Totaal aantal pageviews

vrijdag 27 april 2018

Een held is niet zomaar een held


Standbeelden, pleinen, posters aan de muur, een groot aantal volgers op Twitter…helden geven we graag de eer.

Wanneer ben je een held? Iemand die in het oorlogsverzet heeft gezeten? Superman of Superwoman die criminele bendes oprolt? Drie keer goud tijdens de Spelen? Of de onopvallende buurman die al jarenlang mantelzorger is voor zijn vrouw?

Tijdens het Vriendenweekend, begin april in de bossen bij Beekbergen, hadden we het over helden. Helden in het algemeen, Bijbelse helden.

Op zaterdag sprak Karin Smit. Ze studeerde theologie in Heverlee in België. Ze spreekt veel in kerken over actuele Bijbelse onderwerpen. Ze werkt ook als loopbaancoach voor de Gemeente Ronde Venen.

Ze haalde het voorbeeld van de ijsberg aan. Een held is niet zo maar een held. Onder de waterspiegel zit een heel verleden. Systematische discriminatie vanwege haar huidskleur, was de reden bij Rosa Parks dat zij niet wilde opstaan voor een blanke passagier in de bus te Montgomery, 1955. Ze ontketende een beweging.

Maar, helden kunnen ook van hun voetstuk vallen. Vaak hebben we ze daar zelf op geplaatst.





Tim Vreugdenhil  (‘stand -up –theoloog’ en zelfstandig ondernemer-predikant in de Amsterdamse binnenstad) vertelde over David. Niet echt een mannetjesputter, toch velde hij reus Goliath met een paar kiezelstenen. Hij droeg geen harnas, maar gewoon zijn herderskleding; hij was zich zelf en vertrouwde op de hulp van God. Niet door grootscheeps vertoon, door eenvoud verkreeg hij zijn heldenstatus.

En toch, ook hij viel van zijn voetstuk. Hij nam Bathseba tot zich en jaagde haar man Uria de dood in. Het verhaal is bekend.

Conclusie: held word je niet zomaar. Dikwijls gaat er lijden aan vooraf en ben je feilbaar. Wel geven helden een goed voorbeeld, kunnen we er inspiratie uit putten. De Bijbelse helden en heldinnen, het zijn belangrijke geloofsgetuigen.

dinsdag 6 maart 2018

In retraite met Rembrandt en Henri Nouwen


Het verhaal van de Verloren Zoon is voor velen bekend. Een vader had twee zonen, de een eist zijn erfdeel al bij leven van de vader op en trekt de wijde wereld in. Berooid komt hij terug. De vader slacht het gemeste kalf en wil de terugkomst van de zoon vieren. De oudste zoon echter is er niet blij mee. Al dat feestgedruis voor zijn broer die de bloemetjes heeft buitengezet, terwijl hij zich al die tijd uit de naad heeft gewerkt.

Dat deze Bijbelse gelijkenis ook op Rembrandt veel indruk heeft gemaakt, blijkt uit zijn beroemde schilderij ‘Terugkomst van de Verloren Zoon’. Het doek hangt in de Hermitage te Sint Petersburg.



Enkele weken geleden waren we in retraite in De Spil in Maarssen. Het weekend ging over het boek van de katholieke priester Henri Nouwen: Eindelijk Thuis. In dat boek staat dit schilderij van Rembrandt centraal.

Tijdens dat weekend werd de vraag gesteld: waar sta jij? Voel je je verwant met de jongste zoon, of de oudste. Of misschien met de vader? Of met de figuren op de achtergrond van het schilderij. Ze staan in de schaduw, maar je ziet een vrouwenfiguur (de moeder van de zoons? Een zus?) en anderen, omstanders, knechten.



De wrok van de oudste zoon is voor mij wel te begrijpen. Al die tijd ben je loyaal geweest aan je vader, maar een gemest kalf is nooit voor je geslacht. De wanhoop van de jongste zoon is ook te snappen. Hij knielt voor de vader neer; durft hem niet in de ogen te kijken.

Met de vader kan ook God zelf worden bedoeld. Opvallend: Rembrandt schilderde twee verschillende zegende handen bij de vader: een mannelijke en een vrouwelijke hand. Om zowel het vaderlijke, als het moederlijke aspect van God te accentueren.



Met welk figuur op het schilderij vereenzelvigde ik mijzelf? Soms neig ik naar de oudste zoon, maar gedurende het weekend kwam ik er achter dat dat niet zwart wit is. Soms voel je jezelf de oudste, dan weer de jongste. Je kunt zelfs vader zijn, of een van de personages op de achtergrond.

vrijdag 9 februari 2018

Wij reizen ondergronds vandaag


‘We gaan vandaag naar een oud collega van mij,’ zei mijn moeder op een dag.

‘Het is een oude dame die in Rotterdam Zuid woont.’

‘Gaan we met de trein?’ vroeg ik.

‘Het eerste gedeelte wel, maar dan stappen we over op de ondergrondse.’



Het klonk ontzettend spannend. Als een mol onder de grond reizen. Op station Rotterdam Centraal daalden we een trap af naar een wereld onder straatniveau. Ook daar reden treinen. Pijlsnel denderden we door lange donkere tunnels. Het enige wat je zag waren buizen en leidingen aan de tunnelwanden die leken te sidderen vanwege de snelheid van onze wagon. Dwars onder het verkeer door. Zelfs onder de Maas.

Op Zuid knipperde ik met mijn ogen. We kropen hier onze buis uit en stegen naar een hoog viaduct. Nu keek je neer op het stadsgewoel. Zuidplein was de plaats waar we moesten uitstappen. Hier ergens woonde de oude collega.



Ik las in de krant (de Metro) dat de Rotterdamse metro vijftig jaar bestaat. Grappig om terug te denken aan mijn eerste metro-ervaring. Ik had wat te vertellen in de klas. Ondergronds reizen? De meeste kinderen gingen altijd met de auto.




zondag 21 januari 2018

De spoorweg Utrecht - Amsterdam


Op station Utrecht Centraal kwamen een hipster uitziende man en een fragiel blond meisje tegenover me zitten. Ze spraken een Scandinavische taal. Een rolkoffer hadden ze niet bij zich; het kon zijn dat ze in Utrecht logeerden en een dagje Amsterdam gingen doen.

Een dikke mist verstopte het Nederlandse landschap. Je moest het vandaag van de steden hebben en inderdaad, toen Amsterdam zich aandiende verdunde de nevel zich. De trein kon station Amstel niet direct binnenrijden en we bleven hangen ter hoogte van de Bijlmerbajes. Op de luchtplaats was een speeltuintje aangelegd. Een subtiel teken dat dit geen bajes meer is, maar een asielzoekerscentrum. Het beton van het type Checkpoint Charlie gaf me een claustrofobisch gevoel.

De hipster en het meisje keken er met opgetrokken wenkbrauwen naar.

‘The former prison,’ lichtte ik toe.


Te Amstel stapte ik de trein uit.





Zes uur later nam ik de trein terug. Nu zat er een Nederlandse man met een Japanner tegenover mij. De Nederlander sprak wel Engels tegen de Japanner, maar zijn accent was onmiskenbaar Nederlands. Hij benoemde de landmarks van Amsterdam: The Arena Boulevard, The Arena, The AMC Hospital. De Japanner knikte minzaam. Wat zou hij er van vinden? Een beetje kneuterig allemaal?

We naderden Utrecht. ‘We have a great shoppingmall in this city: Hoog Catharijne,’ schepte de Nederlandse man op. Hij deed me een beetje aan Lubach denken die Trump imiteerde.

Hier stapten ze uit. Voor Japanners moet Utrecht geweldig zijn. Hoog Catharijne is krap bij vergeleken de mega winkelparadijzen die ze daar hebben. Utrecht heeft echter de originele Dom en het is de geboortestad van het beroemdste konijn ter wereld: Nijntje. Japanners zijn helemaal idolaat van het minimalistische knaagdier.

De spoorweg Utrecht – Amsterdam. Je maakt er wat mee.


zaterdag 6 januari 2018

De schuine mop 2.0


Hoe weet je of een dom blondje achter de computer heeft gezeten? Als er tipp ex op het beeldscherm zit…

Waarom gaat een dom blondje in een hoek zitten als ze het koud heeft?

Het is daar 90 graden.

Enzovoort, enzovoort. Over platgetreden clichémopjes gesproken. De meeste blondines die ik ken, zijn hoog opgeleid, maar dit terzijde.



En dan de schuine en schunnige moppen; ik heb er genoeg gehoord. Met name in christelijke kring waren ze er niet vies van. Als je fysiek wordt geknecht (het mag alleen binnen het huwelijk) moet je kennelijk verbaal bevredigd worden.

Je kunt de daders van seksueel overschrijdend gedrag wel de hel in wensen; als je dag in dag uit schuine seksistische moppen vertelt, tap je uiteindelijk uit hetzelfde giftige vaatje.




Ik ben niet voor een algeheel mopverbod. Laatst hoorde ik er eentje die anno 2018 best kan. De rollen worden omgedraaid; de man wordt geridiculiseerd.

Hier komt-ie:



Drie vriendinnen, Anouk, Birgit en Claire, bespreken hun seksleven aan de hand van voorwerpen die op hun nachtkastjes liggen.

Anouk: Nou ja seksleven… Ik kan beter spreken over het gebrek daar aan. Daarom heb ik een verrekijker op mijn nachtkastje liggen. Misschien zie ik dan sneller de prins op het witte paard naar me toe hollen.

Birgit: Bij mij ligt er een stethoscoop. Voordat we gaan vrijen wil ik eerst horen of zijn hart wel voor mij op hol slaat, of misschien stiekem voor een ander.

Claire: Op mijn nachtkastje ligt een vergrootglas.

Anouk en Birgit: Vergrootglas? Waarom dat dan?

Claire: Hij zegt een vent te zijn, maar ik heb regelmatig een vergrootglas nodig om dat daadwerkelijk te kunnen zien!