Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerk. Alle posts tonen

zondag 28 februari 2016

De les van 'Knielen op een bed violen': wees het lekker oneens met elkaar in de kerk


Een Nederlands dorp, een stevige wind verroert de bomen. Een bloemenkwekerij. Hardwerkende en Godvruchtige mensen. Aanzwellende muziek. Flitsen van Middeleeuwse gravures. Het Laatste Oordeel, het hellevuur.

De film Knielen op een bed violen, naar aanleiding van de gelijknamige roman van Jan Siebelink is nog maar net in première gegaan, maar ik heb de rolprent afgelopen zaterdag al gezien in een Arnhemse bioscoop, niet ver van de plaats waar zich alles heeft afgespeeld: Velp.

Regisseur Ben Sombogaart is er in geslaagd een mooie film te maken: sober en ingehouden. Hoofdpersoon Hans Sievez is vooral menselijk gebleven. Een levenslange worsteling met de vraag of hij wel ‘goed genoeg’ was voor de Heere, of hij wel behouden zal zijn. Zelfs op je stervensuur, op de drempel van de Heerlijkheid, kan de satan je nog wegrukken naar zijn verderfelijke rijk.



Een kort uitstapje over het wereldwijde web, leert dat dergelijke thuisleesgroepjes waar Siebelink over schrijft, voortkwamen uit, met name, de bevindelijk gereformeerde hoek. Men vond dat de Waarheid niet meer in de kerken werd gepredikt. Zo had je de paauweanen, volgelingen van ds. Jan Pieter Paauwe uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Zij hadden thuisbijeenkomsten en lazen preken van de oudvaders uit de 17de en 18de eeuw.



Wat leert mij Knielen op een bed violen? Misschien wel dat het goed is om binnen de kerk het lekker oneens met elkaar te zijn. Het is tegenwoordig een beetje een hippe trend om huisgemeentes te stichten, vooral binnen de evangelische wereld. Los van de kerkelijke structuren, op zondag met een klein groepje bij elkaar bij iemand thuis of een klein zaaltje.

Ik misgun het niemand, maar er zit bij zulk soort initiatieven een levensgroot risico. Lees de roman of bekijk de film.

Wat is er mis om in een groter kerkverband het lekker met elkaar oneens te zijn? Het scherpt je, want alleen bij God is Waarheid en dus niet bij ons.


woensdag 1 juli 2015

Leerzaam gesprek met een niet-kerkelijke


Het allereerste kerkelijke conflict

 
Naar de kerk gaat hij nooit, is er ook niet mee opgevoed, maar hij zegt wel in God te geloven.

“Nee, een kerk is niks voor mij. Ze slaan elkaar toch alleen maar de schedels in.”
“Dat valt in Nederland wel mee,” reageer ik.
“Nu wel, maar wat er in de loop van de geschiedenis niet allemaal gebeurd is, je wilt het niet weten. Nou ken ik de Bijbel best wel goed. Bij Kaïn en Abel gaat het al mis. Beiden brengen een offer. Bij Abel gaat de rook omhoog, bij Kaïn niet. Gevolg: Jaloezie. Kaïn slaat Abel dood. Toen begon het al. De allereerste moord had te maken met de manier waarop we God zouden moeten eren. Het was het eerste kerkelijke conflict.”
“Het is waar,” beaam ik. “Kerk is natuurlijk mensenwerk.”
“Kijk maar bij de katholieken. Van bovenaf dingen opleggen. En ondertussen kunnen ze niet van kleine kinderen afblijven. De huidige Paus is wel oké, maar als die weer weggaat, weet je maar nooit wat je dan weer krijgt.”

Toren Nieuwe Kerk, Delft
 
 

“Toch zijn er ook positieve dingen over de kerk te zeggen,” probeer ik. “Het is een gemeenschap van mensen die elkaar kunnen helpen. Mis je dan geen mensen om te praten over het geloof?”
“Dat mis ik soms wel, maar zodra ik me ga aansluiten bij een kerk, ben ik bang dat ik in het gareel moet.”

Theologen redeneren God dood

“Maar hoe kijk je tegen God aan?”
Hij kijkt me niet begrijpend aan. “God is gewoon God. Hoe meer men nadenkt over God, hoe minder er van Hem overblijft. Al die theologen redeneren Hem dood. Hij is er gewoon. Dat geloof ik.”
“Dat vind ik mooi gezegd. Maar soms heb ik wel eens moeite met allerlei ellendige dingen die gebeuren. Rampen, ziekten. Waarom laat God dat toe, vraag ik me dan af.”
“Dat geeft mij nou juist troost. Als er iets vreselijks gebeurt, kun je bij Hem schuilen. Toch? Als God niet zou bestaan, dan heb je die ellende evengoed. Maar dan heb je geen troost.”
“Tjonge,” zeg ik. “Ik kan beslist wat van jou leren. Dat ik van jongst af aan kerkelijk bent opgevoed, zegt niet altijd wat.”

“Brand maar een extra kaarsje voor me,” vertrouwt hij me toe als ik wegga.
Dat is in mijn kerk wel niet gebruikelijk, maar goed.
“Nu maar hopen dat de kaarsvlam omhoog brandt,” lach ik.

 

vrijdag 12 december 2014

De notulen van Tes Odou


Als ik  Tes Odou tik, spuwt Google Engels- en Griekstalige theologische  informatie uit. Handelingen 9: 2. De mensen van De Weg (de christenen) die Paulus vervolgde vlak voordat hij, op weg naar Damascus, het Licht zou zien.

Ik probeer een andere zoekterm: Gereformeerde Jeugdvereniging Delft, GJV Delft. De gewenste informatie blijft uit. Dat krijg je met activiteiten van ver voor het internettijdperk: ze lijken totaal vergeten.

Maar, je bent archivaris of niet, ik heb de notulen van de GJV Delft nog.
 


Het gebeurde in het najaar van 1986. Een jong stel uit Friesland was in Delft komen wonen en ontdekte dat het jeugd- en jongerenwerk in de plaatselijke kerk een beetje lauw was. Dat moest anders. Er werd rondgebeld, aangeschreven, contacten gelegd, folders uitgedeeld.

Op zondagavond 14 september van dat jaar werd de eerste bijeenkomst gehouden in de Gereformeerde Kerk het Open Hof. Notabene de kerk waar ik altijd kwam.
Ik was in die tijd geestelijk wat aan het verleppen, dus deze Jeugdvereniging kwam voor mij als een geschenk uit de hemel.

Al snel werd een naam bedacht, want 'GJV' klonk wel wat saai. Het werd Tes Odou, Grieks voor De Weg.

Het is geweldig om in die notulen te bladeren. Talloze herinneringen komen weer boven. De contributie bedroeg twee gulden per avond. Elke week werd een onderwerp behandeld: schepping versus evolutie, het avondmaal, popmuziek, een avond over het Leger des Heils en op een dag kwam motorclub Psalm 23 op bezoek. De buren van het Open Hof moeten hun ogen uitgekeken hebben. Tientallen ronkende motoren richting kerk.

Elke maand hadden we een ontspanningsavond. Ik lees over een 'enveloppenspel', fietstocht, strandwandeling, bingo, stijldansen. En elk jaar wilden we op kamp. Ik ontdek  dat dat in 1988, tijdens het Pinksterweekend,  bijna niet doorging omdat er te weinig mensen meegingen. We hadden concurrentie van 'Opwekking'. Een aantal leden van het koor Rejoyce ging mee en zo konden we alsnog afreizen naar een kampeerboerderij in Winssen bij Nijmegen.

Zoals altijd: aan alle goede dingen komt een eind. In 1992 valt het doek voor Tes Odou. Geen nieuwe leden meer, bestaande leden vonden dat ze te oud werden. Toch waren het mooie jaren en volgens mij zijn daar nog twee huwelijken uit voortgekomen. Dus helemaal vergeten kan Tes Odou niet zijn. "Je raadt het nooit, wij hebben elkaar leren kennen op de Gereformeerde Jeugdvereniging te Delft!"

Google weet maar niks te vinden. Ik hoop dat dit blogje daarin verandering brengt.

 

dinsdag 7 oktober 2014

Een zeer merkwaardige kerkenraad


Gemeente van Jezus Christus: We zullen vanochtend de namen van de nieuwe leden voor de kerkenraad aan u bekend maken:

Allereerst zijn we blij u te mogen mededelen dat we een nieuwe voorzitter gevonden hebben. Hij is een groot manager die enorme organisaties kan leiden. Recht door zee als het moet. Hij is geboren in Noord Afrika en hij heeft een strafblad, heeft ooit iemand vermoord. Maar ja, dat kan de beste overkomen, niet waar?

Dan zijn er een aantal nieuwe ambtsdragers, dit keer ook een tweetal dames.
 
We hebben een bedreven boerin die oorspronkelijk ook uit het buitenland komt. Je zou haar een economische vluchtelinge kunnen noemen en aangezien wij vruchtbare gronden hebben, kun je het haar niet kwalijk nemen dat ze naar hier gekomen is. Ze heeft een rotsvast vertrouwen in God kan ik wel zeggen.

De volgende dame had een belangrijke functie in een zeer luxe privébordeel, waar ze overigens niet vrijwillig in terecht gekomen is. Ze heeft in de hoogste kringen haar charmes gebruikt. Maar daardoor kon ze een genocide voorkomen, dus ik dacht: zo'n iemand willen we hebben in de kerkenraad.
 

En dan nu: de heren.

Een er van is een echte macho, een kampioen in allerlei vechtsporten. Zijn specialiteit: iemand te lijf gaan met een ezelskaak. Je moet er maar opkomen! Het is iemand die van aanpakken houdt. Hij valt niet met de deur in huis: hij sloopt hem er gewoon uit.
Een zwak punt bij hem: hij kan niet van de vrouwen afblijven, vooral als ze beeldschoon zijn. Maar ja, wie zonder zonde is, gooit de eerste steen. Toch?

Wij verwelkomen een singer songwriter. Hij heeft heel wat hits op zijn naam staan. The Lord Is My Shepherd stond volgens mij zelfs een tijdje op nummer één. Het is iemand die erg strategisch kan denken en met kleine middelen grote blokkades uit de weg kan ruimen. Zo'n iemand kan onze kerk wel gebruiken.
Oké, die buitenechtelijke affaire van hem. Hij heeft er spijt van. Ik ga er van uit dat wij een vergevingsgezinde kerk zijn.

Tot slot een prediker op en top. Er is veel werk van hem verschenen en hij reisde overal heen. Wel moet ik zeggen dat hij ooit een extremist was die christenen het liefst liet afmaken, maar hij blijkt een of ander visioen ergens op de snelweg te hebben gekregen en nu is hij born again, zeg maar.


Dat zijn ze. Na de preek zullen ze worden ingezegend. Nu we  het toch over de preek hebben, waar is onze Voorganger eigenlijk?
Wat zegt u? In een restaurant een hapje eten met een aantal prostituees en belastingfraudeurs?
 

Het moet nu toch niet gekker worden!

 

maandag 17 maart 2014

Christelijk cliche


"Hoe gaat het met je?"
"Goed. Zijn gangetje hè."

"Ga je nog wat leuks doen in het weekend?"

"Wat een regen. Ben je nog een beetje droog over gekomen?"

Zo maar enkele voorbeelden van uitgesleten opmerkingen die je bijvoorbeeld op je werk dikwijls kunt horen. Clichés. Je kunt er ook bijna niet onderuit. Met Oud en Nieuw ontkom je niet aan de 'beste wensen, beste wensen, beste wensen' en als je de Top 2000 op de radio hoort, verzucht je net als iedereen: "Ah, dat nummer van ABBA. Dat waren nog eens tijden!"


Ook in het bedrijfsleven kunnen ze er wat van:
"Er is door onze divisie ontzettend veel werk verzet afgelopen jaar. De focus lag vooral op onze kernkwaliteit dat we echt tot ons speerpunt hebben gemaakt. Het komende jaar zal een grote uitdaging worden. Het veranderproces van de mid-office biedt echter veel kansen om bruggen te kunnen slaan richting front-office."

Bla bla bla...

 

Ook binnen de kerk sluipt regelmatig het cliché binnen.

De voorganger roept: "Vanochtend gaan we God groot maken!" (Alsof wij mensen dat kunnen)
"We moeten er keihard voor bidden," zegt de een, de ander is nuchterder en zegt: "Ja maar het is bid en werk, hoor!"

Vroeger bij de jeugdvereniging gingen grapjes in het rond die zo langzamerhand platgetreden raakten: Als iedereen naar huis fietste, was er altijd wel iemand die zei: "Gods volk wordt uitgeleid."
Was het donker en iemand deed het licht aan, hoorde je: "Licht, en er was licht!"
Zadelpijn werd omschreven als 'zitvleesgeworden woord.'

Niet-gelovigen begrepen er geen snars van, maar sommige predikanten spreken ook vandaag de dag clichétaal.
"Wij zijn gereinigd door het bloed van het Lam. Christus die zijn kostbaar bloed voor ons heeft uitgegoten..." (Een bloederig verhaal allemaal, niet geschikt als je 'missionair' wilt zijn)

Of de enthousiaste zendeling:

"De Heer pakte me bij m'n kraag en zei tegen mij: Jan, jij moet naar Afrika. Nou ja, als de Heer dat tegen je zegt, dan gehoorzaam je hè."  (Hoe dan Jan? Heeft de Heer je hoogstpersoonlijk vastgepakt en toegesproken?)

Het cliché. Soms herkenbaar en gemakkelijk. Vaak ook een beetje hilarisch. Maar wil je als kerk goed communiceren met de ander, wees er dan een beetje zuinig mee.

 

 

 

dinsdag 3 september 2013

Waarom ga je naar de kerk?


Een tijdje geleden kon je via het internet meedoen aan de verkiezing van de 'mooiste gesloopte kerk van Nederland.' Iedereen kent wel kerken die gezichtsbepalend waren in zijn of haar buurt. Kerken die herinneringen oproepen.
De winnaar van deze 'verkiezing' was trouwens de Koninginnekerk te Rotterdam. Dit was de kerk waar mijn moeder in haar jeugd regelmatig kwam. Aan het begin van de jaren '70 ten prooi gevallen aan stadsvernieuwing.

Het is jammer dat kerken verdwijnen, maar ja: voortschrijdende secularisatie. Als kerkgebouw heb je mazzel als je een nieuwe bestemming krijgt als appartementencomplex, restaurant, winkel of concertzaal. Anders rest er niets anders dan de slopershamer.

Sommigen geloven nog wel, maar zijn uitgekeken op de kerk. Te veel een instituut, te weinig meegegroeid met de tijd. Anderen bezoeken de kerk alleen nog tijdens de vakantie. Zo'n romantisch kerkje in een Frans dorpje.
 
 

Tot voor kort probeerde men jongeren de 'kerk in te krijgen' door de diensten zo hip mogelijk te maken. Dominee in jeans, geen orgel maar een deejay. Hielp allemaal niet echt. Want dat zijn allemaal uiterlijkheden en jongeren zoeken naar inhoud en echtheid. 'Het moet om Jezus draaien', zegt de kerk. Dat kan best confronterend zijn. Stel, Jezus bezoekt jouw stad. Ik denk dat de kerk niet eens bovenaan Zijn lijstje zou staan. Hij gaat naar de kroeg om de hoek, het winkelcentrum, de voedselbank, het station of de kantorenwijk.  

Het komende seizoen gaat het bij mij in de kerk over de vraag waarom ga je naar de kerk? Net zo'n vraag als waarom ben je getrouwd? of waarom ga je naar je werk? Een vraag die naar de kern reikt.

Laten we hopen dat de kerk als star instituut daadwerkelijk de mooiste gesloopte kerk van Nederland gaat worden. Laat de kerk weer een netwerk worden van mensen die echt iets te vertellen hebben.

 

dinsdag 30 juli 2013

Gedoogkerk


De Amsterdamse Kalverstraat is vooral op zaterdagmiddag erg druk. Je kunt er gewoon maar een beetje slenteren, winkelen of iets drinken, of je 'brengt er wat weg' in 2theloo, een glimmend en hip toiletgebouw.

En - tamelijk onopvallend - ontdek je ineens een kerk. Het betreft de Rooms Katholieke Petrus en Pauluskerk, beter bekend als de "Papegaai". Dat dit Godshuis er een beetje verborgen bij staat, komt omdat het ooit als schuilkerk is gebouwd. Want zo tolerant was Nederland niet in de Gouden Eeuw. Christelijke geloofsrichtingen die afweken van de calvinistische leer mochten geen openbare kerkdiensten houden. Maar, Nederland zou Nederland niet zijn als daar toch wat mee gemarchandeerd mocht worden. Kerken werden gedoogd zolang ze maar niet zichtbaar waren in het straatbeeld.
 
 

Een prachtig voorbeeld daarvan vonden we aan de Oudezijds Voorburgwal. Rode neonlampen lokken talloze toeristen en ineens verraadt een vlag aan een grachtenpand dat daar een kerk is. Eenmaal binnen merk je daar nog niets van, maar een eeuwenoude trap leidt je naar de zolder en dan kom je terecht in een knusse kerkruimte met nog twee galerijen boven je.
 

Ons' Lieve Heer op Solder ontstond in 1661. De welgestelde en katholieke koopman Jan Hartman kocht het huis en besloot het pand om te bouwen tot kerk.
De zolderkerk is onlangs gerestaureerd. De oudroze balken geven een frisse aanblik, de krakende vloeren bezorgen je een echt zoldergevoel.
Kijk je door de ramen, dan zie je de koepels van de Nicolaaskerk boven de daken verrijzen. Toen er in Nederland weer vrijheid van godsdienst heerste, kon die kerk worden gebouwd en was de zolder niet meer nodig.

Gelukkig kun je dit unieke bedehuis nog altijd bezoeken, ook al is het nu een museum. Het herinnert je er aan dat gedogen niet iets van deze tijd is.

woensdag 15 augustus 2012

Rood met zwarte stippen


Ik had de lampjes in het plafond al honderd keer geteld. De kleuren en patronen op de bloes van de mevrouw voor mij, uitgebreid bestudeerd. De stem van de dominee kabbelde maar voort. Het was zomer, dus draaide er geen kindernevendienst. Als kind was je daarom aan de dufheid van de volwassenen overgeleverd. 

Vanuit mijn linker ooghoek ontdekte ik dat er op de leuning van de kerkbank iets roods kwam aangekropen. Rood met zwarte stippen. Ik liet het kevertje over mijn handen lopen. Het had belangstelling voor mijn liedboek en wandelde over verzen en notenbalken.

"Oh, een lieveheersbeestje. Misschien kun je hem straks buiten brengen, want hier is natuurlijk geen luis te vinden," fluisterde mijn moeder.

De preek was inmiddels ongemerkt geëindigd. Tijdens het zingen hield ik mijn insectenvriendje goed in de gaten. Toen we moesten bidden ontstond er een probleem. Ik besloot mijn ogen open te houden, maar het leek me toch erg oneerbiedig om je handen ook niet te vouwen. Het kevertje trok van mij weg over de leuning van de kerkbank. Rechts voor me hield een meisje het hele tafereel al een tijdje in de gaten. Ze legde haar wijsvinger op de leuning en liet het beestje nu over haar vingers lopen.

De dominee hield op met bidden. Het meisje boog naar mij, giechelde een beetje en legde haar vingers op de rug van mijn hand. Nu had ik hem weer.

"Hoeveel stippen heeft-ie?" hoorde ik achter mij.

En ineens was hij weg. Ik keek vertwijfeld om me heen. Ik voelde dat er op mijn schouder werd getikt. Een man bood de palm van zijn hand aan. Het kevertje was bij hem terecht gekomen. Hij wandelde nu weer over mijn bijbel. Gefluister en besmuikt gelach achter mij. 

"Heb je hem weer?" vroeg het meisje rechts voor.

Speurend keek de dominee onze kant op. Je zag hem denken: waarom is daar reuring?
Toen we de kerk uit liepen, week het lieveheersbeestje nog niet van mijn zijde. Bij de fietsenstalling stond een heg en daar spreidde het gestippelde wezentje de vleugels uit en verdween in het groen.

dinsdag 26 juni 2012

De kerk en het doolhof

Al dwalend door het Amsterdamse doolhof in het Arnhemse Openluchtmuseum kwam ik een trappetje tegen dat naar een plateau leidde. Boven de talloze heggetjes en dwaalwegen kon ik het Zeeuwse kerkje zien liggen. De kerk als baken in de dwaaltuin die 'maatschappij' heet? Was het maar zo ideaal. Want de uitweg uit het labyrint liep niet naar de kerk, maar naar het restaurant.


De tweede foto laat de mogelijke reden zien. Het is een hele christelijke foto, want we zien er vele kerken op afgebeeld. De één met een traditioneel torentje, de ander moderner met een soort piramidedak. Er zijn bescheiden kerkjes (zelfs een huisgemeente) en er is een Godshuis met een hoge toren die denkt daardoor dichter bij de Almachtige te kunnen komen. Er loopt zelfs een muur tussen een aantal kerken. Kennelijk was daar sprake van een afscheiding.

Een beroemde quote van Nicolien luidt: "Door de vele kerkjes kunnen we God niet meer zien." En ze voegt er dan altijd aan toe: "Als we engelen waren geweest dan hadden we geen kerk nodig om God te prijzen, maar ja we zijn nu eenmaal mensen en mensen houden van kerkjes bouwen, vooral Gereformeerde kerkjes..."

En daar zit het probleem. We bedoelen het best goed, maar we schieten te kort. Toch ben ik er van overtuigd dat God langs de torens en door het metselwerk heenkijkt en dan mensen ziet. Mensen die hopelijk zelf de Kerk vormen.

zondag 21 augustus 2011

Raar pepermunt

Kerkgang en pepermunt. Twee dingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken te zijn. Als klein kind lustte ik al vrij vroeg pepermunt, maar aangezien ik ’s zondags altijd naar de kindernevendienst ging, wist ik weinig af van de traditie om tijdens de preek op een pepermuntje te zuigen. Behalve ’s zomers dan. Als er geen kindernevendienst was.

Ik was een jaar of zeven toen ik op een zondagmiddag met mijn vader mee naar de kerk ging in Holten waar we met vakantie waren. Toen de preek begon kreeg ik van een mevrouw naast me een pepermuntje. Maar het was wel raar pepermunt. Ik was gewend te sabbelen aan het pepermunt met de koninklijke naam op z’n Engels, maar deze mevrouw gaf mij een ander merk, het waren pepermuntsnoepjes met een gladde, bolvormige rand. Op het moment dat de dominee aan de prikkelende openingszin van zijn preek begon, stopte ik het vreemde snoep in mijn mond.
En ineens gleed het m’n keel in. Floep. In z’n geheel ingeslikt. Het zweet brak me aan alle kanten uit. Zou je kunnen stikken in pepermunt? Ik durfde het niet aan m’n vader te vragen die aandachtig aan de lippen van de predikant hing. Zou ik nu dood gaan?, vroeg ik mij af. Gestikt in pepermunt tijdens een preek. Dat dan weer wel.
De redenatie van de dominee leek een eeuwigheid te duren. Vooralsnog bleef ik ademen. Eindelijk weerklonk het verlossende Amen.

“Ik heb dat pepermuntje ingeslikt,” fluisterde ik angstig tegen mijn vader.
“Wat je aan het begin van die mevrouw kreeg?”
“Ja. Zou ik er in kunnen stikken?”
“Tuurlijk niet,” stelde pappa mij gerust.“Dat is allang opgelost in je maag.”

Opgelucht keek ik om me heen. Maar het zou jaren duren voordat ik opnieuw het ‘vreemde ronde pepermunt’ zou aannemen van iemand. Een gewaarschuwd jongetje telt immers voor twee…

woensdag 22 juni 2011

Vrouw op de preekstoel

De kerk is opgebouwd uit speelgoedblokken. Het interieur is kleurrijk speels. We zien een vrouwelijke predikant op de kansel staan. Op een andere foto doopt ze een kind.
Een vrouwelijke predikant? In heel wat kerken is dat normaal, maar er zijn genoeg kerken waar dat helemaal niet gebruikelijk is.

Ik kom oorspronkelijk uit een PKN-traditie, waarbij de letters slaan op Protestantse Kerk in Nederland. Nicolien is de dochter uit een roemrucht GKV-geslacht, waarbij dit keer de letters staan voor Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Sinds mijn trouwen ben ik ook lid van dit kerkgenootschap en dat bevalt mij heel goed, maar er is één pijnpuntje. Namelijk het gegeven dat vrouwen er (nog) niet in het ambt mogen.
De vraag is natuurlijk of Nicolien dat nou een probleem vindt.
“Diep in mijn hart vind ik het inderdaad nogal merkwaardig dat een mens geen diaken kan worden als-ie toevallig twee X-chromosoompjes heeft,” zei ze. “Maar ja, als ik het echt een groot probleem had gevonden, was ik wel overgestapt naar een andere kerk. Ik heb gewoon kunnen studeren, ik heb nooit het gevoel gehad dat ik werd belemmerd door mijn vrouw-zijn.”

Verwacht van mij geen diepgravende theologische achtergronden over het waarom. Het is wel duidelijk dat de uitspraken van de apostel Paulus grote gevolgen hebben gehad op de positie van de vrouw in de kerk. Misschien is het de invloed van Griekse orakelprofetessen in de eerste christengemeenten geweest die Paulus’ opinie hebben gevormd. Overigens was het in de synagoge ook niet gebruikelijk dat vrouwen de Tora mochten lezen.

Als puber heeft Nicolien tijdens catechisatie ooit eens de volgende stelling geponeerd: “Kerken waar vrouwen niet toegelaten worden tot het ambt, belemmeren het werk van de Heilige Geest.”
De predikant moest even slikken, maar het schoot hem direct te binnen dat Nicoliens vader ooit eens had gezegd dat het een verademing zou zijn als de kerkenraad verrijkt zou worden met zusters. Dus ja, van een vreemde had ze het niet.
Uit de discussie die toen volgde kwam naar voren dat die stelling je wel dwong tot bezinning, maar dat er geen kerk ter wereld op te noemen is waar de Heilige Geest zonder enige belemmering zou kunnen waaien. Bij de ene kerk is het ambt niet opengesteld voor vrouwen, bij de ander is de prediking te vrijzinnig of ruziën ze elkaar de kerk uit. Of de doop door onderdompeling is tot een dogma verheven, of de zondestaat van de mens wordt zo overdonderend gepredikt dat er geen sterveling meer naar het Avondmaal durft. Overal is er wel wat.

Nicolien heeft haar moeite met het vrouwenstandpunt therapeutisch van zich afgespeeld. Met blokken en Playmobil.