Totaal aantal pageviews

woensdag 14 juni 2017

Onze Moeder in de hemel


Laatst hield onze predikant een preek over God als Vader. Op zich een mooie preek, maar toch ook een beetje cliché. God als Vader, Onze Vader in de hemel, het Vaderhart van God…het vaderlijke aspect van God is bekend, maar God is noch volledig mannelijk, noch volledig vrouwelijk. Hij bezit beiden. God heeft dus ook moederlijke eigenschappen, sterker nog: je kunt God ook Moeder noemen.

Genoeg voorbeelden in de bijbel: Jesaja 66: 10-13 bijvoorbeeld. In vers 13 staat: zoals een moeder haar zoon troost, zo zal ik jullie troosten. In hoofdstuk 49 vergelijkt God zich met een moeder die haar zuigeling nooit kan vergeten. Zo zal God Zijn volk ook niet vergeten.


In het Nieuwe Testament trekt Jezus het geloof gelijk met ‘geboren worden’ en benadrukt op die manier de moederlijke kant.

God als Vader is cultureel bepaald. Dat is de reden dat binnen de Rooms Katholieke kerk Maria als moeder van Jezus een belangrijke plaats inneemt. Daarmee komt het verlangen naar boven om de vrouwelijke eigenschap van God te benadrukken. Dit ‘Maria-aspect’ hebben de Protestanten nooit overgenomen. Na de Reformatie bleken de mannenbroeders dominant.

Gelukkig zie je dat dit eenzijdige Godsbeeld weer langzaam kantelt.

In De Uitnodiging van Paul Young wordt de drie-enige God zelfs als volgt verbeeld: Jezus is een jongeman, maar de Heilige Geest stelt hij voor als een Indiaanse vrouw. En God zelf? Een zwarte vrouw.

God is God en laat Zich niet in menselijke kaders duwen. 

woensdag 31 mei 2017

Op de Friese steppe

Wie aan Friesland denkt, ziet weidse plassen en zeilers voor zich. Of stoere schaatsers in oneindig besneeuwd laagland. Er is ook een Friesland van bossen, heide en verzengend hete zandverstuivingen. Op de grens met Drenthe heeft het Friese landschap zich al aangepast. Sommige dorpen hebben een Brink, er zijn esgronden en op veel plaatsen wordt er zelfs geen Fries meer gesproken. Stellingwerfs is de taal; onderdeel van het Saksisch.
 
 

Het Drents Friese Wold ligt in dat grensgebied. Het Aekingerzand is een groot levend stuifzandgebied, wordt gezegd. Ik was daar zo’n 24 jaar geleden en was benieuwd of zich daar sindsdien een ‘Atlantische woestijn’ had gevormd. Toch had ik eerder het idee dat dat zand aan het dichtgroeien was. Er waren wel open stukken zandbak, maar slimme pionier-planten beteugelden ijverig de woestijn. Borden van Staatsbosbeheer toonden dat in de toekomst het zand als vanouds zou gaan stuiven, voorstellingen die ik 24 jaar geleden ook al had gezien.
 
 

Dat is ook de reden waarom hele stukken bos zijn weggekapt. Om plaats te maken voor hei en zand en om naaldbomen te verwijderen. Het bos moet weer een loofwoud worden. Helaas is het resultaat op dit moment niet erg aantrekkelijk. Het leek wel of ik op het terrein van een Braziliaanse houtmagnaat was terecht gekomen. De tropische meizon geselde de dode stronken. De wind speelde met stof en zand.
Op een bankje was een sticker geplakt met de naam van een website van Stichting de Woudreus. Later zocht ik die site op. Een organisatie die protesteert tegen de rigoureuze aanpak van Staatsbosbeheer.
 
Aan de Tjonger was het veel meer genieten. Hier kleine stukken natuur beheerd door It Fryske Gea. Plekken die voor mij volkomen onbekend waren. Struinen door het fluitenkruid en hoog opgeschoten brandnetels naar het Diaconieveen. Een moerasgebied dat je daadwerkelijk eeuwen terug in de tijd voert. De kikkers kwaakten, een bries speelde met het wollegras, schaatsenrijdertjes zoefden over het wateroppervlak alsof ze een mini Elfstedentocht reden.
Hier geen Friese steppe, maar gewoon rustgevend natuurschoon.
 
 

woensdag 10 mei 2017

Postuum huwelijksjubileum

Op 11 mei 2017 is het precies vijftig jaar geleden dat mijn ouders in het huwelijk traden. Natuurlijk zal het op die dag geen groot feest zijn, want mijn ouders leven beiden niet meer. Het had gekund: in dat geval zou mijn moeder 91 zijn geweest en mijn vader de eerbiedwaardige leeftijd van 98 bereikt hebben. En toch is het goed om nog eens op die dag terug te blikken; ik heb nu eenmaal archivarissenbloed.
 

Er zijn fotoalbums. Een eenvoudig wit albummetje met zwart-wit foto’s en nog een fotoboek met overige foto’s – sommigen in kleur – en allerlei andere documenten, zoals felicitatiekaarten en heuse gelukstelegrammen.
’s Morgens op die bewuste 11e mei in 1967 vertrok mijn vader per auto met chauffeur van ’t Haantje naar Bejaardenhuis Sionshof. Daar werkte mijn moeder als hoofd van de keuken. Een haag van ouderen verwelkomden het bruidspaar.
Daarna naar het Delftse stadhuis waar mijn ouders om twee uur ’s middags elkaar het jawoord gaven.
 

Het is grappig om al die beelden weer te zien. Poseren bij het Stadhuis en in de tuin bij het Prinsenhof. Nichtjes Marjan en Irene waren bruidsmeisjes en hadden mandjes met bloemen.
Dominee Kreuzen zegende het huwelijk later die middag in. Dat gebeurde in Het Open Hof, die kerk bestaat allang niet meer. Evenals de Westerkerk trouwens, waar ze elkaar voor het eerst zagen.
Zelfs de liturgie is er nog. De dienst begon met Psalm 105:1 Looft, looft verheugd den Heer den heren, aanbidt zijn naam en wilt Hem eren.
 
’s Avonds was restaurant Wilhelmina de plek waar je moest zijn. Het gezelschap zat aan romantisch gedekte tafels met bloemstukken en kaarsen. Dit aten ze:
 
*Kleine hors d’oeuvre
*Heldere kippensoep
*Gevulde kalfsborst
*Mocca ijs met slagroom
- fruit
- mocca
 
Tijdens het feest daarna, in een zaaltje van Het Open Hof, waren er liedjes en gedichtjes. Het lettergedicht van tante Sjaan werd alom geroemd. Ik kan het moeilijk allemaal laten zien, maar pak er twee letters uit:
D is Delft, een oude stad.
In de Westerkerk vond Theo zijn jonge schat
O is het Ommetje dat Theo moet maken
Als Jopie soms in een driftbui mag geraken.
 
Op de volgende bladzijden van het album zijn vele kaartjes geplakt, soms met uitbundige bossen bloemen, anderen eenvoudig. Veel namen zeggen mij niets meer, maar ze deelden in de vreugde.
Vijftig jaar geleden.
 

woensdag 3 mei 2017

Zwarte humor in zwarte tijden



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt.

Mijn ouders waren jong toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Mijn moeder maakte het bombardement op Rotterdam mee, mijn vader moest zich verbergen voor de razzia’s.

Mijn beide ouders leven niet meer.

Wat bijvoorbeeld vergeten dreigt te worden zijn de vele spotliedjes en cynische uitdrukkingen die toen – dikwijls mondeling - de ronde deden. Het internet heeft wat dat betreft geen best geheugen. Hier en daar vind je wat. Op de site van het Verzetsmuseum kwam ik iets tegen en ik moest gelijk weer aan mijn moeder denken.




Hitler op z’n Japans is Foetsimoeti, op z’n Russisch: Slarottimof.

Rijkscommissaris Seyss-Inquart werd steevast Zes en een Kwart genoemd.



Uit mijn geheugen diep ik rijmpjes en grappen op die mijn moeder feilloos kon declameren.



Over de bombardementen:



Rustig kom ik aangevlogen en laat mijn bommen los.

En roep ‘Laat-ie fijn zijn!’ En morgen kom ik weer!



Mop over de verplichte verduistering van steden om geallieerde vliegtuigen te verwarren:



Waarom dragen alle Duitse jongetjes zwarte broekjes?

Alle reetjes moeten verduisterd zijn.



Over Hitler:



Sich Heil!!

Hitler in de teil

Zeven minuten kopje onder

En ’t is uit met dat gedonder.



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt en daarom moet het opgeschreven worden.

woensdag 12 april 2017

Politieke matroesjka's

Rusland, het geheimzinnige rijk achter het IJzeren Gordijn. Door een aardrijkskundeleraar – ten tijde van de Sovjet Unie – het Gemenebest der Gelukzaligen genoemd. Als de klas te onrustig werd, dreigde hij:
‘Als iemand nu nog een keer zijn mond open doet, ga ik concentratiekampje spelen. Mijn bureau is Moskou, de drempel is de Oeral en de rector is Siberië!’  
Inmiddels is het Rijk opengesteld, maar nog altijd onberekenbaar. Toch zwierf ik enkele jaren geleden gewoon door de straten van Moskou en besefte ik dat Europa zoveel meer is dan de EU. Europa, dat is dat continent dat zich uitstrekt van de Oeral tot aan de Azoren.  
 
 

In een souvenirshop aan de Arbat kochten we voor 3300 roebel  Matroesjkapoppetjes die de leiders van de Sovjet Unie en Rusland uitbeeldden. Van de aardrijkskunde naar de geschiedenisles. Lenin is de grootste, daarna volgen Stalin, Chroesjtsjov, Brezjnev en Gorbatsjov. Na het uiteenvallen van het ‘Gemenebest der Gelukzaligen’ volgen nog twee kleine poppetjes: Jeltsin en Medvedev.
Twee dingen vallen op: Andropov en Tsjernenko, twee communistische tussenpausjes uit de jaren tachtig, tussen Brezjnev en Gorbatsjov in, ontbreken. Ach, wie kent ze nog? Ze waren er maar kort.
Het tweede dat opvalt: Poetin ontbreekt. Toen we de poppetjes kochten was Medvedev president, na acht jaar Poetin. Maar hij kwam terug vanaf 2012. Misschien dat hij dacht: alles wel, maar dan word ik wel heel erg klein. Overigens waren er wel matroesjka’s met Poetin: meteen enige duizenden roebels duurder.
De politieke matroesjka’s kijken onze woonkamer in. Beetje controversieel is het wel; die tronie van Stalin bijvoorbeeld, de moordenaar van miljoenen. Niemand zal het in zijn hoofd halen de kop van Adolf Hitler in zijn huiskamer te plaatsen.
Enfin…
 

woensdag 5 april 2017

Bed, bad, brood...en barmhartigheid


Bed, bad en brood. Eind 2015 viel het toenmalige kabinet nog bijna over deze drie B-woorden in relatie tot het asielvraagstuk. En ook nu zijn ze weer actueel. Christenen zullen nog een vierde B willen toevoegen: Bed, bad, brood…en barmhartigheid. Dit was het thema van het afgelopen vriendenweekend in de bossen bij Beekbergen.

Als je één organisatie op zou moeten noemen die zich dagelijks met deze vier B’s bezighoudt, is het wel het Leger des Heils.


Zaterdagochtend ontvingen we daarom commissioner Hans van Vliet met zijn vrouw Marja. Hans is sinds 2010 commandant, maar hij en zijn vrouw staan al 42 jaar in dienst van het Leger des Heils. Dus wisten ze veel te vertellen. Toch is ‘barmhartigheid’ een woord dat je in het dagelijkse taalgebruik niet snel hoort. De Samaritaan was barmhartig, hij maakte het verschil door een mens weer op de been, op weg te helpen. En dat is wat het Leger des Heils wereldwijd doet. Ik moet dan denken aan de neonletters op de gevel in de Amsterdamse Wallen: “Wij geloven, maar niet in: zoek het zelf maar uit!”

Zondag kwam Paulien Zeeman bij ons langs. Namens Compassion, de organisatie waarbij je kinderen uit ontwikkelingslanden kunt sponsoren, diepte zij het thema verder uit.


Als je alle passages die in de Bijbel gaan over sociale gerechtigheid en barmhartigheid rood zou moeten onderstrepen, dan was je nog wel even bezig. Als de Schriftgeleerde aan Jezus vraagt: Meester hoe kan ik het eeuwige leven beërven?, komt Jezus met het verhaal van de Barmhartige Samaritaan.

Maar, goed doen heeft zo zijn valkuilen.

Je kunt zo gedreven zijn (je wilt de hele wereld redden) dat alles om je heen er niet meer toe doet en je God en je medemens (!) vergeet.
Je kunt je voortdurend schuldig voelen: jij bent rijk en zij zijn arm.

Als je barmhartigheid toont vanuit Christus’ bron, zijn je daden duurzaam. En het kan klein zijn. Jouw bestemming hoeft niet per se in Uganda te liggen. Toch maar eens die straatkrant kopen, of geld geven aan de Voedselbank…




donderdag 23 maart 2017

De granaatappel van Galaten


Wat zijn de goede vruchten die groeien aan de Geest?

Zo begint Lied 252 van het Liedboek der Kerken; we zongen het vaak. Die ‘vruchten’ komen uit de Brief van Paulus aan de Galaten ( Galaten 5 vanaf vers 22). Het zijn een negental goede dingen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Als je het stukje goed leest, kom je er achter dat het helemaal niet om ‘vruchten’ gaat, maar om één vrucht. Want het een kan niet zonder het ander: vrede en vreugde wel, maar als geduld bij je ontbreekt en je ook geen zelfbeheersing kunt opbrengen, schiet het niet erg op.

Misschien kun je de vrucht nog het best vergelijken met een granaatappel: de vrucht die uit verschillende partjes en eetbare zaadjes bestaat. De legende wil dat het een granaatappel was waar Eva in het paradijs van snoepte.

 

Die negen goede dingen vind je misschien te hoog gegrepen en soms leggen predikanten de lat erg hoog, want er bestaat ook nog een boom met een verderfelijke vrucht. Die bestaat uit: ontucht, zedeloosheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, geruzie, rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen. Dat zijn maarliefst veertien ‘kwade zaken’ en misschien wel vijftien als je het verschil weet tussen slempen en brassen.
Niet je eigen wil, maar de vrucht van de Geest. Mocht dat fruit erg hoog hangen, weet dan dat het een vrucht is dat nog moeten groeien. Misschien is de vriendelijkheid al rijp, maar moet het geduld nog wat verder gedijen.