Totaal aantal pageviews

zaterdag 6 januari 2018

De schuine mop 2.0


Hoe weet je of een dom blondje achter de computer heeft gezeten? Als er tipp ex op het beeldscherm zit…

Waarom gaat een dom blondje in een hoek zitten als ze het koud heeft?

Het is daar 90 graden.

Enzovoort, enzovoort. Over platgetreden clichémopjes gesproken. De meeste blondines die ik ken, zijn hoog opgeleid, maar dit terzijde.



En dan de schuine en schunnige moppen; ik heb er genoeg gehoord. Met name in christelijke kring waren ze er niet vies van. Als je fysiek wordt geknecht (het mag alleen binnen het huwelijk) moet je kennelijk verbaal bevredigd worden.

Je kunt de daders van seksueel overschrijdend gedrag wel de hel in wensen; als je dag in dag uit schuine seksistische moppen vertelt, tap je uiteindelijk uit hetzelfde giftige vaatje.




Ik ben niet voor een algeheel mopverbod. Laatst hoorde ik er eentje die anno 2018 best kan. De rollen worden omgedraaid; de man wordt geridiculiseerd.

Hier komt-ie:



Drie vriendinnen, Anouk, Birgit en Claire, bespreken hun seksleven aan de hand van voorwerpen die op hun nachtkastjes liggen.

Anouk: Nou ja seksleven… Ik kan beter spreken over het gebrek daar aan. Daarom heb ik een verrekijker op mijn nachtkastje liggen. Misschien zie ik dan sneller de prins op het witte paard naar me toe hollen.

Birgit: Bij mij ligt er een stethoscoop. Voordat we gaan vrijen wil ik eerst horen of zijn hart wel voor mij op hol slaat, of misschien stiekem voor een ander.

Claire: Op mijn nachtkastje ligt een vergrootglas.

Anouk en Birgit: Vergrootglas? Waarom dat dan?

Claire: Hij zegt een vent te zijn, maar ik heb regelmatig een vergrootglas nodig om dat daadwerkelijk te kunnen zien!




donderdag 21 december 2017

Jij tovert regenbogen in een grijze wereld


Het raam wordt de kerkruimte binnengereden. Eén vierkante meter, kleurrijk maar toch ook weer niet duizelend. Iris loopt er wat onzeker achteraan. Fay legt haar hand op haar schouder. De pastoor loopt op de twee vrouwen af en geeft handen.
‘Ik was bang dat-ie onderweg zou sneuvelen, het ziet er zo kwetsbaar uit,’ zegt hij.
‘Juist daarom is het zo mooi,’ zegt Fay.
‘Als kind speelde ik al met glas,’ vertelt Iris. ‘Ik heb me er een keer aan verwond, daarna nooit meer. Het is venijnig en ook kwetsbaar materiaal.’
‘Ik vind het prachtig,’ zegt de pastoor. Hij doet zijn bril af en bestudeert het glas-in-lood van dichtbij.


Explosie


Het lijkt op een explosie. Een intense lichtbron in het midden, uitwaaierend in regenbogen. Ze was – bij wijze van therapie - aan een mozaïek van oude tegelstukjes begonnen, maar bedacht halverwege dat ze met glas wilde werken.
Het is nu meer dan een half jaar geleden. Operaties, CT-scans, Posttraumatisch Stresssyndroom, ze heeft er ondertussen genoeg van: behandelkamers en ziekenhuisbedden. Het hoeft ook niet meer. Hoewel de littekens op haar buik en zij herinneren aan de explosie van geweld, is haar gezondheid nu best goed.



Strijdbare vastberadenheid


Ze gaat gewoon weer haar gang. Rondjes hardlopen in het park of door het bos met een strijdbare vastberadenheid. Ze laat zich niet langer meer gijzelen door angst.
Ze heeft trouwplannen. Gek, dat zo iets in een stroomversnelling is gekomen. Ze houdt meer van Stefan dan ooit. Misschien kinderen? De gynaecoloog heeft gezegd dat dáár geen blijvende beschadigingen meer zijn, dus in principe kan het. Ze vind het op zich heerlijk om intiem met Stefan te zijn, maar het maakt haar (en ook hem) onzeker waardoor het niet meer zo onbevangen is als vroeger. Ze heeft het gevoel dat haar hele seksualiteit opnieuw uitgevonden moet worden.




Jezusbeeld


‘We bevestigen jouw kunstwerk daar aan de muur en doen er een felle lamp achter,’ wijst de pastoor.
Ze is eigenlijk helemaal niet kerkelijk. Dat Fay haar heeft gered van een zekere dood, is voor haar het bewijs dat er een hogere macht moet zijn. Ze las op een site dat je al jouw verdriet voor de voeten van Jezus mag werpen. Makkelijk gezegd. Ze kreeg een idee. Ze zocht wat  tegelscherven bij elkaar, besloot dat dit haar kapotgeslagen leven was, en ging er mee naar een kerk in de binnenstad.  Ze gooide de scherven onder aan een Jezusbeeld. Pastoor in paniek en zij barstte in huilen uit. Het uiteindelijke gevolg is dat naar glas-in-lood creatie nu in deze kerk is.




Kwetsbare kracht


‘Dat glas straalt een kwetsbare kracht uit,’ zegt de pastoor. ‘Het materiaal is broos, toch weet je er met een verfijnde perfectie kunst uit te scheppen.’
‘Ik heb er vaak ’s nachts aan gewerkt,’ zegt Iris. ‘Als ik weer een nachtmerrie had, besloot ik glas te gaan snijden.’
Ze doet even haar ogen dicht. Dit is haar toekomst. De zolder moet atelier worden. Ze wil experimenteren en proberen. Cursussen volgen. Glas zal steeds haar materiaal zijn. Ze zal exposeren in galeries en musea. Ze gaat dat gewoon doen. Made by Iris. Ze vlogt er nu al over en zet haar filmpjes op YouTube.
‘Dat ene filmpje op YouTube vond ik best heftig,’ zegt de pastoor. ‘Toch vond ik het indrukwekkend. Het is een soort moderne Psalm, ruw en rauw.’



Ik heb een naam


In het filmpje zie je Iris hardlopen door het park. Tussendoor fragmenten waarin glas aan gruzelementen wordt geslagen. Rode verf sijpelt tussen de scherven als was het bloed. Dan beelden van vrouwen die krav maga beoefenen, heavy metal op de achtergrond. Die opnames schoot ze in de sportschool bij haar in de buurt. Vervolgens het betraande gezicht van Iris zelf, gefilmd door Stefan. Trieste vioolmuziek erbij. En daarna haar vingers met roodgelakte nagels die de stukjes glas bijeen zoeken. Allerlei gekleurde stukjes glas die een regenboog vormen. Speeldoosjesmuziek. Haar stem als statement, een geprojecteerde Engelse tekst als vertaling.

‘Ik ben geen anoniem slachtoffer van een zedenmisdrijf. Ik ben geen lustobject dat je na gebruik kunt dumpen in de struiken. Ik ben een universum van dromen en gedachten.
Ik heb een naam. Ik heet Iris. Ik ben een dochter – het enige kind - van mijn ouders. Vriendin  van mijn grote liefde. Ze hebben de buik van mijn moeder  opengesneden om mij ter wereld te laten komen. Voluit noemden ze mij Iris Lucia. Jij tovert regenbogen in een grijze wereld, stond er op mijn geboortekaartje. Ik zal regenbogen blijven toveren zo lang ik leef.’




Regenbogen voor altijd


Ze loopt met Fay naar een hoekje van de kerk om kaarsjes te branden. Haar gedachten dansen als muggen door haar hoofd. Dat filmpje gaat behoorlijk viraal. Heeft ze er wel goed aangedaan om het op internet te zetten? Ze deelt haar zorg met Fay.

‘Ik vind het dapper dat je het hebt gepubliceerd,’ zegt haar vriendin.

‘Straks denken ze dat ik mijn trauma uitbuit omwille van mijn kunst.’

‘Natuurlijk niet,’ weerspreekt Fay haar. ‘Je hebt je kwetsbaar opgesteld, maar daaruit put je ook je kracht. Het maakt ontzettend veel los bij mensen die iets dergelijks hebben meegemaakt. Ze identificeren zich met jou.’

Iris knikt. ‘Ik zou ze allemaal willen troosten, maar ik heb er de kracht nog niet voor.’


Fay knielt en steekt een kaarsje aan.

‘Ik heb genoeg aandacht gekregen,’ zegt Iris. ‘We steken vandaag kaarsjes aan voor alle slachtoffers van incest en huiselijk geweld.’ Ze koestert de pasgeboren vlammetjes.

Wat zou erger zijn? Tien minuten horror of een jeugd vol misbruik. Het is de vergelijking tussen een explosie en een veenbrand. De veenbrand is erger, besluit ze. Ze wil het zo graag relativeren. Ze kijkt naar de vlammetjes. Haar ogen worden vochtig. Ze ziet een vloeiend haardvuur en regenboogjes aan de randen.

Ze is opnieuw geboren. Fay bracht haar ter wereld. Ze heeft rivieren gehuild, maar nu mag de zon weer knipogen. Zij tovert regenbogen, voor altijd.



donderdag 14 december 2017

Santa in Centro

Nu de zwarte Abellio-sprinter Arnhem en tussengelegen Duitse dorpjes en steden verbindt met Düsseldorf, leek het ons een aardig idee om een Kerstmarkt te bezoeken. In Düsseldorf waren we al eens geweest, dus werd het Oberhausen.
Toch al gauw een stad met meer dan 200.000 inwoners. Het Ruhrgebied is allang geen streek meer van schoorstenen en sintelbergen, de vraag is: wat doe je met de restanten van al die oude mijnen en industriecomplexen? In Oberhausen losten ze dat op door een winkelcentrum neer te zetten dat wat betreft omvang zich kan meten met Amerikaanse of Japanse shoppingmalls. Centro in Neue Mitte is een stad op zich. Je kunt er shoppen tot je er bij neervalt, er is een megabioscoop, theater, aquarium, stadion en pretpark.
 
 

Het gevolg is dat de oude stad van Oberhausen zo ongeveer is leeggezogen. Door de stromende regen zochten we een weg naar een Kerstmarktje op de Altmarkt, maar alle verlepte straten leken op elkaar. Blindelings betraden we een soort van kledingwinkel om de weg te vragen. De vrouw achter de toonbank leek op een etalagepop, maar bleek te bewegen. Ze had geen idee. Een man, die tussen de kledingrekken scharrelde, wist wel hoe we moesten lopen.
In wat voor zaak waren we eigenlijk beland? Ik zag jarretels, sexy lingerie en seksspeeltjes op de schappen.
Enfin, de regen maar weer in.
 
 
Op de Altmarkt ondernamen ze een poging tot Kerstmarkt. Er waren sparrenbomen en een paar houten stalletjes.
 
Voor DE Kerstmarkt moest je dus toch naar Centro. Om de twee minuten ging daar een bus of tram heen via een aparte baan. OV is in Duitsland gründlich.
Hier tientallen stalletjes, honderden lichtjes. De Santa Boulevard twinkelde als een Kerstboom. Snuisterijen van glas, hout en papier. Honderden figuranten voor je Kerststal, geurige zeepjes, een winkel met likeur en honingwijn. En overal braadworst en glühwein.
En terwijl de regen de laatste sneeuwresten wegspoelde, hoopte ik maar dat ze komend weekend op de Altmarkt wat meer bezoekers zouden krijgen.

dinsdag 28 november 2017

SCHERVEN


Iris slaat het tegeltje kapot met een hamer. Ze sluit onwillekeurig even haar ogen. Voorzichtig, met duim en wijsvinger, pakt ze een voor een de scherven beet en deponeert ze in het bakje voor ‘lichtblauw’. Het volgende tegeltje is violet. Krampachtig omklemt ze de hamersteel en slaat, veel te hard, de steen aan diggelen. De brokstukken vliegen alle kanten uit.

Evelien had het haar aangeraden. Doe iets creatiefs. Het leidt je gedachten misschien wat af. Een mozaïek maken van stukjes oude tegel. Eigenlijk wist ze niet eens wat ze zou gaan maken. ‘Mijn leven is in stukken gegooid’, had ze tegen Evelien verteld. ‘Ik probeer alle scherven weer bijeen te rapen.’ Evelien had haar geprezen om deze verbale uiting.

‘Heel goed hoe jij je gevoelens uit via zulk soort metaforen,’ had ze gezegd.

Haar ogen worden vochtig. Ze moet toegeven dat ze zo dapper mogelijk de sessies van Evelien ondergaat. Fijn dat ze zich zo goed kan uiten, maar is dat niet gewoon een masker?





Zintuigen op scherp



Ze moet haar leven weer ordenen. De drie V’s volgens Evelien: Veilig voelen, vertellen en vooruitkijken.

Er zijn allemaal lieve mensen om haar heen die ontzettend met haar begaan zijn en haar een veilig gevoel geven. Stefan natuurlijk en Fay. Ze leeft in een bubbel van meeleven. Nu nog wel.

Vertellen is al een stuk lastiger. Wat er die avond gebeurde? Er alleen al aan denken maakt haar kotsmisselijk. Ze kan het überhaupt navertellen omdat Fay ingreep. Ook een hardloopster die direct zag dat er iets heel goed fout ging. Fay heeft haar uit de klauwen van de dood weggesleept.

Ze kijkt liever vooruit.

Alleen thuis lukt wel, maar als de bel gaat doet ze niet open. Ze heeft zelfs gedeeltelijk haar werk weer hervat. ‘s Morgens als het nog donker is fietst ze met Stefan mee die voor haar een enorme omweg maakt. Aan het begin van de middag rijdt ze alleen naar huis. Ze heeft zichzelf daartoe gedwongen. Voorheen had ze haar oortjes in een luisterde ze naar Martin Garrix. Nu niet, nu staan al haar zintuigen op scherp. Haar vingers bij de SOS-knop van haar telefoon. Alsof de stad een guerrillagebied is. Ze bekijkt haar wijk met kritische blik. Dat straatje bij die garageboxen is bijvoorbeeld wel erg schaars verlicht. Hier en daar moeten bosjes worden gerooid. Overzicht wil ze.

Verder vooruitkijken is moeilijk.

Het liefst weer terug naar normaal. Gewoon weer hardlopen door het park.





Be a light in the dark forest



Tranen langs haar wangen. Een steek in haar zij. Alsof haar lichaam in scherven ligt.   ‘De wonden genezen goed’, zeiden ze in het ziekenhuis. Maar ja, die littekens…

Ze moet slikken. Niet aan denken! Niet nu. Het mozaïek maken, tegelscherven op kleur sorteren. De kleuren van de regenboog. Gebroken licht. Iris. Be a light in the dark forest.

Ze staat op en knielt neer op de grond. De brokstukken van het violette tegeltje oprapen. Had ze al een apart bakje voor violet?

Als ze weer aan de tafel zit duizelen de tegelstukjes voor haar ogen. Waarom zij? Waarom had uitgerekend zij de pech zo’n man tegen te komen? ‘De man in de bosjes’ is zeldzaam, las ze.  Wat heeft ze aan die statistiek? Ze balt haar handen tot vuisten. Bloed trekt weg uit haar knokkels. Ze wil brullen, maar houdt zich in. Anders komt Stefan haar weer troosten. Stefan is oneindig lief voor haar, echt oneindig lief, maar nu wil ze alleen zijn met haar verdriet.

Ze leeft. Ze voelt zich bijna schuldig dat ze nog ademt. Kennelijk was het haar tijd nog niet. Heeft ze nog een taak in deze wereld?



Mozaïek



Fay wist: de wereld is niet altijd lief. Ze had al eens ‘iets’ meegemaakt. Fay redde haar met krav maga-technieken en spoot  pepperspray in de ogen van die man. Ze had geen minuut later moeten komen…

112, troost, EHBO. Fay wist precies wat ze deed. Sirenes in het park.

De politie had hem snel gepakt. Er kwam een einde aan een spoor van vrouwelijk leed. Fay voelt zich geen heldin. Mijdt angstvallig elk contact met de media. Fay zit ook bij Evelien.

Ze moet glimlachen. We zitten met zijn allen bij de trauma-psych. Is het raar om te glimlachen? Humor met een knoop in je maag. Het is ook allemaal zo bizar.

Ze wil Fay bellen. Haar vingers zoeken het icoontje met het telefoonhoorntje.



‘Hoe gaat het met je mozaïek?’ vraagt Fay.

‘Ach. Ik weet het niet.’

‘Ik vond het wel indrukwekkend wat je toen zei bij Evelien. Je leven is in scherven gevallen en nu moet je alle stukken bij elkaar rapen. Je kunt van je scherven een mooi mozaïek maken. Niemand zal zeggen: wat zijn dat allemaal voor brokken? Ze zien een mozaïek.’

Ze haalt diep adem. Het voelt prettig. ‘Je hebt gelijk,’ zegt ze.

Fay reageert niet.

‘Fay?’

‘Sorry, ik schiet even vol. Zal ik vanavond langskomen? Praat wat makkelijker dan door de telefoon.’

‘Als je dat zou willen doen?’





Ze trekt haar jas aan en loopt naar buiten, de tuin in. Ze kijkt omhoog naar grijze wolkensluiers en geniet van de koele druppels in haar gezicht. Vanuit haar ooghoek ziet ze Stefan naar haar toe lopen. Heeft hij tranen in zijn ogen of zijn het de regendruppels? Hij slaat een arm om haar heen. Ze zeggen niets.

Het is goed zo.

woensdag 15 november 2017

Saksische samenzwering


Ik heb in mijn leven al vele romans gelezen. De boeken speelden zich op de meest mogelijke en onmogelijke plekken af: van Nederland tot Peru, van de regenwouden in Suriname tot de slums van Calcutta, op verre planeten of in fictieve werelden als Midden Aarde of Narnia.

Al grasduinend in de bibliotheek stuitte ik op de thriller De afstammeling van Almar Otten uit 2011. Grappig om een boek te lezen dat zich afspeelt in Deventer, de stad waar ik al achttien jaar werk. De schrijver is – net als ik – verbonden met de Gemeente Deventer.

 
Toren Lebuinuskerk, Deventer



Nu zijn thrillers niet mijn favoriete genre, maar de geheimzinnige historische insteek pakte me direct. Het draait allemaal om de Irminsul, een heiligdom van de Saksen uit de vroege Middeleeuwen. Volgens de overlevering was het een hoge houten zuil (of was het een heilige boom?), immers, irmin sul betekent zoiets als grootse of alomvattende zuil. Mogelijk verwees het heiligdom naar Yggdrasil, de wereldboom uit de Noordse mythologie. In 772 verwoestten de christelijke legers van Karel de Grote de heidense Irminsul. Waarschijnlijk vond de slag plaats in Eresburg, het tegenwoordige (Ober)Marsberg, ten zuiden van Paderborn in Duitsland.



Terug naar het verhaal in Deventer. In De afstammeling ontdekt historica Lineke Tesinga – die werkzaam is in de Stads Atheneum Bibliotheek – een Middeleeuws boekwerk waaruit zou blijken dat de Irminsul ook een groot aantal diamanten zou hebben bevat.

Ondertussen is er een verknipte baron in Duitsland die wraak wil nemen op Karel de Grote. De Saksen moeten hun gebied weer innemen en de christelijke bezetters verjagen. Heeft de brandstichting in de Lebuïnuskerk daarmee te maken?

Een achtbaan van spannende scènes begint.



Het decor is voor mij zeer herkenbaar. Een biertje in Café de Heks of de Dikke van Dale, een etentje in Bouwkunde, achtervolgingen in de Papenstraat en natuurlijk de  gangen, trappetjes en oude zolderruimten van de Stads Atheneum Bibliotheek.

Toegegeven, sommige plots vond ik minder geloofwaardig, maar ik kon het boek maar moeilijk wegleggen. Een recensent noemde de het werk zelfs De Da Vinci Code aan de IJssel.




dinsdag 31 oktober 2017

Onverdraaglijk intiem


Ze was een studente die internationale betrekkingen in haar bagage had zitten. Ze kwam op het ministerie – waar ik jaren geleden als uitzendkracht werkte – als stagiaire. Het was hoogzomer, ze droeg een rok en ik bewonderde voortdurend haar mooie benen.

Die benen waren helemaal niet meer belangrijk toen ze vertelde dat ze in haar eentje door India en Nepal had gereisd. Super interessant natuurlijk en dat ze dat durfde, als vrouw alleen.

Twee weken later bleek haar stageperiode alweer voorbij te zijn. Wat was er in vredesnaam gebeurd? Dat kregen we niet al te lang daarna een beetje fluisterend te horen. Een hogere ambtenaar had tijdens een afdelingsetentje zijn handen niet kunnen thuishouden.

‘Als ik haar was geweest had ik hem een rotschop verkocht,’ reageerde een collega in haar platste Rotterdams.

Ik schaamde me. Ik had gekeken, hij had betast. Hij had een hoge positie, zij was slechts een stagiaire.




# Me Too



Ik dacht weer aan dat voorval nu ‘MeToo’ volop in de belangstelling staat. Dat allemaal na de onthullingen over seksueel misbruik door Hollywoodproducent Harvey Weinstein. En de maand oktober was sowieso al zo’n intens verdrietige maand wat dat betreft.


Hoe ga ik als man daar nu allemaal mee om. Natuurlijk, er is een groot verschil tussen ‘billenknijpen’ en een gewelddadige verkrachting. Zou je zeggen…

“De moeizame waarheid is dat dit voor menige vrouw toch zo eenduidig niet ligt,” schrijft Joyce Roodnat in het NRC. “Haar overweldigen kan door haar alleen maar aan te raken. Het kan zelfs met woorden – die kunnen onverdraaglijk intiem zijn.”

Sterker nog: er loopt een lijn van voortdurend vrouwonvriendelijke grappen maken naar seksueel geweld, lees ik elders op de NRC-site. Het komt namelijk uit dezelfde bron: vrouwen niet als je gelijke zien, als mooie rekwisieten, als lustobject.



Machtsverschil



Nee, we moeten niet terug naar het Victoriaanse tijdperk. Puriteinse preutsheid is niet het antwoord. “Machtsverschil is steeds de sleutel” aldus Roodnat. Seksueel geweld heeft altijd met machtsverschil te maken.

Ik kan me niet herinneren ooit onverdraaglijk intiem tegenover een vrouw te zijn geweest. Maar ik wil mezelf niet op de borst kloppen, want kwam dat door verlegenheid? Of was ik het me niet bewust?

Mijn sleutel zit hem, denk ik, in de eerste zin van de tweede alinea van dit stukje.

“Die benen waren helemaal niet meer belangrijk toen ze vertelde dat ze…” Natuurlijk, benen kunnen mooi zijn, lichamen zijn prachtig, maar als je je daadwerkelijk in iemand verdiept, of als je alleen maar beseft dat die leuke vrouw op straat een universum van gedachten, gevoelens en dromen herbergt, dan zie je zo veel meer dan slechts de buitenkant.



Tranen of woede



Vrouw en man. Laten we respect voor elkaar hebben. Laten we elkaar als gelijke zien, ook al weten we best dat er fysieke verschillen zijn.



Wie weet heeft die stagiaire inmiddels een prachtige carrière opgebouwd in de internationale betrekkingen. Goed mogelijk dat ze de afgelopen weken ineens weer werd geconfronteerd met wat er toen op dat ministerie gebeurde. En ineens kwamen de tranen weer. Of de woede. Me Too.




woensdag 11 oktober 2017

Taart en trapezezwaaien als levenskunst


Levenskunst. Het thema van het afgelopen Vriendenweekend.

Als ‘leven’ echt een kunst is, moeten we – net als een kunstenaar – die vaardigheden blijven beoefenen. Vandaar dat we in de bossen bij Elspeet bijeen waren om iets te leren over ‘vasthouden en loslaten’ door ds. Wim Rietkerk. De predikant is mede oprichter van Stichting l’Abri en auteur van boeken als ‘De kunst van het vasthouden en loslaten.’ Loslaten lijkt eng. Je laat een glas water los en de boel klettert kapot op de vloer. Een trapezewerker weet als geen ander wanneer hij los moet laten om in vol vertrouwen door de ander te worden vastgegrepen. Zo kunnen we ook in vol vertrouwen loslaten om te worden opgevangen door God. Het klinkt misschien makkelijk, maar het is een houding die je moet oefenen.



De dag ervoor leerde Paulien Vervoorn ons al enkele praktische punten rond het geven van feedback. Zij schreef het boek ‘Feedback in de kerk’. Woorden die je tot de ander spreekt – complimenten, kritiek of advies - kunnen de ander opbouwen, maar ook afbreken als je het niet handig aanpakt. Het is opvallend dat we het normaal vinden om feedback te geven en te ontvangen op ons werk, maar worden hierover verlegen in een kerkelijke omgeving.


Paulien vergeleek feedback met een taart. Er moet aanleiding voor zijn om het te geven, maar je moet je op- of aanmerkingen niet in een laatje wegstoppen, anders bederft het gebak.

Belangrijk is dat je elkaar aanvaardt. Respect toont voor de ander. Pas in zo’n vertrouwensrelatie kun je op een veilige manier met elkaar in gesprek. Zorg er voor dat de kerk voor iedereen een HOME is, aldus Vervoorn. Heilig Omgaan Met Elkaar.