Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

maandag 31 juli 2017

Van hier tot Tokio

Een educatieve video tijdens de lessen aardrijkskunde. Crowded Islands, heette de reportage als ik me goed herinner en het ging over Japan. We keken onze ogen uit. Het was begin jaren 80, maar in Japan hadden ze al overal computers, tientallen televisiekanalen, honderden radiofrequenties. Je reed er in supersnelle treinen en auto’s werden door robots gemaakt.
Osaka
 
Japan heeft ons de laatste decennia beïnvloed. Pokémon, Hello Kitty, Ninja’s, karaoke, emoji’s op je telefoon: het komt allemaal uit Japan.  En toch… na drie weken rondreizen over deze ‘overvolle eilanden’ moet je concluderen dat je in een totaal andere wereld bent beland, in een totaal andere mentaliteit.
Bijvoorbeeld: de straten zijn er brandschoon en er zijn nauwelijks vuilnisbakken te vinden. De Japanner neemt zijn rotzooi mee naar huis en gooit het daar weg. Het is een kwestie van mentaliteit die je in Nederland in nog geen honderd jaar er in gezweept krijgt.
 
Alles is er mega. Shoppingmalls met meer winkels en restaurants dan in een gemiddelde stad bij ons. Alles is er gestructureerd tot in detail. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Je vraagt je af waarom. Misschien is het de grillige natuur. Aardbevingen, tsunami’s en tyfoons kunnen zomaar het dagelijks leven ernstig verstoren. Dan kun je beter de alledaagse dingen zo goed mogelijk organiseren.
 
Elke vierkante meter grond wordt benut, maar eenmaal in de bergen, en die beginnen zeer abrupt, heerst er de leegte. Er zijn dichte bossen met ceders en bamboe. Dorpjes met rijstveldjes. En overal kun je tempels bezoeken, Boeddhistisch of Shinto, vaak met grote tuinen er omheen. Die tuinen zijn dan wel weer gedresseerd. Kunstig gesnoeide dennetjes, kort geschoren gras. Elke steen en elke bloem heeft een betekenis.
 
Koyasan
Drie weken Japan. Drie weken mensenmenigten, shoppingmalls, kastelen en tempels. Drie weken met stokjes eten. Maar, ook drie weken nauwelijks sushi. Ach, sushi. Wie in Japan is geweest, weet dat er véél meer te eten is.

woensdag 31 augustus 2016

Het land tussen Europa en Amerika

Als het vliegtuig het uiterste zuidwesten van Engeland heeft verlaten en Ierland rechts heeft gepasseerd, rest slechts het Grote Blauw van de Atlantische Oceaan. We koersen verder naar het zuidwesten, naar stukken land tussen Europa en Amerika.
 
Blik over het eiland Sao Miguel
 

Zo’n 25 jaar geleden hield ik een presentatie op mijn opleiding over Atlantis. De titel van mijn lezing luidde: Atlantis: verzonken of verzonnen continent. Je moest er een kleine tentoonstelling aan wijden. Ik weet nog dat ik een kilo zand van het Scheveningse strand mee de tram in nam en daar een ‘zeebodem’ van vormde, samen met een muurtje van oude bakstenen. Tijdens mijn verhaal begon ik bij Plato en eindigde ik bij het mythische gegeven van een paradijselijke wereld die door hoogmoed en decadentie ten onder ging. Aardbevingen en vloedgolven die een einde aan een beschaving maakten.
 
Overal hortensia's
Ver weg, ergens boven het midden van de oceaan, zet ons toestel de daling in. De onmetelijke watervlakte komt steeds dichterbij. En dan ineens is er land in zicht. Diepgroene eilanden met grijze stranden. Hoge vulkanen gehuld in wolken. Dorpjes en stadjes langs de kust.
 
Horta
Wetenschappers hebben tot nu toe geen spoor van Atlantis gevonden. Rond de Azoren zijn geen antieke ruïnesteden blootgelegd, de zeebodem toont geen restanten van een tsunami. Wel is er heel veel vulkanisme.
 
Theeplantage
De eilandengroep, die bij Portugal hoort, is een waar vakantieparadijs voor mensen die van exotische natuur, knusse dorpen en stadjes houden. Het regent er vaak zodat het landschap van golvende weilanden en oude muurtjes aan Ierland doet denken. De wouden in het binnenland hullen zich in een geheimzinnige mist. Als de zon echter doorbreekt, kleurt de zee zich op zijn aller-blauwst. Koud is het er nooit, vandaar dat je bananenbomen tegenkomt en zelfs theeplantages. Alomtegenwoordig zijn echter de hortensia’s die er ooit in de 19de eeuw zijn geïntroduceerd.
Kortom: een landschap waarvan sommigen zeggen: ‘zo zag Atlantis er misschien uit.’
Misschien.

zaterdag 16 juli 2016

Gezegend zonder navigatie

Met de opkomst van navigatiesystemen is autorijden tijdens je vakantie een stuk minder avontuurlijker geworden, aldus de strekking van een artikel vorige week zaterdag in het Nederlands Dagblad.
Ik vind mijzelf behoorlijk digitaal. Bioscoopkaartjes worden digitaal geboekt, ik bankier via het internet en op mijn werk doe ik niks anders dan digitaliseren. Maar er is één terrein in het leven waar ik hardnekkig analoog blijf, waar ik het papier dierbaar koester: de wegenkaart.
 

Toegegeven, ik kwijl ook weg boven Google Maps, geweldig om de hele wereld te kunnen bespieden. Zo zwierf ik onlangs boven Noord Korea en ontdekte een eliteresort (cultureel en educatief) aan zee met een eigen spoorlijnverbinding en luchthaven. Verderop stadjes en dorpen zonder naam (where the streets have no name).
 
Ga ik met vakantie, dan schaf ik altijd papieren kaarten aan. Wij gebruiken nooit enige vorm van navigatie. Geen irritante stem die jou beveelt linksaf te slaan. Zo reisden we dwars door Griekenland, kon ik de kleinste weggetjes in Frankrijk vinden. Soms gaat het natuurlijk mis en loop je vast in een steegje of moet je een heel stuk terugrijden. Het hoort bij het avontuur dat vakantie heet. Een keer moesten we midden in Las Vegas de weg vragen naar Highway North. Een zeer omvangrijke man, wachtend bij een bushalte wees ons de weg. In Griekenland ontdekten we een prachtige brede weg die niet op de kaart stond en op een gegeven moment ook weer abrupt ophield.
 
 

In sommige landen zou navigatie ook heel koddig zijn. Ik weet niet of TomTom rekening houdt met geitenkuddes of urenlange opstoppingen op smalle bergwegen in Ethiopië omdat twee vrachtwagens op elkaar geknald zijn (gelukkig zonder gewonden).
In het noorden van Kenia waren zelfs bijna geen wegen meer en had onze rit veel weg van Parijs-Dakar.
 
De vakantiestreek die we binnenkort bezoeken is nauwelijks op een atlas terug te vinden. Toch zijn er wegenkaarten van en nog behoorlijk gedetailleerd ook. Niks geen navigatie, gewoon papier. Een nadeel heeft het wel: een uitgevouwen kaart weer in elkaar vouwen blijft een gedoe.
 

woensdag 2 september 2015

Zomer en winter aan de Sognefjord


Het is misschien het best bewaarde vakantiegeheim van Europa. Ineens kan het mooie weer toeslaan in het Noorden. Scandinavische zomerdagen waar – soms letterlijk- geen einde aan kan komen. En aangezien de luchtvochtigheid in de bergen van Noorwegen behoorlijk laag is, zijn de luchten er ongekend blauw.
 
 

Maar, ze geloven je bijna niet, die verstokte Zuid Europa-gangers. Die toeristen bij wie de navigatieapparatuur in de auto schijnbaar automatisch staat afgesteld op de Autoroute du Soleil.

Wij vertrokken naar de Noorderzon. Daar waar de wouden eindeloos lijken en je de berg op moet, wil je gaan kanoën, vissen of zwemmen. Want het dal ligt beduidend dieper.
 
 

Een tocht naar de fjorden hoort op het Noorwegen-menu. Weinig dorpen, eindeloze ruimte en lange tunnels. En dan ineens de onpeilbare diepten. De zee is via de Sognefjord heel erg ver het land binnengedrongen. Een fjord met zijarmen met daar tussen de fjell, een hoogvlakte van meer dan 1500 meter boven zeeniveau. Van Lærdal naar Aurland loopt onder zo’n fjell een tunnel die de langste autotunnel ter wereld blijkt te zijn. 24,5 kilometer lang en gereedgekomen in 2000. Maar ja, een tunnel is slechts een buis door onmetelijke steenmassieven. Dus de oude route over de Aurlandsfjell biedt meer perspectieven. Van groene weiden en naaldbossen naar stenige toendravlakten waar rendiermos de belangrijkste vegetatie is.
 
 
 
De weg slingert zich nog hoger en brengt je in een wereld van sneeuwvelden en bevroren meren. Dan weer omlaag de zomer in. Een half uur later ben je in het dorp Aurland waar de plaatselijke jeugd aan het strand ligt en het (koude) water van de fjord in rent.

De seizoenen zijn er gelijktijdig, maar wel in verschillende lagen. Aan de Sognefjord heerst de zomer, een zomer die vooral diepblauw is.

 

 

woensdag 5 augustus 2015

Een klein ommetje...


Het zou een klein ommetje worden. Het was de laatste avond van de vakantie; de koffers waren al bijna ingepakt. Mijn vader, moeder, mijn zus en ik wilden nog een keer een klein boswandelingetje beleven alvorens we weer terug zouden rijden naar de stadsjungle in het westen van het land.

Dus, zo rond half acht verlieten we de bungalow bij Eerbeek en besloten we de camping te verlaten. Eén keer rechts en dan nog een bospad naar rechts en je kwam weer op het vakantieterrein.
Dachten we, want dat vakantieterrein kwam niet meer in zicht en ook het gegons van kinderstemmen, dat zo kenmerkend is voor een camping, stierf langzaam uit. Moesten we verder rechtdoor, of toch maar naar links? De zon staat ’s avonds in het westen, dus liepen wij naar het oosten. We bereikten de rand van een akker waar een klein huisje tussen de eiken verscholen stond. Een mevrouw was in de tuin aan het werk.

 

We vroegen haar de weg naar het bungalowterrein.
“Als u doorloopt komt u in Loenen. Nee, u moet terug en dan om een steen heen lopen en dan direct naar links. Het kan niet missen.”

We bedankten de bewoonster en volgden haar aanwijzingen op. Hoewel… die steen zagen we nergens. Wel een hek links, dus er ging sowieso geen pad die kant op. We bleven dat hek maar volgen. Het werd stiller in het woud. Af en toe een alarmerend vogelgeluid. Er kwam een kille zucht tussen de stammen van een dik sparrenbos vandaan. Onder het bladerdek begon de schemering al.

“Dat gaat zo niet goed,” concludeerde mijn vader.
“Straks moeten we nog in het bos slapen,” grapte mijn moeder, maar wij konden er niet om lachen.
Omdraaien was het devies. Maar nu sloeg de schemering pas echt toe. Ik struikelde over een boomwortel. We konden niet snel meer lopen, uit je doppen kijken voor laaghangende takken en stronken die nu niet meer te zien waren.

Eindelijk een verlossende open plek in zicht: een weiland. Even later werd het zandpad een asfaltweg. We waren in de bewoonde wereld, maar in welk deel van die wereld?

Het gehucht heette Zilven en lag vlakbij Loenen. Nu konden we de weg wel weer vinden, alleen was die weg schrikbarend lang. Naar de rand van Eerbeek en dan nog de route naar de camping. Een schaars verlichte asfaltweg door de bossen. Mijn moeder zag de overgang van asfalt naar berm niet en maakte een lelijke smak. Haar knie bloedde, maar zelfs dat kon je niet goed zien.

Om half twaalf strompelden we onze bungalow binnen.
Hoe een klein ommetje uitdraaide op een soort dropping.
 

(Vakantieherinnering van 35 jaar geleden. Echt vergeten doe je zoiets niet…)

woensdag 24 juni 2015

Eenhoorns spotten tijdens legendarische vakantie


Het vakantieseizoen breekt weer aan. Sommigen houden het lekker dicht bij huis, voor anderen is de andere kant van de wereld nog niet ver genoeg. Maar, er zijn plekken op deze wereld die fantastisch en ongekend zijn. Lees en beleef…
 
Paradijselijke krater
Het is fris, maar de lucht is helder als we om zeven uur ’s morgens van start gaan. Aan de rand van de weidse krater is het uitzicht weergaloos. Thorwyn, mijn gids, wijst naar het landschap. Diep beneden ons golven paradijselijke weiden met meren en plukjes bos. In de verte de centrale piek in het midden van de kratervallei. Ooit ontstaan door een vulkanische explosie. De kraterrand vertoont niet voor niets het zwarte basalt. Voorzichtig volgen we het zigzaggende pad omlaag.
Ik heb soms moeite Thorwyn bij te houden. Deze jonge vrouw is oersterk en beschouwt wolven als schoothondjes en knuffelt met beren. Toch kan alleen zij mij op deze hike begeleiden.
Eenmaal beneden houden de paden op en doorkruisen we het hoge gras langs groepjes berkenbomen en taxusdennen.
 
Maagd als gids
“Eenhoorns gaan in gevangenschap onherroepelijk dood, dus zul je ze in dierentuinen nooit zien,” vertelt mijn gids. “Vilzavische edelen ontdekten in de 16de eeuw het legendarische beest, maar het bestaan ervan werd pas in de 19de eeuw wetenschappelijk bewezen.”
Een aantal reeën schiet voorbij. Maar ja, als je op zoek bent naar eenhoorns, zijn deze dieren niet zo interessant.
 

“Eenhoorns zijn vrij schuw, behalve voor maagden,” zegt Thorwyn nu. “Ze hebben het onderzocht. Het blijkt dat de eenhoorn de hormonale toestand van een vrouw kan waarnemen. Als ze nog nooit zwanger is geweest, zou ze de eenhoorn kunnen lokken.”
Ik kijk haar aan. Is dat echt zo?
“Ik ben nog nooit zwanger geweest. Wees maar blij. Teveel testosteron verdraagt de eenhoorn niet. Dan kan hij jou aanvallen. Maar nu ben ik erbij.” Ze glimlacht naar me. Bijna arrogant.
 
Mannen moeten afstand houden
De centrale piek moet immens zijn, want zelfs na een flinke looptocht, komt het massief maar langzaam dichterbij. Halverwege de ochtend domineert de bijna 800 meter hoge granietpiek mijn hele westelijke blikveld.
We zien korhoenders aan de oever van een meertje. Wilde runderen grazen verderop.
“Daar.” Thorwyn gebaart in zuidelijke richting. Ik zie witte paardachtigen grazen. Met de telelens van mijn fototoestel zie ik dat ze een enkele gespiraalde hoorn op hun voorhoofd hebben. Wauw!
Voorzichtig lopen we die richting uit. Ik durf bijna niet te ademen. Nu kunnen we ze zien op zo’n 50 meter afstand.
“Ze schijnen ook nog in valleien van het Himalayagebergte voor te komen. En hier dus. Machtig he? Kijk, dat is een wijfje,” wijst ze. “Die hebben iets kortere hoorns.”
 
Symbool van zuiverheid
 
Zelf gaat ze nog wat dichter naar ze toe. Zullen ze voor haar niet wegdraven? Zelf blijf ik hier staan. Ze staat er nu zo’n tien meter vandaan en de mythische beesten schrikt het niet af. Ze plukt wat gras en probeert daarmee te lokken. Een eenhoorn die uit Thorwyns hand eet, dat moet ik zien. Een enkele eenhoorn komt inderdaad op haar af. Ze aait het machtige dier. Inderdaad, alleen een maagd kan de eenhoorn aaien. Zelfs op schilderijen kun je het zien. De eenhoorn en de maagd: het symbool van zuiverheid, zinnebeeld van Maria, de moeder van Jezus.
Langzaam keren de beesten zich echter om en lopen in de richting van de Piek. Thorwyn komt weer naar mij terug.
Een grandioze vakantie-ervaring. Voorbij de grenzen van de werkelijkheid.
 

woensdag 22 oktober 2014

Mijn aller-vroegste vakantieherinnering


Bossen, een speeltuin, een hele grote zandverstuiving. Mijn aller-vroegste vakantieherinnering ligt in Maarn, midden op de Utrechtse Heuvelrug. Afgelopen zaterdag wandelden we van Driebergen naar Maarn en moest ik daar weer even aan denken.

Het moet juni 1972 zijn geweest. Ik was net vier. Mijn moeder was zwanger: mijn zus was in aantocht. De herinnering bestaat uit flarden. Een huisjespark. Eigenlijk een bungalowterrein, maar mijn vader en moeder hadden het over een huisjespark. Daar bij lag een maïsveld. Ik wist niet wat maïs was.
"Daar maken ze maïzena van," verklaarde mijn moeder. Of ik het begreep?


 

De attractie van het huisjespark was de speeltuin en met name de glijbaan. Ik vraag me af of het vakantieverblijf een zwembad had, hoogstens een poedelbadje. Ik kon overigens nog helemaal niet zwemmen.

Er waren twee trekpleisters in het dorpje Maarn. De viaducten onder het spoor en de snelweg was er één. Dat galmde zo leuk als je er doorheen liep en schreeuwde. En de zandverstuiving net naast het dorp (De Koeheuvels). Een zandbak in het kwadraat, wat wilde je als kind nog meer?

We maakten een fietstocht naar de Pyramide van Austerlitz. Ik zat voorop de fiets van mijn vader. Onderweg verloor ik mijn teddybeer die de excursie ook mocht bijwonen. Een groot drama! Gelukkig vonden we de onfortuinlijke knuffel enkele tientallen meters terug langs het fietspad. Die Pyramide viel tegen: slechts een beboste heuvel met een toren. Dat klopt ook, want pas in 2007 is dit monument, dat ooit door het Franse leger aan het begin van de 19de eeuw werd opgericht, weer geheel gerestaureerd.
 
De Pyramide anno 2014

 

Mijn zwangere moeder moest tijdens die vakantie wel wat pech verwerken. Tijdens een fietstocht kwam ze ten val. Haar knie bloedde en ze was vreselijk van streek, doodsbenauwd dat mijn ongeboren zusje iets was overkomen.
Op een dag maakten we een tochtje met de trein, toen mijn moeder op het station van Maarn bij het instappen klem kwam te zitten tussen de deuren. Foutje van de conducteur.

Mijn zusje overleefde ook deze aanslag.
 

Al met al best veel herinneringen van een vierjarige aan die vakantie van lang geleden.

woensdag 27 augustus 2014

Skopje: schitterende kitsch

"Wat heeft onze hoofdstad niet wat andere hoofdsteden wel hebben," moet het gemeentebestuur van Skopje enkele jaren geleden gedacht hebben.
Men bezocht Parijs en Praag, zwierf rond door Rome. Vanuit de internationale gemeenschap werden er financiële bronnen aangeboord en een scala aan Macedonische architecten aangetrokken.

Ik moet zeggen dat mijn eerste indruk van Skopje redelijk belabberd was.  Heel veel verwaarloosd beton, bergen troep op straat en een allegaartje van bouwstijlen. Voeg daar een temperatuur van 35 graden Celsius aan toe en ik waande me ter hoogte van de evenaar.
 

Ondanks de aardbeving van 1963 en de daaropvolgende wederopbouw naar socialistisch principe, is er wel degelijk historie in de Macedonische hoofdstad. De Oude Bazar aan de voet van de Burcht met smalle straatjes, oude kerken en moskeeën is zeker de moeite waard, ook al moet je niet teveel van de route afwijken, anders kom je in naargeestige stegen en op door onkruid overwoekerde binnenplaatsen.

Maar dan het gloednieuwe centrum van Skopje. Er staan gebouwen die lijken op het antieke Rome, over de rivier - naast de oude Stenen Brug - zie je een nieuwe brug die toch wel wat lijkt op de Praagse Karelsbrug. Er is zelfs een heuse Arc de Triomphe. Een gigantisch ruiterstandbeeld van Alexander de Grote met speelse fonteinen vormt de klapper.
 
 

En er is een rivier (een beetje stad moet een rivier hebben) waar je 's avonds heerlijk langs kunt slenteren en naar al die nieuwe, prachtig verlichte, gebouwen kunt kijken. Als de zon onder is worden de standbeelden en fonteinen met allerlei kleuren verlicht.  Er zijn muzikanten en verkopers van lichtgevend prularia en er is een vuurvreter aan het werk.

Je mag het allemaal kitsch vinden. Het kan misschien wat weg hebben van Las Vegas, maar Skopje bruist.

Toch beter dan slecht onderhouden beton en naargeestige stegen.

dinsdag 19 augustus 2014

Op de koffie in Ratevo


Blauwnevelige bergen. In de verte moet Bulgarije liggen. In het dal zie je een stuwmeer. De natuur bij Berovo, in het oosten van Macedonië, nodigt uit tot lange wandelingen.

Een wandeling naar een  bergtop begint bij de stuwdam. Als we de dam naderen zien we dat de toegang nadrukkelijk wordt versperd. Soms heb je van die aarzelende versperringen, waar je gewoon overheen stapt of onderdoor kruipt en dan net doet alsof je neus bloedt, maar deze barricade, hoewel je je er nog wel langs zou kunnen wurmen,  is overtuigend.

Er komt een man poolshoogte nemen. De dam is verboden terrein, gebaart hij. Of we dan misschien alleen er naar toe mogen lopen om een foto te maken. Hij knikt.
We mogen het bouwwerk even zien, maar er overheen lopen en de bergwandeling maken gaat dus niet.

Er klinkt een onheilspellend gedonder.  Aan een kant ziet de lucht loodgrijs. Wellicht is het sowieso geen goed plan om te wandelen.
 


En zo komt het dat de plannen voor vandaag worden omgegooid. En deel van de groep gaat naar de markt van Berovo, een ander deel rijdt naar een dorpje buiten de stad. Ratevo heet het dorp en heeft zich in de flanken van de heuvels genesteld. Vervallen boerderijen en een knus dorpspleintje. Van hieruit zou je ook een mooie wandeling kunnen maken, over golvende heuvels, langs schuren en hooibergen. 

Er klinkt opnieuw gedonder, aan de horizon bliksemt het. Een oudere vrouw wenkt ons. Onder een afdak op het boerenerf staan stoelen en een tafel.  We zien een ketel op een houtkachel.
"Kafe," zegt ze.  Natuurlijk willen we dat wel. Er is trouwens ook čaj, thee.

 

We zitten met z'n allen onder het afdak als de regen met bakken uit de hemel valt. De vrouw gooit wat extra hout op het vuur en zet het water op.
Bij de koffie moet je het drab laten bezinken, de thee is heet water met kruiden uit de bergen. Het blijft niet bij drinken: er komt brood op tafel, gebakken courgetteplakjes, een schotel van prei met geitenkaas en room. De twee kleinzoons worden er bij gehaald voor toelichting in het Engels. Ze willen een selfie maken met ons erbij. Want in deze wereld van houtkachels en paardenkarren is ook een smartphone een normale verschijning.

Eindelijk breekt de zon weer door en doet de verre bossen dampen. We lopen weer terug naar de auto.  Geen sportieve wandeling vandaag, maar toch een bijzondere belevenis in het landelijke Ratevo.

woensdag 11 juni 2014

Donderberg


Als ik een prehistorische jager en verzamelaar zou zijn geweest, had ik hem de Donderberg genoemd. Een heuvel gewijd aan Donar, de god van de donder en de bliksem. Misschien had ik er een klein tempeltje van hout neergezet en offers gebracht om Donar gunstig te stemmen.
Maar ja. Ik ben gekerstend, dus om nu in onweersgoden te geloven...

In 1975 ging ik met mijn ouders met vakantie naar Holten. Het was een warme zomer, maar we hadden voortdurend last van onweersbuien. Op de Holterberg werden we diverse keren bedreigd door antracietkleurige donderwolken. Ik weet nog dat ik een keer achterop de fiets bij mijn vader zat en dat deze als een razende terugfietste naar de camping. De bliksems achtervolgden ons als het ware.
 
 

1985. Nog eens met vakantie naar Holten. De zomer was niet veel soeps, maar uiteindelijk braken er een paar warme dagen aan. Het werd direct 30 graden. Eindelijk kon ik het zwembad in, maar op een namiddag wilden we toch een wandeling maken naar de Holterberg. We hadden niet in de gaten dat de lucht melkachtig grijs werd en vol zat met ingehouden voltages. Pas bovenop de hoogte zagen we een angstaanjagend onweersfront op ons afkomen, zo snel dat schuilen de enige optie werd. Er was een soort overdekt bankje zodat we droog bleven terwijl er een inferno aan bliksemschichten over ons heen trok.
Ik zag de krantenkop al voor me: "Familie omgekomen door noodweer op de Holterberg."

We overleefden en op de terugweg was het bos veranderd in een landschap van snelstromende beekjes.

Ik had afgelopen Tweede Pinksterdag dan ook beter niet naar de Donderberg kunnen gaan.  Want opnieuw was het onverwachts raak. Weer een lucht onder hoogspanning. Steeds luider wordende donder. Bliksemschichten uit een donkergrijs wolkendek. Gelukkig bereikten we de toeristische autoweg, zodat we zeker wisten dat we op de goede weg waren richting het Natuurmuseum/Diorama.
Een vriendelijke automobiliste stopte voor ons en we mochten een eindje meerijden tot aan Woody's. Het was er vol, maar we hadden totaal geen haast.
Toen we in het restaurant zaten joeg er een gordijn van regen door het bos. Af en toe felle flitsen en een daverend gedreun.

De Holterberg zal ik voor altijd met onweer blijven associëren.

dinsdag 15 oktober 2013

Denkend aan Suriname


Wat zijn mijn indrukken van Suriname na drie weken vakantie? Moeilijk om dat in een paar zinnen samen te vatten.

Bijzonder is het wel om na negen uur vliegen in een hete en vochtige atmosfeer te landen en dan overal Nederlandse teksten te kunnen lezen en in het Nederlands te worden begroet. Je ziet talloze bijzondere planten en vogels, je krijgt met andere gewoonten te maken, en toch kun je ook gewoon een bruine boterham met kaas krijgen. Of pindakaas. Hagelslag.
 
 

In Fort Zeelandia te Paramaribo waan je je in een Hollands stadje op de heetste zomerdag van het jaar. Rijdend door de polders bij Nieuw Nickerie, denk je aan Flevoland. Alleen wordt er hier rijst verbouwd. Er zijn landerijen met slootjes waar mensen op hun vrije zondag zitten te vissen.

De namen die je tegenkomt: Wageningen, Groningen, Domburg, Nieuw Amsterdam... Toch kreeg ik steeds meer een ongemakkelijk gevoel. De Hollanders heersten hier. Legden plantages aan, lieten er slaven werken, geroofd uit Afrika. Forten verrezen, dorpen werden gesticht.
 
 

Je krijgt respect voor de mensen die uit de plantages vluchtten. Marrons worden ze genoemd. Afgelopen donderdag was het Marron-dag, waar speciaal bij deze bevolkingsgroep werd stilgestaan. Ze gingen het oerwoud in en volgden de rivieren tot voorbij de stroomversnellingen. Nog altijd zijn dat barrières. De bootsmannen op de korjalen kennen de rivier uit hun hoofd. Ze weten waar de rotsen onder water zijn en waar je de gemakkelijkste stroomversnellingen kunt vinden.
 
 

Het tropisch regenwoud is machtig. Noem het geen jungle, dat is te Disney-achtig. Het is oerwoud. Je wordt opgenomen in duizend tinten groen, maar je moet er op je hoede zijn. Slangen, steekvliegen, wees voorbereid. Er zijn gemene planten met weerhaken en verschrikkelijke doorns. De gidsen waarschuwden ons. Je leert er goed kijken en luisteren. Cicaden verlammen de stilte met hun hoge monotone zoemgeluid. En alarmerend vogelgeluid? Het is de bospolitie. Colonnes parasolmieren, sjouwend met stukjes blad, marcheren volgens een strakke planning door het bos.

Het woud weert de zon en geeft koelte. En als het regent, dan stort het. Maar dat jaagt de insecten dan wel weer weg.


Eerste indrukken van Suriname? Ik laat me inspireren door de dichter Marsman. Denkend aan Suriname zie ik brede rivieren door oneindig bosland gaan.

dinsdag 20 augustus 2013

Geen reisjournalist


In het vakantienummer van HP/De Tijd stond het volgende artikel: geloof nooit een reisjournalist. Reisbijlagen van kranten en reisglossy's bevatten dikwijls hallelujaverhalen over  vakantiebestemmingen. Altijd is het er paradijselijk mooi en de plaatselijke bevolking authentiek. De meeste journalisten schrijven dat omdat hun persreizen worden gesponsord door reisorganisaties.

Ik ben geen reisjournalist, dus ik kan zonder schroom schrijven dat het paradijs op aarde niet bestaat en dat de plaatselijke bevolking die je ontmoet, commercieel  al helemaal is ingesteld op jouw komst. Sommige bejubelde reisbestemmingen vallen tegen, maar soms ontmoet je ook positieve verrassingen.

 

Tegenvaller: Chiang Mai, Thailand (2006)

 
Reisorganisaties zijn lyrisch over Chiang Mai. De tempelstad in het noordelijke bergland van Thailand wordt wel de Roos van het Noorden genoemd. Toegegeven: de stad is niet zo heet en hectisch als Bangkok en er zijn vele Boeddhistische tempels te bewonderen die je er uit moet pikken als prachtige krenten in een oerlelijke betonpap. Want dat is Chiang Mai: een Benidorm zonder zee. Talloze hotelkolossen ontsieren de plaats en dragen bij aan een ongekende toeristenindustrie.

Voetbal in Thais bergdorpje
 

Vanuit Chiang Mai worden er meerdaagse jungletochten georganiseerd, deels op een olifant. Ach, laat je toch niks wijs maken. Er is een klein circuit aangelegd waar je met je olifant langsrijdt. Een olifant die wordt mishandeld, want anders zou de dikhuid nooit mensen op zijn rug nemen. Voor de rest loop je door de bloedhete jungle met honderden andere toeristen. Af en toe zul je worden ingehaald door de lokale bevolking die op brommers naar hun bergdorpjes scheuren.

Wel opvallend: de meeste bergbewoners daar zijn christen. Eerst geloofde ik mijn oren niet toen ik Opwekkingsliederen uit de houten huisjes hoorde opstijgen. Niks geen Boeddha.

 

Meevaller: Moskou (2009)

 
De Russische hoofdstad wordt vaak afgeschilderd als onleefbaar en megalomaan.

Ik was er vier jaar geleden en vond de stad juist eindeloos boeiend. Moskou is veel meer dan het Rode Plein en het Kremlin. Het Manegeplein bruist van leven, de Arbat is een eindeloze winkelstraat. Overal staan weelderige gebouwen en kerken. Sommige metrostations zijn ware ondergrondse paleizen en zelfs een supermarkt heeft zich in een kathedraalachtig gebouw gevestigd.
 
 

Oké, het Gorkipark lijkt wel één grote kermis met stampende techno dat vooral Moskouse jongeren trekt, maar je dacht toch niet dat de Russische jeugd zich nog vermaakte met de balalaika. En wie iets klassieks wil: je kunt overal concerten beluisteren en balletvoorstellingen bijwonen.

Er is niets mis met Sint Petersburg, maar Moskou is al Russisch genoeg.

dinsdag 16 juli 2013

Legendarische zomer


De zomer van 2011: we zullen het er maar niet meer over hebben.
De zomer van 2012: er waren warme en zonnige momenten.
En de zomer van 2013? Ondertussen moet zelfs de grootste weerpessimist toch toegeven dat die zomer bepaald niet verkeerd is.

Maar er is een zomer die voor mij wel altijd legendarisch zal blijven. De zomer van 1976. Doe je ogen even dicht en luister naar ABBA: Fernando, of naar het gezang van Julien Clerc: This melody, of de Sutherland Brothers: Arms of Mary. Ongetwijfeld moet dit uit de radio geklonken hebben op die zonovergoten terrassen en stranden van dat roemruchte jaar.
 


Ik ben even in de archieven gedoken. De lente van 1976 was ronduit koud. Juni startte kil en somber, dus ik zal mijn achtste verjaardag wel binnen hebben gevierd. Ineens begon de temperatuur te stijgen en op 9 juni werd het 30 graden. Na een regenachtige en frisse dip rond de 21ste, ging de zomer pas goed los. Een reusachtig hogedrukgebied zou wekenlang elke depressie vakkundig tegenhouden en een ongekende hitte naar ons land transporteren. Er waren plaatsen in Nederland waar het op vijftien dagen meer dan 30 graden was.

Begin juli gingen we met vakantie naar Drenthe. Het was heet in de trein (airco?, welnee, raampjes open!). Een man tegenover me bladerde puffend en hoofdschuddend in de krant.
"Morgen 37 graden. Het lijkt hier wel Spanje."
We stapten in een blakend Hoogeveen uit de trein en ik waande me in Malaga.
Twee weken verbleven we in een vakantiepark bij Ruinen. Twee weken warmte, zonneschijn en zwembad. Bovendien logeerde een klasgenoot van mij - heel toevallig - ook op diezelfde camping.
De heidevelden zinderden als hete steppes, maar de hitte begon zijn tol te eisen: bossen verkleurden langzaam in herfstachtige tinten omdat er geen druppel regen viel.
 


Ik geloof dat het mooie weer tot diep in juli aanhield met daarna een beetje regenachtig weer. Maar, bladerend in het fotoalbum zie ik plaatjes van een rondvaart door de Rotterdamse haven eind augustus met alweer een strakblauwe lucht boven de kranen. Sla je de bladzij om, zie je ons op het Scheveningse strand. "September was mooi en warm," staat er bij. Het handschrift van mijn moeder.

Je maakt het een paar keer in je leven mee: zomers die niet van ophouden weten. Zomers om nooit meer te vergeten.

dinsdag 21 mei 2013

Volg de gele streepjes


Misschien is dat de reden waarom zoveel Nederlanders naar Frankrijk met vakantie gaan: het land is relatief leeg en oogt niet zo aangeharkt en af. Precies het tegenovergestelde van ons land. Bovendien is het er - over het algemeen - beter weer en met een afwisselend landschap, eeuwenoude steden en een voortreffelijke keuken is het plaatje natuurlijk compleet.


De Nederlandse natuur staat vol met houten paaltjes waarvan de kop allerlei kleuren kan vertonen. Volg de paaltjes met een bepaalde kleur en je loopt een wandeling.

In Frankrijk zijn het slechts verfvlekken, vaak geel, rood of blauw. Een wandeling heeft daardoor vaak iets weg van spoorzoekertje. Want is er nu een geel streepje op dit rotsblok te zien, zodat we op de goede weg zijn, of is het toch korstmos? Vaak waren de gekleurde merkjes op stenen, bomen, elektriciteitshuisjes of telefoonpalen wel goed te zien. En zag je een kruisje, dan wist je dat je dat pad niet moest in slaan.

Maar toch ging het af en toe mis. In de buurt van het dorp Siran liepen we door een betoverend mooi pijnboombos. Tussen de stammen bloeiden talloze roze bloemetjes en overal zag je brokkelige muurtjes die onthulden dat hier lang geleden akkers moeten zijn geweest. Het kronkelige weggetje kwam uit op een brede asfaltweg. Volgens het routekaartje moesten we die slechts 100 meter volgen en dan weer rechtsaf de akkers in. Pad één verdween in een wijngaard, pad twee leek helemaal geen pad te zijn. Je kwam op een stenig plateau die eindigde bij een afgrond.
 
 

En zo waren we het spoor bijster. Nergens gele streepjes meer te bekennen. Er zat niets anders op dan de asfaltweg verder te volgen tot het punt waarop de route die weg opnieuw zou kruisen. En eenmaal op die plek besloten we de route andersom te volgen. Dan zou namelijk blijken waarom we even daarvoor de mist in gingen. Een sportief traject dat op een gegeven moment dwars door een beek leidde. Van steen tot steen bereikten we de andere oever. En waar kwam dit pad dan uit? Op diezelfde brede asfaltweg als daarnet, maar dan honderden meters zuidelijker dan op het punt waar we de weg kwijtraakten.

En zo bleek dat we al aan het begin verkeerd waren gelopen. Dat schitterende pijnboombos, daar hadden we volgens de route ook helemaal niet doorheen moeten lopen.

"En als je ooit je weg verliest," een flard Koningslied waaide voorbij. Soms is het helemaal niet erg je weg te 'verliezen'. Je komt nog eens op mooie plaatsen.