Totaal aantal pageviews

Posts tonen met het label Tweede Wereldoorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tweede Wereldoorlog. Alle posts tonen

zaterdag 5 augustus 2017

Hiroshima: 6 augustus, 8:15 uur

Het vliegtuig heette Enola Gay, de naam van de moeder van de piloot. De bom werd Little Boy genoemd. Dit oorlogssarcasme kwam in 1980 terug in een song van Orchestral Manoeuvres in the Dark (OMD): Enola Gay, is mother proud of little boy today.
De lucht was blauw en men zag de condensatiestreep van slechts één vliegtuig. Er werd een parachute afgeworpen. Om precies 8:15 uur verschroeide een helwitte flits de lucht. Binnen enkele seconden werd de stad en 60.000 inwoners letterlijk van de kaart geveegd. Binnen een straal van drie kilometer rondom het epicentrum stond nauwelijks nog iets overeind. Uiteindelijk zou in de jaren daarna het dodental oplopen tot meer dan 150.000. Velen bezweken als gevolg van de radio actieve straling.
 

 
Vandaag de dag is het ongeveer een kwartier met de tram van het Centraal Station van Hiroshima naar de ruïne van de Genbaku-koepel, beter bekend als A-Bomb Dome. Dit gebouw is nog redelijk intact gebleven omdat de bom er 600 meter hoger ontplofte en de verticale destructieve krachten beduidend minder waren dan de horizontale ‘blast’.
 
Aan de andere kant van de rivier ligt het Vredespark met tal van monumenten. In de Hal der Herinnering worden duizenden foto’s en namen geprojecteerd van de slachtoffers. In het Monument voor de Kinderen kun je ontelbaar veel papieren kraanvogeltjes zien. Het Japanse meisje Sadako Sasaki kreeg op haar tiende leukemie als gevolg van de straling. Ze wilde duizend kraanvogels vouwen omdat dan, volgens een oud verhaal, je wensen worden vervuld. Ze kwam niet verder dan honderd. Sinds die tijd vouwen schoolklassen kraanvogels voor de vrede.
 

In het museum liggen stille getuigen achter de vitrines. Verminkte horloges die voor altijd stil staan op 8:15 uur. Half gesmolten flesjes en gesmolten en weer aan elkaar  geklonterde stukken metaal dat ooit de inhoud van een portemonnee moet zijn geweest.
 
Buiten het Vredespark is Hiroshima anno 2017 een stad als elke andere in Japan: druk en bruisend. Grote shoppingmalls en hoge kantoorgebouwen. Het Mazda-museum laat zien dat Hiroshima ook een ‘autostad’ is.
 
De vraag dringt op: wat als de Amerikanen niet deze bom op Hiroshima hadden gedropt (en op Nagasaki, drie dagen later). Hoe lang had de Japanse agressie dan nog geduurd, inclusief de interneringskampen in onder andere Nederlands Indië? Het zijn de duivelse dilemmavragen van de oorlog.
Het is wel opvallend dat er nergens enig verwijt of wrok jegens de Amerikanen te bespeuren valt. Het boek Hiroshima van John Hersey beschrijft zelfs de veranderde houding van Japan ten opzichte van de VS: van vijand tot verlosser en ondersteuner.
 
Op 6 augustus is het om 8:15 uur, één minuut stil in Hiroshima.
 
 

woensdag 3 mei 2017

Zwarte humor in zwarte tijden



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt.

Mijn ouders waren jong toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Mijn moeder maakte het bombardement op Rotterdam mee, mijn vader moest zich verbergen voor de razzia’s.

Mijn beide ouders leven niet meer.

Wat bijvoorbeeld vergeten dreigt te worden zijn de vele spotliedjes en cynische uitdrukkingen die toen – dikwijls mondeling - de ronde deden. Het internet heeft wat dat betreft geen best geheugen. Hier en daar vind je wat. Op de site van het Verzetsmuseum kwam ik iets tegen en ik moest gelijk weer aan mijn moeder denken.




Hitler op z’n Japans is Foetsimoeti, op z’n Russisch: Slarottimof.

Rijkscommissaris Seyss-Inquart werd steevast Zes en een Kwart genoemd.



Uit mijn geheugen diep ik rijmpjes en grappen op die mijn moeder feilloos kon declameren.



Over de bombardementen:



Rustig kom ik aangevlogen en laat mijn bommen los.

En roep ‘Laat-ie fijn zijn!’ En morgen kom ik weer!



Mop over de verplichte verduistering van steden om geallieerde vliegtuigen te verwarren:



Waarom dragen alle Duitse jongetjes zwarte broekjes?

Alle reetjes moeten verduisterd zijn.



Over Hitler:



Sich Heil!!

Hitler in de teil

Zeven minuten kopje onder

En ’t is uit met dat gedonder.



Het worden er steeds minder die ’t hebben meegemaakt en daarom moet het opgeschreven worden.

dinsdag 5 mei 2015

Zaterdag 5 mei 1945: een snertdag


Oranje

Die zaterdagochtend had ze – voordat ze naar haar werk ging - oranje versieringen in haar tas gestopt voor het geval dat. Wel een beetje onderin, want je zag nog overal Duitsers.
Aan het einde van de tunnel (was het de Statentunnel?) merkte ze dat het goed mis was. Duitse militairen stonden te controleren. Ze keken tassen na. Niet van iedereen; ze pikten er af en toe iemand uit. Met bonkende keel is ze langs het checkpoint gelopen. Zij werd er niet tussenuit gehaald.
Als ze wel was gecontroleerd en ze hadden het oranje in haar tas gevonden, was ze waarschijnlijk afgevoerd en doodgeschoten. Dan had ik dit blog niet kunnen schrijven, dan had ik nooit bestaan…
 
 

Geen vlag zag je nog

Het was zaterdag de vijfde mei 1945. De Rotterdammers snakten naar vrede. De Hongerwinter had er ingehakt. Mijn oma en opa, mijn moeder en haar twee broers moesten het op een gegeven moment per week doen met: 3 ons vlees, 1 kilo aardappelen, een half brood en 3 kilo suikerbieten. Geen wonder dat ook aardappelschillen en tulpenbollen werden geconsumeerd. “Varkensvoer” schreef mijn moeder in haar dagboek.

Uit dat dagboek haalde ik meer informatie over die vijfde mei:

Het is een snertdag geworden, die zaterdag. Je verwachtte iedere keer wat en er gebeurde niets: geen vlag zag je nog.

Pas op zondag 6 mei omstreeks 10 uur in de morgen werd er geroepen: “Oranje boven, leve de koningin! Het is vrede, steek de vlaggen uit!”

Veel moffen droegen nog wapens, de ondergrondse hield ze wel in bedwang totdat de Canadezen zouden komen.

 
Chaos en euforie

Het was voor mij opvallend om te lezen dat ‘Vijf Mei’ in Rotterdam nog helemaal niet feestelijk was. Nagezocht op de website van het Rotterdamse Gemeentearchief en inderdaad. De Duitse troepen wilden zich niet overgeven aan de NBS, de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, maar aan de Geallieerden. Er vonden nog schietpartijen en executies plaats.
Er heerste naast euforie vooral chaos en verwarring.

Pas na 6 mei begonnen de feesten en het grootschalig vlagvertoon, maar ook de afrekeningen. Huizen van landverraders werden geplunderd, huisraad in brand gestoken. ‘Moffenmeiden’ werden er bij gesleept. Hoe keek mijn moeder daar tegenaan?

Op 21 mei 1945 schreef ze:

Meiden die met Duitsers liepen daarvan werd het haar er af geknipt en met rode menie schilderden ze hakenkruizen op hun hoofd. En er werd bij gezongen:

Kale kop, kale kop
Met een hakenkruis er bovenop

Helemaal goedkeuren kan ik het niet. Het is een erg griezelig gezicht. Maar hun verdiende loon is het wel.

Mijn moeder kan niet meer vertellen over de oorlog, maar haar schrijven spreekt boekdelen.

 

 

 

zaterdag 12 mei 2012

De veertiende mei

De zon ging stralend op. Het was een prachtige dag, en zo rustig. Je zou niet zeggen dat het oorlog was. De hele morgen was het rustig, je hoorde geen vliegtuig, zelfs geen schot.

Dit hierboven zijn de eerste regels die mijn moeder in haar dagboek schreef onder het opschrift Dinsdag 14 Mei 1940. Ze was toen 14 jaar.
Het moet inderdaad een prachtige wolkenloze meidag zijn geweest. Rotterdam haalde weer adem na een aantal zeer onrustige dagen. Toen op vrijdag 10 mei de oorlog uitbrak logeerde er toevallig net een tante uit Scheveningen bij het gezin in Kralingen. De radio berichtte over Duitse vliegbewegingen boven Nederland, maar dat hadden ze zelf ook al gehoord. De tante wilde terug, maar er reden geen treinen meer.


Straten werden afgezet. Rond de Maasoevers vonden heftige schotenwisselingen plaats. Regelmatig was er luchtalarm. Er heerste angst en ongeloof. Op zondag 12 mei (eerste Pinksterdag) was het niet mogelijk om naar de kerk te gaan; op straat was het veel te gevaarlijk. Het Maasstation brandde, de Marinierskazerne was gebombardeerd. De dag daarop kreeg de oom uit Scheveningen het toch voor elkaar om tante op te halen per tandem. Op de veertiende mei leek de rust te zijn teruggekeerd.
Ze waren 's ochtends nog even buiten geweest. Ze wilden tussen de middag net een boterham eten toen toch weer dat luchtalarm afging. Mijn oma at terstond niets meer, maar mijn moeder had honger en nam twee boterhammen mee. Ze stonden onderaan de trap van hun bovenwoning. Ze hoorden knallen die steeds dichterbij leken te komen. Een soort van machinaal gehuil weerklonk boven de stad. En toen het inferno. Hun huis schudde op een manier dat ze nooit voor mogelijk hadden gehouden. Rookwolken in de straat. Overal het geluid van instortende huizen en glasgerinkel. Gillende en huilende mensen die voorbij renden. Geschreeuw: "De Oostzeedijk staat in brand!"

Wat moet er op dat helse ogenblik door mijn moeder zijn heengegaan. Een gevoel dat je wereld instort in de meest letterlijke zin. Dat niets er meer toe doet, behalve je eigen leven en dat van je dierbaren.
"Jullie moeten bidden," zei mijn oma.
"Dat doe ik al, maar het helpt niet," reageerde mijn moeders jongste broertje.

Meer dan een kwartier stonden ze daar met een deken onder de arm, dicht tegen elkaar. Biddend, smekend dat het ophouden mocht. De laatste klap was zo oorverdovend dat mijn moeder hem nooit meer zou vergeten. Achteraf bleek er een blindganger op het balkon te zijn gevallen waardoor slechts het keukenraam aan diggelen ging. Als het een voltreffer was geweest had mijn moeder het niet overleefd en had ik nooit bestaan.

Rotterdam brandde. Bluswater was er niet meer. Hoewel het huis niet was verwoest, dreigde het nu ten prooi te vallen aan een ongetemde vuurzee, dus moesten ze vluchten. Ze zijn naar Hillegersberg gelopen waar ze konden overnachten bij kennissen van hun buren. De dag daarop bleek het huis er nog te staan, maar de buurt was onherkenbaar geworden. Mijn moeder schrijft: Van de Lusthofstraat was niets meer over. Die mooie winkelstraat. Een heel klein stukje stond er nog.

Hoe heeft mijn moeder dit ooit verwerkt? Telkens als er vliegtuigen laag overvlogen, sirenes afgingen en er een zwaar onweer overtrok zou de angst bij haar weer bovenkomen. Haar leven lang. Maar ze heeft er veel over gepraat en het gedetailleerd opgeschreven. Zo zijn haar ervaringen bewaard gebleven. Opdat het bombardement van Rotterdam op die veertiende mei nooit zal worden vergeten.