Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label stedentrip. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stedentrip. Alle posts tonen

woensdag 22 juni 2016

Blauwe vingers: een dag in Zwolle

Haat en nijd tussen Kampen en Zwolle. Kampen is schatrijk, maar het straatarme Zwolle heeft wel het mooiste klokkenspel van de wereld. Kampen heeft dat niet en wil het klokkenspel kopen van de Zwollenaren. Die piekeren er niet over, maar op een dag kan Zwolle zelfs geen droog brood meer vinden en besluiten ze toch maar tot verkoop over te gaan.
Sassenpoort
 
Kampenaren mogen dan rijk zijn, een beetje dom zijn ze wel, want ze kopen het klokkenspel tot ver over de prijs. Wanneer ze daar achter komen, zullen ze die gemene Zwollenaren een lesje leren. Ze betalen het bedrag, maar dan wel allemaal in centen! Karrenvrachten met centen worden er in de Zwolse raadszaal gestort. De ambtenaren tellen en tellen, want zijn die Kampenaren te vertrouwen? Ook de burgemeester telt tot in de kleinste uurtjes mee en uiteindelijk moeten ze constateren dat het bedrag tot op de cent klopt. Maar ondertussen hebben ze allemaal blauwe vingers gekregen van het tellen. En daarom worden de Zwollenaren tot op de dag van vandaag ‘blauwvingers’ genoemd.
 
Roeiwedstrijd op de gracht
Afgelopen zaterdag gingen we de koning achterna en bezochten we Zwolle. Ach, en die ‘blauwvingers’ is allang geen scheldnaam meer, maar een geuzennaam. Er zijn zelfs koekjes die blauwvingers heten.
Onder de Peperbus gaat een prachtige kerk schuil: de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming. Er werd een roeiwedstrijd op de gracht gehouden, (blauwe vingers vanwege de roeispanen?), we wierpen een blik op het culinaire paradijs De Librije. Begin en eindpunt van de wandeling was boekhandel Waanders in de Broeren. Een kerk die omgevormd werd tot boekhandel / cultureel centrum / restaurant.
Je kon er gewoon met pin betalen, niks centen, stuivers of duiten.
 
 

dinsdag 26 april 2016

Lente in Wenen

Kerken als bijouteriedoosjes, gebouwen als kunstig gespoten suikertaarten. Een stad als een symfonie. Een metropool als een orkest. In de smalle klinkerstraatjes, tussen hoge huizen klinkt een eenzame viool. Pianospel waait zachtjes uit een salon. Over de brede boulevards de Radetzky Mars. Schallende trompetten op de pleinen.
Er is zoveel stedelijke schoonheid in Wenen dat je metaforen gaat zoeken. Het oog krijgt een overmaat aan indrukken en het oor doet ook mee. De muziek, maar ook de krakende parketvloeren van Schloss Schönbrunn.
Ruiken, proeven en voelen zijn eveneens van de partij: de bedwelmende geur van seringen op het Heldenplatz, de smaak van vette chocoladetaart of de warme lentezon die flirt met de stad.
 
Vanaf de Stephansdom
 
Overal knarsende en bellende trams. Nog nooit zo’n uitgebreid tramnet gezien. We wilden een keer een groot stuk met de tram afleggen, want dan zie je meer dan de lange tunnels waardoor de U-bahn dendert, maar lijn 1 ging ook de grond in. Smalle tunnels, wissels en splitsingen in de gewelven. Gelukkig maar voor even.
Natuurhistorisch Museum
 
Op een gegeven moment ben je helemaal verzadigd van alle barok en rococo. Dan wil je rust voor je ogen. Simpele lijnen en structuren. De glanzende wolkenkrabbers aan de Donau. Lange strakke bruggen over land en water. Want, dat is opvallend. Deze stad vol krullen en tierlantijnen heeft een saaie kaarsrechte rivier. Londen heeft de Theems, Parijs de Seine, maar Wenen heeft niets met de Donau, de stad is er met de rug vanaf gebouwd. Wenen is ontstaan aan de Wien: een lullig stroompje dat over grote afstand overwelfd is. In het Stadtpark stroomt de Wien door de open lucht, ingebed door weinig elegante betonnen oevers. Veel respect voor het water is er niet.
 
Reuzenrad in de Prater
Verfijnde smaken, statige paleizen, Biedermeier, Wiener Philharmoniker…  Het lijkt of de Wener dat op zondagmiddag allemaal achter zich wil laten. Want in de Volksprater was het ontzettend druk. Het Reuzenrad draaide zijn tergend trage rondjes en daaromheen groepeerde zich een dichtbebouwd pretpark. Hoempa en stampmuziek, bier en vette worst. De lucht van suiker en frituur.
Maar ook de vijf kilometer lange Hauptallee waarlangs de halve stad fietste, jogde of slenterde. De bomen waren al groen, de lucht nog steeds strakblauw.
Lente in Wenen.

donderdag 18 juni 2015

Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt


Hoe dichter bij Dordt, hoe mooier het wordt, zei onze koning tijdens zijn bezoek aan Dordrecht op 27 april. Maar zelfs als je zegt Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt, kun je er altijd nog aan toevoegen: Zit je er eenmaal in, heb je het prima naar je zin!

Omdat mijn moeder een vriendin in Dordrecht had wonen, gingen we daar elke Paasvakantie een dagje heen. Zodoende kreeg ik het idee dat het altijd lente was in het Merwedepark of bij het Wantij. We kwamen ook weleens in de binnenstad. Ik weet nog dat er allerlei antiek speelgoed te zien was in het Museum Simon van Gijn.
 

Afgelopen zaterdag waren we weer in de oudste stad van Holland.
We zwierven langs de grachten die hier havens worden genoemd en kregen iets mee van de onvoorstelbare nijverheid uit vroeger tijden. De wijnhandelaren en de kuipers, de wolwevers en de zakkendragers.

Dordrecht is ook de stad van de Synode die hier in 1618 en 1619 plaatshad. Ongetwijfeld speelde de Grote Kerk daar in een belangrijke rol, maar de eigenlijke kerkvergaderingen vonden plaats in de Kloveniersbeurs. Dit gebouw bestaat echter niet meer.
 
 

De Dordtse Leerregels werden geformuleerd. Een complexe materie. Ben je aanhanger van Arminius of Gomarus? Remonstrant tegen Contra-remonstrant. In hoeverre zijn Gods besluiten afhankelijk van het doen en laten van de mens? Is alles al door God voorbeschikt? Hebben wij een vrije wil? Hoe dichter bij Dordt, hoe ingewikkelder het wordt.

Johan van Oldenbarnevelt pleitte voor meer tolerantie voor de Remonstranten, maar moest zijn denkbeelden bekopen met onthoofding. Ook christenen wisten wel hoe ze hun messen moesten slijpen.
 
 

We lieten de theologische overpeinzingen wegwaaien over de Merwede en streken neer op een terras aan het Groothoofd. Hier keek de Koninklijke familie naar de botenparade. Een bord geeft de route van de Oranjes nog eens weer.

En dan komt de kelner met nóg een variant: Hoe dichter bij Dordt, hoe groener het wordt!

 

woensdag 27 augustus 2014

Skopje: schitterende kitsch

"Wat heeft onze hoofdstad niet wat andere hoofdsteden wel hebben," moet het gemeentebestuur van Skopje enkele jaren geleden gedacht hebben.
Men bezocht Parijs en Praag, zwierf rond door Rome. Vanuit de internationale gemeenschap werden er financiële bronnen aangeboord en een scala aan Macedonische architecten aangetrokken.

Ik moet zeggen dat mijn eerste indruk van Skopje redelijk belabberd was.  Heel veel verwaarloosd beton, bergen troep op straat en een allegaartje van bouwstijlen. Voeg daar een temperatuur van 35 graden Celsius aan toe en ik waande me ter hoogte van de evenaar.
 

Ondanks de aardbeving van 1963 en de daaropvolgende wederopbouw naar socialistisch principe, is er wel degelijk historie in de Macedonische hoofdstad. De Oude Bazar aan de voet van de Burcht met smalle straatjes, oude kerken en moskeeën is zeker de moeite waard, ook al moet je niet teveel van de route afwijken, anders kom je in naargeestige stegen en op door onkruid overwoekerde binnenplaatsen.

Maar dan het gloednieuwe centrum van Skopje. Er staan gebouwen die lijken op het antieke Rome, over de rivier - naast de oude Stenen Brug - zie je een nieuwe brug die toch wel wat lijkt op de Praagse Karelsbrug. Er is zelfs een heuse Arc de Triomphe. Een gigantisch ruiterstandbeeld van Alexander de Grote met speelse fonteinen vormt de klapper.
 
 

En er is een rivier (een beetje stad moet een rivier hebben) waar je 's avonds heerlijk langs kunt slenteren en naar al die nieuwe, prachtig verlichte, gebouwen kunt kijken. Als de zon onder is worden de standbeelden en fonteinen met allerlei kleuren verlicht.  Er zijn muzikanten en verkopers van lichtgevend prularia en er is een vuurvreter aan het werk.

Je mag het allemaal kitsch vinden. Het kan misschien wat weg hebben van Las Vegas, maar Skopje bruist.

Toch beter dan slecht onderhouden beton en naargeestige stegen.

vrijdag 28 maart 2014

Met je koffer dwars door Rome


Sciopero!

Rome heeft twee metrolijnen, uitstekend bus- en tramverkeer, maar als dat allemaal niet rijdt vanwege een algemene staking, heb je toch een probleem.

We waren er al voor gewaarschuwd door de verhuurster van ons appartement, ruim een kilometer ten noorden van Vaticaanstad. "Take a taxi from Ciampino Airport," was het advies. Ik zag het al voor me. Verstopte wegen, Italiaanse chaos en een snel stijgende taximeter.

Piazza del Popolo
 

Tijdens de vliegreis kon je echter kaartjes kopen voor particulier busvervoer naar Termini, het gigantische centraalstation van Rome. Dat ging uitstekend, de bus vertrok op tijd en binnen drie kwartier had Rome ons omsloten. Drukke straten, kolossale kerken, drommen mensen bij bushaltes. Zou het dan toch rijden? De enkele stadsbus die we zagen oogde opvallend leeg. Dat klopte niet. Dit wees op sciopero.

Inderdaad. Bij Termini waren de toegangspoortjes tot de ondergrondse met traliewerk afgesloten. Er zat niets anders op dan te lopen. De koffers wogen zo'n elf kilo, maar er zaten wieltjes onder en de zon scheen. De fonteinen lachten ons toe.

Ik had van tevoren de route al uitgestippeld. Vijf á zes kilometer, het moest te doen zijn.
Onze koffers ratelden als antieke Romeinse karren over de klinkers, losse tegels, tramrails. We omzeilden talloze geparkeerde scootertjes, snelle voetgangers en daar waar geen stoplichten waren staken we de straat maar pardoes over, in de hoop dat de auto's voor ons stopten. Zebrapaden bleken geliefde parkeerplekken te zijn van stijf tegen de stoep geplaatste automobielen. Smalle trottoirs, hellende trottoirs. Hoe doen rolstoelers dat hier? En mensen met kinderwagens?

 

Onderweg beeldengroepen en waterpartijen, abrikooskleurige gevels, kerken met heiligen en apostelen tegen de façades. Piazza di Spagna, Piazza del Popolo, een brug over de Tiber, lange boulevards door negentiende-eeuwse woonwijken en eindelijk de flat waar ons appartementje al op ons wachtte.   

De verhuurster was er niet meer, maar een oom die louter Italiaans sprak. En toch konden we hem wel min of meer begrijpen, of hoopten we maar dat we hem begrepen.

We hadden Rome al een beetje veroverd.

donderdag 18 april 2013

Vierentwintig uur Parijs


Ik was vijftien en nog nooit in het buitenland geweest. Hoogstens had ik een grenspaal bij Eijsden, diep in Limburg, aangeraakt. Mijn ouders kozen altijd voor een bungalow ergens op de Veluwe of Drenthe. Het waren mooie vakanties waarin we veel fietsten.

Maar toen de Franse lerares op de middelbare school voorstelde om met de klas naar Parijs te gaan, ook al was het maar voor vierentwintig uur, zei ik daar geen nee tegen.

Zaterdag 14 april 1984 was het moment, afgelopen zondag dus precies 29 jaar geleden.

Rond een uur of vijf in de morgen vertrokken we per touringcar vanaf het Delftse station en gingen nogal omslachtig op weg. Mensen ophalen in Schiedam, mensen ophalen in Hoogvliet, de tweede chauffeur laten opstappen ergens in Brabant.  En in België weer de snelweg af om ergens in een Vlaams dorpje koffie te drinken. Maar ja, de busmaatschappij was spotgoedkoop, we namen het op de koop toe. En wat gaf het, ik was in het uitgestrekte Buitenland.

 

Parijs kieperde mijn wereldbeeld omver. Nederland - met dorpjes als Amsterdam en Rotterdam - verkneuterde totaal bij de aanblik van deze onmetelijke metropool. Brede stampvolle boulevards, drukke winkelstraten, monumenten, paleizen, een netwerk van metrolijnen.

Je zag alleen de highlights op zo'n dag. Sacré Coeur, Montmartre, Pompidou, Notre Dame en, als letterlijk hoogtepunt, natuurlijk de Eiffeltoren.

Ik zie me nog naar de verlichte Eiffeltoren staren, terwijl verkopers liepen te leuren met lichtgevende hoofdbandjes en mechanische vogels. Een klasgenoot had in een warenhuis dure parfum op haar pols laten spuiten. Ik mocht ruiken. "Dat is Paris Paris," zei ze gespeeld zwoel. Boven op de Eiffeltoren rook ik haar Parijse parfum nog.

En toen we om twaalf uur 's nachts op een terrasje nog wat dronken, stelden we vast dat het er nog even druk was als overdag. Helaas moesten we de bus weer in, op weg naar huis.

Pas in 2003 zou ik de Franse hoofdstad opnieuw zien. Toen een hele week. Want wil je een stad echt goed leren kennen, moet je er op z'n minst wakker worden.

dinsdag 30 augustus 2011

Kroegen en kathedralen

Alsof je even een blik mag werpen in de Zeventiende Eeuw. Plotseling beland in een Suske en Wiske verhaal waarbij professor Barabas je met zijn teletijdmachine heeft teruggeflitst in een tijd dat trotse Vlamingen streden tegen die vermaledijde Spanjolen.

Wie een aantal Belgische steden opnoemt, komt al snel uit bij Antwerpen, Brussel, Brugge…. Maar vlak Gent niet uit. Een lang weekend in deze stad en je moet toch wel concluderen dat het hier vol staat met kathedralen en abdijen. Restanten van een bruisend en rijk Rooms leven. Talloze kroegen en eethuizen verraden een Bourgondische traditie. Een salade met Gentse blauwkaas in Chez Leontine, waterzooi in ’t Stropke. Kerk en kroeg gaan hier samen. Monniken brouwden door de eeuwen heen talloze biersoorten en het bierbrouwersgilde bouwde zelfs een kerk: de Sint-Michielskerk. De toren had de hoogste van Gent moeten worden, maar verrees niet verder dan een schamele 24 meter. Dat valt niet op tussen de torens van de Sint Niklaas, de beroemde Sint Baaf en – de mooiste toren van allemaal – het Belfort. Op de hoogste trans van het Belfort kijk je op de stad neer. Helaas, ook de Belgische zomer toont zich van zijn meest ongunstige kant, zodat het koud en nat is op deze Middeleeuwse hoogten.

Wanneer op zondagmiddag de zon ons even genadig is, kan een ‘bootjestocht’ natuurlijk niet worden afgeslagen. De langharige gids, die zelf uit vervlogen tijden lijkt te komen, loodst ons niet alleen over de Leie, maar ook door smalle watertjes, langs stokoude gevels en kademuren en een door wilgen overwoekerde ruïne. 

In de Begijnhoven kom je tot rust. De drukte lijkt ver en de eeuwen omringen je. Witte muren, natte kinderkopjes. Deze dorpjes in de stad, staan niet voor niets op de werelderfgoedlijst van de Unesco.
Maar ook aan een lang weekend Gent komt weer een einde.
“Het is gedaan, hè. Professor Barabas, flits ons maar weer naar huis!”