Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen

woensdag 23 maart 2016

Het evangelie van maart

Een wandeling door een bos eind maart. De bomen zijn nog kaal. Doodse en dorre bladeren op de grond. Een kille wind door de takken. De vogels zingen al wel, maar het is een lied van verlangen naar warmere en zonniger tijden.
Je vraagt je af of het ooit nog groen wil worden.
Maart wacht op de grote doorbraak die nog niet komen wil.
 
 

Iemand zei eens: ‘Als ik de Schepper geweest zou zijn, had ik die planeet Aarde allang aan gruzelementen gemokerd. Vanaf het stenen tijdperk tot nu is het eigenlijk alleen maar haat en nijd, oorlog en terreur geweest. Als ik de Schepper was had ik die hele wereld met één veeg in de zon gekieperd, als een krant vol slecht nieuws in de open haard. En ik zou het een handvol lichtjaren verderop opnieuw proberen. En het dan alleen plantaardig houden.’
Het maartse bos is nog kaal. Omkappen dan maar?
Als je om je heen kijkt en dichtbij de takken komt zie je echter de knoppen op springen staan. Verderop staat een dapper struikje al bijna groen te wezen. Is dat een voorbode hoe het straks zijn zal? In april of mei?
 
 

Ik moet denken aan dat liedje van De Dijk en ik hoor de stem van Huub van der Lubbe.
 
Natuurlijk zijn er oorlogen
Misdaden en aanslagen
Is er moord en doodslag
Om handel en geld
Er is honger en woede
Ellende en armoe
Er is strijd en terreur
Wraak en geweld
 
Kijk om je heen
 
Wij zijn er ook nog
Wij zijn met de meesten
Met mensen die snappen hoe je als vriend
Door de verschillen heen over de grenzen
Elkaar recht in de ogen kunt zien
 
Tussen de haveloze stammen zie ik een heester in witte bloesem. De lente staat te dringen. Aan de vooravond van het Grote Pasen.
Het evangelie van maart.
 

woensdag 5 augustus 2015

Een klein ommetje...


Het zou een klein ommetje worden. Het was de laatste avond van de vakantie; de koffers waren al bijna ingepakt. Mijn vader, moeder, mijn zus en ik wilden nog een keer een klein boswandelingetje beleven alvorens we weer terug zouden rijden naar de stadsjungle in het westen van het land.

Dus, zo rond half acht verlieten we de bungalow bij Eerbeek en besloten we de camping te verlaten. Eén keer rechts en dan nog een bospad naar rechts en je kwam weer op het vakantieterrein.
Dachten we, want dat vakantieterrein kwam niet meer in zicht en ook het gegons van kinderstemmen, dat zo kenmerkend is voor een camping, stierf langzaam uit. Moesten we verder rechtdoor, of toch maar naar links? De zon staat ’s avonds in het westen, dus liepen wij naar het oosten. We bereikten de rand van een akker waar een klein huisje tussen de eiken verscholen stond. Een mevrouw was in de tuin aan het werk.

 

We vroegen haar de weg naar het bungalowterrein.
“Als u doorloopt komt u in Loenen. Nee, u moet terug en dan om een steen heen lopen en dan direct naar links. Het kan niet missen.”

We bedankten de bewoonster en volgden haar aanwijzingen op. Hoewel… die steen zagen we nergens. Wel een hek links, dus er ging sowieso geen pad die kant op. We bleven dat hek maar volgen. Het werd stiller in het woud. Af en toe een alarmerend vogelgeluid. Er kwam een kille zucht tussen de stammen van een dik sparrenbos vandaan. Onder het bladerdek begon de schemering al.

“Dat gaat zo niet goed,” concludeerde mijn vader.
“Straks moeten we nog in het bos slapen,” grapte mijn moeder, maar wij konden er niet om lachen.
Omdraaien was het devies. Maar nu sloeg de schemering pas echt toe. Ik struikelde over een boomwortel. We konden niet snel meer lopen, uit je doppen kijken voor laaghangende takken en stronken die nu niet meer te zien waren.

Eindelijk een verlossende open plek in zicht: een weiland. Even later werd het zandpad een asfaltweg. We waren in de bewoonde wereld, maar in welk deel van die wereld?

Het gehucht heette Zilven en lag vlakbij Loenen. Nu konden we de weg wel weer vinden, alleen was die weg schrikbarend lang. Naar de rand van Eerbeek en dan nog de route naar de camping. Een schaars verlichte asfaltweg door de bossen. Mijn moeder zag de overgang van asfalt naar berm niet en maakte een lelijke smak. Haar knie bloedde, maar zelfs dat kon je niet goed zien.

Om half twaalf strompelden we onze bungalow binnen.
Hoe een klein ommetje uitdraaide op een soort dropping.
 

(Vakantieherinnering van 35 jaar geleden. Echt vergeten doe je zoiets niet…)