Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reizen. Alle posts tonen

vrijdag 3 februari 2017

De originele nep van Las Vegas


De highway is een eindeloze zwarte strook door een zinderend desolaat land. Je weet niet meer hoelang je al ‘on the road’ bent, maar ineens zie je een stad aan de horizon verschijnen. Staat daar de Eiffeltoren? Je ziet New Yorkse wolkenkrabbers, een Egyptische piramide… Nee, dit is geen fata morgana. Je nadert de meest bizarre stad op aarde… Las Vegas!

Las Vegas


Al weer meer dan elf jaar geleden bezocht ik de meest krankzinnige vakantiebestemming die er bestaat. Je kunt er een fortuin bij elkaar gokken, maar ook alles verliezen. Hier heerst het kapitalisme in zijn meest rauwe vorm. Niets is er te gek. Om toch een beetje van het imago ‘Sin City’ af te komen vond het lokale bestuur in de jaren ’90 van de vorige eeuw dat Las Vegas niet uitsluitend gokstad moest zijn. Gezinnen met kinderen waren er ook welkom. Wie denkt dat daar ethische motieven aan ten grondslag lagen, heeft het mis. Omdat er meer staten in Amerika overwogen  het gokken te legaliseren, moest de stad wel andere bronnen aanboren en zo werden er gigantische themahotels langs The Strip uit de grond gestampt. Geld speelde totaal geen rol. Parijse straten werd nagebouwd inclusief de Arc de Triomphe en een iets lagere Eiffeltoren dan het Franse origineel. Caecars Palace overtreft het oude Rome, The Mirage toont een namaak vulkaanuitbarsting en in de grote vijver voor het Bellagio dansen de fonteinen. Elvis leeft er nog: het ‘Viva las Vegas’ is niet meer uit je trommelvliezen weg te slaan.  


Het toppunt is The Venetian. In het hotel is een compleet Venetiaans grachtenstelsel gebouwd, inclusief gondeliers. Lange tijd was The Venetian dan ook het grootste hotel van de wereld.
Macau


Zoals te verwachten hebben de Chinezen dat record verbroken. Macau, ooit een Portugese kolonie, is nu een speciale bestuurlijke eenheid binnen het grote Chinese rijk en een goklustige buur van Hongkong. Hier bouwen de ijverige Aziaten Las Vegas na! Op plaatjes zie je alweer een Eiffeltoren, dansende fonteinen en The Venetian, maar dan nog veel groter. Datgene wat de Amerikanen van de Europeanen nabootsten, wordt weer gekopieerd door China.

Ach, geef mij maar die ouderwetse fake, de originele nep van Las Vegas.



Toch is The Venetian in Macau nog niet het grootste commerciële gebouw ter wereld. Dat is nog altijd…. onze Bloemenveiling in Aalsmeer.

Holland First!

dinsdag 20 oktober 2015

Ontbijt zonder ontbijtkoek: vakantie-ervaringen in Nederland


Twee weken Holland. Geweldig naar mijn zin gehad! Overigens klopt de term Holland niet. Dat geldt eigenlijk alleen voor het westen. Je hebt de landsdelen (provincies noemen ze die) Noord- en Zuid-Holland en de rest is geen Holland. Het lage landje aan de zee heet, heel toepasselijk: Nederland.
 


Vestzak-wereldstad
 

Amsterdam is eigenlijk een wereldstad in vestzakformaat. Je kunt er alles aflopen, of je stapt op de tram. En al die kanaaltjes. Met schilderachtige hoge huizen er langs. Uniek!

Krankzinnig is dat Red Light District die ze “Wallen” noemen. Je denkt aan stadsmuren of een burcht, maar het zijn straten waar schaars geklede vrouwen in de etalage zitten. Met maar één doel, natuurlijk. Bij ons gebeurt het allemaal achter fraaie façades, maar in Nederland is het wel heel openlijk, terwijl de Nederlandse vrouwen op zich heel erg geëmancipeerd zijn.

Aan de rand van steden dacht ik een soort sloppenwijken te zien. Kleine houten huisjes met tuintjes er omheen. Maar dat blijken ‘tweede huisjes’ te zijn van Nederlandse flatbewoners die een tuintje willen hebben. Begreep ik.

 
Dutch Mountains 

 
Dat hele Nederland heeft heel veel toeristische attracties, allemaal zeer makkelijk bereisbaar. Heel veel stadjes met kanaaltjes en oude gebouwen. De dorpen zijn een soort mini-stadjes met ook weer overal voorzieningen. Zelfs Chinese restaurants!

Nederlanders zeggen dat hun land vol is. Vind ik wel meevallen. Rijd door de Schermer of de Beemster (dat zijn meren die nu ingepolderd zijn) of Flevoland (een reusachtig binnenmeer dat deels drooggelegd is) en je kan tot de horizon kijken. Alles hartstikke plat. En dan die Afsluitdijk: een enorme, kilometers lange dijk van het landsdeel Noord-Holland naar Friesland. Weidse wateren, imposante wolkenluchten. Ze spreken hier van de Dutch Mountains, die wolkenluchten. Want bergen zijn er niet. Midden in het land, in een gebied dat ze Veluwe noemen, zijn wel wat heuvels, maar veel stelt dat niet voor. Raar is dan weer dat er plaatsnamen zijn met ‘berg’ er in. Bergen aan Zee, Bergen op Zoom, Driebergen. Er is geen berg te zien!
 


Gore zoute dingetjes

 
Het eten is weer een heel verhaal apart. Ze hebben een soort van kruidkoekachtig brood, ‘ontbijtkoek’ noemen ze het. Maar bij je ontbijt krijg je dat helemaal niet. Wel ronde broze crackers waar je kleine stukjes chocola op kan strooien. Er zijn speciale eetlokaaltjes of stalletjes waar je aardappelfrites in een puntzakje kunt krijgen en er zijn eetgelegenheden die zich helemaal gespecialiseerd hebben in pannenkoeken. Zelfs midden in het bos vind je zulk soort restaurants.

Eet niet hun kleine zwarte snoepjes die ze te pas en te onpas aan je uitdelen. Nee, dat zijn geen drugs, maar ‘dropjes’. Gore zoute dingetjes.

 
Zelfredzaam

 
En de Hollanders zelf? Aardige mensen die zeggen waar het op staat. Nooit verlegen om een praatje. De meesten kunnen Engels. Soms wel erg individueel. Zo maakte ik mee dat er een blinde man in de bus stapte. Dat kon je duidelijk zien aan zijn rood-witte stok. Niemand hielp hem naar een plaats. Maar nu komt het… Hij leek dat helemaal niet erg te vinden. Op een of andere manier vond hij zijn weg. Zo is kennelijk Nederland. Zelfredzaam. Ieder voor zich. Behulpzaam, maar niet overdreven.

Een mooi land, dat Nederland. Maar de volgende keer kom ik in de zomer. Want de maand oktober is me te koud!

 

 

 

 

donderdag 29 januari 2015

Het aller-vroegste Morgenland


Negen uur  's nachts

Er waait een koude wind vanuit de bergen.  Het futuristisch ogende luchthavengebouw baadt in een zee van licht. Ik kan de plantsoentjes zien met droog gras en dennenbomen.
Met een busje rijden we naar ons hotel. De straten zijn donker en uitgestorven. Het is negen uur 's nachts. De tijdrekening is hier anders. Soms een verlichte tekst in een vreemd alfabet tegen de gevels. Af en toe een kerstboom met knipperende  glitterlichtjes. Inderdaad, het is net Kerst geweest, ook al was de jaarwisseling al weer maanden geleden.
De bus neemt een onverharde zijstraat, we schudden heen en weer.

Uitzicht op Addis Abeba

"The roads are under construction," excuseert de chauffeur zich en hij slalomt succesvol langs een grote berg zand.

Het is net of de hele stad in aanbouw is. Grijze betonskeletten met houten steigers er omheen wachten smekend om afgebouwd te worden.
Ik knijp even in mijn arm. Ik ben er echt. Dit is Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië.

 
Lucy of Eva?

In 'De weg naar het Avondland', van Jan Leyers, wordt een reis beschreven van Ethiopië naar Europa. Van de bakermat der mensheid naar de - vooralsnog - dominerende Westerse beschaving. Enkele jaren geleden werd de gelijknamige televisieserie door de VPRO in Nederland uitgezonden.
Als het Westen het Avondland is, kunt je Ethiopië tot het aller-vroegste Morgenland rekenen.

Wanneer ik de volgende dag het Nationaal Museum bezoek, word me dat duidelijk. Er hangt iets sacraals in de zalen. Langzaam word je naar het hoogtepunt geleid: de beenderen die ooit toebehoorden aan een vrouw.
 
Lucy
 

"Dit is een replica van een menselijk skelet dat in 1974 in Ethiopië werd opgegraven," vertelt de gids. "Haar echte botten bevinden zich in een kluis. Ze is 3,2 miljoen jaar geleden gestorven en is de aller-vroegste mens die ooit is gevonden. Wellicht de missing link tussen aapachtigen en de rechtoplopende mens. Volgens het Darwinisme."

Dat laatste zegt hij met nadruk, want ik krijg niet het gevoel dat, in het door religie doordrenkte Ethiopië, de evolutietheorie op veel aanhangers kan rekenen.

Ze wordt Lucy genoemd. Op de dag dat ze werd gevonden, zongen de Beatles op de radio: Lucy in the sky with diamonds.
Of je nu in Lucy gelooft of in Eva, fascinerend blijft het voor iedereen. De wieg van de mensheid. Van hieruit is het allemaal begonnen.
 

De Leeuw van Juda

Addis Abeba brengt je in verwarring. Er is schrijnende armoede, maar de stad staat ook vol met kerken en paleizen. Misschien geen architectonische hoogtepunten, maar wel gebouwen met een verhaal. En overal duikt de laatste keizer van Ethiopië op. Het graf van Haile Selassie in de Drievuldigheidskathedraal, het Keizerlijke paleis, met de slaapkamer van Haile Selassie, de keizerlijke badkamer en ook de badruimte van mevrouw de keizerin.

Drievuldigheidskathedraal

En steeds maar weer afbeeldingen van de leeuw, het huisdier van de keizer. De Leeuw van Juda. Bob Marley zingt voortdurend door mijn hoofd: Iron, like the Lion of Zion. Iron Lion Zion!

De komende weken meer blogs over Ethiopië. Hoe is het om te reizen door een Afrikaans land dat nooit werd gekoloniseerd? Heb je misschien pas echt Afrika ervaren, als je in Ethiopië bent geweest? Maar vooral: een kennismaking met de Ethiopisch Orthodoxe Kerk. Toen wij, in het Westen, nog in Wodan geloofden, waren ze hier allang christen. De Doop van Jezus in de Jordaan, het Timkat-festival, is een waar hoogtepunt.

En er is meer: bevindt de Ark van het Verbond, met daarin de Stenen Tafelen, zich daadwerkelijk in de heilige stad Axum?  

 Ethiopië laat mij voorlopig niet meer los.

 

 

maandag 3 maart 2014

Eilanden


Het thema van de Boekenweek dit jaar is 'Ondertussen ergens anders', oftewel: reizen.

Ik vind het leukste reisboek, of beter gezegd, het meest fascinerende geografische literaire werk dat ooit verschenen is, 'Eilanden' van Boudewijn Büch.  Hij beschrijft  daarin enkele tientallen eilanden, vaak onbetekende rotspunten of vliegenpoepjes op de wereldkaart. Van Bouvet bij de Zuidpool tot Palau in de Stille Zuidzee of Helgoland, het Duitse rotseiland, niet  ver van onze Wadden vandaan.
 
 

De manier waarop ik aan dat boekje ben gekomen is ook een beetje Büch-achtig. Tot mijn stomme verbazing kwam ik 'Eilanden' ooit tegen bij een obscuur boekhandeltje in de Laotiaanse hoofdstad Vientiane. Kennelijk meegenomen door Nederlandse ontwikkelingswerkers. Ik weet niet eens meer met welke geldsoort ik betaalde: Thaise bath, Laotiaanse kip, of gewoon met euro's.

Büch moest talloze kranten- en tijdschriftartikelen doorworstelen, in bibliotheken struinen om aan zijn informatie te komen en bovendien bezocht hij zo ongeveer de helft van zijn beschreven eilanden.
Ik ben benieuwd hoe het - zo'n twee decennia later - nu met die eilanden vergaat. Via het wereldwijde web kom inmiddels je overal.
St. Helena midden in de Atlantische Oceaan bijvoorbeeld (ooit het verbanningsoord van Napoleon) verwelkomt enthousiast toeristen. Büch beschreef het al: het eilandje onder de Britse kroon is niet per vliegtuig bereikbaar. Wil je er naar toe, dan moet je naar Kaapstad vliegen en je daar inschepen op de postboot die er vijf dagen over doet om het 'hoofdstadje' Jamestown te bereiken. Lang zal deze reizigersromantiek niet meer duren, want over twee jaar is het gloednieuwe vliegveld gereed.

Clipperton is een heel ander verhaal. Een verschrikkelijk eenzaam atolletje, 3000 kilometer ten westen van Panama, midden in de Stille Oceaan. Misschien wel de meest afgelegen plek op aarde. Is daar een website van? Ik vond er eentje, een Franstalige site, omdat het vlekje Frans is. Waarom? Dat staat allemaal in 'Eilanden' van Büch. 

Af en toe bezoeken wetenschappers het onbewoonde eiland en maken foto's voor op de site. Je ziet kale witte zandvlaktes met een paar palmboompjes, rotsen met broedende vogels. Het is zo ver weg en zo onbereikbaar.

Met 'Eilanden' ben je nog altijd ondertussen ergens anders.

dinsdag 20 augustus 2013

Geen reisjournalist


In het vakantienummer van HP/De Tijd stond het volgende artikel: geloof nooit een reisjournalist. Reisbijlagen van kranten en reisglossy's bevatten dikwijls hallelujaverhalen over  vakantiebestemmingen. Altijd is het er paradijselijk mooi en de plaatselijke bevolking authentiek. De meeste journalisten schrijven dat omdat hun persreizen worden gesponsord door reisorganisaties.

Ik ben geen reisjournalist, dus ik kan zonder schroom schrijven dat het paradijs op aarde niet bestaat en dat de plaatselijke bevolking die je ontmoet, commercieel  al helemaal is ingesteld op jouw komst. Sommige bejubelde reisbestemmingen vallen tegen, maar soms ontmoet je ook positieve verrassingen.

 

Tegenvaller: Chiang Mai, Thailand (2006)

 
Reisorganisaties zijn lyrisch over Chiang Mai. De tempelstad in het noordelijke bergland van Thailand wordt wel de Roos van het Noorden genoemd. Toegegeven: de stad is niet zo heet en hectisch als Bangkok en er zijn vele Boeddhistische tempels te bewonderen die je er uit moet pikken als prachtige krenten in een oerlelijke betonpap. Want dat is Chiang Mai: een Benidorm zonder zee. Talloze hotelkolossen ontsieren de plaats en dragen bij aan een ongekende toeristenindustrie.

Voetbal in Thais bergdorpje
 

Vanuit Chiang Mai worden er meerdaagse jungletochten georganiseerd, deels op een olifant. Ach, laat je toch niks wijs maken. Er is een klein circuit aangelegd waar je met je olifant langsrijdt. Een olifant die wordt mishandeld, want anders zou de dikhuid nooit mensen op zijn rug nemen. Voor de rest loop je door de bloedhete jungle met honderden andere toeristen. Af en toe zul je worden ingehaald door de lokale bevolking die op brommers naar hun bergdorpjes scheuren.

Wel opvallend: de meeste bergbewoners daar zijn christen. Eerst geloofde ik mijn oren niet toen ik Opwekkingsliederen uit de houten huisjes hoorde opstijgen. Niks geen Boeddha.

 

Meevaller: Moskou (2009)

 
De Russische hoofdstad wordt vaak afgeschilderd als onleefbaar en megalomaan.

Ik was er vier jaar geleden en vond de stad juist eindeloos boeiend. Moskou is veel meer dan het Rode Plein en het Kremlin. Het Manegeplein bruist van leven, de Arbat is een eindeloze winkelstraat. Overal staan weelderige gebouwen en kerken. Sommige metrostations zijn ware ondergrondse paleizen en zelfs een supermarkt heeft zich in een kathedraalachtig gebouw gevestigd.
 
 

Oké, het Gorkipark lijkt wel één grote kermis met stampende techno dat vooral Moskouse jongeren trekt, maar je dacht toch niet dat de Russische jeugd zich nog vermaakte met de balalaika. En wie iets klassieks wil: je kunt overal concerten beluisteren en balletvoorstellingen bijwonen.

Er is niets mis met Sint Petersburg, maar Moskou is al Russisch genoeg.