we weer terug zouden rijden naar de stadsjungle in het westen van het land.

Dus, zo rond half acht verlieten we de bungalow bij Eerbeek en besloten we de camping te verlaten. Eén keer rechts en dan nog een bospad naar rechts en je kwam weer op het vakantieterrein.
Dachten we, want dat vakantieterrein kwam niet meer in zicht en ook het gegons van kinderstemmen, dat zo kenmerkend is voor een camping, stierf langzaam uit. Moesten we verder rechtdoor, of toch maar naar links? De zon staat ’s avonds in het westen, dus liepen wij naar het oosten. We bereikten de rand van een akker waar een klein huisje tussen de eiken verscholen stond. Een mevrouw was in de tuin aan het werk.

 

We vroegen haar de weg naar het bungalowterrein.
“Als u doorloopt komt u in Loenen. Nee, u moet terug en dan om een steen heen lopen en dan direct naar links. Het kan niet missen.”

We bedankten de bewoonster en volgden haar aanwijzingen op. Hoewel… die steen zagen we nergens. Wel een hek links, dus er ging sowieso geen pad die kant op. We bleven dat hek maar volgen. Het werd stiller in het woud. Af en toe een alarmerend vogelgeluid. Er kwam een kille zucht tussen de stammen van een dik sparrenbos vandaan. Onder het bladerdek begon de schemering al.

“Dat gaat zo niet goed,” concludeerde mijn vader.
“Straks moeten we nog in het bos slapen,” grapte mijn moeder, maar wij konden er niet om lachen.
Omdraaien was het devies. Maar nu sloeg de schemering pas echt toe. Ik struikelde over een boomwortel. We konden niet snel meer lopen, uit je doppen kijken voor laaghangende takken en stronken die nu niet meer te zien waren.

Eindelijk een verlossende open plek in zicht: een weiland. Even later werd het zandpad een asfaltweg. We waren in de bewoonde wereld, maar in welk deel van die wereld?

Het gehucht heette Zilven en lag vlakbij Loenen. Nu konden we de weg wel weer vinden, alleen was die weg schrikbarend lang. Naar de rand van Eerbeek en dan nog de route naar de camping. Een schaars verlichte asfaltweg door de bossen. Mijn moeder zag de overgang van asfalt naar berm niet en maakte een lelijke smak. Haar knie bloedde, maar zelfs dat kon je niet goed zien.

Om half twaalf strompelden we onze bungalow binnen.
Hoe een klein ommetje uitdraaide op een soort dropping.
 

(Vakantieherinnering van 35 jaar geleden. Echt vergeten doe je zoiets niet…)

dinsdag 26 mei 2015

Mijn allereerste Ronduit-conferentie


De streekbus had Rotterdam verlaten en zette koers naar Zeeland. Waar was ik eigenlijk aan begonnen? Een lang weekend met volstrekte vreemden in een conferentieoord. Maar, er was geen weg terug. De bus reed onafwendbaar naar Burgh-Haamstede.

Op de site van Beam stond een column: voor de allereerste keer naar een Tienerweekend, Opwekking of EO-jongerendag. En zo dacht ik terug aan mijn allereerste EO Ronduit-weekend in De Burght.

Onbekende ander

In de zaal waar je je kon inschrijven en in de ruimte waar je thee of koffie kon krijgen, zag ik allemaal groepjes of stelletjes. Als eenling staarde ik naar de damp uit mijn plastic bekertje thee. Snel opdrinken, een verbrande tong tot gevolg, en met mijn tas naar mijn kamer die ik met een onbekende ander deelde. Die onbekende had zijn tas op bed gegooid. Er zat geen labeltje aan, dus ik had geen idee hoe hij heette.

 
In de grote zaal begon de avondviering. Een band op het podium. Vol enthousiasme zong iedereen opwekkingsliedjes. Er werd onderling gekletst, maar ik had niemand om mee te kletsen. De spreker maande om stilte.
“Geweldig om met je buurman of buurvrouw te praten, maar dat kan straks. De avond duurt nog lang. Graag zou ik willen dat je nu even niet let op degeen die naast je zit. Het gaat nu  tussen jou en God.”
“God waarom hebt U mij als eenling in deze menigte gegooid?” bad ik inwendig.

Roodharig meisje

De viering was voorbij. Hoe kwam ik in vredesnaam de rest van de avond door? Ineens kwam er een meisje met rood haar op me af die spontaan een praatje met me ging maken. Het ijs was snel gebroken. Na een tijdje verdween ze weer in de massa, maar ik genoot nog na van haar stem en haarkleur. Tjonge, als ik die de komende dagen nog te spreken krijg, zal het misschien toch een onvergetelijk weekend worden.

Nu stond er een jongen in zijn eentje wat te staan. Hij had een keurige scheiding in zijn haar. Ik ging naar hem toe.
“Geweldig hè, dat Jezus Koning is in ons leven,” zei hij gelukzalig. “Ben jij ook vervuld met de Heilige Geest?” vroeg hij. Ik aarzelde wat.
“Is Jezus jouw Koning? Of laat je je leiden door allerlei andere zaken?” ging hij verder. Help! Was ik wel zo gelovig als hij? De christelijke lat lag wel hoog hier.

Ik ging naar mijn kamer. Benieuwd wie mijn kamergenoot zou zijn. Ik deed de deur open en wie zag ik daar? Frank! De reisleider van de Beter Uit-reis van afgelopen zomer.
“Hoe is het mogelijk,” riep ik uit.
“Het heeft zo moeten zijn. Gezellig, man,” lachte hij.

De rest van het weekend trok ik op met Frank en zijn vrienden. Regelmatig kwam ik ook het roodharige meisje tegen. Blanke huid, sproetjes op haar wangen.

Grote zonde

Op een avond een consternatie. De jongen met de keurige haarscheiding zat huilend op de grond. Hij had een grote zonde begaan. Hij was niet bij de vieringen geweest, maar naar de disco in Renesse. Hij had met allerlei wereldse meisjes gedanst.
“Kom mee, we gaan met je praten en bidden,” zei iemand van de Ronduit-leiding.

Op de laatste dag stapte ik op het roodharige meisje af. Nu of nooit. Ze vertelde dat ze al heel gauw voor een jaar naar Zwitserland ging. Au pair. Daar ging mijn droom. Tegenwoordig zou je zeggen: ga mailen, sms-en, appen, Facebooken… Maar ja, het was nog maar 1990.
Ik wenste haar veel plezier en wie weet, misschien tot ziens.

En toch. Uiteindelijk verliet ik met heimwee Burgh-Haamstede. Wat een mooi weekend.

En het thema? Dat ging over Esther. Het Bijbelboek waar het woord God niet in voorkomt, maar waar Hij wel degelijk een Hoofdrol in speelt.

Heel herkenbaar.

 

 

 

 

 

 

zaterdag 14 maart 2015

Nostalgisch Tachtig


Een week over de Jaren Tachtig op Radio 2 en onwillekeurig reis ik weer terug naar mijn middelbare schooltijd. Weer nostalgisch zwelgen naar de tijd van videorecorders en Rubik-kubussen. De smartphone bestond nog niet, toch liep je wel met een plat apparaatje in je hand, maar dat waren computerspelletjes: monstertjes in een labyrint bestrijden of aapjes die bananen moesten vangen.

De muziek blijft je altijd bij. Michael Jackson met Thriller, U2 met In the Name of Love. Tijdens schoolavonden knalde de meidengroep Bananarama of de Noorse  jongens van A-Ha uit de speakers. En als Live is Life van Opus voorbij kwam, bleef niemand meer zitten.  
Persoonlijk had ik weinig met Madonna. Ik vond Kim Wilde veel beter dan de vermeende Queen of Pop. Kim was knapper, haar muziek steviger.

 
De Jaren Tachtig, dat was ook de tijd dat ik voor het eerst naar het Flevofestival ging, de rockformatie Petra hoorde (This means war!!) en er hele discussies op de jeugdvereniging werden gevoerd over popmuziek. We hadden een spreker uitgenodigd die een verhandeling hield over omkeermuziek, of backwardmasking. Als je de muziek omgekeerd afspeelde hoorde je er satanische teksten in. Hij liet voorbeelden horen, maar zelfs met een flinke dosis fantasie lukte het niet om er iets zinnigs in te horen.

Discussie over populaire muziek zal in elke generatie wel blijven spelen. "Why should the devil have all the good music?' zong Larry Norman al op Flevo.

Het was op de drempel van de jaren '90 dat een jongen hele enthousiaste verhalen had op onze jeugdvereniging: "Ik ben nou toch in een tent geweest, joh. Daar draaiden ze muziek met supersnelle beats. Ik kon niet meer ophouden met dansen."
Een nieuw muziektijdperk was geboren. En weer nieuwe discussies.
 

De Eighties. Van brugpieper tot student.
Nederland werd Europees kampioen en de Muur in Berlijn viel.
Het was een mooie tijd.
En nu weer terug naar de onze.

 

 

 

 

 

vrijdag 12 december 2014

De notulen van Tes Odou


Als ik  Tes Odou tik, spuwt Google Engels- en Griekstalige theologische  informatie uit. Handelingen 9: 2. De mensen van De Weg (de christenen) die Paulus vervolgde vlak voordat hij, op weg naar Damascus, het Licht zou zien.

Ik probeer een andere zoekterm: Gereformeerde Jeugdvereniging Delft, GJV Delft. De gewenste informatie blijft uit. Dat krijg je met activiteiten van ver voor het internettijdperk: ze lijken totaal vergeten.

Maar, je bent archivaris of niet, ik heb de notulen van de GJV Delft nog.
 


Het gebeurde in het najaar van 1986. Een jong stel uit Friesland was in Delft komen wonen en ontdekte dat het jeugd- en jongerenwerk in de plaatselijke kerk een beetje lauw was. Dat moest anders. Er werd rondgebeld, aangeschreven, contacten gelegd, folders uitgedeeld.

Op zondagavond 14 september van dat jaar werd de eerste bijeenkomst gehouden in de Gereformeerde Kerk het Open Hof. Notabene de kerk waar ik altijd kwam.
Ik was in die tijd geestelijk wat aan het verleppen, dus deze Jeugdvereniging kwam voor mij als een geschenk uit de hemel.

Al snel werd een naam bedacht, want 'GJV' klonk wel wat saai. Het werd Tes Odou, Grieks voor De Weg.

Het is geweldig om in die notulen te bladeren. Talloze herinneringen komen weer boven. De contributie bedroeg twee gulden per avond. Elke week werd een onderwerp behandeld: schepping versus evolutie, het avondmaal, popmuziek, een avond over het Leger des Heils en op een dag kwam motorclub Psalm 23 op bezoek. De buren van het Open Hof moeten hun ogen uitgekeken hebben. Tientallen ronkende motoren richting kerk.

Elke maand hadden we een ontspanningsavond. Ik lees over een 'enveloppenspel', fietstocht, strandwandeling, bingo, stijldansen. En elk jaar wilden we op kamp. Ik ontdek  dat dat in 1988, tijdens het Pinksterweekend,  bijna niet doorging omdat er te weinig mensen meegingen. We hadden concurrentie van 'Opwekking'. Een aantal leden van het koor Rejoyce ging mee en zo konden we alsnog afreizen naar een kampeerboerderij in Winssen bij Nijmegen.

Zoals altijd: aan alle goede dingen komt een eind. In 1992 valt het doek voor Tes Odou. Geen nieuwe leden meer, bestaande leden vonden dat ze te oud werden. Toch waren het mooie jaren en volgens mij zijn daar nog twee huwelijken uit voortgekomen. Dus helemaal vergeten kan Tes Odou niet zijn. "Je raadt het nooit, wij hebben elkaar leren kennen op de Gereformeerde Jeugdvereniging te Delft!"

Google weet maar niks te vinden. Ik hoop dat dit blogje daarin verandering brengt.

 

woensdag 12 november 2014

Onbereikbare liefdes


In Kayleigh, een song van de band Marillion, wordt een onbereikbare liefde bezongen. Ik hoorde het nummer weer eens op de radio en zag op Youtube de videoclip en kreeg een idee voor een blog.

Ik ben al meer dan 15 jaar gelukkig getrouwd en mijn herinnering aan voorbije Onbereikbare Liefdes zijn inmiddels wel wat verflauwd, maar soms duiken ze weer even op: de 'Kayleighs' van toen:
 


Anne Marijke, ik was blijven zitten en was een vreemde in een nieuwe klas. Bij niemand plaats, alleen nog naast jou. Je was anders dan al die andere meiden. Ik denk dat ze jaloers op jou waren omdat je hoge cijfers haalde en er bovendien heel leuk uit zag.
Ik was veel te verlegen, maar tijdens dat schoolkamp sleurde je me de dansvloer op. Uiteindelijk bleek je niet verliefd op mij, maar op David Bowie...

Mary, jouw blonde haren brachten me in verwarring. Daarom ging ik in de klas vaak achter je zitten zodat ik kon wegdromen achter die blonde waterval.

Letty, je had een oogje op mij, maar op een of andere manier sloeg bij mij de vonk niet over. Op dat schoolfeest kwam ik niet opdagen, terwijl je graag had gewild dat ik er bij was. Kun je het je nog herinneren? Achteraf kon ik me wel voor mijn kop slaan, want je was eigenlijk best heel erg leuk. Ik had gewoon moeten komen. Dan hadden wij samen kunnen dansen bij het nummer Kayleigh van Marillion.
Letty, misschien heb ik je hart niet gebroken. Ik brak het mijne.

 

Joke, ik had beter moeten weten. Je had me daar op het Scheveningse Strand, ter hoogte van het Seinpostduin, al duidelijk gemaakt dat het wat jou betreft alleen vriendschap was. Maar ik wilde er niet aan, want wat was er mooier dan verliefd te zijn in jouw stad Amsterdam? Ik wist wel dat er een Ander was en op het Leidseplein spatte mijn droom uiteen.
En toch: je hebt me de zelfkant van de stad laten zien. Als hulpverleenster wist je de werkelijkheid achter de rode glitterfaçades van de Wallen.

 
Ach, het zijn herinneringen en uiteindelijk heb ik de ware dan toch ontmoet. True love never grows old, zeggen de Engelsen.
Maar als Kayleigh op de radio weer eens langskomt, dan gaan mijn gedachten soms terug in de tijd...

 

woensdag 22 oktober 2014

Mijn aller-vroegste vakantieherinnering


Bossen, een speeltuin, een hele grote zandverstuiving. Mijn aller-vroegste vakantieherinnering ligt in Maarn, midden op de Utrechtse Heuvelrug. Afgelopen zaterdag wandelden we van Driebergen naar Maarn en moest ik daar weer even aan denken.

Het moet juni 1972 zijn geweest. Ik was net vier. Mijn moeder was zwanger: mijn zus was in aantocht. De herinnering bestaat uit flarden. Een huisjespark. Eigenlijk een bungalowterrein, maar mijn vader en moeder hadden het over een huisjespark. Daar bij lag een maïsveld. Ik wist niet wat maïs was.
"Daar maken ze maïzena van," verklaarde mijn moeder. Of ik het begreep?


 

De attractie van het huisjespark was de speeltuin en met name de glijbaan. Ik vraag me af of het vakantieverblijf een zwembad had, hoogstens een poedelbadje. Ik kon overigens nog helemaal niet zwemmen.

Er waren twee trekpleisters in het dorpje Maarn. De viaducten onder het spoor en de snelweg was er één. Dat galmde zo leuk als je er doorheen liep en schreeuwde. En de zandverstuiving net naast het dorp (De Koeheuvels). Een zandbak in het kwadraat, wat wilde je als kind nog meer?

We maakten een fietstocht naar de Pyramide van Austerlitz. Ik zat voorop de fiets van mijn vader. Onderweg verloor ik mijn teddybeer die de excursie ook mocht bijwonen. Een groot drama! Gelukkig vonden we de onfortuinlijke knuffel enkele tientallen meters terug langs het fietspad. Die Pyramide viel tegen: slechts een beboste heuvel met een toren. Dat klopt ook, want pas in 2007 is dit monument, dat ooit door het Franse leger aan het begin van de 19de eeuw werd opgericht, weer geheel gerestaureerd.
 
De Pyramide anno 2014

 

Mijn zwangere moeder moest tijdens die vakantie wel wat pech verwerken. Tijdens een fietstocht kwam ze ten val. Haar knie bloedde en ze was vreselijk van streek, doodsbenauwd dat mijn ongeboren zusje iets was overkomen.
Op een dag maakten we een tochtje met de trein, toen mijn moeder op het station van Maarn bij het instappen klem kwam te zitten tussen de deuren. Foutje van de conducteur.

Mijn zusje overleefde ook deze aanslag.
 

Al met al best veel herinneringen van een vierjarige aan die vakantie van lang geleden.

woensdag 4 juni 2014

Baarn - Hollandsche Rading


Baarn - Hollandsche Rading. Deze NS-wandelklassieker maakte ik al zo'n 40 jaar geleden, al moet ik toegeven dat dat toen gedeeltelijk per wandelwagentje ging.

Afgelopen zaterdag liep ik hem weer. Het was alsof ik hem voor het eerst liep, want een mens kan behoorlijk wat vergeten en van deze wandeling wist ik dan ook vrijwel niets meer.

Pluismeer
 
De statige paden in het Baarnse Bos, een blik op Paleis Soestdijk, heidevelden en een ven. Het mooie weer deed de rest. Wat ook tot gevolg had dat de terrasjes van de pannenkoekrestaurants in het dorpje Lage Vuursche afgeladen vol waren en we dus maar weer snel het bos in doken. Ik had idyllische voorstellingen bij Lage Vuursche, het dorp waar kasteel Drakensteyn vlakbij staat. Die zaterdagmiddag kon je beter van Pancake Village spreken.

Uiteindelijk bereikten we de grens met de provincie Noord Holland. Hollandsche Rading blijkt zoiets ook te betekenen: de grens met Holland. De betonnen bogen langs de spoorlijn zijn rijksmonument.

 

Toch weet ik nog wel iets van die wandeltocht van 40 jaar geleden.

We combineerden de wandeling met een bezoek aan een nicht van mijn moeder in Baarn en bleven er veel te lang hangen. Daarna volgde de wandeling, maar de herfstzon was onverbiddelijk: onder ging hij. Dus het laatste gedeelte van de route werd met de nodige paniekerige spoed afgewerkt. Uiteraard moest ik in het wandelwagentje, dan konden ze sneller opschieten. De schemering daalde neer over het woud en ik kreeg al fantasieën over huilende wolven of desnoods een eetbaar heksenhuisje waarin we zouden moeten overnachten.

Het stationnetje van Hollandsche Rading moeten we in het donker hebben bereikt. Oog voor de monumentale betonnen bogen, zullen mijn ouders toen wel niet meer hebben gehad.

donderdag 30 januari 2014

Brochures en stenciltjes


Tijdens een verhuizing kom je stukjes geheugen tegen. Allerlei papieren, van brochures tot vlekkerige stenciltjes. Ik heb de neiging om (te) veel te bewaren.
 
Schoolrapport
 
Zo ontdekte ik weer mijn rapporten van de lagere school. Ach ja, zoiets gooi je niet zo snel weg.
Rapport Prinses Ireneschool Delft. De documenten worden steeds netter. Het rapport van klas 1 is een vergeeld stenciltje met een rode omslag, het rapport van klas 4 ziet er al wat professioneler uit. Cijfers kreeg je niet: het was goed, voldoende of zwak. Hoofdrekenen is zwak, maar wordt voldoende. Cijferen (ik krijg van het woord alleen al de rillingen) blijft zwak, taalvaardigheid is goed. Tempo: langzaam.   
 


Ik struin verder in de archieven van mijn leven en vis de Korte Catechismus naar boven. Vraag: Waaruit kent gij uw ellende? Antwoord: Ik ken mijn ellende uit de Wet van God.
Volgens mij hebben we uit deze boekjes helemaal niet gewerkt tijdens de catechisatie in de kerk. Het was allemaal veel moderner dan deze werkjes waarin overigens een jaartal ontbreekt.
 
New Age
 
Dan kom ik een brochure tegen waarop een soort spook staat afgebeeld met een regenboog. New Age en de Antichrist staat er. Ik weet nog dat ik zo'n 25 jaar geleden nachtmerries kreeg dat boekje. New Age is onderdeel van een wereldwijd complot  welke uiteindelijk zal leiden tot een alleswurgende dictatuur. Een alomvattend computernetwerk gaat ons doen en laten tot in detail volgen en controleren. Wanneer werd dit geschreven? 1987... Voor die laatste opmerking hadden ze beslist een vooruitziende blik.
 

Krijsende gitaren
 
Op de bodem van de verhuisdoos vind ik een foldertje van de No Longer Music Band. Ik kan me dat optreden nog wel herinneren. Marcanti in Amsterdam. Het was inderdaad niet langer meer muziek. Krijsende gitaren, een muur van metal blies de aanwezigen zowat omver. Headbangende punkers. Let wel: een christelijke band.
Er ligt een nieuwsbrief bij: Steiger Info: tweemaandelijkse Steiger 14 nieuwsbrief. (april 1990) Een onderdeel van Jeugd met een Opdracht. De band toerde door de USSR en trad op tijdens death metalconcerten. De brief vertelt over de confrontatie tussen satanische  machten en de kracht van Jezus, midden in Novosibirsk.
 

Toch zonde om al die paperassen weg te gooien. Het zijn prima herinneringen en bouwstenen voor een blog.

donderdag 2 januari 2014

Het allereerste Oud en Nieuw


Oudejaarsavond. Als ik aan de jaarwisselingen uit mijn jeugd terugdenk, ruik ik gesuikerde oliebollen en appelbeignets en warme rode wijn met kaneel. We staken nooit vuurwerk af, hoogstens wat sterretjes. Koudvuur werd gezegd, maar toen we een sterretje binnenshuis afstaken, brandde slechts één vonk een gaatje in het tapijt. Ik zie de oudejaarsconferences van Paul van Vliet of Wim Kan weer voor me op de televisie. Wim Kan, dat was politiek cabaret. Ik vraag me af of ik er als kind veel van begreep, maar kennelijk maakte het toch indruk: kennismaking met de oudejaarsconference.  En als kind zong ik gewoon mee:

Weet u al een beetje wat of hoe. Waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe?

Het maakte me een tikje melancholisch ook al had ik toen nog nooit van dat woord gehoord.



Mijn allereerste Oud & Nieuw staat me nog helder voor de geest.

Ik werd tegen middernacht wakker gemaakt en mijn verwachtingen waren hooggespannen. Ik zou de overgang naar een nieuw jaar meemaken en vuurwerk zien.
Vuurwerk: ik stelde mij dat voor als een soort noorderlicht. Spectaculaire lichtshows in de hemel. Maar in werkelijkheid bleek het te gaan om een soort vurige pijlen die omhoog werden geschoten en kleurrijk uiteenspatten in de lucht. Op zich mooi, maar ik had wel wat meer sensatie verwacht.

Slaapdronken liep ik door de woonkamer. Op de televisie was een mevrouw die een melig liedje zong:  M'n laatste peuk, m'n laatste sigaretje en daarna doen ik het niet meeheeheer, en daarna doen ik het niet meer.

Het stelde niet veel voor, zo'n jaarwisseling.

Het jaar daarop besloten mijn ouders dat ik op mocht blijven. Beter dan dat ik halverwege uit mijn slaap werd gerukt.


Alle lezers van mijn blog wens ik een gelukkig 2014!!


In verband verhuisdrukte zal er de komende weken even geen blog van mij verschijnen.

dinsdag 6 augustus 2013

Geboortestad


Als kind droomde ik regelmatig dat de plaats waar ik woonde was veranderd en dat ik moeite had om de weg naar huis te vinden. Er waren nieuwe gebouwen verrezen, anderen afgebroken, wegen verlegd. Uiteindelijk bereikte ik toch mijn huis, maar nu zag het er anders uit en woonden er vreemde mensen.

Ik moest denken aan zo'n droom toen ik afgelopen zaterdag van de Delftse binnenstad naar het huis fietste waar ik ooit ben opgegroeid.

Aan historisch Delft ligt het niet, de toren van de Oude Kerk staat nog even scheef als eeuwen geleden en de grachten weerspiegelen de tijdloosheid. Aan de Beestenmarkt is café Kobus Kuch gelukkig niet verdwenen.
 
 

Maar eenmaal buiten de Gouden Eeuw begint het: rondom het station is een grote bouwput omdat het spoor ondergronds gaat. De vertrouwde geur van de Gistfabriek is nog wel te ruiken, maar ze zijn het terrein aan het herstructureren. Enkele gebouwen zijn verdwenen. Nu vind je er -tijdelijk - zanderige puinvlakten met berkenboompjes. Fietsend door de Ruys de Beerenbrouckstraat zal ik Het Open Hof niet meer vinden. De kerk waar mijn ouders trouwden, ik werd gedoopt en belijdenis deed, is al meer dan tien jaar geleden gesloopt. Nu staat er een bakstenen kolos dat de nieuwe Albert Heijn blijkt te zijn. Op de plaats waar de oude supermarkt stond, groeit het onkruid boomhoog.

Rechtsaf de Prinses Beatrixlaan op. Dat 'Prinses' is sinds 30 april weer helemaal actueel. Als ik Rijswijk nader, zie ik links een wijk in aanbouw. Het oude vertrouwde Sion een nieuwbouwwijk? De kassen, de slootjes, urenlang kon je er spelen en verdwalen. Met dit nachtmerriescenario hield ik destijds, zelfs in mijn dromen, geen rekening.
 
Het Haantje kruist de drukste spoorlijn van Nederland
 

Het bruggetje over en dan rechtsaf het Haantje in. Links vrijstaande huizen of twee onder een kap, rechts de vaart. De straat van mijn jeugd. Het riet wuift er als vanouds, er varen bootjes voorbij. Even lijkt het of  ik terug ben in de tijd. Ik kom terug uit school, fiets de stoep op, neem het  betegelde tuinpad. Mijn moeder zwaait vanachter het voorkamerraam. Ik zet mijn fiets tegen de heg. Ik ben thuis.

 
Mijn geboortehuis heeft een uitbouw die er vroeger niet was. In de tuin spelen kinderen. Opnieuw wordt er opgegroeid. Geboortehuizen, geboortesteden, ze zullen er altijd zijn.